ECLI:NL:RVS:2025:6190

ECLI:NL:RVS:2025:6190, Raad van State, 17-12-2025, 202201298/2/R3

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 17-12-2025
Datum publicatie 17-12-2025
Zaaknummer 202201298/2/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij tussenuitspraak van 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3399, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 22 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stepelerveld, fase 1, partiële herziening Uitbreiding Uzin Utz" te herstellen. Bij besluit van 20 december 2023 heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.4 overwogen dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke gevolgen van het plan met betrekking tot de aspecten geluid en externe veiligheid. Zonder nadere motivering is niet op voorhand aannemelijk dat een poedertoren met een maximale bouwhoogte van 42 m en een maximaal oppervlak van 1.000 m2, zoals in het op 22 december 2021 vastgestelde bestemmingsplan was mogelijk gemaakt, geen invloed heeft op de aspecten geluid en externe veiligheid ten opzichte van de voorheen bestemde situatie.

Uitspraak

202201298/2/R3.

Datum uitspraak: 17 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

Het landbouwbedrijf van de Stille Maatschap tussen [appellant A], [appellant B] en [appellant C], gevestigd te Haaksbergen, en anderen, wonend te Haaksbergen (hierna tezamen en in enkelvoud: [appellant]),

appellanten,

en

de raad van de gemeente Haaksbergen,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 6 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3399, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 16 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 22 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stepelerveld, fase 1, partiële herziening Uitbreiding Uzin Utz" te herstellen.

Bij besluit van 20 december 2023 (hierna: het eerste herstelbesluit) heeft de raad het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [appellant] zijn zienswijze hierover naar voren gebracht.

Uzin Utz Nederland B.V. heeft een nader stuk ingediend.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

Uzin Utz Nederland B.V. heeft nadere stukken ingediend.

Bij besluit van 29 mei 2024 (hierna: het tweede herstelbesluit) heeft de raad het bestemmingsplan opnieuw gewijzigd vastgesteld.

Uzin Utz Nederland B.V. heeft een nader stuk ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [appellant] zijn zienswijze over het tweede herstelbesluit naar voren gebracht.

Uzin Utz Nederland B.V. en de raad hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak vervolgens voor een tweede keer op een zitting behandeld op 6 augustus 2024, waar [appellant B], bijgestaan door mr. C.C. Corsten, advocaat te Utrecht, en de raad, vertegenwoordigd door mr. T.E.P.A. Lam, advocaat te Nijmegen, mr. M. Timmerman en drs. Drs. Ing. C.C.G. Mensink, zijn verschenen. Voorts zijn ter zitting Uzin Utz Nederland B.V., vertegenwoordigd door mr. I.C. Dunhof-Lampe, advocaat te Enschede, ing. J.H.C. Gerfen en ir. D.R.T. Bonnema, als partij gehoord.

De Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (hierna: de STAB) heeft vervolgens op 6 maart 2025 een deskundigenbericht uitgebracht. [appellant] heeft zijn zienswijze daarop naar voren gebracht. De raad en Uzin Utz Nederland B.V. hebben nadere stukken ingediend.

Bij besluit van 16 april 2025 (hierna: het derde herstelbesluit) heeft de raad tenslotte het bestemmingsplan opnieuw gewijzigd vastgesteld.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft [appellant] een zienswijze over het derde herstelbesluit naar voren gebracht.

Uzin Utz Nederland B.V. heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft bepaald dat een nadere onderzoek ter zitting achterwege blijft. Vervolgens heeft de Afdeling het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 17 september 2021 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Tussenuitspraak

2. De Afdeling heeft in de tussenuitspraak onder 5.4 overwogen dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de mogelijke gevolgen van het plan met betrekking tot de aspecten geluid en externe veiligheid. Zonder nadere motivering is niet op voorhand aannemelijk dat een poedertoren met een maximale bouwhoogte van 42 m en een maximaal oppervlak van 1.000 m2, zoals in het op 22 december 2021 vastgestelde bestemmingsplan was mogelijk gemaakt, geen invloed heeft op de aspecten geluid en externe veiligheid ten opzichte van de voorheen bestemde situatie. Daarbij heeft de Afdeling er in de tussenuitspraak op gewezen dat op grond van het vorige bestemmingsplan de bouwhoogte van de poedertoren kon worden verhoogd tot niet meer dan 16 m. Een verdere verhoging tot 42 m betekent in vergelijking met het vorige bestemmingsplan een verticale uitbreidingsmogelijkheid van ongeveer 26 m op een oppervlak van maximaal 1.000 m2.

