ECLI:NL:RVS:2025:5819

ECLI:NL:RVS:2025:5819, Raad van State, 03-12-2025, BRS.25.001041

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer BRS.25.001041
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
2 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537 BWBR0011823

Samenvatting

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.25.001041

ECLI:NL:RVS:2025:5819

Datum uitspraak: 3 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 11 juli 2025 in zaak nr. NL25.672 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 9 november 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag om appellant een machtiging tot voorlopig verblijf te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 16 december 2024 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 11 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de minister een nieuw besluit op het gemaakte bezwaar neemt met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.E. Muller, advocaat in Gouda, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank is namelijk terecht en op goede gronden tot haar oordeel gekomen. De Afdeling neemt de motivering onder 5 en 5.1 van de uitspraak van de rechtbank over.

1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Zwemstra, griffier.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Zwemstra

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025

91-1162

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Zwemstra

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?