ECLI:NL:RVS:2025:5849

ECLI:NL:RVS:2025:5849, Raad van State, 03-12-2025, 202203725/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 03-12-2025
Datum publicatie 03-12-2025
Zaaknummer 202203725/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0002368

Samenvatting

Bij besluiten van 18 en 21 september 2018, 2 en 5 oktober 2018 en 28 en 29 mei 2020 heeft de Dienst Toeslagen de definitieve berekeningen kindgebonden budget van [appellante] over 2013 tot en met 2016 herzien en op nihil vastgesteld, het kindgebonden budget over 2017 definitief vastgesteld op nihil, het voorschot kindgebonden budget over 2018 opnieuw berekend op nihil en een totaalbedrag van € 6.865,00 van [appellante] teruggevorderd. [appellante] ontving van de Dienst Toeslagen op grond van de Wet kindgebonden budget kindgebonden budget voor haar dochter, evenals voorschotten daarvoor. Op 28 augustus 2018 heeft de Dienst Toeslagen bericht ontvangen van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb) dat [appellante] per 31 augustus 2009 geen recht meer heeft op kinderbijslag voor haar dochter, omdat [appellante] sinds die datum geen ingezetene meer is in de zin van artikel 2 van de Algemene Kinderbijslagwet. De Dienst Toeslagen heeft daarop de in het procesverloop van deze uitspraak vermelde besluiten genomen en deze besluiten in bezwaar gehandhaafd.

Uitspraak

202203725/1/A2.

Datum uitspraak: 3 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 26 april 2022 in zaken nrs. 20/3972 en 20/5000 in het geding tussen:

[appellante]

en

de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de Dienst Toeslagen).

Procesverloop

Bij besluiten van 18 en 21 september 2018, 2 en 5 oktober 2018 en 28 en 29 mei 2020 heeft de Dienst Toeslagen de definitieve berekeningen kindgebonden budget van [appellante] over 2013 tot en met 2016 herzien en op nihil vastgesteld, het kindgebonden budget over 2017 definitief vastgesteld op nihil, het voorschot kindgebonden budget over 2018 opnieuw berekend op nihil en een totaalbedrag van € 6.865,00 van [appellante] teruggevorderd.

Bij besluiten van 15 april 2020 en 3 augustus 2020 heeft de Dienst Toeslagen de door [appellante] daartegen gemaakte bezwaren ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 26 april 2022 heeft de rechtbank de door [appellante] daartegen ingestelde beroepen ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De Dienst Toeslagen heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 november 2025, waar [appellante], bijgestaan door mr. drs. P.J. Woudstra, rechtsbijstandverlener te Gytsjerk, en de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], zijn verschenen.

Overwegingen

1. [appellante] ontving van de Dienst Toeslagen op grond van de Wet kindgebonden budget (hierna: Wkb) kindgebonden budget voor haar dochter, evenals voorschotten daarvoor. Op 28 augustus 2018 heeft de Dienst Toeslagen bericht ontvangen van de Sociale verzekeringsbank (hierna: Svb) dat [appellante] per 31 augustus 2009 geen recht meer heeft op kinderbijslag voor haar dochter, omdat [appellante] sinds die datum geen ingezetene meer is in de zin van artikel 2 van de Algemene Kinderbijslagwet. De Dienst Toeslagen heeft daarop de in het procesverloop van deze uitspraak vermelde besluiten genomen en deze besluiten in bezwaar gehandhaafd.