3. Gelet op wat in de tussenuitspraak is overwogen, is het beroep van [appellant] tegen het besluit van 22 december 2021 gegrond. Dit besluit dient wegens strijd met artikel 3:2 en artikel 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: de Awb) te worden vernietigd.

Opdracht in de tussenuitspraak

4. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opdracht gegeven om met inachtneming van wat is overwogen onder 5.4 en 6 van de tussenuitspraak alsnog onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van het bestreden plan met betrekking tot de aspecten geluid en externe veiligheid.

De herstelbesluiten en het deskundigenbericht van de STAB

5. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad Royal Haskoning DHV gevraagd onderzoek te doen naar de mogelijke gevolgen van het bestemmingsplan voor de aspecten geluid en externe veiligheid. Vervolgens heeft de raad met het eerste herstelbesluit het bestemmingsplan gewijzigd vastgesteld. In het eerste herstelbesluit is ingegaan op de aspecten geluid en externe veiligheid. In dat kader heeft de raad onder meer voorzien in een artikel 3.5 van de planregels waarin een geluidsnorm is opgenomen voor de gehele poedertoren. Zo luidt artikel 3.5, aanhef en lid h, van de planregels van het eerste herstelbesluit: "Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen ten behoeve van:

[…]

h. het gebruik van de poedertoren met meer dan een maximaal gezamenlijk geluidvermogen (LW) van 78 dB(A)."

6. Vervolgens heeft de raad op 29 mei 2024 het tweede herstelbesluit genomen en het bestemmingsplan opnieuw gewijzigd vastgesteld. Daarin heeft de raad toegelicht dat de eerder vastgestelde geluidsnorm van 78 dB(A) voor de gehele poedertoren onjuist is, omdat de geluidsnorm pas van toepassing is vanaf een hoogte van 16 m en hoger. Artikel 3.5, aanhef en lid h, van de planregels is door de raad in het tweede herstelbesluit gewijzigd naar de volgende tekst:

"Onder strijdig gebruik wordt in ieder geval begrepen het gebruiken of laten gebruiken van gronden en opstallen ten behoeve van:

[…]

Onder strijdig gebruik wordt ook begrepen:

h. gebruiken of laten gebruiken van het bovenste deel van de poedertoren met meer dan een maximaal gezamenlijk geluidvermogen (L) van 78 dB(A) in het bovenste deel van de poedertoren. Met het bovenste deel van de poedertoren wordt bedoeld het deel van de poedertoren op een bouwhoogte (zie artikel 2.1.2 van de planregels) van 16 meter en hoger."

Daarnaast heeft de raad ook nader akoestisch onderzoek gedaan naar de geluidsbelasting van het onderste deel van de poedertoren (onder de 16 m). De raad stelt onder verwijzing naar de geluidnotitie "Akoestische aspecten woning Stepelerveldweg 31 bij uitbreiding Uzin Utz" van Royal Haskoning DHV van 22 juli 2024 (hierna: de geluidnotitie van 22 juli 2024) dat een geluidnorm van 56 à 57 dB(A) op 50 m uit de grens van het plangebied leidt tot een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van [appellant]. In zijn nadere stuk van 23 juli 2024 stelt de raad voor om een lid i toe te voegen aan artikel 3.5 van de planregels. Artikel 3.5, lid i, van de planregels zou dan komen te luiden: "Onder strijdig gebruik wordt verstaan:

[…]

i. gebruiken of laten gebruiken van het plangebied van het plan voor activiteiten die een geluidbelastinq van meer dan 56 á 57 dB(A) op 50 meter uit de grens van het plangebied veroorzaken."

7. De STAB heeft in haar deskundigenbericht van 6 maart 2025 na een analyse van de geluidproblematiek, kort samengevat en zakelijk weergegeven, voorgesteld om in de planregels slechts één norm op te nemen die geldt voor de gehele poedertoren. Dat zou bij voorkeur een geluidimmissienorm moeten zijn, bijvoorbeeld op een afstand van 50 m van het plangebied, zoals met artikel 3.5, onder i, van de planregels is voorgesteld. De door de raad in artikel 3.5 onder i voorgestelde norm van 56 à 57 dB(A) etmaalwaarde is volgens de STAB echter te ruim. Als uitgangspunt kan volgens de STAB worden uitgegaan van een normwaarde op de woning van [appellant] die leidt tot een geluidbelasting die 10 dB of meer onder de totale geluidbelasting ligt die voor het gehele bedrijventerrein eerder al planologisch aanvaardbaar is gevonden. Daarbij heeft de STAB voorgesteld de norm uitsluitend betrekking te laten hebben op het geluid van de poedertoren en niet tevens op andere activiteiten die binnen het plangebied kunnen plaatsvinden. De aanvaardbaarheid van het geluid van die activiteiten is ruimtelijk al afgewogen in het bestemmingsplan uit 2015. Bij het stellen van een (passende) geluidimmissienorm, kan de geluidemissienorm in artikel 3.5, onder h, van de planregels komen te vervallen. De STAB heeft voorts opgemerkt dat haar verslag in concept naar partijen is gestuurd. Uit de reacties van partijen op het conceptverslag heeft de STAB afgeleid dat zij zich kunnen vinden in de voorstellen van de STAB. In het verslag staat ook dat de raad voornemens was om opnieuw een herstelbesluit te nemen.

