ECLI:NL:RVS:2025:5994

ECLI:NL:RVS:2025:5994, Raad van State, 10-12-2025, 202305711/1/R4

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 10-12-2025
Datum publicatie 10-12-2025
Zaaknummer 202305711/1/R4
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig
Jurisprudentie Netwerk (LiDo)
Aangehaald door 1 zaken
6 wettelijke verwijzingen

Aangehaald door

Wettelijke verwijzingen

BWBR0003245 BWBR0020445 BWBR0031722 BWBR0037885 BWBR0043247 BWBR0043660

Samenvatting

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft de minister van Infrastructuur en Waterstaat aan [appellant] een aanbod als bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit geluidhinder gedaan voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan haar woning aan de [locatie] in Stroe. Bij besluit van 8 februari 2022 heeft de minister het saneringsplan Oost-Nederland 3 vastgesteld en de geluidsproductieplafonds op de referentiepunten langs een aantal rijkswegen verlaagd. In bijlage 3 bij dit besluit is de woning van [appellant] als saneringsobject vermeld. Omdat de geluidbelasting bij deze woning na het treffen van de maatregelen in het saneringsplan hoger is dan de streefwaarde van 60 dB, is deze woning in aanmerking genomen voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen en is een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek, als bedoeld in artikel 6.5 van het Besluit geluidhinder, uitgevoerd bij de woning. De resultaten hiervan zijn neergelegd in twee rapporten van Boorsma en C2 Engineers van 2 en 3 november 2022 over fase A en B van het onderzoek.

Uitspraak

202305711/1/R4.

Datum uitspraak: 10 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant A] en [appellant B] (hierna samen en in enkelvoud: [appellant]), beiden wonend in [woonplaats],

appellanten,

en

de minister van Infrastructuur en Waterstaat,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 23 januari 2023 heeft de minister aan [appellant] een aanbod als bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit geluidhinder gedaan voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen aan haar woning aan de [locatie] in Stroe.

Bij besluit van 27 juli 2023 heeft de minister het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gedeeltelijk gegrond verklaard en het aanbod gewijzigd.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De minister heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op de zitting behandeld op 31 oktober 2025, waar [appellant] en de minister, vertegenwoordigd door mr. N.J. Mathura, mr. M.C.W. Vlam en ing. W.J. Kiestra, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet, de Invoeringswet Omgevingswet en de Aanvullingswet geluid Omgevingswet in werking getreden. Voor de beoordeling van het beroep tegen het besluit van 27 juli 2023 is het recht zoals dat gold ten tijde van het nemen van dat besluit bepalend.

Inleiding

2. Bij besluit van 8 februari 2022 heeft de minister het saneringsplan Oost-Nederland 3 vastgesteld en de geluidsproductieplafonds op de referentiepunten langs een aantal rijkswegen verlaagd. In bijlage 3 bij dit besluit is de woning van [appellant] als saneringsobject vermeld. Omdat de geluidbelasting bij deze woning na het treffen van de maatregelen in het saneringsplan hoger is dan de streefwaarde van 60 dB, is deze woning in aanmerking genomen voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen en is een akoestisch en bouwtechnisch onderzoek, als bedoeld in artikel 6.5 van het Besluit geluidhinder, uitgevoerd bij de woning. De resultaten hiervan zijn neergelegd in twee rapporten van Boorsma en C2 Engineers van 2 en 3 november 2022 over fase A en B van het onderzoek. Fase A is het onderzoek naar de geluidbelasting binnen de woning, waaruit blijkt dat in de woning de binnenwaarde van 41 dB wordt overschreden. Fase B is het onderzoek naar de benodigde maatregelen om een binnenwaarde van 38 dB te behalen. Op basis van deze onderzoeken komt de woning in aanmerking voor het aanbrengen van geluidwerende voorzieningen.

Bij het besluit van 23 januari 2023 heeft de minister aan [appellant] een aanbod als bedoeld in artikel 6.8, eerste lid, aanhef en onder a, van het Besluit geluidhinder gedaan voor het aanbrengen van deze geluidwerende voorzieningen.

