ECLI:NL:RVS:2025:6134

ECLI:NL:RVS:2025:6134, Raad van State, 17-12-2025, 202301961/1/R2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer 202301961/1/R2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad van de gemeente Zundert het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan horecabestemming buitengebied" gewijzigd vastgesteld. Met het paraplubestemmingsplan wil de raad de rechtstreekse mogelijkheid van permanente of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten op gronden met de bestemming "Horeca" in het buitengebied juridisch-planologisch uitsluiten. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert" is volgens de raad een omissie ontstaan, waardoor het gebruik van een tijdelijke opvang of huisvesting van arbeidsmigranten rechtstreeks is toegestaan binnen de bestemming "Horeca". Deze omissie wordt volgens de raad met het parapluplan hersteld door de huisvesting van arbeidsmigranten op die gronden uit te sluiten en slechts onder strikte voorwaarden, door toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, mogelijk te maken op horecalocaties. Wernhoutsburg is eigenaar van de locatie Wernhoutseweg 181-183 in Wernhout, waar het plan mede betrekking op heeft.

Uitspraak

202301961/1/R2.

Datum uitspraak: 17 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Wernhoutsburg B.V., gevestigd in Geertruidenberg, en HUB 101 Vastgoed B.V., gevestigd in Waalwijk,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Zundert,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 31 januari 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan horecabestemming buitengebied" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben Wernhoutsburg en HUB 101 Vastgoed beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld op 19 juni 2025, waar Wernhoutsburg en HUB 101 Vastgoed, vertegenwoordigd door mr. drs. B.F.J. Bollen, advocaat in Tilburg, en de raad, vertegenwoordigd door L. Sekkour en J. Gobbens, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerp van het bestemmingsplan is op 12 juli 2022 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro), zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Intrekking beroep

2. Op de zitting is het beroep, voor zover dat is ingesteld door HUB 101 Vastgoed, ingetrokken.

Inleiding

3. Met het paraplubestemmingsplan wil de raad de rechtstreekse mogelijkheid van permanente of tijdelijke huisvesting van arbeidsmigranten op gronden met de bestemming "Horeca" in het buitengebied juridisch-planologisch uitsluiten. Bij de vaststelling van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert" is volgens de raad een omissie ontstaan, waardoor het gebruik van een tijdelijke opvang of huisvesting van arbeidsmigranten rechtstreeks is toegestaan binnen de bestemming "Horeca". Deze omissie wordt volgens de raad met het parapluplan hersteld door de huisvesting van arbeidsmigranten op die gronden uit te sluiten en slechts onder strikte voorwaarden, door toepassing van een binnenplanse afwijkingsbevoegdheid, mogelijk te maken op horecalocaties.

4. Wernhoutsburg is eigenaar van de locatie Wernhoutseweg 181-183 in Wernhout, waar het plan mede betrekking op heeft. Zij is het niet eens met de vaststelling van het plan, onder meer omdat het plan de tijdelijke huisvestingsmogelijkheden voor arbeidsmigranten op haar perceel beperkt, wat volgens haar in strijd is met onder andere richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt (hierna: de Dienstenrichtlijn).

5. De relevante regelgeving en planregels zijn opgenomen in de bijlage, die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Toetsingskader

6. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Gronden van beroep

Dienstenrichtlijn

7. Wernhoutsburg betoogt dat de gebruiksbeperking die het gevolg is van het parapluplan een met de Dienstenrichtlijn strijdige beperking oplevert, omdat de raad met het feitelijk uitsluiten van de huisvesting van arbeidsmigranten in de bestemming "Horeca" arbeidsmigranten (indirect) discrimineert. Een deugdelijke motivering waarom is afgeweken van de Dienstenrichtlijn ontbreekt.

7.1. De raad stelt zich op het standpunt dat er weliswaar sprake is van een beperking in de planregels, maar dat deze beperking voldoet aan de genoemde voorwaarden in artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn.

-Planregeling

7.2. Ter plaatse van de Wernhoutseweg 181-183 in Wernhout geldt op grond van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert" de bestemming "Horeca".

