ECLI:NL:RVS:2025:6301

ECLI:NL:RVS:2025:6301, Raad van State, 16-12-2025, 202500108/1/A2

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 16-12-2025
Datum publicatie 24-12-2025
Zaaknummer 202500108/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellant] over 2017 bij besluit van 3 april 2021 definitief vastgesteld op € 0,-. Ook is vastgesteld dat [appellant] te veel voorschot huurtoeslag heeft ontvangen en daarom € 1.017,-. moet terugbetalen. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen bij besluit van 11 mei 2021 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens bij uitspraak van 28 november 2024 het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

Uitspraak

202500108/1/A2.

Datum uitspraak: 16 december 2025

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Limburg van 28 november 2024 in zaak nr. 21/1606 in het geding tussen:

[appellant]

en

de Dienst Toeslagen.

Openbare zitting gehouden op 16 december 2025 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad: mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer,

griffier: mr. S. Yildiz

Verschenen:

de Dienst Toeslagen, vertegenwoordigd door [gemachtigden].

De Dienst Toeslagen heeft de huurtoeslag van [appellant] over 2017 bij besluit van 3 april 2021 definitief vastgesteld op € 0,-. Ook is vastgesteld dat [appellant] te veel voorschot huurtoeslag heeft ontvangen en daarom € 1.017,-. moet terugbetalen. Het daartegen gemaakte bezwaar heeft de Dienst Toeslagen bij besluit van 11 mei 2021 ongegrond verklaard. De rechtbank heeft vervolgens bij uitspraak van 28 november 2024 het daartegen door [appellant] ingestelde beroep ongegrond verklaard. Het hoger beroep richt zich tegen deze uitspraak.

Beslissing

De Afdeling

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Motivering

1. Huurtoeslag is een inkomensafhankelijke uitkering als bedoeld in de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (hierna: de Awir). Artikel 7 van de Wet op de huurtoeslag en artikel 7 van de Awir, waarnaar de rechtbank heeft verwezen, bepalen dat het recht en de hoogte van de huurtoeslag afhankelijk is van de draagkracht, waaronder begrepen het vermogen, van de huurder, diens partner en de medebewoners. Daarin is ook bepaald in welk geval geen aanspraak op een tegemoetkoming bestaat. In artikel 2, eerste lid, onder e, van de Awir wordt bepaald wie een medebewoner is en wie daarvan wordt uitgezonderd. Artikel 7, zesde lid, van de Awir, bepaalt vervolgens dat het toetsingsinkomen van een medebewoner die een eerstegraads bloed- of aanverwant in de neergaande lijn is en die de leeftijd van 23 jaar niet heeft bereikt in aanmerking wordt genomen voor zover dit meer bedraagt dan € 4.788.-.

1.1. [appellant] is niet op de zitting verschenen voor een nadere toelichting op het hoger beroep. Niet is in geschil dat de zoon van [appellant] ten tijde van belang ouder was dan 23 jaar. Hij was toen namelijk 46 jaar oud. De Afdeling stelt verder vast dat de rechtbank naar de juiste wettelijke bepalingen heeft verwezen en daaruit terecht de conclusie heeft getrokken dat de Dienst Toeslagen de zoon van [appellant] voor het toeslagjaar 2017 terecht heeft aangemerkt als medebewoner en daarom ook zijn volledige inkomen terecht heeft betrokken bij de vaststelling van het recht op huurtoeslag. Omdat het gezamenlijke toetsingsinkomen van [appellant] en zijn zoon hoger is dan de maximale inkomensgrens, bestaat reeds daarom over 2017 geen recht op huurtoeslag. Voor zover [appellant] ook opkomt tegen het oordeel van de rechtbank dat de Dienst Toeslagen bij het bepalen van de draagkracht en het recht op toeslag gebruik moet maken van het belastbare inkomen en de grondslag sparen en beleggen zoals opgenomen in de basisregistratie inkomen, geldt het volgende. Omdat uit de aangifte inkomstenbelasting van [appellant] voor 2017 blijkt dat de grondslag aan sparen en beleggen € 123.500,- bedraagt en het voordeel uit sparen € 4.384,- bestaat er ook om die reden geen recht op huurtoeslag. Dat dit vermogen bestaat uit de waarde van een woning, maakt dit niet anders. Het betoog van [appellant] slaagt niet.

2. De Dienst Toeslagen hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Yildiz

griffier

594

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?