8. Naar aanleiding van het deskundigenbericht van de STAB en na het inwinnen van nader akoestisch advies door Van der Boom en Royal Haskoning DHV heeft de raad op 16 april 2025 het derde herstelbesluit genomen en het bestemmingsplan opnieuw gewijzigd vastgesteld. Daarin heeft de raad artikel 3.5, aanhef en lid h, van de planregels opnieuw gewijzigd vastgesteld. De tekst luidt aldus:

Onder strijdig gebruik wordt ook begrepen:

h. gebruiken of laten gebruiken van de poedertoren in het plangebied van dit plan voor activiteiten die een geluidbelasting van meer dan:

- 43 dB(A) in de dagperiode (07:00-19:00 uur);

- 43 dB(A) inde avondperiode (19:00-23:00 uur);

- 43 dB(A) in de nachtperiode (23:00-07:00 uur),

veroorzaken op 50 meter uit de grens van het plangebied, waarbij geldt dat er op een hoogte van 5 meter boven maaiveld gemeten moet worden."

9. Met deze aldus en uiteindelijk vastgestelde planregel acht de raad een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van [appellant] geborgd.

Beroep van rechtswege

10. Artikel 6:19, eerste lid, van de Awb luidt: "Het bezwaar of beroep heeft van rechtswege mede betrekking op een besluit tot intrekking, wijziging of vervanging van het bestreden besluit, tenzij partijen daarbij onvoldoende belang hebben."

11. De herstelbesluiten zijn ingevolge artikel 6:19, eerste lid, van de Awb onderdeel van dit geding. Het beroep van [appellant] is van rechtswege mede gericht tegen de herstelbesluiten.

12. [appellant] heeft zienswijzen over de drie herstelbesluiten naar voren gebracht. De Afdeling zal hierna eerst aan de hand van de zienswijze van [appellant] over het derde herstelbesluit beoordelen of de raad met dat herstelbesluit heeft voldaan aan de opdracht in de tussenuitspraak en wat de gevolgen hiervan zijn voor alle herstelbesluiten.

Beoordeling derde herstelbesluit

13. [appellant] kan zich niet verenigen met het derde herstelbesluit.

Ten eerste voert [appellant] aan dat de ruimtelijke aanvaardbaarheid van de planregeling onvoldoende is onderzocht. De cumulatieve geluidgevolgen van de bestaande inrichting plus de uitbreiding met de poedertoren moeten volgens haar worden onderzocht en dit is niet gedaan. De raad schuift die beoordeling ten onrechte door naar het spoor van de milieuvergunning.

Daarnaast voert [appellant] aan dat de voorgestelde geluidsnorm niet handhaafbaar is. Het is onmogelijk om op 50 m van het plangebied te meten wat de geluidbelasting van de poedertoren is. De poedertoren is immers een onderdeel van een groter bedrijf. Het is dan ook niet mogelijk om betrouwbare bronmetingen te doen en te beoordelen of de poedertoren al dan niet voldoet aan de geluidnorm in de planregel. Op een afstand van 50 m van het plangebied kan namelijk niet worden vastgesteld welke geluidsbelasting afkomstig is van de poedertoren en welke geluidbelasting van het overige deel van de inrichting(en) afkomstig is.

- Cumulatieve geluidsgevolgen

14. De STAB adviseert kort samengevat in haar deskundigenbericht om de in de planregels op te nemen geluidsnorm uitsluitend betrekking te laten hebben op het geluid van de poedertoren en niet tevens op andere activiteiten die binnen de inrichting, en dus buiten het plangebied, kunnen plaatsvinden. Te zijner tijd zal, in het kader van een aan te vragen omgevingsvergunning voor de uitbreiding van de inrichting met de poedertoren en de andere nieuwe activiteiten, een volledig akoestisch onderzoek nodig zijn, aldus de STAB.

