ECLI:NL:RVS:2026:1032

ECLI:NL:RVS:2026:1032

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 202207378/1/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 30 januari 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Katwijk aan Dunea een omgevingsvergunning verleend voor onder andere het slopen van veertien barakken die als gemeentelijk monument zijn aangewezen. Dunea is van plan om de komende jaren de capaciteit van de drinkwaterproductie te verhogen vanwege de te verwachten toename van het aantal inwoners in het leveringsgebied. Voor die verhoging heeft Dunea het zogenoemde "programma Berkheide" opgesteld. Onderdeel van het programma is het project Mientkant, dat bestaat uit een waterwinning in de vorm van een drain in het waterwingebied Berkheide, waarmee Dunea verwacht te kunnen voorzien in de drinkwatervraag van 15.000 mensen. Voor dit project heeft Dunea een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder andere het slopen van veertien barakken aan de westzijde van de Wassenaarseweg die als gemeentelijk monument zijn aangewezen. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend. In dat plan blijven vier barakken aan de westzijde van de Wassenaarseweg bestaan.

Uitspraak

202207378/1/R3.Datum uitspraak: 25 februari 2026

AFDELINGBESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op de hoger beroepen van:

1. Stichting Het Cuypersgenootschap, gevestigd in Maasgouw,

2. het college van burgemeester en wethouders van Katwijk,

3. Dunea N.V., gevestigd in Zoetermeer,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 10 november 2022 in zaken nrs. 20/6109 en 20/6110 in het geding tussen onder andere:

Het Cuypersgenootschap

en

het college.

Procesverloop

Bij besluit van 30 januari 2020 heeft het college aan Dunea een omgevingsvergunning verleend voor onder andere het slopen van veertien barakken die als gemeentelijk monument zijn aangewezen.

Bij besluit van 28 juli 2020 heeft het college naar aanleiding van verschillende bezwaren, waaronder die van Het Cuypersgenootschap, de omgevingsvergunning met een aantal wijzigingen in stand gelaten.

Bij uitspraak van 10 november 2022 heeft de rechtbank onder meer het door Het Cuypersgenootschap daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 28 juli 2020 vernietigd en het besluit van 30 januari 2020 herroepen voor zover met die besluiten de omgevingsvergunning voor de sloop van de barakken met nummers 833, 836, 845, 846, 885 en 898 is verleend. Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit.

Tegen deze uitspraak hebben Het Cuypersgenootschap, het college en Dunea hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het Cuypersgenootschap en Dunea hebben nadere stukken ingediend.

Het Cuypersgenootschap heeft verzocht om een vergoeding van schade wegens overschrijding van de redelijke termijn.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 4 september 2025, waar Het Cuypersgenootschap, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], het college, vertegenwoordigd door mr. Z.P. Kruiver, advocaat in Den Haag, drs. D. van de Plas en A.P. Eendebak, en Dunea, vertegenwoordigd door mr. S.T.J. Olierook, advocaat in Den Haag, [gemachtigde C], [gemachtigde D] en [gemachtigde E], zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 2 oktober 2019. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. Dunea is van plan om de komende jaren de capaciteit van de drinkwaterproductie te verhogen vanwege de te verwachten toename van het aantal inwoners in het leveringsgebied. Voor die verhoging heeft Dunea het zogenoemde "programma Berkheide" opgesteld. Onderdeel van het programma is het project Mientkant, dat bestaat uit een waterwinning in de vorm van een drain in het waterwingebied Berkheide, waarmee Dunea verwacht te kunnen voorzien in de drinkwatervraag van 15.000 mensen. Voor dit project heeft Dunea een omgevingsvergunning aangevraagd voor onder andere het slopen van veertien barakken aan de westzijde van de Wassenaarseweg die als gemeentelijk monument zijn aangewezen. Het college heeft de omgevingsvergunning verleend. In dat plan blijven vier barakken aan de westzijde van de Wassenaarseweg bestaan.

De uitspraak van de rechtbank

3. De rechtbank heeft de te slopen barakken in drie groepen onderverdeeld: van de veertien barakken staan er drie op het tracé van de drain, vijf binnen de zogenoemde 30-meter-grondwaterbeschermingszone (30-meterzone) aan weerszijden van het tracé en zes buiten de 30-meterzone. Volgens de rechtbank is een overkoepelende belangenafweging van het belang van het behoud van alle barakken tegenover het belang van de waterwinning in dit geval niet op haar plaats, omdat de ligging van de barakken meebrengt dat het gewicht dat kan worden toegekend aan de argumenten voor de sloop ervan en de daarmee gemoeide belangen niet voor alle drie de groepen gelijk is.

