ECLI:NL:RVS:2025:5960

ECLI:NL:RVS:2025:5960, Raad van State, 10-12-2025, 202302826/1/R2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 202302826/1/R2
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0020449

Samenvatting

In het kader van het project Beter Benutten zijn voor het verhogen van de transportcapaciteit van de 380 kV-hoogspanningsverbinding tussen Maasbracht en Eindhoven naar 4,0 kiloampère, verschillende besluiten tot verlening van omgevingsvergunningen aan TenneT TSO B.V. genomen, waaronder: a. het verlenen van een ontheffing voor het roeren van de grond dieper dan drie meter beneden het maaiveld in grondwaterbeschermingsgebied Heel in de provincie Limburg; b. het verlenen van een omgevingsvergunning voor het constructief aanpassen van verschillende hoogspanningsmasten van de hoogspanningsverbinding binnen de gemeenten Nederweert, Helmond, Geldrop-Mierlo en het verlenen van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een tijdelijke kabelverbinding. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellante sub 3] en anderen zijn het oneens met de capaciteitsvergroting van de hoogspanningsverbinding. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] in Mierlo naast hoogspanningsmast nummer 121 en de hoogspanningsverbinding. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2] in Helmond op korte afstand tot hoogspanningsmast nummer 118 en de hoogspanningsverbinding. [appellante sub 3] exploiteert een pluimveehouderij aan de [locatie 3] in Ospel, gemeente Nederweert. Op het perceel bevinden zich een bedrijfswoning, een voormalige bedrijfswoning en meerdere bedrijfsgebouwen. Deze bebouwing is gelegen in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding.

Uitspraak

202302826/1/R2.

Datum uitspraak: 10 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend in Mierlo, gemeente Geldrop-Mierlo,

2. [appellant sub 2], wonend in Helmond,

3. [appellante sub 3] en haar vennoten [vennoot 1] en [vennoot 2], gevestigd respectievelijk wonend in Ospel, gemeente Nederweert (hierna: [appellante sub 3] en anderen)

appellanten,

en

1. de minister voor Klimaat en Energie (nu: de minister van Klimaat en Groene Groei),

2. het college van gedeputeerde staten van Limburg,

3. het college van burgemeester en wethouders van Helmond,

4. het college van burgemeester en wethouders van Nederweert,

5. het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo,

verweerders.

Procesverloop

In het kader van het project Beter Benutten zijn voor het verhogen van de transportcapaciteit van de 380 kV-hoogspanningsverbinding (hierna ook: de hoogspanningsverbinding) tussen Maasbracht en Eindhoven naar 4,0 kiloampère, verschillende besluiten tot verlening van omgevingsvergunningen aan TenneT TSO B.V. genomen, waaronder:

a. het besluit van 15 maart 2023 van het college van gedeputeerde staten van Limburg tot verlening van een ontheffing voor het roeren van de grond dieper dan drie meter beneden het maaiveld in grondwaterbeschermingsgebied Heel in de provincie Limburg;

b. het besluit van 28 maart 2023 van het college van burgemeester en wethouders van Nederweert tot verlening van een omgevingsvergunning voor het constructief aanpassen van verschillende hoogspanningsmasten van de hoogspanningsverbinding binnen de gemeente Nederweert;

c. het besluit van 29 maart 2023 van het college van burgemeester en wethouders van Helmond tot verlening van een omgevingsvergunning voor het constructief aanpassen van verschillende hoogspanningsmasten van de hoogspanningsverbinding binnen de gemeente Helmond;

d. het besluit van 29 maart 2023 van het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo tot verlening van een omgevingsvergunning voor het constructief aanpassen van verschillende hoogspanningsmasten van de hoogspanningsverbinding binnen de gemeente Geldrop-Mierlo;

e. de afzonderlijke besluiten van 29 maart 2023 van de colleges van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo en Helmond tot verlening van een omgevingsvergunning voor de aanleg van een tijdelijke kabelverbinding;

f. de afzonderlijke besluiten van 29 maart 2023 van de colleges van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo en Helmond tot verlening van een omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werkzaamheden met kabels en leidingen in openbare gronden.

Deze besluiten zijn met toepassing van de rijkscoördinatieregeling van artikel 3.35 van de Wet ruimtelijke ordening gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt.

Tegen deze besluiten hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellante sub 3] en anderen beroep ingesteld.

