ECLI:NL:RVS:2025:5915

ECLI:NL:RVS:2025:5915, Raad van State, 27-11-2025, 202406542/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 27-11-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 202406542/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst/Toeslagen een aanvraag van [appellant] om een geldschuld over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen afgewezen. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een schuld van € 7.678,49 bij ABN Amro. De minister heeft de schuld niet overgenomen. De schuld is een doorlopend krediet bij een bank en komt op grond van artikel 4.1, tweede lid en vierde lid en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen alleen voor overname in aanmerking als die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. Daarvan is volgens de minister geen sprake.

Uitspraak

202406542/1/A2.

Datum uitspraak: 27 november 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­Brabant van 16 september 2024 in zaak nr. 23/2947 in het geding tussen:

[appellant]

en

de minister van Financiën (hierna: de minister).

Openbare zitting gehouden op 27 november 2025 om 10:45 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad: mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer

Griffier: mr. P.A. de Vink

Jurist: mr. M. van Duijvenbode

Verschenen:

de minister, vertegenwoordigd door V.N. Giang en mr. E.C.I. Ramlal.

Bij besluit van 24 februari 2023 heeft Sociale Banken Nederland namens de Belastingdienst/Toeslagen (nu: de minister) een aanvraag van [appellant] om een geldschuld over te nemen op grond van de Wet hersteloperatie toeslagen (hierna: de Wht) afgewezen.

Bij besluit van 5 oktober 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarbij het beroep van [appellant] tegen het besluit van 5 oktober 2023 ongegrond is verklaard.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering

1. [appellant] is een gedupeerde van de toeslagenaffaire. Hij heeft verzocht om overname van een schuld van € 7.678,49 bij ABN Amro. De minister heeft de schuld niet overgenomen. De schuld is een doorlopend krediet bij een bank en komt op grond van artikel 4.1, tweede lid en vierde lid en onder b, van de Wet hersteloperatie toeslagen alleen voor overname in aanmerking als die vanwege betalingsachterstanden opeisbaar is geworden in de periode tussen 1 januari 2006 en 1 juni 2021. Daarvan is volgens de minister geen sprake.

2. De rechtbank heeft, samengevat weergegeven, overwogen dat de minister de schuld terecht niet heeft overgenomen. De schuld is een flexibel krediet, waarvan de hoofdsom op grond van de voorwaarden bij dat krediet vervroegd opeisbaar is als sprake is van een betalingsachterstand van twee maanden en nadat de bank de kredietnemer in gebreke heeft gesteld en de betaling ondanks de ingebrekestelling uitblijft. Uit de gegevens die de minister heeft ontvangen van ABN Amro blijkt dat geen betalingsachterstanden geregistreerd waren en dat de lening niet is opgeëist. Uit de door [appellant] overgelegde stukken blijkt niet dat dat er wel betalingsachterstanden zijn geweest of dat de bank [appellant] in gebreke heeft gesteld. Indien en voor zover de hoofdsom opeisbaar is geworden met de blokkering van het flexibel krediet per 1 januari 2022, is dat volgens de rechtbank in ieder geval niet voor 1 juni 2021 geweest.

3. De gronden die [appellant] in hoger beroep aanvoert zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 13, 14 en 16 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling verwijst naar de uitspraak van de Afdeling van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5101. De Afdeling voegt daar nog aan toe dat [appellant] zijn standpunt dat sprake is van een opeisbare schuld ook in hoger beroep niet met (nadere) stukken heeft onderbouwd.

Het betoog slaagt niet.

4. Het hoger beroep is ongegrond.

5. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. De Vink

griffier

154-1081

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?