3.1. Volgens de rechtbank heeft het college zich op het standpunt mogen stellen dat het belang van de monumentenzorg niet in de weg staat aan de sloop van de drie barakken op het tracé, mede omdat de sloop van die barakken vanuit technisch oogpunt noodzakelijk is voor de aanleg en het onderhoud van de drain. Ook heeft de rechtbank geoordeeld dat het belang van monumentenzorg zich niet verzet tegen de sloop van de vijf barakken binnen de 30-meterzone. Daarover heeft de rechtbank overwogen dat het aanbrengen van de 30-meterzone rondom de drain, die is uitgesloten van andere functies dan de waterwinning, onderdeel is van de grondwaterbeschermingsstrategie van Dunea. Die strategie biedt haar de mogelijkheid om tijdig maatregelen te nemen om de waterwinning te beschermen tegen een mogelijke verontreiniging. Volgens de rechtbank heeft het college aannemelijk gemaakt dat met het vrijwaren van de 30-meterzone het door Dunea zwaarwegende belang van het beschermen van bronnen voor drinkwatervoorziening tegen verontreiniging wordt gediend. Volgens de rechtbank heeft het college echter niet deugdelijk gemotiveerd waarom het belang van monumentenzorg zich niet verzet tegen de sloop van de zes barakken buiten de 30-meterzone. Daarover overweegt de rechtbank dat het behoud van deze barakken weliswaar leidt tot het nemen van extra beheersmaatregelen, maar dat de kwaliteit van de waterwinning wel gegarandeerd kan worden. Daardoor is volgens de rechtbank onvoldoende gemotiveerd dat de sloop van die barakken vanuit het belang van waterwinning gerechtvaardigd is. Ook heeft het college volgens de rechtbank voor deze zes barakken onvoldoende gemotiveerd waarom het belang van de natuur en het terugdringen van stikstofdepositie zwaarder weegt dan het belang van monumentenzorg. In de passende beoordeling die is opgesteld voor de aanvraag van de benodigde Wnb-vergunning staat alleen dat (eventueel) toekomstig gebruik van de barakken zal bijdragen aan stikstofdepositie, niet dat de barakken in hun huidige staat zorgen voor stikstofemissie. Verder is bij behoud van de zes barakken volgens de passende beoordeling voldoende oppervlak voor compensatie beschikbaar. Over het standpunt van het college dat de sloop van de zes barakken buiten de 30-meterzone tot een verbetering van de beleefbaarheid van het cultuurhistorisch erfgoed leidt door het herbestemmen en toegankelijk maken van de vier resterende barakken in een landschapspark, heeft de rechtbank overwogen dat het college hiermee, zonder nadere motivering, de waarde miskent die de zes barakken toekomt op grond van hun monumentale status en het belang van hun ensemblewaarde. De rechtbank heeft om deze redenen geconcludeerd dat het besluit van 28 juli 2020 ondeugdelijk is gemotiveerd en dus in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is genomen. De rechtbank heeft zelf voorziend de vergunning herroepen voor de zes barakken buiten de 30-meterzone.

Toetsingskader

4. Op grond van artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, onder 1˚, van de Wabo, is het verboden om zonder omgevingsvergunning een monument als bedoeld in een gemeentelijke verordening te slopen, voor zover in de gemeentelijke verordening is bepaald dat daarvoor een vergunning vereist is. Op grond van artikel 2.18 van de Wabo kan zo’n omgevingsvergunning slechts worden verleend of geweigerd op de gronden die zijn aangegeven in de betrokken verordening.

In artikel 10, tweede lid, onder a, van de Erfgoedverordening gemeente Katwijk (de Erfgoedverordening) is bepaald dat het verboden is om zonder vergunning een gemeentelijk monument te slopen. Verder is in artikel 13 van de Erfgoedverordening bepaald dat zo’n vergunning slechts kan worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing over die vergunning houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument.

Op basis van wat hiervoor is omschreven, moet het college bij het nemen van een besluit op een aanvraag om een omgevingsvergunning voor de sloop van een monument op grond van artikel 13 van de Erfgoedverordening beoordelen of het belang van de monumentenzorg zich tegen de aangevraagde sloop verzet. Het college heeft daarbij beoordelingsruimte.