Uit artikel 13.1, aanhef en onder a en c, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert" volgt dat de voor "Horeca" aangewezen gronden zijn bestemd voor horecabedrijven, niet zijnde vermaak- en wellnessfaciliteiten, en ter plaatse van de aanduiding 'partycentrum' en 'hotel' tevens voor een partycentrum en/of hotel.

Op grond van artikel 1.89 van de planregels wordt onder "Horeca (bedrijf)" verstaan het ‘bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse, bedrijfsmatig bieden van hotel- of groepsaccommodatie (tevens een bed&breakfast of pension), bedrijfsmatig bieden van vermaaks- of wellnessfaciliteiten, of bedrijfsmatig bieden van congres- of vergaderfaciliteiten, een en ander al dan niet in combinatie met elkaar’.

7.3. De planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert". blijven op grond van artikel 2.1 van de planregels van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan horecabestemming buitengebied" onverkort van kracht, met uitzondering van de aanpassingen en toevoegingen die met het paraplubestemmingsplan worden aangebracht.

In artikel 2.2.1 van de planregels van het paraplubestemmingsplan wordt het begrip ‘Tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders’, zoals opgenomen in de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert", gewijzigd in ‘Tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten’. De inhoud van dat begrip wordt gewijzigd in ‘Het huisvesten van werknemers, die al dan niet in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een (agrarisch)bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten’.

Verder worden in artikel 2.2.2 van de planregels van het paraplubestemmingsplan de begrippen ‘Hotel’, ‘Nachtverblijf’ en ‘Pension’ toegevoegd. In de omschrijvingen van ‘Hotel’ en ‘Pension’ is onder meer bepaald: "Het nachtverblijf is geheel of in overwegende mate gericht op recreatief nachtverblijf. Het recreatieve karakter van het nachtverblijf blijkt mede uit de aanwezige voorzieningen, zoals roomservice en dagelijkse schoonmaak. De duur van het nachtverblijf betreft een korte periode, in ieder geval niet langer dan drie aaneengesloten weken binnen een periode van zes maanden."

Daarnaast is in artikel 2.3 van de planregels van het paraplubestemmingsplan opgenomen dat aan de gebruiksregels in artikel 13.5 van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert" een verbodsbepaling wordt toegevoegd voor het gebruik van bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning of bijbehorende bouwwerken voor het (tijdelijk) huisvesten van arbeidsmigranten.

Ten slotte is in artikel 4 van de planregels van het paraplubestemmingsplan opgenomen dat een afwijkingsbevoegdheid wordt toegevoegd in artikel 13.6.2 van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert", op grond waarvan bij omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13.5 om het huisvesten van arbeidsmigranten en/of werknemers toe te staan.

7.4. De planregels bevatten een beperking voor wat er gerealiseerd kan worden in het buitengebied. Daarmee gaat het om een eis, in de vorm van een territoriale beperking, zoals bedoeld in artikel 15, tweede lid, onder a, van de Dienstenrichtlijn. De Afdeling moet daarom de vraag beantwoorden of deze planregeling in strijd met artikel 15, derde lid, van de Dienstenrichtlijn is vastgesteld.

-Toetsingskader Dienstenrichtlijn

7.5. Eisen waarop de Dienstenrichtlijn van toepassing is en die dienstverrichters direct of indirect discrimineren, zijn in strijd met artikel 15, derde lid, aanhef en onder a, van de richtlijn en kunnen niet gerechtvaardigd worden (zie de uitspraak van de Afdeling van 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2834, onder 5).

7.6. Eisen die aan dienstverrichters gesteld worden en die niet op voorhand verboden zijn, moeten in overeenstemming met artikel 15, derde lid, aanhef en onder b en c, van de Dienstenrichtlijn gerechtvaardigd worden. Dit houdt in dat de eisen nodig zijn om een dwingende reden van algemeen belang. Verder moeten zij ten opzichte van dat belang evenredig zijn. Dat laatste houdt in dat de eisen geschikt moeten zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt.

