202505346/2/A2.
Datum uitspraak: 24 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State op een verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) in het geding tussen:
[verzoeker], wonend in [woonplaats],
verzoeker,
en
het college van beroep voor de examens van de Technische Universiteit Eindhoven (hierna: het CBE),
verweerder.
Procesverloop
[verzoeker] heeft de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen hangende het beroep tegen de beslissing van het CBE van 8 september 2025.
Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek ter zitting behandeld op 27 november 2025, waar [verzoeker] en het CBE, vertegenwoordigd door mr. L.L.M. Prinsen, mr. A.D. van Eggelen en M. Visschers, zijn verschenen.
Overwegingen
1. Bij uitspraak van vandaag, ECLI:NL:RVS:2025:6215, heeft de Afdeling op het beroep beslist. Gelet op die uitspraak dient het verzoek als kennelijk ongegrond te worden afgewezen.
2. Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
wijst het verzoek af.
Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. P.A. de Vink, griffier.
w.g. Willems
voorzieningenrechter
w.g. De Vink
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 december 2025
154-1112