ECLI:NL:RVS:2025:5971

ECLI:NL:RVS:2025:5971, Raad van State, 10-12-2025, 202400115/1/R3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 202400115/1/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
1 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0024779

Samenvatting

Bij brief van 10 maart 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Katwijk [appellant] medegedeeld dat hem van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een opslagloods ten behoeve van wonen op het perceel aan de [locatie] te Katwijk. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om het gebouw op het perceel aan de [locatie] te Katwijk te mogen gebruiken voor wonen. Dit gebruik wijkt af van wat het bestemmingsplan mogelijk maakt. Omdat niet tijdig op deze aanvraag is beslist, is deze vergunning van rechtswege verleend. Een buurman heeft daartegen bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft het college de vergunning van rechtswege vervolgens herroepen. Het college wil niet afwijken van het bestemmingplan omdat wonen ter plekke in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Daar is [appellant] het niet mee eens en hij heeft beroep bij de rechtbank ingesteld. Dat beroep heeft de rechtbank ongegrond verklaard. Daartegen is [appellant] in hoger beroep gegaan. Daarover gaat deze uitspraak.

Uitspraak

202400115/1/R3.

Datum uitspraak: 10 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Katwijk,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 15 november 2023 in zaak nr. 22/5228 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Katwijk.

Procesverloop

Bij brief van 10 maart 2022 heeft het college [appellant] medegedeeld dat hem van rechtswege een omgevingsvergunning is verleend voor het in strijd met het bestemmingsplan gebruiken van een opslagloods ten behoeve van wonen op het perceel aan de [locatie] te Katwijk.

Bij besluit van 14 juli 2022 heeft het college het door [partij] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de omgevingsvergunning herroepen.

Bij uitspraak van 15 november 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 29 oktober 2025, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door H. Ayoujil, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (hierna: de Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 15 december 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. [appellant] heeft een omgevingsvergunning aangevraagd om het gebouw op het perceel aan de [locatie] te Katwijk te mogen gebruiken voor wonen. Dit gebruik wijkt af van wat het bestemmingsplan mogelijk maakt. Omdat niet tijdig op deze aanvraag is beslist, is deze vergunning van rechtswege verleend. Een buurman heeft daartegen bezwaar gemaakt. In bezwaar heeft het college de vergunning van rechtswege vervolgens herroepen. Het college wil niet afwijken van het bestemmingplan omdat wonen ter plekke in strijd is met de goede ruimtelijke ordening. Daar is [appellant] het niet mee eens en hij heeft beroep bij de rechtbank ingesteld. Dat beroep heeft de rechtbank ongegrond verklaard. Daartegen is [appellant] in hoger beroep gegaan. Daarover gaat deze uitspraak.

Bespreking hoger beroep

3. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat geen inhoudelijke beoordeling van de aanvraag heeft plaatsgevonden. Die heeft wel degelijk plaatsgevonden. Bij beslissing van 15 februari 2022 heeft het college namelijk inhoudelijk onderbouwd waarom de aanvraag moet worden geweigerd. De rechtbank is daarom van een onjuist uitgangspunt uitgegaan.

[appellant] komt met dit betoog op tegen de overweging van de rechtbank dat op de door [appellant] gevraagde omgevingsvergunning te laat is beslist zodat deze van rechtswege is verleend. Dat betekent volgens de rechtbank dat deze vergunning is verleend zonder dat het college deze aanvraag inhoudelijk heeft beoordeeld.

Deze overweging is naar het oordeel van de Afdeling juist. De rechtbank moest beoordelen een beroep tegen een besluit op bezwaar waarbij een vergunning van rechtswege is herroepen. Karakter van de vergunning van rechtswege is dat die wordt verleend, zonder dat een toetsing heeft plaatsgevonden of de aanvraag voldoet aan de eisen die de wet daaraan stelt. In die zin heeft de rechtbank voor haar beoordeling terecht als uitgangspunt genomen dat de aanvraag niet inhoudelijk is beoordeeld. De door het college op 15 februari 2022 alsnog genomen inhoudelijke beslissing over waarom de aanvraag had moeten worden geweigerd omdat deze niet aan de wettelijke eisen voldoet, is voor de beoordeling door de rechtbank niet van belang. Deze uitlatingen hebben geen rechtskracht omdat op dat moment al een vergunning van rechtswege was ontstaan. De rechtbank heeft dus wel gezien dat er feitelijk een brief was met een standpunt van het college over of de aanvraag aan de eisen van de wet voldeed, maar heeft terecht geoordeeld dat dit inhoudelijk standpunt in die brief voor haar oordeel niet van belang was. De rechtbank is daarom van het juiste uitgangspunt uitgegaan.