7.7. Artikel 15 van de Dienstenrichtlijn is niet omgezet naar nationaal recht en de termijn voor omzetting is verstreken. Zoals het Hof in zijn arrest van 30 januari 2018, Visser Vastgoed, ECLI:EU:C:2018:44, heeft geoordeeld, heeft artikel 15 echter rechtstreekse werking voor zover het de lidstaten in het eerste lid, tweede volzin, een onvoorwaardelijke en voldoende nauwkeurige verplichting oplegt om hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan te passen om deze in overeenstemming te brengen met de in het derde lid ervan bedoelde voorwaarden. Dat betekent dat rechtstreeks aan die vereisten kan worden getoetst, voor zover dat nodig is in het licht van wat in beroep is aangevoerd.

-Discriminatieverbod jegens dienstverrichters

7.8. De raad stelt dat volgens de rechtspraak van de Afdeling (uitspraak van 15 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1075, onder 8.2) het discriminatieverbod enkel ziet op discriminatie van (bepaalde) dienstverrichters. In het paraplubestemmingsplan worden geen eisen gesteld aan de nationaliteit of vestigingsplaats van de dienstenverrichter. Hierdoor is er geen sprake van strijd met het discriminatieverbod, aldus de raad.

De Afdeling is van oordeel dat de raad zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat de beperking in de planregels niet in strijd is met het discriminatieverbod. In de planregels worden geen eisen gesteld aan de nationaliteit of vestigingsplaats van de dienstenverrichter, zodat deze niet in strijd zijn met artikel 15, derde lid, aanhef en onder a, van de Dienstenrichtlijn.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

-Noodzakelijkheid: is er een dwingende reden van algemeen belang?

7.9. Op grond van artikel 15, derde lid, aanhef en onder b, van de Dienstenrichtlijn moeten eisen gerechtvaardigd zijn om een dwingende reden van algemeen belang. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2834, onder 5.2) kan een goede ruimtelijke ordening een dwingende reden van algemeen belang opleveren, die een planregeling die als een eis in de zin van de Dienstenrichtlijn is aan te merken, kan rechtvaardigen. Het antwoord op de vraag of dat in het voorliggende geval zo is, hangt ervan af of de raad deugdelijk heeft gemotiveerd dat de planregeling nodig is om het beoogde ruimtelijke doel te bereiken.

7.10. De raad stelt dat de beperking noodzakelijk is. De raad wil horecabestemmingen in het buitengebied inzetten om recreatie en toerisme in de gemeente te stimuleren. Het onttrekken van deze horeca voor het grootschalig huisvesten van arbeidsmigranten is hiervoor nadelig. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de raad voldoende gemotiveerd dat de planregeling gerechtvaardigd is met een beroep op de noodzaak tot het behouden van de recreatieve en toeristische doelstellingen, zodat sprake is van een dwingende reden van algemeen belang. Hierom is er geen strijd met artikel 15, derde lid, aanhef en onder b, van de Dienstenrichtlijn.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

-Evenredigheid

7.11. Wernhoutsburg bestrijdt op zichzelf niet dat de planregeling geschikt is om de beoogde doelen te bereiken. De Afdeling begrijpt haar betoog echter zo dat zij aanvoert dat de planregeling verder gaat dan nodig is om die doelen te bereiken, omdat de planregeling volgens haar een onderscheid maakt tussen arbeidsmigranten enerzijds en degenen die dat niet zijn anderzijds. Daardoor wordt volgens haar ten onrechte een onderscheid gemaakt tussen niet-Nederlanders (burgers uit andere EU-lidstaten daaronder begrepen) en Nederlanders.

7.12. De raad stelt dat de beperking evenredig is. Volgens de raad gaat de regeling niet verder dan nodig om de beoogde doelen te bereiken en kan het doel niet met andere, minder beperkende maatregelen kan worden bereikt. Het paraplubestemmingsplan voorziet niet in een totaalverbod van het (grootschalig) vestigen van arbeidsmigranten, omdat huisvesting op grond van de opgenomen afwijkingsbevoegdheid onder voorwaarden nog mogelijk is. Daarnaast is het nog mogelijk om arbeidsmigranten te huisvesten nabij een agrarisch bedrijf. Dit sluit aan bij het doel om het toerisme en de recreatieve functies in het buitengebied te behouden. Het paraplubestemmingsplan is volgens de raad het enige middel om te reguleren dat de huisvesting van arbeidsmigranten op horecalocaties niet langer planologisch mogelijk is, zodat deze locaties behouden kunnen blijven voor recreatie en toerisme.