4.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen, is bij het verlenen van een omgevingsvergunning zoals hier voorligt de omschrijving bij de aanwijzing tot gemeentelijk monument van belang. De redengevende omschrijving geeft aan welke aspecten van het monument in het bijzonder beschermingswaardig zijn. Voor het wijzigen, verstoren of verwijderen van zo’n aspect is in ieder geval een omgevingsvergunning vereist. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraken van 18 juni 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2726, onder 5.9, en 20 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:2092, onder 9.1.

Het college heeft de barakken bij besluit van 26 november 2008 aangewezen als gemeentelijk monument. De aanwijzing gaat over 68 objecten, waaronder 32 barakken aan oost- en westzijde van de Wassenaarseweg. Op pagina 3 van de redengevende omschrijvingen die ten grondslag hebben gelegen aan de aanwijzing van de barakken als gemeentelijk monument, staat dat de ensemblewaarde van het barakkenensemble een van de belangrijkste waarden is die aanleiding heeft gegeven voor de beslissing om de barakken als monument aan te wijzen. Daarom moet bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor de sloop van een van de barakken gekeken worden naar hoe de barak deel uitmaakt van het ensemble en in hoeverre de ensemblewaarde wordt aangetast als die barak wordt gesloopt. De herkenbaarheid van het ensemble als geheel en de onderlinge samenhang van de barakken is daarbij een zware wegingsfactor, zo staat in de redengevende omschrijvingen. Verder is in bijlage 6 bij het aanwijzingsbesluit het rapport "Marine Vliegkamp Valkenburg Barakkenensemble, Waardebepaling" van 22 augustus 2008, opgesteld door H.C.A. de Kat (rapport Waardebepaling), opgenomen. In dat rapport is beschreven dat het barakkenensemble uit verschillende deelensembles bestaat.

De hoger beroepen

5. Het Cuypersgenootschap heeft hoger beroep ingesteld omdat het vindt dat de rechtbank ten onrechte tot het oordeel is gekomen dat het college de omgevingsvergunning voor het slopen van twee van de drie barakken die op het tracé staan, namelijk barakken 856 en 894, en de vijf barakken die binnen de 30-meterzone staan, namelijk barakken 861, 862, 864, 866 en 870, mocht verlenen. Het Cuypersgenootschap heeft op de zitting bevestigd dat haar beroep niet is gericht tegen de sloop van barak 872, die op de plek van de beoogde drain staat.

Ook Dunea en het college hebben hoger beroep ingesteld. Zij vinden dat de rechtbank de omgevingsvergunning voor de sloop van de zes barakken buiten de 30-meterzone ten onrechte heeft herroepen. Volgens hen moeten ook deze barakken, met nummers 833, 836, 845, 846, 885 en 898, gesloopt worden.

5.1. De Afdeling behandelt hierna de hoger beroepen van Het Cuypersgenootschap, het college en Dunea gezamenlijk.

De ingetrokken beroepsgronden

6. Het Cuypersgenootschap heeft zijn betoog dat de rechtbank de mogelijkheid van het verplaatsen van het tracé onvoldoende heeft onderzocht op de zitting ingetrokken. Dunea heeft haar betoog dat de rechtbank er ten onrechte van uit is gegaan dat artikel 3:50 van de Awb van toepassing is op het advies van de Erfgoedcommissie van de gemeente Katwijk op de zitting ingetrokken.

De waarde van het advies van de Erfgoedcommissie

7. Dunea betoogt dat de rechtbank te veel gewicht heeft toegekend aan het advies van de Erfgoedcommissie van de gemeente Katwijk van 25 november 2019. Zij wijst erop dat hier geen sprake is van een rijksmonument, zodat de uitspraak van de Afdeling van 27 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2450, onder 5.3, waarnaar de rechtbank verwijst, niet vergelijkbaar is met de situatie waar het nu om gaat. Bovendien is het advies volgens Dunea op verschillende punten onzorgvuldig. Zo gaat de Erfgoedcommissie er volgens Dunea ten onrechte van uit dat de barakken zowel als geheel als afzonderlijk als gemeentelijk monument zijn aangewezen en dat de barakken deel uitmaken van de Atlantikwall. Daarnaast gaat de Erfgoedcommissie er volgens Dunea ten onrechte aan voorbij dat het barakkencomplex niet in zijn geheel één ensemble vormt, maar uit meerdere deelensembles bestaat.

