ECLI:NL:RVS:2025:6106

ECLI:NL:RVS:2025:6106, Raad van State, 17-12-2025, 202500976/2/A3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 24-12-2025
Zaaknummer 202500976/2/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Voorlopige voorziening

Samenvatting

Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft de minister van Klimaat en Groene Groei besloten tot openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid. Het FD heeft op grond van de Woo verzocht om gegevens over alle verschillende openstellingsrondes van de SDE, SDE+ en SDE++. Dit zijn subsidieregelingen die tot doel hebben om ondernemers en non-profit organisaties te stimuleren om grootschalig hernieuwbare energie op te wekken en de uitstoot van CO2 te verminderen. Het FD verzocht onder andere om een kopie van één of meerdere datasets van de minister die betrekking hebben op deze aangelegenheid. Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft de minister op dat verzoek beslist. Hierin is aangegeven dat er twee datasets onder het verzoek vallen. Eén dataset bevat de aantallen van projecten in het kader van de SDE, SDE+ en SDE++ die eerst waren beschikt en zijn ingetrokken. De minister heeft besloten deze dataset openbaar te maken. De andere aangetroffen dataset betrof projecten in beheer, en was reeds openbaar gemaakt. De minister heeft hoger beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat hij nog geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank.

Uitspraak

202500976/2/A3.

Datum uitspraak: 17 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht; hierna: de Awb), hangende het hoger beroep van:

de minister van Klimaat en Groene Groei,

verzoeker,

tegen de uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 15 januari 2025 in zaak nr. 24/1484 in het geding tussen:

Het Financieele Dagblad B.V., gevestigd in Amsterdam,

en

de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft de minister besloten tot openbaarmaking van informatie op grond van de Wet open overheid (hierna: de Woo).

Bij besluit van 19 februari 2024 heeft de minister het door het FD daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 15 januari 2025 heeft de rechtbank het door het FD daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 19 februari 2024 vernietigd voor zover het de weigering betreft om gegevens openbaar te maken op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, en artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, van de Woo van gegevens ouder dan vijf jaar, en de minister opgedragen een nieuw besluit op het bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.

Tegen deze uitspraak hebben de minister en het FD hoger beroep ingesteld.

Tevens heeft de minister de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het FD heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 november 2025, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. J. van Essen, vergezeld door ing. J.B. Agterhuis, en het FD, vertegenwoordigd door mr. J.J. van Vegchel, advocaat in Amsterdam, vergezeld door [gemachtigde], zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

Inleiding

2. Het FD heeft op grond van de Woo verzocht om gegevens over alle verschillende openstellingsrondes van de SDE, SDE+ en SDE++. Dit zijn subsidieregelingen die tot doel hebben om ondernemers en non-profit organisaties te stimuleren om grootschalig hernieuwbare energie op te wekken en de uitstoot van CO2 te verminderen. Het FD verzocht onder andere om een kopie van één of meerdere datasets van de minister die betrekking hebben op deze aangelegenheid. Bij besluit van 20 oktober 2023 heeft de minister op dat verzoek beslist. Hierin is aangegeven dat er twee datasets onder het verzoek vallen. Eén dataset bevat de aantallen van projecten in het kader van de SDE, SDE+ en SDE++ die eerst waren beschikt en zijn ingetrokken. De minister heeft besloten deze dataset openbaar te maken. De andere aangetroffen dataset betrof projecten in beheer, en was reeds openbaar gemaakt.

Aangevallen uitspraak

3. De rechtbank heeft overwogen dat het in beroep alleen nog gaat om openbaarmaking van de hoogte van de daadwerkelijk uitgekeerde subsidiebedragen. De minister heeft deze informatie geweigerd omdat sprake is van bedrijfs- en fabricagegegevens die ofwel vertrouwelijk aan de overheid zijn medegedeeld ofwel concurrentiegevoelig zijn. Verder beperkt het beroep zich tot de aangetroffen dataset ten aanzien van projecten die in het kader van de SDE, SDE+ en SDE++ zijn beschikt en vervolgens zijn ingetrokken. De rechtbank volgt het FD in haar standpunt dat de daadwerkelijk uitgekeerde subsidiebedragen door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) zelf worden vastgesteld en daarom niet in vertrouwen aan de overheid zijn medegedeeld. De openbaarmaking van de betreffende informatie mocht daarom niet worden geweigerd op grond van artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo. Wel heeft de minister de betreffende gegevens redelijkerwijs kunnen weigeren op grond van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, van de Woo, omdat de minister voldoende overtuigend heeft gemotiveerd dat de door het FD gevraagde informatie zo concurrentiegevoelig is, dat bescherming daarvan zwaarder moet wegen dan het belang van het FD om de besteding van overheidsgeld beter te kunnen controleren. Dit is anders voor de gegevens die ouder zijn dan vijf jaar. Het Woo-verzoek ziet onder andere op de SDE-regeling die van 2008 tot 2010 was opengesteld en de SDE+regeling die vanaf 2011 geldt. Inmiddels is veel van de betreffende informatie meer dan vijf jaar oud. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de minister in het licht van de verzwaarde motiveringsplicht op grond van artikel 5.3 van de Woo onvoldoende overtuigend gemotiveerd dat alle gevraagde gegevens van alle aanvragers waar het om gaat nog concurrentiegevoelige informatie is. De minister moet daarom een nieuw besluit op bezwaar nemen en daarin nader toelichten dat de bescherming van de gegevens van alle aanvragers over de jaren tot juli 2018 die zij heeft geweigerd omdat het concurrentiegevoelige informatie betreft, nog steeds zwaarder moet wegen dat het belang van openbaarmaking.