De minister en de colleges van burgemeester en wethouders van Helmond, Nederweert en Geldrop-Mierlo hebben een verweerschrift ingediend.

[appellant sub 2] en [appellant sub 1] hebben nadere stukken ingediend.

De Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (hierna: de Staat) is partij in dit geding.

De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld op 29 juli 2025, waar [appellant sub 1], [appellant sub 2], en [appellante sub 3] en anderen, vertegenwoordigd door mr. T.F.M. Wijgergans, advocaat in Veldhoven, en de minister, vertegenwoordigd door mr. J.H. Keinemans en mr. A. Kragting, het college van burgemeester en wethouders van Nederweert, vertegenwoordigd door mr. K.M.W. van der Cruijsen-Thoma, en het college van burgemeester en wethouders van Geldrop-Mierlo, vertegenwoordigd door mr. B.A.P.M. Achterbergh, zijn verschenen. Verder is op zitting TenneT TSO B.V., vertegenwoordigd door mr. S. Zehenpfenning, [gemachtigde A] en [gemachtigde B] als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo).

De aanvragen om een omgevingsvergunning zijn ingediend op 18 augustus 2022 en 19 augustus 2022. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. Om in de toekomst meer elektriciteit te kunnen transporteren is het volgens TenneT noodzakelijk om naast de nieuwbouw van verbindingen, bestaande hoogspanningsverbindingen aan te passen zodat een grotere transportcapaciteit mogelijk is. Om die reden wenst TenneT de bestaande landelijke 380 kV (kilovolt) ring op te waarderen. Dit gebeurt binnen het programma Beter Benutten Bestaande 380 kV. Binnen dat programma valt het deelproject Opwaardering 380 kV-verbinding Maasbracht-Eindhoven waarvoor de in het procesverloop genoemde besluiten van de colleges zijn genomen.

3. Voor de opwaardering van de bestaande 380 kV-verbinding Maasbracht-Eindhoven moeten diverse werkzaamheden worden uitgevoerd. In de basis gaat het daarbij om het ophangen van nieuwe geleiders waarmee de transportcapaciteit wordt vergroot van 2,8 naar 4,0 kiloampère. De nieuwe geleiders kunnen daardoor meer stroom transporteren omdat ze hogere temperaturen kunnen weerstaan zonder te ver door te gaan hangen. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2526, stelt TenneT dat deze werkzaamheden vergunningvrij mogen worden verricht.

4. Tegelijkertijd wenst TenneT naast de opwaardering ook onderhoudswerkzaamheden te verricht aan de huidige hoogspanningsmasten en mastfunderingen, die inmiddels 50 jaar oud zijn, door deze constructief aan te passen. Daarbij worden ook andere onderdelen, zoals de isolatorkettingen, knikverkorters en de bliksemdraden, vervangen. De colleges van burgemeester en wethouders van Helmond, Nederweert en Geldrop-Mierlo hebben hiervoor omgevingsvergunningen verleend voor hoogspanningsmasten nummers 113 t/m 120 binnen de gemeente Helmond, nummers 35 t/m 64 binnen de gemeente Nederweert, en nummers 108 t/m 112 en 122 t/m 124 binnen de gemeente Geldrop-Mierlo (de activiteit ‘bouwen’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a van de Wabo).

Verder worden op twee locaties nabij de gecombineerde 380 kV- en 150 kV-verbinding in Helmond en Geldrop-Mierlo werkzaamheden uitgevoerd voor de aanleg van tijdelijke ondergrondse kabelverbindingen. Daarbij worden onder meer drie horizontaal gestuurde boringen uitgevoerd, een werkterrein ingericht, in-en uittredepunten gerealiseerd en tijdelijke hekwerken geplaatst. De colleges van burgemeester en wethouders van Helmond en Geldrop-Mierlo hebben in verband hiermee de omgevingsvergunningen verleend voor de aanleg van een tijdelijke kabelverbinding (de activiteit ‘het uitvoeren van een werk’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder b van de Wabo) en het uitvoeren van werkzaamheden met kabels en leidingen in openbare gronden (als bedoeld in artikel 2.1 van de Verordening ondergrondse infrastructuur Helmond 2014 respectievelijk artikel 2.1 van de Verordening ondergrondse infrastructuur Geldrop-Mierlo).