14.1. Niet in geschil is dat de gehele inrichting moet voldoen aan de geluidsnormen. Uit de stukken blijkt dat aan Uzin Utz Nederland B.V. op 23 december 2011 een omgevingsvergunning voor de activiteit milieu is verleend. In deze omgevingsvergunning zijn de volgende geluidsvoorschriften opgenomen voor de in de inrichting aanwezige installaties en toestellen, alsmede door de in de inrichting verrichte werkzaamheden en activiteiten en laad- en losactiviteiten ten behoeve van en in de onmiddellijke nabijheid van de inrichting. Het langtijdgemiddelde beoordelingsniveau voor geluid mag op een afstand van 50 m vanaf de grens van de inrichting niet meer bedragen dan 50 dB(A) in de dagperiode, 45 dB(A) in de avondperiode en 40 dB(A) in de nachtperiode. Voor het maximale geluidsniveau mag het op een afstand van 50 m vanaf de grens van de inrichting niet meer zijn dan 70 dB(A) in de dagperiode, 65 dB(A) in de avondperiode en 60 dB(A) in de nachtperiode.

In beginsel is met de voorgaande geluidsnormen gegeven dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de woning van [appellant].

Om de poedertoren in gebruik te nemen, moet de inrichting worden veranderd. Tussen partijen is niet in geschil dat een nieuwe omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit is vereist. Bij de procedure voor de omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit zal de gehele inrichting inclusief de voorziene poedertoren moeten worden beoordeeld. De omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit staat in deze procedure over het bestemmingsplan niet ter beoordeling. Dit is een zelfstandige - nog te doorlopen - procedure met eigen rechtsbeschermingsmogelijkheden.

Blijkens paragraaf 6.2.4.2 van de plantoelichting en de geluidsonderzoeken van Van der Boom van 13 februari 2025 (bijlage 5 bij de plantoelichting) en Royal Haskoning DHV van 26 februari 2025 (bijlage 6 bij de plantoelichting) is bij een geluidsnorm van 43 dB(A) op 50 m oostelijk van het plangebied op een hoogte van 5 m boven maaiveld sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat bij de woning van [appellant]. Hierbij is uitgegaan van de strengst mogelijke geluidnorm voor woningen van 40 dB(A) etmaalwaarde, dit staat voor 40 dB(A) in de dagperiode, 35 dB(A) in de avondperiode en 30 dB(A) in de nachtperiode. Als de geluiduitstraling van de uitbreiding van de poedertoren 10 dB(A) lager is dan de strengste norm wordt het geluid van de uitbreiding van de voorziene poedertoren verwaarloosbaar geacht. Daarmee resteert voor de uitbreiding slechts een geluidbijdrage van 30 dB(A) etmaalwaarde ofwel 30 dB(A) in de dagperiode, 25 dB(A) in de avondperiode en 20 dB(A) in de nachtperiode.

In het geluidsonderzoek van Van der Boom van 13 februari 2025 staat dat de voorziene poedertoren in een representatieve bedrijfssituatie geluidimmissies bij de woning van [appellant], die op een afstand van ongeveer 200 m is gesitueerd, veroorzaakt van 26 dB(A) in de dagperiode en 27 dB(A) in de avond- en de nachtperiode. Op 50 m van het plangebied zijn deze geluidimmissies 38 dB(A) in de dagperiode en 40 dB(A) in de avond- en de nachtperiode. Het verschil tussen de berekende 27 dB(A) op de gevel en 30 dB(A) is 3 dB(A). Als op het 50 m punt een geluidimmissie optreedt van 40 dB(A) vermeerderd met 3 dB(A) oftewel 43 dB(A), dan is de geluidimmissie op de woning 30 dB(A). Deze geluidsnorm van 43 dB(A) is daarom opgenomen in artikel 3.5, aanhef en lid h, van de planregels.

Gelet op het vorenstaande acht de Afdeling het aannemelijk dat de geluidsbelasting van het gehele bedrijf inclusief de voorziene poedertoren niet zal leiden tot een overschrijding van de geluidsnormen. De stukken geven ook geen aanleiding voor een oordeel dat de totale milieubelastende activiteit vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening een te hoge geluidbelasting zal hebben. Bovendien zal de inrichting een nieuwe omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit moeten aanvragen waarin opnieuw de geluidssituatie zal worden beoordeeld. Daarbij zouden eventueel aan deze nieuwe omgevingsvergunning voor de milieubelastende activiteit ook nieuwe geluidsvoorschriften kunnen worden verbonden.