7.1. De rechtbank heeft over het advies van de Erfgoedcommissie onder 8.2 het volgende overwogen:

"Voor de belangenafweging is de redengevende omschrijving bij de aanwijzing tot beschermd monument van belang, omdat die omschrijving toelicht welke aspecten van het monument in het bijzonder beschermingswaardig zijn. Ook komt betekenis toe aan het advies van de Erfgoedcommissie gemeente Katwijk (erfgoedcommissie), omdat deze commissie nauw betrokken is geweest bij de aanwijzing van de barakken als gemeentelijk monument. Als verweerder afwijkt van een dergelijk advies, zal hij dat daarom deugdelijk moeten motiveren." Daarbij verwijst de rechtbank naar de uitspraken van de Afdeling van 22 oktober 2014, ECLI:NL:RVS:2014:3778, onder 2.3, en van 27 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2450, onder 5.3.

De rechtbank heeft onder 11.6 overwogen dat ook de erfgoedcommissie de ensemblewaarde van de diverse barakken heeft benadrukt en mede gelet daarop heeft geadviseerd om af te zien van de voorgenomen sloop.

7.2. Het advies van de Erfgoedcommissie is opgenomen bij het besluit van 30 januari 2020. In dat advies staat dat de Erfgoedcommissie negatief staat tegenover de sloop van de 14 barakken. De Erfgoedcommissie adviseert het college om de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren, vanwege zeer destructieve gevolgen voor erfgoed en natuur.

7.3. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de rechtbank een te groot gewicht heeft toegekend aan het advies van de erfgoedcommissie.

Het college moet deugdelijk motiveren waarom in dit geval het belang van de monumentenzorg zich niet tegen de sloop van de barakken verzet, te meer gelet op het negatieve advies van de Erfgoedcommissie dat bij het besluit is gevoegd. Dat de barakken niet zijn aangewezen als rijksmonument is daarvoor niet relevant. Daar komt bij dat het advies slechts een beperkte rol heeft gespeeld in de conclusie van de rechtbank. De rechtbank heeft in haar overwegingen onder 11.6 volstaan met de vaststelling dat de Erfgoedcommissie de ensemblewaarde van de diverse barakken heeft benadrukt en dat de Erfgoedcommissie heeft geadviseerd om van de sloop van de barakken af te zien. Daarnaast heeft de rechtbank in haar overweging onder 11.6 ook andere rapporten betrokken, namelijk het rapport Waardebepaling en het rapport "Bouwhistorische verkenning en waardestelling Barakken ensemble Marine vliegkamp Valkenburg" van 6 maart 2019, opgesteld door Wevers & Van Luipen. Alleen al omdat het advies van de Erfgoedcommissie in de uitspraak van de rechtbank slechts een beperkte rol heeft gespeeld, ziet de Afdeling in wat is aangevoerd over de inhoud van dat advies geen reden voor het oordeel dat de conclusie van de rechtbank op dit punt niet in stand kan blijven.

Het betoog slaagt niet.

De onderverdeling van de barakken in drie groepen

8. Het college betoogt dat de rechtbank de veertien te slopen barakken bij het beoordelen van de belangenafweging van het college ten onrechte heeft onderverdeeld in drie groepen. Hierover voert het college aan dat de rechtbank door die onderverdeling voorbij is gegaan aan het integrale karakter van het project. Het college wijst er in dat verband op dat gemeente Katwijk en Dunea op 31 januari 2020 een samenwerkingsovereenkomst hebben gesloten, waarin zij zijn overeengekomen dat de Mientkant wordt ontwikkeld tot een landschapspark met ruimte voor waterwinning, erfgoed, natuur en recreatie. Het is volgens het college onzeker of dit project doorgang kan vinden als meer dan de voorgenomen vier barakken behouden moeten blijven. Daardoor wordt een reëel en integraal project waarbij recht aan alle relevante belangen wordt gedaan onmogelijk gemaakt, vindt het college. Ter ondersteuning van dit standpunt wijst het college op de uitspraken van de Afdeling van 21 januari 2009, ECLI:NL:RVS:2009:BH0462, onder 2.6.3, en van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1125, onder 60.2, waaruit volgens het college volgt dat het feit dat er voor een project alternatieven bestaan waarbij het monument gedeeltelijk behouden kan blijven, op zichzelf niet betekent dat het belang van het behoud van die monumenten per definitie zwaarder moet wegen dan het belang dat gemoeid is bij de gehele sloop van dat monument.

