BRS.25.002439
ECLI:NL:RVS:2025:6096
Datum uitspraak: 16 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht), met toepassing van artikel 8:83, derde lid, van die wet, hangende het hoger beroep van:
[verzoeker A], [verzoeker B] en [verzoeker C],
verzoekers,
tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Arnhem, van 1 december 2025 in zaken nrs. NL25.46728 en NL25.46731 in het geding tussen:
[verzoeker A], [verzoeker B] en [verzoeker C]
en
de minister van Asiel en Migratie.
Procesverloop
Bij besluiten van 24 september 2025 heeft de minister aanvragen van verzoekers om hun een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.
Bij uitspraak van 1 december 2025 heeft de rechtbank de daartegen door verzoekers ingestelde beroepen ongegrond verklaard.
Tegen deze uitspraak hebben verzoekers hoger beroep ingesteld. Ook hebben zij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag heeft de Afdeling op het hoger beroep van verzoeker beslist. Daarom wordt geen voorlopige voorziening getroffen.
2. Het verzoek wordt daarom afgewezen. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. S. van Driesten, griffier.
w.g. Van Gastel
voorzieningenrechter
w.g. Van Driesten
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 16 december 2025
1048