ECLI:NL:RVS:2025:5965

ECLI:NL:RVS:2025:5965, Raad van State, 10-12-2025, 202405456/1/R3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 202405456/1/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 2 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0005537

Samenvatting

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Kaag en Braassem het bestemmingsplan "Willem van der Veldenweg 33a, Leimuiden" vastgesteld. Bij besluit van 24 juni 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van tien appartementen en bergingen aan de Willem van der Veldenweg nummers 33d tot en met 33r in Leimuiden. Het plan en de omgevingsvergunning maken een herontwikkeling mogelijk van het perceel Willem van der Veldenweg 33a in Leimuiden. De bestaande bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt om plaats te maken voor een gebouw met tien appartementen. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning. [appellant] woont op [locatie] in Leimuiden. Hij kan zich niet verenigen met het plan en de omgevingsvergunning, want hij vindt het appartementengebouw niet passend op deze locatie.

Uitspraak

202405456/1/R3.

Datum uitspraak: 10 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in Leimuiden, gemeente Kaag en Braassem,

appellant,

en

1. de raad van de gemeente Kaag en Braassem,

2. het college van burgemeester en wethouders van Kaag en Braassem,

verweerders.

Procesverloop

Bij besluit van 17 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Willem van der Veldenweg 33a, Leimuiden" vastgesteld.

Bij besluit van 24 juni 2024 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van tien appartementen en bergingen aan de Willem van der Veldenweg nummers 33d tot en met 33r in Leimuiden.

Deze besluiten zijn gecoördineerd voorbereid en bekendgemaakt.

Tegen deze besluiten heeft [appellant] beroep ingesteld.

De raad en het college hebben een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 11 november 2025, waar [appellant], vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], en de raad, vertegenwoordigd door mr. V. Platteeuw en M.N. Meulenbeek, zijn verschenen. Verder is op de zitting PW Bouwgroep B.V., vertegenwoordigd door mr. E.J.H. Plambeck, advocaat in Bodegraven, als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo).

Het ontwerpplan is op 21 december 2023 ter inzage gelegd en de aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 19 april 2022. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Wabo, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2. Het plan en de omgevingsvergunning maken een herontwikkeling mogelijk van het perceel Willem van der Veldenweg 33a in Leimuiden. De bestaande bedrijfsbebouwing zal worden gesloopt om plaats te maken voor een gebouw met tien appartementen. De bestaande bedrijfswoning wordt omgezet naar een burgerwoning.

3. [appellant] woont op [locatie] in Leimuiden. Hij kan zich niet verenigen met het plan en de omgevingsvergunning, want hij vindt het appartementengebouw niet passend op deze locatie.

Toetsingskader bestemmingsplan

4. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Bestaand stads- en dorpsgebied

5. [appellant] betoogt dat de raad er ten onrechte van uitgaat dat de ontwikkeling is voorzien in het bestaand- stads en dorpsgebied zoals bedoeld in de Omgevingsvisie Kaag en Braassem 2024 (hierna: de Omgevingsvisie), die door de raad is vastgesteld op 5 februari 2024. Volgens [appellant] ligt het plangebied niet binnen het bestaand stedelijk gebied dat roze is gearceerd op de provinciale kaart op pagina 104 van de Omgevingsvisie. Weliswaar stelt de raad onder 1.4 van de zienswijzennota dat het ontbreken van de arcering een fout is, maar dat is volgens [appellant] te gemakkelijk. Anders dan de raad stelt voldoet het plangebied ook niet aan de definitie van bestaand stedelijk gebied als bedoeld in het besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro), want de gronden worden in de huidige situatie gebruikt door een bouwbedrijf en niet voor wonen, dienstverlening, detailhandel of horeca.

5.1. De Afdeling overweegt dat op pagina 45 van de Omgevingsvisie staat dat nieuwbouw bij voorkeur gebeurt binnen het bestaand stads- en dorpsgebied. Weliswaar valt het plangebied buiten de contour van het bestaand stads- en dorpsgebied van de op pagina 104 van de Omgevingsvisie opgenomen kaart, maar zoals de raad heeft toegelicht en ook staat vermeld op pagina 45 van de Omgevingsvisie, is die contour indicatief. De definitie van bestaand stedelijk gebied van de provincie Zuid-Holland is leidend en daaronder wordt verstaan: "een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur."

De Afdeling stelt vast dat de definitie van de provincie overeenkomt met de definitiebepaling in artikel 1.1.1, onder h, van het Bro. In haar overzichtsuitspraak van 28 juni 2017 (ECLI:NL:RVS:2017:1724) heeft de Afdeling overwogen:

"10.1 De beantwoording van de vraag of een plangebied als een bestaand stedelijk gebied in de zin van artikel 3.1.6, tweede lid, van het Bro in samenhang met artikel 1.1.1, eerste lid, onder h, van het Bro, kan worden aangemerkt, hangt volgens de Nota van toelichting (2017) af van de omstandigheden van het geval, de specifieke ligging, de feitelijke situatie, het bestemmingsplan en de aard van de omgeving.

Bij de beantwoording van deze vraag dient volgens de jurisprudentie van de Afdeling te worden beoordeeld of het voorgaande bestemmingsplan binnen het gebied reeds een stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca mogelijk maakt, of het gebied op grond van het voorgaande plan kan worden beschouwd als bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur (…)."