8.1. De Afdeling ziet geen grond voor het oordeel dat de rechtbank de barakken niet in drie groepen heeft mogen onderverdelen. Er bestaat geen rechtsregel die zich daartegen verzet. In de verhouding tussen de monumentale belangen en de waterwinningsbelangen is deze driedeling ook niet onlogisch. Dat door deze onderverdeling de samenwerkingsovereenkomst onder druk komt te staan, zoals het college op de zitting heeft gezegd, is misschien als uitkomst voor het college ongewenst, maar dat is geen reden om de argumentatie van de rechtbank op dit punt onjuist te achten. Deze samenwerkingsovereenkomst ligt op zichzelf bovendien niet ter beoordeling voor in deze procedure. Of het oordeel van de rechtbank over de belangenafweging van het college en de gevolgen die de rechtbank daaraan verbindt juist zijn, beoordeelt de Afdeling hierna aan de hand van de concrete beroepsgronden daarover.

Het betoog slaagt niet.

De sloop van de barakken op het tracé en binnen de 30-meterzone

9. Het Cuypersgenootschap betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college een omgevingsvergunning heeft mogen verlenen voor het slopen van zeven van de acht barakken die zich op het tracé en binnen de 30-meterzone bevinden. Volgens haar verzet het belang van de monumentenzorg zich tegen de sloop van de zeven barakken.

Hierover voert Het Cuypersgenootschap aan dat de barakken deel uitmaken van een gebouwenensemble dat ooit als samenhangend complex gebouwd is. Het gebouwenensemble vertegenwoordigt een ensemblewaarde, waaraan volgens Het Cuypersgenootschap meer waarde toekomt dan dat de afzonderlijke gebouwen op zichzelf hebben. Hieraan voegt Het Cuypersgenootschap toe dat de barakken gezamenlijk een dorps karakter hebben, dat gekenmerkt wordt door de lintbebouwing aan beide kanten van de Wassenaarseweg. Door de sloop van de barakken op het tracé en in de 30-meterzone wordt de lintbebouwing aan de westzijde van de Wassenaarseweg ernstig verstoord, omdat enkele van de barakken op het tracé en de 30-meterzone beeldbepalend zijn voor die lintbebouwing. Ook vertegenwoordigen de barakken volgens Het Cuypersgenootschap een hoge historische waarde. Het barakkencomplex is volgens haar namelijk in 1942 met vliegveld Valkenburg opgenomen in de Stützpunktgruppe Katwijk, die deel uitmaakte van de Atlantikwall en tijdens de Duitse bezetting zowel aanvallend als verdedigend gebruikt werd.

9.1. Op pagina 6 en 7 van het besluit van 28 juli 2020 heeft het college toegelicht hoe de ensemblewaarde van het barakkenensemble is meegewogen in de besluitvorming. Zo omschrijft het college dat de stedenbouwkundige lintbebouwing weliswaar wordt doorbroken door de sloop van de barakken aan de westzijde, maar dat dit niet betekent dat de kwaliteit van die ensemblewaarde volledig wordt weggenomen. De structuur is namelijk nog voldoende herkenbaar door het behoud van de barakken aan de oostzijde en de resterende barakken aan de westzijde van de Wassenaarseweg. Daarnaast omschrijft het college dat uit het rapport Waardebepaling volgt dat het barakkenensemble bestaat uit vijf verschillende deelensembles. Volgens het college leidt de sloop van de barakken tot aantasting van slechts twee van die vijf deelensembles, waardoor de aantasting van de ensemblewaarden volgens het college beperkt blijft. Verder heeft het college in zijn schriftelijke uiteenzetting toegelicht dat bij de verlening van de omgevingsvergunning veel gewicht is toegekend aan het belang van waterwinning. Volgens het college is het vanwege de sterk groeiende vraag naar drinkwater in het leveringsgebied van Dunea noodzakelijk om de drinkwatercapaciteit voor 2030 uit te breiden. Daarbij is de beschikbaarheid van deze waterwinning volgens het college essentieel om een drinkwatertekort in de omgeving te voorkomen.