Verzoek

4. De minister heeft hoger beroep ingesteld en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen die inhoudt dat hij nog geen gevolg hoeft te geven aan de uitspraak van de rechtbank. Daartoe voert de minister aan dat de rechtbank er in haar uitspraak ten onrechte van uitgaat dat de minister informatie heeft geweigerd. Volgens de minister is de dataset over de intrekking in zijn geheel verstrekt bij het besluit van 20 oktober 2023. Het is daarom niet mogelijk om aan de uitspraak van de rechtbank te voldoen.

Oordeel van de voorzieningenrechter

5. De voorzieningenrechter kan ingevolge artikel 8:86 van de Awb onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak, indien deze van oordeel is dat nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak. Zoals ook op de zitting is besproken, doet deze situatie zich hier niet voor. De voorzieningenrechter zal daarom met een belangenafweging bepalen of vooruitlopend op de beoordeling in de bodemprocedure een voorlopige voorziening moet worden getroffen.

6. De voorzieningenrechter stelt vast dat het Woo-verzoek van het FD niet beperkt is tot datasets, maar ook de mogelijkheid onderkent dat een deel van de gevraagde informatie, waaronder de daadwerkelijk uitgekeerde subsidiebedragen, is neergelegd in andere documenten. Ook stelt de voorzieningenrechter vast dat in het besluit van 19 februari 2024 overwegingen zijn opgenomen ten aanzien van de door de rechtbank beoordeelde weigeringsgronden. De rechtbank ten slotte heeft het geschil beperkt geacht tot de weigering van de openbaarmaking van de hoogte van de daadwerkelijk uitgekeerde subsidiebedragen. De uitspraak van de rechtbank heeft tot gevolg dat de minister een nieuw besluit moet nemen waarin niet de weigeringsgrond uit artikel 5.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Woo mag worden toegepast en een aanvullende motivering is opgenomen van de weigering met toepassing van artikel 5.1, tweede lid, aanhef en onder f, van de Woo voor zover het gegevens betreft die ouder zijn dan vijf jaar. Het is in het belang van een efficiënte en finale geschilbeslechting dat deze aanvullende motivering met toepassing van artikel 6:19 van de Awb, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb, bij de beoordeling van de hoger beroepen kan worden betrokken.

7. De minister moet dus ter uitvoering van de aangevallen uitspraak een nieuw besluit op bezwaar nemen, zoals de rechtbank heeft bepaald. Omdat niet kan worden uitgesloten dat de minister in het nieuwe besluit op bezwaar zal besluiten om de gevraagde informatie die ouder is dan vijf jaar, of een deel daarvan, alsnog openbaar te maken, zal de voorzieningenrechter bepalen dat feitelijke verstrekking achterwege zal blijven tot in hoger beroep is beslist. Daarmee wordt beoogd te voorkomen dat onomkeerbare gevolgen intreden. Van een zwaarder wegend belang bij openbaarmaking voorafgaand aan de beslissing in hoger beroep, is niet gebleken.

8. Gelet hierop ziet de voorzieningenrechter aanleiding de hierna vermelde voorlopige voorziening te treffen.

Proceskosten

9. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bepaalt bij wijze van voorlopige voorziening dat de minister van Klimaat en Groene Groei documenten niet feitelijk openbaar hoeft te maken voordat de Afdeling op de hoger beroepen heeft beslist;

II. wijst het verzoek voor het overige af.

Aldus vastgesteld door mr. J.Th. Drop, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg, griffier.

w.g. Drop

voorzieningenrechter

w.g. Van Deventer-Lustberg

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025

1105

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?