Verder worden werkzaamheden verricht aan hoogspanningsmast nummer 20 in het grondwaterbeschermingsgebied Heel in de provincie Limburg. De fundering van deze mast wordt constructief aangepast door middel van het aanbrengen van schroefinjectiepalen tot een diepte van maximaal 13 m beneden maaiveld. Het college van gedeputeerde staten van Limburg heeft ontheffing verleend van het verbod om in een grondwaterbeschermingsgebied buiten een inrichting de grond dieper dan drie meter beneden het maaiveld te roeren (als bedoeld in artikelen 4.2.3 en 4.3.1 van de Omgevingsverordening Limburg 2014).

5. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellante sub 3] en anderen zijn het oneens met de capaciteitsvergroting van de hoogspanningsverbinding. [appellant sub 1] woont aan de [locatie 1] in Mierlo naast hoogspanningsmast nummer 121 en de hoogspanningsverbinding. [appellant sub 2] woont aan de [locatie 2] in Helmond op korte afstand tot hoogspanningsmast nummer 118 en de hoogspanningsverbinding. [appellante sub 3] exploiteert een pluimveehouderij aan de [locatie 3] in Ospel, gemeente Nederweert. Op het perceel bevinden zich een bedrijfswoning, een voormalige bedrijfswoning en meerdere bedrijfsgebouwen. Deze bebouwing is gelegen in de directe nabijheid van de hoogspanningsverbinding.

Beoordeling beroepen

6. [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellante sub 3] en anderen betogen dat de besluiten van de colleges niet in overeenstemming zijn met een goede ruimtelijke ordening, omdat de capaciteitsvergroting van de hoogspanningsverbinding en de daarmee samenhangende verandering in de magneetveldsterkte zal leiden tot voor hun onaanvaardbare gezondheidsrisico’s. Ook is volgens [appellante sub 3] en anderen te weinig gewicht toegekend aan hun bedrijfsbelangen.

[appellant sub 1] en [appellant sub 2] voeren hierover aan dat door de capaciteitsvergroting hun woningen binnen de magneetveldzone van de hoogspanningsverbinding komen te liggen. Dat is volgens [appellant sub 1] in strijd met wat hem eerder te kennen is gegeven door verschillende overheden, waaronder de gemeente Helmond. Bovendien wordt door de capaciteitsvergroting de splitsing van zijn langgevelboerderij belemmerd, zo betoogt [appellant sub 1]. [appellant sub 2] voert aan dat uit een door hem overgelegde notitie, opgesteld door firma Vincotte, blijkt dat door de capaciteitsvergroting de magneetveldzone nabij zijn woning wel 135 m breed zal zijn. Door het ondergronds brengen van de gecombineerde 380 kV- en 150 kV-verbinding, of het plaatsen van windtrackmasten, kunnen de negatieve effecten van de magneetveldzone evenwel worden voorkomen, zo betoogt [appellant sub 2].

[appellante sub 3] en anderen voeren hierover aan dat onvoldoende rekening is gehouden met hun bestaande situatie, omdat de magneetveldzone van de hoogspanningsverbinding nu al ver over hun perceel is gelegen. Zij ervaren overlast doordat voelbaar is dat de metalen delen van de bestaande bebouwing onder stroom staan. Omdat de stroomsterkte zal toenemen, overtuigt het [appellante sub 3] en anderen niet dat met toepassing van klokgetaloptimalisatie de magneetveldzone aan weerszijden van de hoogspanningsverbinding in de nieuwe situatie kleiner of gelijk blijven dan in de bestaande situatie. [appellante sub 3] en anderen voeren aan dat onvoldoende is onderzocht of als gevolg van de capaciteitsvergroting onevenredige gevolgen voor hun gezondheid, de gezondheid van hun dieren en hun bedrijfsvoering optreden, zoals storingen van computergestuurde systemen in hun bedrijf.

