202504950/2/A2.
Datum uitspraak: 10 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
en
het college van gedeputeerde staten van Gelderland (hierna: het college),
verweerder.
Procesverloop
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffende hangende het beroep tegen het niet tijdig beslissen door het college op zijn verzoek om over te gaan tot indeplaatsstelling van de gemeente Hattem.
Het college heeft een verweerschrift ingediend.
[verzoeker] heeft nadere stukken overgelegd.
Bij brief van 16 september 2025 heeft het college [verzoeker] laten weten op dit moment geen aanleiding te zien om maatregelen te treffen ten aanzien van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op een zitting behandeld op 18 november 2025, waar [verzoeker] en het college, vertegenwoordigd door mr. J.A.E. Ross en F. de Leve, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2025:5912, heeft de Afdeling zich onbevoegd verklaard om kennis te nemen van het beroep van [verzoeker] tegen de besluitvorming van het college. Gelet hierop wordt het verzoek afgewezen.
2. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. A.J.C. de Moor-van Vugt, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. A.S. Rietveld, griffier.
w.g. De Moor-van Vugt
voorzieningenrechter
w.g. Rietveld
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025
1064