5.2. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad het plangebied terecht aangemerkt als een bestaand stedelijk gebied. Anders dan [appellant] meent is niet alleen het huidige gebruik van de gronden relevant, maar is van belang of het plangebied kan worden beschouwd als een bij een bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing behorend geheel van openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur. De raad vindt terecht dat dit bij het plangebied het geval is. Volgens de raad is sprake van een herkenbare en samenhangende structuur van de omgeving, waar het plangebied onderdeel van uitmaakt. Daarbij heeft de raad terecht gekeken naar de eerder aan de gronden toegekende bestemming "Bedrijf" en naar de ligging van het plangebied tussen gronden met een woonbestemming, in de lintbebouwing van de Willem van der Veldenweg die aansluit op de kern van Leimuiden. De bestaande woonpercelen in de lintbebouwing vormen een duidelijke ruimtelijke eenheid. Weliswaar is de locatie van het bouwplan achter deze bestaande woningen gesitueerd, maar de raad heeft toegelicht dat de nieuwe woningen via een bestaande ontsluiting zijn verbonden met het openbaar gebied. Het voorgaande betekent dat de Omgevingsvisie in zoverre aan de beoogde ontwikkeling op deze locatie niet in de weg staat.

Het betoog slaagt niet.

Ontwikkeling past niet in de landelijke omgeving

6. [appellant] betoogt dat het plan niet past in de landelijke omgeving, want het gebouw wordt te hoog en te groot. Door de grootte en positie van de bebouwing wordt een stedelijk gebied gecreëerd.

6.1. De Afdeling ziet in het betoog van [appellant] geen aanknopingspunten voor het oordeel dat de raad zich niet op het standpunt mocht stellen dat het beoogde appartementencomplex ruimtelijk aanvaardbaar is. De raad heeft toegelicht dat het toekennen van een woonbestemming aan de gronden niet leidt tot een aantasting van het agrarisch gebied, of uitbreiding van het bebouwd areaal in het buitengebied. Het nieuwe gebouw wordt gerealiseerd op gronden die voorheen een bedrijfsbestemming hadden en waarop tot een hoogte van 6 m mocht worden gebouwd. De maximale bouwhoogte van het nieuwe gebouw is 9 m, en deze hoogte sluit aan op de hoogtemaatvoering van de bestaande woningen in het lint.

Het betoog slaagt niet.

Open landschap

7. [appellant] betoogt dat het plan zorgt voor een onaanvaardbare aantasting van zichtlijnen, terwijl in de Omgevingsvisie staat dat de raad het behoud van het open landschap belangrijk vindt.

7.1. De raad stelt zich op het standpunt dat geen sprake is van een verslechtering van de ruimtelijke kwaliteit, want de doorzichten naar het polderlandschap zijn in de huidige situatie al beperkt. Weliswaar wordt het appartementencomplex hoger en groter dan de huidige bedrijfsloods, maar bezien vanaf de Willem van der Veldenweg gaat het qua zichtlijnen om een kleine wijziging. Vanaf de straatkant ziet men nu de bedrijfsloods en in de beoogde situatie zal dat de zijgevel van het appartementencomplex zijn. Ook ontneemt de bestaande lintbebouwing aan deze zijde van de weg al grotendeels de mogelijkheid op doorzichten naar het open landschap. Vanaf de Molenkade bezien wordt het zicht op het polderlandschap al gedeeltelijk ontnomen door de bestaande bedrijfsloods met bijbehorende mogelijkheid voor opslag. In wat [appellant] heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen reden om aan dit standpunt van de raad te twijfelen.

Het betoog slaagt niet.

Bezonningsstudie

8. [appellant] betoogt dat de raad ten onrechte geen bezonningsstudie heeft gedaan, terwijl het plan zorgt voor onevenredige schaduwwerking op de percelen rechts naast het plangebied.

8.1. Artikel 8:69a van de Awb luidt: "De bestuursrechter vernietigt een besluit niet op de grond dat het in strijd is met een geschreven of ongeschreven rechtsregel of een algemeen rechtsbeginsel, indien deze regel of dit beginsel kennelijk niet strekt tot bescherming van de belangen van degene die zich daarop beroept."

Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de Wet aanpassing bestuursprocesrecht (Kamerstukken II, 2009/10, 32 450, nr. 3, blz. 18-20) blijkt dat de wetgever met artikel 8:69a van de Awb de eis heeft willen stellen dat er een verband is tussen een beroepsgrond en het belang waarin de appellant door het bestreden besluit dreigt te worden geschaad. De bestuursrechter mag een besluit niet vernietigen wegens schending van een rechtsregel die kennelijk niet strekt tot bescherming van het belang van degene die in beroep komt.

8.2. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar overzichtsuitspraak over het relativiteitsvereiste, ligt in artikel 8:69a van de Awb besloten dat degene die vernietiging van een besluit beoogt, zich in beginsel niet met succes kan beroepen op belangen van anderen (uitspraak van 11 november 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:2706), onder 6.4).

8.3. [appellant] komt met het betoog over de bezonningsstudie op voor de bescherming van het woon- en leefklimaat ter plaatse van de percelen van anderen. Daarmee beroept hij zich op een aspect van de norm van de goede ruimtelijke ordening, als neergelegd in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, die niet ziet op bescherming van zijn belangen. De Afdeling bespreekt de beroepsgrond hierover daarom niet inhoudelijk.

Conclusie en proceskosten

9. Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond.

10. De raad en het college hoeven geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A. ten Veen, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. W. Kemerink op Schiphorst-Hofman, griffier.

w.g. Ten Veen

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kemerink op Schiphorst-Hofman

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025

933

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. W. Kemerink op Schiphorst-Hofman

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?