Het betoog slaagt niet.

4. [appellant] betoogt ook nog dat in bezwaar de van rechtswege verleende vergunning ten onrechte is herroepen op gronden die de bezwaarmaker niet heeft ingebracht. De bezwaarmaker geeft zelfs expliciet aan geen bezwaar te hebben tegen bewoning van de loods.

Dit betoog heeft [appellant] ook al bij de rechtbank aangevoerd. De rechtbank heeft in rechtsoverweging 4.1, kort gezegd, daarover overwogen dat in bezwaar een volledige heroverweging van het besluit plaatsvindt. Daarbij mag het hele besluit worden bezien en is beperking tot de aangevoerde gronden in bezwaar niet nodig. Ook op andere gronden dan die in bezwaar waren aangevoerd mocht het college, zo overweegt de rechtbank, de van rechtswege verleende vergunning herroepen. De Afdeling sluit zich bij overweging 4.1 aan.

Het betoog slaagt niet.

5. [appellant] betoogt bovendien dat de rechtbank in navolging van het college de aanvraag ten aanzien van de buitenruimte niet juist heeft beoordeeld. Miskend wordt dat het om bestaande bouw en niet om nieuwbouw gaat in het kader van het Bouwbesluit 2012 en dan zijn de eisen voor de buitenruimte anders. Het ontbreken van buitenruimte is daarom ook geen reden de aanvraag af te wijzen. Ook heeft het college onvoldoende rekening gehouden met de belangen van Van Duivenbode en het woningtekort.

De rechtbank heeft overwogen dat het college de vergunning mocht herroepen omdat het in strijd is met een goede ruimtelijke ordening als in de betrokken loods wordt gewoond. Deze loods biedt volgens het college niet de gewenste ruimtelijke kwaliteit om in te wonen. Daarbij is onder meer van belang dat er geen buitenruimte is en er op sommige plekken te weinig gevelopeningen zijn.

De Afdeling overweegt dat het college de vergunning dus heeft herroepen omdat deze niet in overeenstemming is met de goede ruimtelijke ordening. Zoals de rechtbank terecht heeft geoordeeld is dit een andere toets dan die over de vraag of het bouwplan in overeenstemming is met het Bouwbesluit 2012. Ook als het bouwplan overeen zou stemmen met de eisen uit dat Bouwbesluit, mag het college de vergunning herroepen als deze in strijd is met de goede ruimtelijke ordening, waaronder ook een goed woon- en leefklimaat. Daar mag zij bij betrekken in hoeverre het plan buitenruimte heeft. Dus ook als het Bouwbesluit 2012 niet vereist dat er een buitenruimte is, mag het college oordelen dat het bouwplan in strijd is met de goede ruimtelijke ordening omdat er geen buitenruimte is. Dat zijn twee van elkaar te scheiden beslisonderdelen.

Bij de beoordeling of van het bestemmingsplan zal worden afgeweken moet het college de belangen afwegen. [appellant] betoogt dat zijn belangen en de belangen van woningbouw door het college onvoldoende zijn gewogen. De Afdeling volgt de rechtbank in haar oordeel dat het college deze door [appellant] gestelde belangen niet doorslaggevend heeft hoeven achten, tegenover de belangen van de gewenste ruimtelijke kwaliteit die aan gebruik voor wonen mag worden gesteld.

Het betoog slaagt niet.

6. Ten slotte betoogt [appellant] dat sprake is van strijd met het gelijkheidsbeginsel. Hij verwijst in beroep en hoger beroep naar een aantal panden in de buurt waar een transitie naar wonen wel is toegestaan.

Het college heeft gemotiveerd en onderbouwd toegelicht dat deze gevallen niet gelijk zijn, gelet op de ligging, het soort bebouwing en de betrokken regels van het bestemmingsplan. Dat is door [appellant] verder niet betwist. Daarmee heeft het college overtuigend toegelicht waarom dit geen gelijk gevallen zijn. De feiten en/of de planregels verschillen namelijk met die van [appellant]. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel slaagt daarom niet.

Conclusie

7. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.

8. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van J.M. Rijsdijk, griffier.

w.g. Van Gastel

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?