Bij het besluit op bezwaar van 27 juli 2023 heeft de minister het aanbod gewijzigd in die zin dat woonkamer 2 nu ook in aanmerking komt voor optionele voorzieningen, in de keuken meer optionele voorzieningen worden aangeboden, in de slaapkamers meer dakisolatie wordt aangeboden en de voorzieningen in de slaapkamers 1 en 2 niet langer optioneel zijn. Voor het overige blijven de voorzieningen in slaapkamer 3 niet optioneel en komt woonkamer 1 nog steeds niet in aanmerking voor voorzieningen. Aan dit besluit zijn de herziene rapporten fase A van 25 mei 2023 en fase B van 31 mei 2023 ten grondslag gelegd. Deze rapporten worden hierna aangeduid als Rapport A en Rapport B.

[appellant] is het niet eens met het gewijzigde aanbod, omdat, kort samengevat, de aangeboden voorzieningen de authenticiteit van de woonboerderij aantasten en niet wordt tegemoetgekomen aan de door haar ervaren geluidsoverlast.

Wettelijke context van het aanbod

3. De minister moet op grond van artikel 11.64, eerste lid, van de Wet milieubeheer bij de woning van [appellant] geluidwerende maatregelen treffen, omdat bij de volledige benutting van het gewijzigde geluidproductieplafond, de geluidbelasting van dat saneringsobject hoger is dan de in artikel 11.59, eerste lid, genoemde streefwaarde, en de binnenwaarde wordt overschreden. Die in artikel 11.59, eerste lid, genoemde streefwaarde is in dit geval 60 dB. Op grond van artikel 11.2 geldt in dit geval een binnenwaarde van 41 dB.

Op grond van artikel 11.64, derde lid, moeten de geluidwerende maatregelen de geluidbelasting terugbrengen tot een waarde die ten minste 3 dB onder de binnenwaarde is gelegen. Dat is 38 dB in dit geval.

Op grond van artikel 6.1 van het Besluit geluidhinder is hoofdstuk 6 van dat besluit van toepassing op woningen die in aanmerking worden genomen voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen. Op grond van artikel 6.5 heeft de minister een akoestisch en bouwkundig onderzoek ingesteld, nadat [appellant] daarvoor toestemming had verleend. Omdat de woning op basis van deze onderzoeken in aanmerking komt voor het van overheidswege aanbrengen van geluidwerende voorzieningen, heeft de minister [appellant] op grond van artikel 6.8, eerste lid, een aanbod gedaan met betrekking tot de aan te brengen geluidwerende voorzieningen.

Berekening van het geluid

4. [appellant] is het niet eens met de gemaakte berekeningen van het geluid, omdat die berekeningen niet overeenkomen met de door haar ervaren geluidbelasting. Zij wenst dat er geluidmetingen worden gedaan naar het geluid in haar woning of dat met het aanbod tegemoet wordt gekomen aan haar geluidbeleving. Zij ervaart namelijk vooral geluidsoverlast door de ramen en deuren in woonkamer 2 en niet in de slaapkamers op de eerste verdieping. Zij heeft zelf met een decibelmeter waardes gemeten die haar beleving ondersteunen. Maar het in Rapport A berekende binnenniveau is in de slaapkamers hoger dan in de woonkamers. Daardoor is volgens [appellant] de focus van het aanbod ten onrechte bij het isoleren van het dak in de slaapkamers gelegd.

4.1. In het besluit van 27 juli 2023 heeft de minister toegelicht dat in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 is vastgelegd dat het binnenniveau moet worden bepaald door de geluidbelasting op de gevel te verminderen met de geluidwerendheid van de gevel. Volgens de minister heeft het de voorkeur om de geluidbelasting op de gevel te berekenen, omdat met gestandaardiseerde computermodellen reproduceerbare berekeningen kunnen worden gemaakt, waarbij rekening kan worden gehouden met verschillende factoren. In het bijzonder kan rekening worden gehouden met de hoeveelheid verkeer in de toekomst. Ook de geluidwerendheid van de gevel wordt volgens de minister bij voorkeur berekend, omdat berekeningen per constructieonderdeel kunnen aangeven wat daarvan de geluidswering is en wat het binnenniveau ten gevolge van dat materiaal is. Ook kunnen vervolgens in de berekening losse materialen vervangen worden door andere materialen met een betere geluidwering om te zien wat het effect daarvan is op het binnenniveau. Tot slot kan in de berekeningen rekening worden gehouden met de op grond van het Bouwbesluit vereiste ventilatie van een ruimte.