7.13. De Afdeling overweegt dat binnen de wijzigingen die het parapluplan aanbrengt in het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert", een onderscheid moet worden gemaakt tussen:

(1) de introductie van de nieuwe begrippen, waarmee binnen de bestemming "Horeca" de logiesmogelijkheden in het buitengebied worden beperkt tot recreatief nachtverblijf (artikel 2.2.2 van de planregels van het paraplubestemmingsplan in samenhang met artikel 13.1, aanhef en onder a en c, van de planregels van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert"), en

(2) de nieuwe verbodsbepaling op grond waarvan binnen de bestemming "Horeca" (tijdelijke) huisvesting van arbeidsmigranten in bedrijfsgebouwen of bedrijfswoningen in het buitengebied verboden is, behoudens omgevingsvergunning (artikelen 2.2.1, 2.3 en 4 van de planregels van het paraplubestemmingsplan in onderlinge samenhang bezien).

7.14. Over het eerste deel heeft de raad zich op het standpunt mogen stellen dat het onderscheid tussen niet-recreatief en recreatief nachtverblijf evenredig is. Dit onderscheid dient een goede ruimtelijke ordening en gaat ook niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken. Daarbij betrekt de Afdeling dat er in zoverre geen onderscheid wordt gemaakt tussen arbeidsmigranten enerzijds en degenen die dat niet zijn anderzijds (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2834, onder 10.2 en 10.4). Gelet hierop is artikel 2.2.2 van de planregels van het paraplubestemmingsplan niet in strijd met artikel 15, derde lid, aanhef en onder c van de Dienstenrichtlijn.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

7.15. Over het tweede deel overweegt de Afdeling als volgt. De verbodsbepaling en de binnenplanse afwijkingsbevoegdheid die betrekking hebben op de (tijdelijke) huisvesting van arbeidsmigranten gaan, in samenhang bezien met de definitie van ‘Tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten’, verder dan nodig is voor het behouden van de recreatieve en toeristische doelstellingen. Dit doel kan namelijk ook bereikt worden zonder onderscheid te maken tussen enerzijds arbeidsmigranten en anderzijds andere personen die logies voor niet-toeristisch of kortdurend verblijf willen afnemen. Zoals volgt uit de uitspraak van de Afdeling van 2 augustus 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2834, onder 10.4, worden dergelijke bepalingen als onevenredig beschouwd.

Daarnaast zijn deze planregels indirect discriminerend. De betrokken artikelen zijn gericht op arbeidsmigranten en maken een onderscheid tussen arbeidsmigranten en degenen die dat niet zijn. Weliswaar is de term arbeidsmigrant neutraal geformuleerd en wordt in de definitie van ‘Tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten’ geen onderscheid gemaakt naar nationaliteit, maar deze planregels treffen zoals op de zitting besproken en door de raad niet weersproken in feite hoofdzakelijk mensen met bepaalde nationaliteiten, aangezien arbeidsmigranten in de praktijk hoofdzakelijk uit EU-lidstaten in Midden- en Oost-Europa afkomstig zijn (vergelijk de uitspraak van de Afdeling van 10 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6007), onder 8.17.

Gelet hierop zijn de artikelen 2.2.1, 2.3 en 4 van de planregels van het paraplubestemmingsplan, in onderlinge samenhang bezien, in strijd met artikel 15, derde lid, aanhef en onder c, van de Dienstenrichtlijn.

Het betoog slaagt in zoverre.

Planologische noodzaak van de beperking

8. Wernhoutsburg betoogt dat de planologische noodzaak voor de beperking in het paraplubestemmingsplan ontbreekt, omdat er behoefte is aan de huisvesting van arbeidsmigranten in de gemeente Zundert.