Uitspraak van de rechtbank

2. Volgens de rechtbank heeft de Dienst Toeslagen zich, gelet op het volgende, terecht op het standpunt gesteld dat [appellante] voor de jaren 2013 tot en met 2018 geen recht heeft op kindgebonden budget. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de Wkb bestaat recht op kindgebonden budget als een betrokkene recht heeft op kinderbijslag. De Svb stelt vast wie recht heeft op kinderbijslag. De Dienst Toeslagen stelt vervolgens op basis van die informatie het kindgebonden budget vast. In het geval van [appellante] heeft de Svb aan de Dienst Toeslagen gemeld dat [appellante] per 31 augustus 2009 geen recht meer heeft op kinderbijslag. Deze melding heeft onmiddellijke werking. De Dienst Toeslagen was niet gehouden te wachten totdat alle rechtsmiddelen tegen het besluit van de Svb over het recht op kinderbijslag waren uitgeput. Als het herzieningsbesluit van de Svb geen stand houdt in bezwaar of beroep, is dat een reden om ook het kindgebonden budget weer aan te passen, maar die situatie doet zich in dit geval niet voor.

Verder zijn de nadelige gevolgen van de terugvordering voor [appellante] niet onevenredig aan het doel en belang van de terugvordering. Het gaat erom dat middelen die ten onrechte uit de (beperkte) publieke kas zijn uitgekeerd, terugkeren naar die publieke kas om te kunnen worden besteed aan anderen die er recht op hebben. [appellante] heeft een aantal jaren ten onrechte kindgebonden budget ontvangen, terwijl zij had kunnen weten, door zich voor vertrek uit Nederland goed te informeren, dat zij daar geen recht op had. Daarnaast valt uit de door [appellante] opgegeven (financiële) gegevens niet af te leiden dat de terugvordering van het teveel ontvangen kindgebonden budget zodanige consequenties voor haar heeft, dat terugbetaling niet evenredig is. Niet is gebleken van bijzondere omstandigheden, die voor de Dienst Toeslagen aanleiding hadden moeten zijn om geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, aldus de rechtbank.

Hoger beroep

3. [appellante] is het niet eens met de uitspraak van de rechtbank. In het hogerberoepschrift heeft zij het standpunt ingenomen dat zij recht heeft op kinderbijslag en dus ook op kindgebonden budget. Zij heeft bij de Centrale Raad van Beroep hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank over de kinderbijslag. Zij heeft de Afdeling verzocht te wachten op de uitspraak op dat hoger beroep. Verder heeft zij het standpunt ingenomen dat de gevolgen van de terugvordering onevenredig zijn in verhouding tot de met de terugvordering te dienen doelen.

3.1. Bij besluit van 29 augustus 2018 heeft de Svb bepaald dat [appellante] per 31 augustus 2009 geen recht had op kinderbijslag. Bij besluit van 13 maart 2020 heeft de Svb het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en bepaald dat zij met ingang van 31 augustus 2010 geen recht heeft op kinderbijslag. Bij uitspraak van 26 april 2022 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 4 mei 2023 heeft de Centrale Raad van Beroep het door [appellante] daartegen ingestelde hoger beroep ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Bij arrest van 18 juli 2025 heeft de Hoge Raad het door [appellante] tegen deze uitspraak ingestelde beroep in cassatie ongegrond verklaard.

3.2. Naar aanleiding van het arrest van de Hoge Raad heeft [appellante] de eerste hogerberoepsgrond ingetrokken.

3.3. Het beroep op het evenredigheidsbeginsel slaagt niet. Op dit punt onderschrijft de Afdeling de overwegingen van de rechtbank. De Afdeling voegt daaraan toe dat [appellante], hoewel daartoe herhaaldelijk en in verschillende stadia van deze procedure in de gelegenheid gesteld, niet met financiële gegevens aannemelijk heeft gemaakt dat zij, ten tijde van het nemen van het besluit op bezwaar, niet in staat was het totaalbedrag van € 6.865,00 te betalen of dat deze terugvordering anderszins onredelijk is.

Conclusie

4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

5. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, voorzitter, en mr. J.F. de Groot en mr. V.V. Essenburg, leden, in tegenwoordigheid van mr. R.J.R. Hazen, griffier.

w.g. Meijer

voorzitter

w.g. Hazen

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 3 december 2025

452-1175

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. B. Meijer
  • mr. J.F. de Groot
  • mr. V.V. Essenburg

Griffier

  • mr. R.J.R. Hazen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?