ECLI:NL:RVS:2025:6061

ECLI:NL:RVS:2025:6061, Raad van State, 17-12-2025, BRS.25.001833

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 24-12-2025
Zaaknummer BRS.25.001833
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 5 juni 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

Uitspraak

BRS.25.001833

ECLI:NL:RVS:2025:6061

Datum uitspraak: 17 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) op het hoger beroep van:

[betrokkene],

appellant,

tegen de uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 30 september 2025 in zaak nr. 25/13645 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 5 juni 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om afgifte van een document als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Vw 2000, waaruit rechtmatig verblijf als gemeenschapsonderdaan blijkt, afgewezen.

Bij besluit van 22 juli 2025 heeft de minister het daartegen door appellant gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 30 september 2025 heeft de voorzieningenrechter van de rechtbank het verzoek van appellant om een voorlopige voorziening te treffen, niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door J.S. Roseval, rechtsbijstandverlener in Rotterdam, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de voorzieningenrechter van de rechtbank, als bedoeld in artikel 8:84, eerste lid, van de Awb. Uit artikel 8:104, tweede lid, aanhef en onder d, van de Awb volgt echter dat er geen hoger beroep openstaat tegen een dergelijke uitspraak. Van die bepaling kan alleen worden afgeweken als sprake is van een schending van fundamentele rechtsbeginselen, waardoor appellant geen eerlijk en onafhankelijk proces heeft gehad. Uit wat appellant aanvoert, blijkt niet dat daarvan sprake is.

2. De Afdeling is onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart zich onbevoegd om van het hoger beroep kennis te nemen.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. P.A.M.J. Graat, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Graat

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025

307-1163

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. P.A.M.J. Graat

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?