8.1. Uit wat is overwogen onder 7.14 volgt dat de planregeling, wat artikel 2.2.2 van de planregels van het paraplubestemmingsplan betreft, niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

8.2. Uit wat is overwogen onder 7.15 volgt dat de planregeling, wat betreft de artikelen 2.2.1, 2.3 en 4 van de planregels van het paraplubestemmingsplan in onderlinge samenhang bezien, in strijd is met een goede ruimtelijke ordening. Het besluit van 31 januari 2023 verdraagt zich in zoverre niet met artikel 3.1 van de Wro.

Het betoog slaagt in zoverre.

Uitvoerbaarheid en planschade

9. Wernhoutsburg betoogt dat de planschade als gevolg van het plan zodanig hoog zal zijn dat de raad had moeten inzien dat het plan financieel niet uitvoerbaar is. De raad heeft hierbij niet gemotiveerd dat het plan economisch uitvoerbaar is.

9.1. Bij een beroep tegen een bestemmingsplan kan een betoog over de uitvoerbaarheid van dat plan, waaronder de financieel-economische uitvoerbaarheid, alleen leiden tot vernietiging van het bestreden besluit als de raad redelijkerwijs had moeten inzien dat het plan om financieel-economische of andere redenen op voorhand niet uitvoerbaar is. Wernhoutsburg heeft niet onderbouwd dat het plan, voor zover dat in dit beroep stand houdt, zal leiden tot zeer hoge planschadekosten. Ook heeft zij niet aannemelijk gemaakt dat de raad niet in staat is om eventuele tegemoetkomingen in planschade te dragen. Daarom heeft de raad zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat er geen redenen zijn waarom het plan, voor zover dat in dit beroep stand houdt, op voorhand niet uitvoerbaar is. Voor een eventuele tegemoetkoming in planschade voor Wernhoutsburg bestaat een afzonderlijke procedure met eigen rechtsbeschermingsmogelijkheden.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

10. Het beroep is gegrond. Het besluit van de raad van 31 januari 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan horecabestemming buitengebied" moet worden vernietigd, voor zover het de artikelen 2.2.1, 2.3 en 4 van dat paraplubestemmingsplan betreft.

11. De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.

12. De raad moet de proceskosten van Wernhoutsburg vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van Wernhoutsburg B.V. gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zundert van 31 januari 2023 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Paraplubestemmingsplan horecabestemming buitengebied", voor zover het de artikelen 2.2.1, 2.3 en 4 van dat paraplubestemmingsplan betreft;

III. draagt de raad van de gemeente Zundert op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;

IV. veroordeelt de raad van de gemeente Zundert tot vergoeding van bij Wernhoutsburg B.V. in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.814,00,

geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

V. gelast dat de raad van de gemeente Zundert aan Wernhoutsburg B.V. het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 365,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. A.B. Blomberg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.J. Kuipers, griffier.

w.g. Blomberg

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kuipers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025

271-1135

BIJLAGE

Dienstenrichtlijn (Richtlijn 2006/123/EG)

Artikel 15

1. De lidstaten onderzoeken of in hun rechtsstelsel de in lid 2 bedoelde eisen worden gesteld en zien erop toe dat eventueel bestaande eisen verenigbaar zijn met de in lid 3 bedoelde voorwaarden. De lidstaten passen hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen aan om de eisen met die voorwaarden in overeenstemming te brengen.

2. De lidstaten onderzoeken of de toegang tot of de uitoefening van een dienstenactiviteit in hun rechtsstelsel afhankelijk wordt gesteld van de volgende niet-discriminerende eisen:

a) kwantitatieve of territoriale beperkingen, met name in de vorm van beperkingen op basis van de bevolkingsomvang of een geografische minimumafstand tussen de dienstverrichters;

[…].

3. De lidstaten controleren of de in lid 2 bedoelde eisen aan de volgende voorwaarden voldoen:

a) discriminatieverbod: de eisen maken geen direct of indirect onderscheid naar nationaliteit of, voor vennootschappen, de plaats van hun statutaire zetel;

b) noodzakelijkheid: de eisen zijn gerechtvaardigd om een dwingende reden van algemeen belang;

c) evenredigheid: de eisen moeten geschikt zijn om het nagestreefde doel te bereiken; zij gaan niet verder dan nodig is om dat doel te bereiken en dat doel kan niet met andere, minder beperkende maatregelen worden bereikt.