14.2. Het betoog slaagt niet.

- Handhaafbaarheid

15. De Afdeling overweegt ambtshalve dat in de brief van de Afdeling van 6 november 2024, waarbij partijen zijn geïnformeerd over het verzoek aan de STAB een deskundigenbericht uit te brengen, is vermeld dat het belangrijk is dat de deskundige bij de start van het onderzoek een volledig overzicht heeft van de gronden van het (hoger) beroep. Daarom konden partijen na drie weken na dagtekening van deze brief van 6 november 2024 in ieder geval geen nieuwe gronden meer indienen, zoals ook in de brief is vermeld.

15.1. De Afdeling stelt vast dat [appellant] niet binnen drie weken na 6 november 2024 de handhaafbaarheid van de voor de poedertoren toe te passen geluidsnorm heeft betwist. Dat was evenmin het geval ten tijde van het onderzoek van de STAB. Ook in haar zienswijze op het concept verslag van de STAB van 10 februari 2025 vormde de handhaafbaarheid geen onderwerp van discussie. De, naar [appellant] stelt, onmogelijke handhaafbaarheid van de norm heeft zij eerst later opgeworpen, in haar zienswijze van 10 april 2025 op het definitieve verslag van de STAB. Pas in die zienswijze heeft [appellant] betoogd dat de door de STAB voorgestelde geluidnorm, waarvan de raad voornemens was om deze vast te stellen als gewijzigde planregel, niet handhaafbaar is.

15.2. De Afdeling is van oordeel dat het aldus in een zodanig laat stadium opwerpen van de beroepsgrond in strijd is met de goede procesorde. (vergelijk onder 10.4 van de uitspraak van de Afdeling van 29 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1814).

Conclusie beoordeling derde herstelbesluit

16. Gelet op het vorenstaande is het beroep tegen het derde herstelbesluit ongegrond.

De beroepen tegen het eerste en tweede herstelbesluit

17. Het eerste herstelbesluit van 20 december 2023 en het tweede herstelbesluit van 29 mei 2024 zijn bij het derde herstelbesluit van 16 april 2025 vervangen. Omdat het beroep tegen het derde herstelbesluit ongegrond is en dit derde herstelbesluit het eerste en tweede herstelbesluit vervangt, leidt dit ertoe dat het eerste en tweede herstelbesluit geen betekenis meer hebben. Onder deze omstandigheden en nu ook overigens niet is gebleken van enig belang, ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat [appellant] geen belang meer heeft bij een inhoudelijke bespreking van haar beroep tegen het eerste en het tweede herstelbesluit. In verband hiermee zijn de beroepen van [appellant] tegen het eerste herstelbesluit van 20 december 2023 en het tweede herstelbesluit van 29 mei 2024 niet-ontvankelijk.

Slotconclusie

18. De slotconclusie luidt dat de beoogde poedertoren planologisch gezien is toegestaan.

19. De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.

Proceskosten

20. De Afdeling ziet aanleiding de raad op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te veroordelen, nu de raad met de herstelbesluiten gedeeltelijk is tegemoetgekomen aan het beroep van [appellant] tegen het oorspronkelijke besluit.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen tegen het besluit van de raad van de gemeente Haaksbergen van 22 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stepelerveld, fase 1, partiële herziening Uitbreiding Uzin Utz" gegrond;

II. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Haaksbergen van 22 december 2021 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Stepelerveld, fase 1, partiële herziening Uitbreiding Uzin Utz";

III. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Haaksbergen van 20 december 2023 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Stepelerveld, fase 1, partiële herziening Uitbreiding Uzin Utz" niet-ontvankelijk;

IV. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Haaksbergen van 29 mei 2024 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Stepelerveld, fase 1, partiële herziening Uitbreiding Uzin Utz" niet-ontvankelijk;

V. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Haaksbergen van 16 april 2025 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Stepelerveld, fase 1, partiële herziening Uitbreiding Uzin Utz" ongegrond;

VI. draagt de raad van de gemeente Haaksbergen op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat de hiervoor vermelde onderdeel II wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;

VII. veroordeelt de raad van de gemeente Haaksbergen tot vergoeding van bij het landbouwbedrijf van de Stille Maatschap tussen [appellant A], [appellant B] en [appellant C] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 4.994,80, waarvan € 4.535,00 toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VIII. gelast dat de raad van de gemeente Haaksbergen aan het landbouwbedrijf van de Stille Maatschap tussen [appellant A], [appellant B] en [appellant C] het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 184,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S.M.W. van Ewijk, griffier.

w.g. Minderhoudlid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Ewijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 17 december 2025

867

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S.M.W. van Ewijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?