ECLI:NL:RVS:2025:5950

ECLI:NL:RVS:2025:5950, Raad van State, 09-12-2025, 202400309/2/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 09-12-2025
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer 202400309/2/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Wraking

Samenvatting

Bij brief van 19 november 2025 heeft [verzoekster] verzocht om wraking, onder vermelding van zaak nr. 202400309/1/A2. Met de behandeling van die zaak waren mr. B. Meijer, mr. C.H. Bangma en mr. H. Benek belast, respectievelijk als voorzitter en leden van de meervoudige kamer. De Afdeling laat het verzoek om wraking buiten behandeling zonder een zitting te houden, en overweegt daarover het volgende. Uit artikel 8:15 van de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden ingediend voordat uitspraak is gedaan. Daarna is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. De brief van 19 november 2025 is ingediend op de dag waarop de uitspraak in de hoofdzaak openbaar is gemaakt (zie de uitspraak van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5597). Dat [verzoekster] kennis had genomen van die uitspraak toen zij het verzoek indiende, blijkt al uit het feit dat zij in haar brief naar die uitspraak verwijst.

Uitspraak

202400309/2/A2.

Datum beslissing: 9 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Beslissing op het verzoek van:

[verzoekster], wonend in [woonplaats],

verzoekster,

om toepassing van artikel 8:15 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb).

Procesverloop

Bij brief van 19 november 2025 heeft [verzoekster] verzocht om wraking, onder vermelding van zaak nr. 202400309/1/A2. Met de behandeling van die zaak waren mr. B. Meijer, mr. C.H. Bangma en mr. H. Benek belast, respectievelijk als voorzitter en leden van de meervoudige kamer.

Overwegingen

1. Op verzoek van een partij kan ingevolge artikel 8:15 van de Awb elk van de rechters die een zaak behandelt, worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Artikel 8:16, tweede lid, van de Awb bepaalt dat een verzoek om wraking moet worden gemotiveerd.

2. Op grond van artikel 3, vierde lid, aanhef en onder b en onder f, van de Wrakings- en verschoningsregeling bestuursrechtelijke colleges 2022 kan de wrakingskamer, zonder daartoe een zitting te houden, beslissen een verzoek om wraking niet in behandeling te nemen indien het verzoek is gedaan nadat in de hoofdzaak de einduitspraak openbaar is gemaakt, of indien het niet is gemotiveerd.

3. De Afdeling laat het verzoek om wraking buiten behandeling zonder een zitting te houden, en overweegt daarover het volgende.

3.1. Uit artikel 8:15 van de Awb volgt dat een verzoek om wraking moet worden ingediend voordat uitspraak is gedaan. Daarna is de zaak immers niet langer bij de rechter of rechters in behandeling. De brief van 19 november 2025 is ingediend op de dag waarop de uitspraak in de hoofdzaak openbaar is gemaakt (zie de uitspraak van 19 november 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5597). Dat [verzoekster] kennis had genomen van die uitspraak toen zij het verzoek indiende, blijkt al uit het feit dat zij in haar brief naar die uitspraak verwijst.

3.2. Voor zover [verzoekster] betoogt dat zij al voor de uitspraak een verzoek om wraking heeft ingediend, maar dat dit verzoek niet is doorgekomen door een storing die al sinds 17 november 2025 plaatsvindt, ziet de Afdeling hierin geen aanleiding om het verzoek alsnog in behandeling te nemen. Uit de bijlagen die [verzoekster] met haar verzoek heeft meegestuurd, kan niet worden afgeleid wat zij heeft geprobeerd te sturen, via welk portaal of webpagina zij dat heeft gedaan, wanneer zij dat heeft gedaan, en waarom dat niet is gelukt. Hieruit blijkt niet dat [verzoekster] al voor de uitspraak tevergeefs heeft geprobeerd een verzoek om wraking in te dienen. Ook volgt hieruit niet wat de gronden van dit verzoek waren, op basis waarvan [verzoekster] van mening is dat de rechterlijke onpartijdigheid in zaak nr. 202400309/1/A2 schade zou kunnen lijden.

4. Voor de volledigheid merkt de Afdeling op dat de brief van [verzoekster] van 19 november 2025 ook een verzoek om herziening bevat. Dit verzoek zal, nadat de wrakingskamer uitspraak heeft gedaan, op de gebruikelijke wijze in behandeling worden genomen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

laat het verzoek buiten behandeling.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. C.J. Borman en mr. J.M. Willems, leden, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Knol

voorzitter

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 december 2025

846

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. P.H.A. Knol
  • mr. C.J. Borman
  • mr. J.M. Willems

Griffier

  • mr. T.W.A. Weber

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?