ECLI:NL:RVS:2026:1033

ECLI:NL:RVS:2026:1033

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 202302002/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de minister van Financiën opnieuw op het door [appellant] gemaakte bezwaar beslist en meer persoonsgegevens verstrekt. [appellant] heeft op grond van de artikelen 12 en 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) de minister verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens, omdat hij vermoedt dat de Belastingdienst onrechtmatig zijn gegevens heeft verstrekt aan derden. Het verzoek heeft betrekking op documenten waaruit zou blijken dat [appellant] door de Belastingdienst als fraudeur is aangemerkt en verslagen van een tripartiet overleg (TPO) waarin zijn gezondheidstoestand is besproken. In het besluit van 15 juli 2020 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat [appellant] geen recht heeft op inzage in gehele stukken. In het besluit van 26 mei 2021 heeft de minister een overzicht verstrekt van de persoonsgegevens in TPO-verslagen.

Uitspraak

202302002/1/A3.

Datum uitspraak: 25 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

en

de minister van Financiën,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de minister opnieuw op het door [appellant] gemaakte bezwaar beslist en meer persoonsgegevens verstrekt.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 10 februari 2026, waar de minister, vertegenwoordigd door mr. I.A. Hupertz, vergezeld door mr. M. Barslag, is verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft op grond van de artikelen 12 en 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) de minister verzocht om inzage in zijn persoonsgegevens, omdat hij vermoedt dat de Belastingdienst onrechtmatig zijn gegevens heeft verstrekt aan derden. Het verzoek heeft betrekking op documenten waaruit zou blijken dat [appellant] door de Belastingdienst als fraudeur is aangemerkt en verslagen van een tripartiet overleg (TPO) waarin zijn gezondheidstoestand is besproken.

2. In het besluit van 15 juli 2020 heeft de minister zich op het standpunt gesteld dat [appellant] geen recht heeft op inzage in gehele stukken. In het besluit van 26 mei 2021 heeft de minister een overzicht verstrekt van de persoonsgegevens in TPO-verslagen. Na een reactie hierop van [appellant] heeft de minister in het besluit van 7 september 2021 een overzicht van persoonsgegevens in de TPO-verslagen van 29 oktober 2014 en 26 november 2014 verstrekt. In het besluit van 25 november 2021 heeft de minister het overzicht van persoonsgegevens aangevuld en te kennen gegeven dat van de door [appellant] vermelde data 11 juni 2015 en 22 januari 2015 geen verslagen van overleggen zijn gevonden.

Eerdere uitspraak van de Afdeling

3. In de uitspraak van 1 februari 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:394), onder 8.4, heeft de Afdeling geconstateerd dat in de bij het TPO-verslag van 26 november 2014 gevoegde stukken persoonsgegevens van [appellant], met name over zijn medische situatie, zijn vermeld, die de minister in het besluit van 25 november 2021 niet heeft vermeld. Ook heeft de minister in dat besluit ten onrechte opgemerkt dat de bron van een deel van de persoonsgegevens niet bekend is. In de bij het TPO-verslag van 26 november 2014 gevoegde stukken is deze bron vermeld. De minister is op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder g, van de AVG in beginsel gehouden om [appellant] inzage te geven in alle beschikbare informatie over de bron van die gegevens, aangezien deze persoonsgegevens niet bij [appellant] zijn verzameld. Weliswaar biedt artikel 41 van de Uitvoeringswet AVG een grondslag om het inzagerecht te beperken, maar dan moet de minister motiveren waarom dit noodzakelijk en evenredig is.

De Afdeling heeft het besluit van 25 november 2021 vernietigd en bepaald dat de minister opnieuw een besluit op het bezwaar van [appellant] moet nemen, waartegen alleen bij haar beroep kan worden ingesteld. In dat besluit moet de minister ofwel alsnog inzage geven in de persoonsgegevens van [appellant] die in de bijlagen bij het TPO-verslag van 26 november 2014 staan en in de bron van de persoonsgegevens van [appellant] die in dat verslag staan ofwel motiveren waarom hij het inzagerecht van [appellant] met toepassing van artikel 41 van de Uitvoeringswet AVG beperkt.

Nieuw besluit

4. Bij besluit van 28 februari 2023 heeft de minister meer persoonsgegevens verstrekt. De minister weigert evenwel de naam van de bron te verstrekken. Deze naam blijkt uit een bericht van 19 november 2014, dat de minister pas na de uitspraak van de Afdeling ter beschikking kreeg. De minister vindt dat deze naam geen persoonsgegeven van [appellant] betreft, waardoor het niet onder het inzagerecht van artikel 15 van de AVG valt. Ook als deze naam wel als persoonsgegeven van [appellant] moet worden aangemerkt, weigert de minister die te verstrekken op grond van artikel 23, eerste lid, onderdeel i, van de AVG en artikel 41, eerste lid, onderdeel i, van de Uitvoeringswet AVG. Deze inperking van het inzagerecht is noodzakelijk en evenredig. Kennisneming van de naam van de derde zal volgens de minister leiden tot aantasting van het belang van eerbiediging van diens persoonlijke levenssfeer. Dit belang weegt zwaarder dan het belang van [appellant] om kennis te nemen van de naam van de derde.

Beroep

5. [appellant] betoogt dat de minister niet mocht weigeren de naam te verstrekken van degene die onjuiste medische gegevens over hem heeft verstrekt aan de Belastingdienst, om hem in een kwaad daglicht te stellen. Volgens [appellant] hoeft een persoon die te kwader trouw is niet beschermd te worden en weegt zijn belang bij waarheidsvinding zwaarder.

5.1. Zoals de Afdeling in voormelde uitspraak van 1 februari 2023 heeft overwogen, is de minister op grond van artikel 15, eerste lid, aanhef en onder g, van de AVG in beginsel gehouden om [appellant] inzage te geven in alle beschikbare informatie over de bron van zijn persoonsgegevens, aangezien deze persoonsgegevens niet bij [appellant] zijn verzameld. [appellant] kan met zijn verzoek evenwel niet bereiken dat hij inzage krijgt in de naam van de persoon die gegevens over hem heeft verstrekt aan de Belastingdienst. In artikel 15, vierde lid, van de AVG is bepaald dat het recht op inzage in de eigen persoonsgegevens geen afbreuk doet aan de rechten en vrijheden van anderen. In geval van strijdigheid tussen enerzijds de volledige uitoefening van het recht van inzage van persoonsgegevens en anderzijds de rechten of vrijheden van anderen, moeten de betrokken rechten tegen elkaar worden afgewogen. De Afdeling is van oordeel dat de minister zich op het standpunt heeft mogen stellen dat het belang van de bescherming van rechten en vrijheden van de persoon, wiens naam het betreft, zwaarder weegt dan het recht van [appellant] op inzage en zijn belang bij waarheidsvinding.

5.2. Het betoog kan niet slagen.

6. De Afdeling is zich bewust van de redenen waarom [appellant] zijn verzoek heeft ingediend. Voor zover [appellant] de handelwijze van de Belastingdienst omtrent zijn gezondheidstoestand aan de orde wil stellen, kan dat in deze procedure niet aan de orde komen. Het geschil in deze zaak gaat alleen over het verzoek van [appellant] om inzage in zijn persoonsgegevens op grond van artikel 15 van de AVG. Daarom zal de Afdeling de betogen over de handelwijze van de Belastingdienst niet bespreken.

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond.

8. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. H.J.M. Besselink, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg, griffier.

w.g. Besselink

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Deventer-Lustberg

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026

1105

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. C.A.M. van Deventer-Lustberg

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?