In de memo "Toelichting aanvraag project Mientkant" van Dunea (de toelichtingsmemo), die als bijlage bij de aanvraag om de omgevingsvergunning en het besluit van 28 juli 2020 is opgenomen, staat dat het behoud van de acht barakken binnen de 30-meterzone niet verenigbaar is met de aanleg van de waterwinning. De sloop van de drie barakken die fysiek op het tracé staan is volgens de toelichtingsmemo noodzakelijk omdat het in verband met de aanleg en het onderhoud van de drain technisch niet mogelijk is om die barakken te behouden. Bovendien is het onderdeel van de grondwaterbeschermingsstrategie van Dunea om rondom de drain een 30-meterzone te hanteren, waarin andere gebruiksfuncties niet toegestaan zijn. Op die manier worden de risico’s op verontreiniging van de waterwinning beperkt. Om die 30-meterzone te vrijwaren van ander gebruik, is het volgens Dunea noodzakelijk om de drie barakken die fysiek op het tracé staan en de vijf barakken die niet fysiek op het tracé, maar wel binnen 30 m van het tracé staan te slopen. Verder heeft Dunea toegelicht dat het geen optie is om die barakken te behouden, zonder daaraan een nieuwe functie te geven, omdat de leegstaande barakken ongewenste activiteiten zoals afvaldumpingen, vandalisme en illegale bewoning aantrekken.

9.2. De Afdeling is met de rechtbank van oordeel dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van de monumentenzorg zich niet tegen de sloop van deze barakken verzet. Het college heeft redelijkerwijs een groter gewicht kunnen toekennen aan de belangen van waterwinning en grondwaterbescherming dan aan het belang bij het behoud van de barakken. Daarbij heeft het college mogen betrekken dat het vanuit het oogpunt van grondwaterbescherming noodzakelijk is om een zone van 30 m te hanteren, waarbinnen andere functies worden uitgesloten, om zo het risico op verontreiniging van de waterwinning te minimaliseren. Ook heeft het college in zijn afweging mogen betrekken dat de aantasting van die ensemblewaarden binnen de perken blijft. Daarvoor heeft het college zich mogen baseren op het rapport Waardebepaling, waarin de verschillende deelensembles zijn weergegeven. Ook wat Het Cuypersgenootschap heeft aangevoerd over de Atlantikwall, leidt niet tot een ander oordeel. Zoals hiervoor onder 4.1 is overwogen, is voor het bepalen van de monumentale waarde de omschrijving bij de aanwijzing tot gemeentelijk monument leidend. Uit de redengevende omschrijvingen bij de aanwijzing van de barakken als gemeentelijk monument blijkt niet dat de barakken deel uitmaakten van de Atlantikwall.

Het betoog slaagt niet.

De sloop van de barakken buiten de 30-meterzone

10. Het college en Dunea betogen dat de rechtbank had moeten oordelen dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het belang van de monumentenzorg zich evenmin verzet tegen de sloop van de barakken buiten de 30-meterzone. Daarover voeren zij aan dat de rechtbank verschillende belangen die met de sloop van de zes barakken buiten de 30-meterzone gemoeid zijn, namelijk de belangen van waterwinning, natuur, de herbestemming van de barakken en de financiën, niet integraal, maar individueel heeft afgewogen tegen het belang van de monumentenzorg, waardoor de rechtbank eraan voorbij is gegaan dat aan de hiervoor genoemde belangen gezamenlijk meer gewicht toekomt dan aan het belang van monumentenzorg. Daarnaast is de sloop van de barakken buiten de 30-meterzone volgens het college en Dunea ook vanuit het oogpunt van grondwaterbescherming noodzakelijk. Zij stellen dat de bodem in het duingebied extra kwetsbaar voor verontreiniging is, omdat de zandlaag in de bodem in vergelijking met bijvoorbeeld klei- of veenlagen weinig tot geen bescherming biedt. Bovendien heeft de rechtbank volgens het college en Dunea miskend dat de sloop van de zes barakken buiten de 30-meterzone slechts tot een beperkte aantasting van de ensemblewaarden leidt.