6.1. De Afdeling overweegt dat de gezondheidsrisico’s en de consequenties voor de bedrijfsvoering van de pluimveehouderij waar [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellante sub 3] en anderen voor vrezen een mogelijk gevolg zijn van het verhogen van de transportcapaciteit van de hoogspanningsverbinding door het ophangen van de nieuwe geleiders en de daarmee samenhangende mogelijke verandering van de magneetveldsterkte bij hun woningen en bedrijf. De aanvragen van TenneT en de in antwoord daarop verleende omgevingsvergunningen van de colleges hebben echter geen betrekking op deze werkzaamheden. Deze gaan, zoals eerder gezegd, alleen over onderhoudswerkzaamheden aan de mastlichamen en de mastfunderingen van een aantal bestaande hoogspanningsmasten op de 380 kV-verbinding in de gemeenten Nederweert, Helmond, Geldrop-Mierlo en de provincie Limburg en de aanleg van een tijdelijke kabelverbinding op twee locaties nabij de gecombineerde 380 kV- en 150 kV-verbinding in Helmond en Geldrop-Mierlo. Tennet mocht de activiteiten over het ophangen van de nieuwe geleiders ook buiten de vergunningaanvraag laten omdat deze activiteiten zonder vergunning mogen worden uitgevoerd. Dat heeft de Afdeling al eerder geoordeeld in de uitspraken van 15 juni 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1702, onder overweging 8.1 en de uitspraak van 21 september 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2526, onder overweging 5.1.

6.2. Met betrekking tot de omgevingsvergunningen voor het constructief aanpassen van de bestaande hoogspanningsmasten (de activiteit ‘bouwen’ als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wabo), is ook nog het volgende van belang. Als de colleges een aanvraag voor een dergelijke activiteit ontvangen, dan moeten de colleges het bouwplan toetsen aan artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo. Bij die toetsing geldt het zogenoemde limitatief-imperatief stelsel. Dit wil zeggen dat de colleges moeten beoordelen of zich één of meer van de weigeringsgronden uit artikel 2.10, eerste lid, van de Wabo voordoen. Als dat niet het geval is, moet de gevraagde vergunning worden verleend. De colleges hebben daarbij dus geen ruimte om een eigen belangenafweging te maken. Omdat zich in dit geval geen weigeringsgronden voordoen, moesten de colleges de gevraagde omgevingsvergunningen voor het constructief aanpassen van de bestaande hoogspanningsmasten verlenen.

6.3. Het voorgaande betekent dat de betogen van [appellant sub 1], [appellant sub 2] en [appellante sub 3] en anderen dat bij de door hun bestreden besluiten te weinig gewicht is toegekend aan hun gezondheids- en bedrijfsbelangen vanwege de verandering in de magneetveldsterkte, geen rol kan spelen bij de vraag of de bestreden besluiten van de colleges in overeenstemming zijn met het recht. De betogen kunnen alleen al daarom niet slagen.

Redelijke termijn

7. [appellante sub 3] en anderen hebben de Afdeling op de zitting verzocht om een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.

7.1. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit één rechterlijke instantie bestaat zonder voorafgaande bezwaarprocedure, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste twee jaar redelijk. De termijn begint op het moment van ontvangst van het beroepschrift door de Afdeling.

7.2. De Afdeling heeft het beroepschrift van [appellante sub 3] en anderen ontvangen op 2 juni 2023. De redelijke termijn is in deze procedure dus met ongeveer 7 maanden overschreden.

7.3. De Afdeling hanteert een forfaitaire vergoeding van € 500,00 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Daarmee wordt de schadevergoeding vastgesteld op € 1.000,00. Daarbij wordt opgemerkt dat [appellante sub 3] samen met haar vennoten [vennoot 1] en [vennoot 2] procedeert, waarin de Afdeling in dit geval aanleiding ziet om het bedrag te matigen. Dat betekent dat aan deze drie partijen in totaal een bedrag van € 1.000 wordt toegekend. Deze matiging acht de Afdeling redelijk vanwege de matigende invloed die het samen deelnemen als partij in het voorliggende geval heeft gehad op de mate van stress, ongemak en onzekerheid die zij hebben ondervonden door de te lang durende procedure.

Conclusie

8. De beroepen zijn ongegrond.

9. De colleges van Limburg, Helmond, Nederweert en Geldrop-Mierlo hoeven geen proceskosten te vergoeden. De Staat moet de proceskosten voor het verzoek om schadevergoeding vergoeden. Daarvoor wordt een wegingsfactor ‘licht’ (0,5) toegepast.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen ongegrond;

II. wijst het verzoek om schadevergoeding toe;

III. veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan [appellante sub 3] en haar vennoten [vennoot 1] en [vennoot 2] een schadevergoeding te betalen van € 1.000,00 te voldoen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen de Staat aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

IV. veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij [appellante sub 3] en haar vennoten [vennoot 1] en [vennoot 2] in verband met de behandeling van het verzoek opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 453,50, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen de Staat aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.T. Schipper, griffier.

w.g. Van Gastel

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schipper

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025

1075

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T.T. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?