BRS.25.001725
ECLI:NL:RVS:2025:5808
Datum uitspraak: 3 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 25 september 2025 in zaak nr. NL24.29646 in het geding tussen:
[betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Betrokkene heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op een aanvraag om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen
Bij uitspraak van 25 september 2025 heeft de rechtbank dat beroep gegrond verklaard, het met een besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van een besluit vernietigd, bepaald dat de minister binnen twee weken alsnog een besluit op de aanvraag bekendmaakt en dat de minister een dwangsom verbeurt van € 200,00 voor elke dag dat zij die termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,00.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
De minister is in de gelegenheid gesteld zich nader uit te laten.
Overwegingen
1. De termijn voor het instellen van hoger beroep eindigde op 23 oktober 2025. Het hogerberoepschrift is daarna bij de Raad van State binnengekomen, namelijk op 29 oktober 2025. De minister heeft het hogerberoepschrift daarom niet op tijd ingediend. De minister heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om redenen aan te voeren waarom het hoger beroep toch in behandeling moet worden genomen.
2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten, is de Afdeling niet gebleken.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.
w.g. Sevenster
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Pronk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025
1028