10.1. Anders dan de rechtbank, komt de Afdeling tot het oordeel dat het college zich redelijkerwijs op het standpunt heeft kunnen stellen dat het belang van de monumentenzorg zich niet tegen de sloop van de zes barakken buiten de 30-meterzone verzet. Het college heeft het belang van waterwinning zwaarder mogen laten wegen dan het belang van het behoud van deze zes barakken. Weliswaar staan deze barakken buiten de beschermingszone van 30 m, maar uit Tabel 1 op pagina 7 van de toelichtingsmemo blijkt dat de variant waarbij de barakken buiten de 30-meterzone behouden blijven (variant 2) negatief is beoordeeld op het punt van grondwaterbescherming. Hierover heeft het college in zijn schriftelijke uiteenzetting nader toegelicht dat in het duinlandschap beschermende bodemlagen zoals klei ontbreken, waardoor het risico op verontreiniging van het grondwater in het gebied door de barakken buiten de 30-meterzone extra groot is. De Afdeling ziet geen reden om aan de juistheid hiervan te twijfelen. Hoewel op voorhand niet is uitgesloten dat de verontreinigingsrisico’s door herbestemming van deze barakken beheersbaar blijven, heeft het college zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat dat in dit geval niet haalbaar is. Daarbij heeft het college mogen betrekken dat de herbestemming van de barakken vanuit het oogpunt van natuurbelangen stuit op bezwaren vanwege het aangrenzende Natura 2000-gebied Meijendel & Berkheide en dat herbestemming bovendien gepaard gaat met hoge kosten. Tot slot overweegt de Afdeling dat het college in zijn afweging heeft mogen betrekken dat de aantasting van de ensemblewaarden door de sloop van de zes barakken buiten de 30-meterzone beperkt blijft, ondanks dat er zes barakken zullen verdwijnen. Vier van de zes te slopen barakken buiten de 30-meterzone maken namelijk geen deel uit van een van de in het rapport Waardebepaling omschreven deelensembles, zodat de sloop daarvan ook niet leidt tot de aantasting van die deelensembles. De overige twee barakken buiten de 30-meterzone, barakken 885 en 898, maken wel deel uit van een deelensemble. Voor dat deelensemble geldt echter dat de overige barakken binnen de 30-meterzone staan en dus gesloopt mogen worden, zoals hierboven is geconcludeerd. Dat betekent dat van de ensemblewaarde van dit deelensemble ook met het behoud van de twee barakken buiten de 30-meterzone weinig resteert.

Het betoog slaagt.

Alternatieven voor de sloop van de barakken

11. Het Cuypersgenootschap betoogt dat er ook alternatieve plannen mogelijk zijn waarbij minder barakken gesloopt hoeven te worden, zonder dat dit gevolgen heeft voor de waterwinning.

Hierover voert Het Cuypersgenootschap aan dat bij één van de drie barakken op het tracé de naoorlogse uitbouw kan worden verwijderd, zodat er voldoende ruimte is voor de aanleg van de drain. Na de aanleg van de drain zouden deze drie barakken volgens Het Cuypersgenootschap na restauratie beschikbaar kunnen blijven om onder begeleiding van Stichting Atlantikwall Katwijk bezocht te worden.

Over de barakken die niet op het tracé, maar wel binnen de 30-meterzone staan, voert Het Cuypersgenootschap aan dat deze alleen aan de achterzijde slechts enkele meters binnen de 30-meterzone staan. Daarom is het volgens het genootschap mogelijk om uitsluitend de delen van deze barakken die binnen de 30-meterzone staan te slopen. Volgens Het Cuypersgenootschap zijn deze barakken beeldbepalende barakken aan de rand van de weg. De aantasting van de ensemblewaarden is daarom aanzienlijk minder als die barakken (deels) behouden blijven, vindt Het Cuypersgenootschap.

11.1. Het college moet beslissen over het verlenen van een omgevingsvergunning voor het project waarvoor vergunning is aangevraagd. Als dat project op zichzelf aanvaardbaar is, dan kan het college in beginsel niet vanwege alternatieven voor dat project weigeren daaraan mee te werken. Het college kan dat alleen weigeren als op voorhand duidelijk is dat met één of meer alternatieven een gelijkwaardig resultaat kan worden bereikt met aanmerkelijk minder bezwaren.

11.2. In zijn schriftelijke uiteenzetting heeft het college zich op het standpunt gesteld dat de door Het Cuypersgenootschap aangedragen alternatieven voor de sloop van de barakken geen alternatieven met aanmerkelijk minder bezwaren zijn. Volgens het college stuiten die alternatieven namelijk op ernstige bezwaren vanuit het oogpunt van de grondwaterbescherming, omdat het behoud van de barakken leidt tot verontreinigingsrisico’s. Zoals de Afdeling hiervoor onder 9.2 en 10.1 heeft overwogen, heeft het college zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat het monumentenbelang hier niet de doorslag geeft en dat de sloop van de barakken, zowel binnen als buiten de 30-meterzone, noodzakelijk is om de risico’s op verontreiniging van het grondwater te beperken. De Afdeling is dan ook van oordeel dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de door Het Cuypersgenootschap aangedragen alternatieven geen alternatieven zijn waarvan op voorhand duidelijk is dat daarmee een gelijkwaardig resultaat met aanzienlijk minder bezwaren kan worden bereikt. Met de door Het Cuypersgenootschap aangedragen alternatieven blijven immers extra barakken behouden in het waterwingebied. Dit stuit op bezwaren vanuit het oogpunt van grondwaterbescherming, omdat het risico op verontreiniging van het grondwater hierdoor wordt vergroot.