4.2. Naar het oordeel van de Afdeling heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt dat de minister niet mocht uitgaan van de gemaakte berekeningen van het binnenniveau en dat hij in plaats daarvan geluidmetingen had moeten laten doen. De minister heeft uitgebreid gemotiveerd welke voordelen berekening van het geluid in dit geval heeft boven geluidmetingen. Dat de gemaakte berekeningen niet overeenkomen met de subjectieve beleving van [appellant], betekent niet dat die berekeningen onjuist zijn. De geluidsbeleving van [appellant] geeft geen objectieve waardes voor de geluidwerendheid van de diverse bouwtechnische onderdelen van de gevel en is daarom niet geschikt om als uitgangspunt te nemen voor de beoordeling of geluidwerende voorzieningen nodig zijn en zo ja, welke. Bovendien is de minister wettelijk verplicht tot het treffen van geluidwerende maatregelen, als de binnenwaarde van 41 dB wordt overschreden en moet hij in dat geval geluidwerende maatregelen treffen die de geluidbelasting terugbrengen tot 38 dB of lager. De geluidsbeleving van [appellant] geeft geen concrete waarde en gaat uit van de huidige situatie en niet de geluidproductieplafonds en is ook daarom niet geschikt om als uitgangspunt te nemen voor het aanbod dat is bedoeld om te voldoen aan deze wettelijke verplichting.

Het betoog slaagt niet.

De drie slaapkamers

5. [appellant] is het niet eens met de in de slaapkamers aangeboden dakisolatie door middel van isolatieplaten aan de binnenkant, omdat daardoor de oude sporen van het dak verloren gaan en de slaapkamers binnenruimte verliezen. Volgens haar komt het belangrijkste geluid niet door het rieten dak naar binnen, maar door de ramen en de kieren tussen de gevels en de dakvlakken. Zij stelt dat het isoleren van het dak niet nodig is om onder de binnenwaarde van 41 dB te komen, maar dat dat ook kan worden bereikt door het isoleren van alle ramen, waaronder ook de ronde boerderijraampjes. Volgens haar ligt de focus in het aanbod ten onrechte op het dak en alleen op enkele ramen, terwijl zij liever isolatie van de ramen wil. Het isoleren van de ramen is ook vele malen goedkoper dan het isoleren van het dak, zo brengt [appellant] naar voren.

5.1. Op grond van artikel 11.64, derde lid, van de Wet milieubeheer is de minister verplicht tot het treffen van geluidwerende maatregelen die het binnenniveau terugbrengen tot ten minste 3 dB onder de in dit geval geldende binnenwaarde van 41 dB. Anders dan [appellant] veronderstelt, moet met de aangeboden voorzieningen dus een binnenniveau van 38 dB of lager worden bereikt en is het niet voldoende als het binnenniveau alleen wordt teruggebracht tot onder de binnenwaarde van 41 dB.

5.2. In Rapport A is berekend dat het binnenniveau zonder de aangeboden voorzieningen in slaapkamer 1 uitkomt op 44,6 dB, in slaapkamer 2 op 46,4 dB en in slaapkamer 3 op 47,0 dB. In Rapport B is berekend dat met de aangeboden voorzieningen het binnenniveau in slaapkamer 1 wordt teruggebracht naar 38,5 dB, in slaapkamer 2 naar 38,3 dB en in slaapkamer 3 naar 37,1 dB. De aangeboden voorzieningen bestaan uit het van binnenuit isoleren van de schuine dakvlakken en de zijkant van de dakkapel, het aanbrengen van mechanische ventilatieroosters, het vervangen van het grote raam in slaapkamer 2 en het aanbrengen van een kaderlat met kierdichting bij het grote raam in slaapkamer 3. Volgens de minister zijn al deze voorzieningen noodzakelijk om een binnenniveau van 38 dB of lager te bereiken.

[appellant] heeft niet met concrete gegevens onderbouwd dat een binnenniveau van 38 dB of lager ook kan worden bereikt als het grote oppervlak aan dak niet wordt geïsoleerd, maar de kleine raampjes wel. Aangezien uit Rapport B volgt dat alle aangeboden voorzieningen in de slaapkamers 1 en 2 er nog maar net voor zorgen dat het binnenniveau wordt teruggebracht tot afgerond 38 dB, is dat niet aannemelijk. De minister heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat er geen alternatief mogelijk is voor de aangeboden dakisolatie.

Het betoogt slaagt niet.

