202405217/1/V1.
Datum uitspraak: 22 december 2025
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:
de minister van Asiel en Migratie,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 23 juli 2024 in zaak nr. NL23.10591 in het geding tussen:
[de betrokkene]
en
de minister.
Procesverloop
Bij besluit van 3 augustus 2023 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van betrokkene om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, ingewilligd.
Bij uitspraak van 23 juli 2024 heeft de rechtbank het daartegen door betrokkene ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit vernietigd voor zover dat ziet op de ingangsdatum van de verblijfsvergunning, de verblijfsvergunning verleend met ingang van 7 augustus 2022 en bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het besluit.
Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.
Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. M.A. Krikke, advocaat in Bussum, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
Overwegingen
1. De minister heeft de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd verleend per 6 oktober 2022. Zij heeft die ingangsdatum gebaseerd op de ontvangstdatum van het formulier model M35-H. Betrokkene heeft in beroep betoogd dat de dag waarop hij een loopbrief heeft ontvangen de ingangsdatum bepaalt. Dat was op 7 augustus 2022.
2. De rechtbank heeft geoordeeld dat de minister de asielvergunning met ingang van 7 augustus 2022 had moeten verlenen. Zij heeft overwogen dat, in het licht van de uitspraken van de Afdeling van 21 september 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3569, en 28 juni 2018, ECLI:NL:RVS:2018:2098, artikel 6 van de Procedurerichtlijn hetzelfde kan worden uitgelegd als artikel 20, tweede lid, van de Dublinverordening en dat met de loopbrief als ‘rapport’ er een incomplete aanvraag voorligt die met het formulier model M35-H is gecompleteerd.
3. De minister klaagt in de eerste grief dat de rechtbank ten onrechte tot dat oordeel is gekomen. Volgens de minister gaan de verordening en richtlijn over verschillende procedures en is er verschil tussen het doen en het indienen van een aanvraag. Hoewel al een asielaanvraag voorligt in de zin van artikel 28 van de Vw 2000 zodra een vreemdeling mondeling een asielwens uit, bepaalt artikel 3.108, eerste lid, van het Vb 2000 uitdrukkelijk dat een vreemdeling zijn aanvraag in persoon moet indienen, aldus de minister.
3.1. De minister klaagt terecht over dat oordeel, maar de grief leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. Zoals de Afdeling heeft overwogen in haar uitspraak van 20 januari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:159, onder 3 tot en met 3.2, moet de minister bij het bepalen van de ingangsdatum uitgaan van het moment waarop de vreemdeling ten overstaan van de autoriteiten in persoon zijn asielwens kenbaar heeft gemaakt.
De rechtbank heeft dus terecht overwogen dat de minister de ingangsdatum niet mag baseren op het moment waarop een vreemdeling het formulier M35-H indient. De rechtbank heeft ook terecht de datum van de loopbrief aangemerkt als ingangsdatum van de verblijfsvergunning.
3.2. De grief slaagt niet.
4. Het hoger beroep is ongegrond. Het is niet nodig om wat de minister verder aanvoert te bespreken. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank met verbetering van de gronden waarop zij rust. De minister moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. bevestigt de aangevallen uitspraak;
II. veroordeelt de minister van Asiel en Migratie tot vergoeding van bij betrokkene in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 907,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. M. den Heyer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. E.E. Pronk, griffier.
w.g. Den Heyer
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Pronk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 22 december 2025
1028