Het betoog slaagt niet.

De beslissing van de rechtbank om zelf in de zaak te voorzien

12. Omdat het betoog van het college en Dunea over de zes barakken buiten de 30-meterzone slaagt, ziet de Afdeling geen aanleiding het betoog van het college en Dunea dat de rechtbank voor deze barakken ten onrechte zelf in de zaak heeft voorzien, te bespreken.

Conclusie hoger beroepen en proceskosten

Het Cuypersgenootschap

13. Het hoger beroep van Het Cuypersgenootschap is ongegrond.

14. Het college hoeft de proceskosten van Het Cuypersgenootschap niet te vergoeden.

Het college en Dunea

15. Gelet op wat hiervoor is overwogen onder 10.1, zijn de hoger beroepen van het college en Dunea gegrond.

De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd. De Afdeling zal de beroepen van Het Cuypersgenootschap en Erfgoedvereniging Bond Heemschut; Commissie Zuid-Holland, alsnog ongegrond verklaren. Dat betekent dat het besluit van 28 juli 2020 herleeft, waardoor de door Dunea aangevraagde omgevingsvergunning verleend is. Dit betekent dat de veertien barakken mogen worden gesloopt.

16. Het college moet de door Dunea in hoger beroep gemaakte proceskosten vergoeden.

17. De griffier van de Raad van State zal aan Dunea het door haar betaalde griffierecht voor het hoger beroep terugbetalen.

Overschrijding redelijke termijn

18. Het Cuypersgenootschap heeft de Afdeling verzocht om een schadevergoeding wegens de overschrijding van de redelijke termijn, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.

19. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.

20. Het college heeft het bezwaarschrift van Het Cuypersgenootschap ontvangen op 6 maart 2020. Deze uitspraak is op 25 februari 2026 openbaargemaakt. De redelijke termijn is in deze procedure dus met één jaar en elf maanden overschreden. Deze overschrijding moet aan de rechtbank en de Afdeling worden toegerekend. De overschrijding moet voor 9/23e deel aan de rechtbank en voor 14/23e deel aan de Afdeling worden toegerekend.

20.1. De Afdeling hanteert een forfaitaire vergoeding van € 500,00 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden, waarbij het totaal van de overschrijding naar boven wordt afgerond. Dat betekent dat de schadevergoeding wordt vastgesteld op € 2.000,00. Omdat de overschrijding aan de rechtbank en de Afdeling is toe te rekenen, wordt de vergoeding van de schade naar evenredigheid uitgesproken ten laste van de Staat der Nederlanden. De minister van Justitie en Veiligheid moet daarvan 9/23e deel voldoen en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties moet daarvan 14/23e deel voldoen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep van Stichting Het Cuypersgenootschap ongegrond;

II. verklaart de hoger beroepen van het college van burgemeester en wethouders van Katwijk en Dunea N.V. gegrond;

III. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 10 november 2022 in zaken nrs. 20/6109 en 20/6110;

IV. verklaart de beroepen van Stichting Het Cuypersgenootschap en Erfgoedvereniging Bond Heemschut; Commissie Zuid-Holland ongegrond;

V. wijst het verzoek van Stichting Het Cuypersgenootschap om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn toe;

VI. veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Justitie en Veiligheid) om aan Stichting Het Cuypersgenootschap een schadevergoeding van € 782,61 te betalen;

VII. veroordeelt de Staat der Nederlanden (minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan Stichting Het Cuypersgenootschap een schadevergoeding van € 1.217,39 te betalen;

VIII. veroordeelt het college van burgemeester en wethouders van Katwijk tot vergoeding van bij Dunea N.V. in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

IX. bepaalt dat de griffier van de Raad van State aan Dunea N.V. het door haar betaalde griffierecht ten bedrage van € 548,00 voor de behandeling van het hoger beroep terugbetaalt.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. D.A. Verburg en mr. M.J.M. Ristra-Peeters, leden, in tegenwoordigheid van mr. J. Buskermolen, griffier.

w.g. Knolvoorzitter

w.g. Buskermolengriffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026

896-1117

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. P.H.A. Knol
  • mr. D.A. Verburg
  • mr. M.J.M. Ristra-Peeters

Griffier

  • mr. J. Buskermolen

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?