[…]

Bestemmingsplan ‘Paraplubestemmingsplan horecabestemming buitengebied’

Artikel 1.10 Horeca (bedrijf)

Bedrijfsmatig verstrekken van dranken of etenswaren voor gebruik ter plaatse, bedrijfsmatig bieden van hotel- of groepsaccommodatie (tevens een bed&breakfast of pension), bedrijfsmatig bieden van vermaaks- of wellnessfaciliteiten, of bedrijfsmatig bieden van congres- of vergaderfaciliteiten, een en ander al dan niet in combinatie met elkaar.

Artikel 2.2.1 Aanpassing bestaande begrippen

In de regels van alle in artikel 2 genoemde bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen en afwijkingen wordt voor het plangebied in de begripsbepalingen de volgende wijziging aangebracht:

1. ‘Tijdelijke huisvesting seizoenarbeiders’ wordt als volgt gewijzigd:

Tijdelijke huisvesting arbeidsmigranten

Het huisvesten van werknemers, die al dan niet in een periode van grote arbeidsbehoefte gedurende enkele maanden op een (agrarisch)bedrijf werkzaam zijn om naar de aard kortdurend werk te verrichten.

Artikel 2.2.2 Toevoeging nieuwe begrippen

In de regels van alle in artikel 2 genoemde bestemmingsplannen, uitwerkingsplannen en afwijkingen worden voor het plangebied in de begripsbepalingen de volgende begrippen toegevoegd:

1. Hotel

Overnachtingsgelegenheid met overwegend een- en tweepersoonskamers tegen boeking per nacht, waar reizigers en toeristen kamer en ontbijt, halfpension of volpension kunnen krijgen, en waar vaak extra faciliteiten aanwezig zijn zoals een restaurant, een bar, een lounge, vergaderruimte, fitnessruimte, of een zwembad. Het nachtverblijf is geheel of in overwegende mate gericht op recreatief nachtverblijf. Het recreatieve karakter van het nachtverblijf blijkt mede uit de aanwezige voorzieningen, zoals roomservice en dagelijkse schoonmaak. De duur van het nachtverblijf betreft een korte periode, in ieder geval niet langer dan drie aaneengesloten weken binnen een periode van zes maanden.

2. Nachtverblijf

Het verstrekken van onderdak in een gebouw, bouwwerk of kampeermiddel dat naar aard en inrichting is bedoeld om mensen overnachtingsgelegenheid te bieden, waarbij het kenmerk is dat de betreffende personen het hoofdverblijf elders hebben.

3. Pension

Een horecabedrijf dat gericht is op het verstrekken van nachtverblijf, al dan niet in combinatie met een restaurant. Het nachtverblijf is geheel of in overwegende mate gericht op recreatief nachtverblijf. Het recreatieve karakter van het nachtverblijf blijkt mede uit de aanwezige voorzieningen, zoals roomservice en dagelijkse schoonmaak. De duur van het nachtverblijf betreft een korte periode, in ieder geval niet langer dan drie aaneengesloten weken binnen een periode van zes maanden.

Artikel 2.3 Herziening regels

Aan de gebruiksregels in artikel 13.5 van het bestemmingsplan ‘Buitengebied Zundert’, en alle daaraan gelieerde herzieningen, uitwerkingsplannen en afwijkingen binnen de grens van het plangebied, wordt de volgende verbodsbepaling toegevoegd:

a. het gebruik van bedrijfsgebouwen, bedrijfswoning of bijbehorende bouwwerken voor het (tijdelijk) huisvesten van arbeidsmigranten.

Artikel 4 Algemene afwijkingsregels

Aan artikel 13.6 van het bestemmingsplan "Buitengebied Zundert", en alle daaraan gelieerde herzieningen, uitwerkingsplannen en afwijkingen binnen de grens van het plangebied, wordt de volgende afwijkingsbevoegdheid toegevoegd:

Artikel 13.6.2 Afwijken ten behoeve van de huisvesting van arbeidsmigranten

Bij een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 13.5.1 en de huisvesting van arbeidsmigranten en/of werknemers worden toegestaan, mits aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

[…]

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?