Woonkamer 2

6. [appellant] betoogt dat de minister ten onrechte geen geluidwerende voorzieningen heeft aangeboden aan de ramen en de stalen staldeuren in woonkamer 2. Zij ervaart veel geluidoverlast door die ramen en vooral door de stalen staldeuren, omdat staal volgens haar geluid doorgeeft.

6.1. In rapport B is berekend dat het binnenniveau in woonkamer 2 kan worden teruggebracht naar 37,3 dB door het aanbrengen van drie mechanische ventilatieroosters. Het aanbod voor woonkamer 2 is daarom beperkt tot drie mechanische ventilatieroosters. Omdat daarmee al een binnenniveau van lager dan 38 dB wordt bereikt, zijn de door [appellant] gewenste voorzieningen aan de ramen en de staldeuren niet nodig. De minister heeft deze extra voorzieningen dan ook terecht niet aangeboden.

Het betoog slaagt niet.

Acceptatie van het aanbod

7. [appellant] is het er niet mee eens dat het voor haar niet mogelijk is om alleen een deel van de aangeboden geluidwerende voorzieningen te accepteren.

7.1. Zoals hiervoor is overwogen, is de minister wettelijk verplicht tot het treffen van geluidwerende maatregelen als de binnenwaarde van 41 dB wordt overschreden en moet hij in dat geval geluidwerende maatregelen treffen die de geluidbelasting terugbrengen tot 38 dB of lager. In het besluit van 27 juli 2023 staat dat de binnenwaarde van 41 dB in de drie slaapkamers wordt overschreden en deze ruimtes daarom in aanmerking komen voor geluidwerende voorzieningen. Verder staat er dat het binnenniveau in de keuken en in woonkamer 2 gelijk aan of lager dan 41 dB is, maar wel hoger dan 38 dB, zodat ook deze ruimtes in aanmerking komen voor geluidwerende voorzieningen. De voor deze ruimtes aangeboden voorzieningen zijn optioneel. In zijn verweerschrift heeft de minister toegelicht dat [appellant] mag afzien van isolatie van deze ruimtes, zonder dat dat gevolgen heeft voor de overige maatregelen, omdat de binnenwaarde van 41 dB daar niet wordt overschreden. In zoverre is het voor [appellant] mogelijk om een deel van de aangeboden geluidwerende voorzieningen niet te accepteren.

De minister heeft in zijn verweerschrift verder toegelicht dat hij wettelijk verplicht is om de maatregelen aan te bieden die nodig zijn om het binnenniveau in de hele woning onder de waarde van 41 dB te brengen. Volgens hem is het aanbod voor de slaapkamers een volledig pakket aan maatregelen en is niet mogelijk voor [appellant] om alleen een deel van die maatregelen te accepteren. Gezien de wettelijke verplichting voor de minister om geluidwerende maatregelen te treffen als de binnenwaarde van 41 dB wordt overschreden, heeft hij zich terecht op het standpunt gesteld dat de aangeboden voorzieningen in de slaapkamers niet optioneel zijn. Aangezien [appellant] verder niet aannemelijk heeft gemaakt dat de geluidbelasting in die kamers ver genoeg wordt teruggebracht als alleen een deel van de aangeboden voorzieningen wordt getroffen, heeft de minister zich ook terecht op het standpunt gesteld dat het aanbod voor deze kamers één pakket is dat in zijn geheel moet worden geaccepteerd of niet.

Het betoog slaagt niet.

Aantekening in het kadaster

8. [appellant] is het er niet mee eens dat er een aantekening in het kadaster wordt gemaakt als zij het aanbod niet accepteert. Zij vreest dat zij door deze aantekening de woning in de toekomst moeilijker kan verkopen en stelt dat dat onterecht is, omdat de geluidmetingen niet overeenkomen met de door haar ervaren geluidsoverlast.

8.1. Op grond van artikel 11.39 van de Wet milieubeheer, in samenhang met artikel 11.64, vijfde lid, van die wet, vervalt de verplichting van de minister om geluidwerende maatregelen te treffen, als [appellant] het aanbod niet accepteert en moet dat worden ingeschreven in het kadaster. De verplichting tot inschrijving in het kadaster volgt dus rechtstreeks uit de Wet milieubeheer en niet uit het besluit van de minister waar deze procedure over gaat. Het betoog heeft dus geen betrekking op dat besluit en kan daarom niet leiden tot vernietiging daarvan.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

9. Het beroep is ongegrond.

10. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Kors, griffier.

w.g. Gundelach

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kors

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 10 december 2025

687-1142

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.S. Kors

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?