ECLI:NL:RVS:2025:6209

ECLI:NL:RVS:2025:6209, Raad van State, 19-12-2025, 202303533/1/V2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 19-12-2025
Datum publicatie 24-12-2025
Zaaknummer 202303533/1/V2
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen. Bij uitspraak van 30 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. T. Bruinsma, advocaat in Lemmer, hoger beroep ingesteld.

Uitspraak

202303533/1/V2.

Datum uitspraak: 19 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 30 mei 2023 in zaak nr. NL23.10935 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 6 april 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij uitspraak van 30 mei 2023 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. T. Bruinsma, advocaat in Lemmer, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. In de vierde grief klaagt appellant terecht over het oordeel van de rechtbank dat de minister niet ten onrechte geen aanleiding heeft gezien om zijn Griekse asieldossier te betrekken bij de beoordeling van de asielaanvraag en geen nader onderzoek hoefde te verrichten naar de eerdere toekenning van de vluchtelingenstatus door de Griekse autoriteiten. In de uitspraak van 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2865, over het arrest van het Hof van Justitie van 18 juni 2024, QY, ECLI:EU:C:2024:524, heeft de Afdeling onder 7 tot en met 7.3 uiteengezet hoe de minister moet omgaan met asielaanvragen van personen die in Griekenland internationale bescherming hebben gekregen, maar niet naar Griekenland kunnen terugkeren. Hoewel uit de uitspraak van 2 juli 2025 volgt dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de minister niet gebonden is aan de door Griekenland verleende vluchtelingenstatus en de asielaanvraag van appellant inhoudelijk mocht behandelen, volgt daaruit dat de minister wel contact had moeten opnemen met de Griekse autoriteiten voordat zij een besluit nam op zijn asielaanvraag. Dat is ten onrechte niet gebeurd, zodat de rechtbank achteraf bezien ten onrechte het besluit niet heeft vernietigd. De grief slaagt.

2. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Het is niet nodig wat appellant verder heeft aangevoerd te bespreken. Het beroep is gegrond en de Afdeling vernietigt het besluit van 6 april 2023. De minister moet een nieuw besluit op de aanvraag nemen met inachtneming van deze uitspraak. Dit betekent dat de minister bij de Griekse autoriteiten moet navragen op grond waarvan zij appellant de vluchtelingenstatus hebben toegekend en dat bij haar beoordeling moet betrekken. Vervolgens moet de minister de Griekse autoriteiten meedelen wat de uitkomst is van haar beoordeling of appellant vluchteling is als bedoeld in artikel 2, aanhef en onder d, van de Kwalificatierichtlijn. Het is vervolgens aan de Griekse autoriteiten om te bepalen of zij de aan appellant toegekende vluchtelingenstatus intrekken op grond van artikel 14 van de Kwalificatierichtlijn. De vraag of de door Griekenland toegekende vluchtelingenstatus in de weg staat aan het nemen van een terugkeerbesluit, ligt daarom nu niet voor.

3. De minister moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, van 30 mei 2023 in zaak nr. NL23.10935;

III. verklaart het beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van 6 april 2023, V-[...];

V. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij appellant in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.721,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. C.M. Wissels, voorzitter, en mr. J.J.W.P. van Gastel en mr. M. den Heyer, leden, in tegenwoordigheid van mr. E.L. Iedema, griffier.

w.g. Wissels

voorzitter

w.g. Iedema

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 19 december 2025

915

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. C.M. Wissels
  • mr. J.J.W.P. van Gastel
  • mr. M. den Heyer

Griffier

  • mr. E.L. Iedema

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?