ECLI:NL:RVS:2026:1067

ECLI:NL:RVS:2026:1067

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 202407856/1/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de raad van de gemeente Hellendoorn het bestemmingsplan "Koestraat 3 Hellendoorn" gewijzigd vastgesteld. Deze zaak gaat over het bestemmingsplan "Koestraat 3 Hellendoorn". Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om 11 appartementen te bouwen met een ondergrondse parkeergarage op het perceel aan de Koestraat 3 in het centrum van Hellendoorn. Op dit perceel bevindt zich nu een zalencentrum. De bestaande bebouwing wordt deels gesloopt. De bebouwing aan de zijde van de Dorpsstraat, waar "Twents Steakhouse Noabers" is gevestigd, blijft behouden en maakt ook deel uit van het plangebied. Hellendoorn De Vijf B.V. is initiatiefnemer van het plan. [appellant] en anderen wonen allen aan de Koestraat in de directe omgeving van het plangebied. Zij hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, omdat zij vrezen dat er schade aan hun oudere panden zal ontstaan als gevolg van de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd om de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling te realiseren.

Uitspraak

202407856/1/R3.

Datum uitspraak: 25 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend in Hellendoorn,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Hellendoorn,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 oktober 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Koestraat 3 Hellendoorn" gewijzigd vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak behandeld op de zitting van 3 februari 2026, waar [appellant], [appellant A] en [appellant B], allen bijgestaan door mr. H.A. Pasveer, advocaat in Enschede, en de raad, vertegenwoordigd door P.L. Drent en D.G. Ganseij, zijn verschenen. Verder is op de zitting Hellendoorn de Vijf B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde], gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 15 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2. Deze zaak gaat over het bestemmingsplan "Koestraat 3 Hellendoorn". Dit bestemmingsplan maakt het mogelijk om 11 appartementen te bouwen met een ondergrondse parkeergarage op het perceel aan de Koestraat 3 in het centrum van Hellendoorn. Op dit perceel bevindt zich nu een zalencentrum. De bestaande bebouwing wordt deels gesloopt. De bebouwing aan de zijde van de Dorpsstraat, waar "Twents Steakhouse Noabers" is gevestigd, blijft behouden en maakt ook deel uit van het plangebied. Hellendoorn De Vijf B.V. is initiatiefnemer van het plan.

3. [appellant] en anderen wonen allen aan de Koestraat in de directe omgeving van het plangebied. Zij hebben beroep ingesteld tegen het bestemmingsplan, omdat zij vrezen dat er schade aan hun oudere panden zal ontstaan als gevolg van de werkzaamheden die moeten worden uitgevoerd om de in het bestemmingsplan mogelijk gemaakte ontwikkeling te realiseren. In het bijzonder gaat het hen om de ondergrondse parkeergarage die het bestemmingsplan mogelijk maakt. De raad heeft volgens hen bij de voorbereiding van het bestemmingsplan onvoldoende onderzoek gedaan naar de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan. Zij wijzen er op dat er in de omgeving meerdere cultuurhistorisch waardevolle gebouwen staan. Volgens hen is ook inpassing van de appartementen in de omgeving onvoldoende gewaarborgd.

Het oordeel van de Afdeling

4. De Afdeling komt in deze uitspraak tot de conclusie dat geen van de beroepsgronden van [appellant] en anderen slagen. Het beroep is daarom ongegrond is. De Afdeling licht hierna toe hoe zij tot dit oordeel komt.

Toetsingskader bestemmingsplan

5. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Ingetrokken beroepsgrond

6. [appellant] en anderen hebben op de zitting hun beroepsgrond over het verlies aan bomen om de bouw van de appartementen mogelijk te maken, ingetrokken.

Strijd met Omgevingsvisie Overijssel

7. [appellant] en anderen voeren aan dat het plangebied in de Omgevingsvisie Overijssel de aanduiding "historische centra, binnensteden en landstadjes" heeft en op grond daarvan een beschermende bestemmingsregeling moet krijgen, gericht op instandhouding van het bestaande, historische patroon van wegen, bebouwing, vestingwerken en walburgen. [appellant] en anderen voeren aan dat de raad ten onrechte stelt dat het bestemmingsplan aan deze norm voldoet, omdat er twee appartementengebouwen worden gerealiseerd, waarvan het oostelijke deel een in de omgeving passende "hoeve-uitstraling" krijgt. Volgens [appellant] en anderen is die wijze van uitvoering van het bestemmingsplan namelijk niet gewaarborgd in het bestemmingsplan via bijvoorbeeld een beeldkwaliteitsplan. In de zienswijzennota is volgens hen ten onrechte gesteld dat dit niet nodig is, omdat de welstandsnota voldoende is. [appellant] en anderen voeren aan dat de welstandsnota geen enkel aanknopingspunt biedt om de bouw van twee appartementengebouwen af te dwingen, waarvan er een het uiterlijk van een hoeve moet krijgen. Ook moet welstand zich richten op de bouwmogelijkheden die het bestemmingsplan biedt. [appellant] en anderen voeren aan dat de raad er dus ten onrechte van is uitgegaan dat de cultuurhistorische waarden van de omgeving niet worden aangetast, omdat er deels in de vorm van een hoeve zal worden gebouwd.

7.1. In de Omgevingsvisie Overijssel is over het door [appellant] en anderen genoemde en hier aan de orde zijnde gebiedstype "historische centra, binnensteden en landstadjes" en de door hen genoemde norm als richting opgenomen dat als ontwikkelingen plaatsvinden in historische centra, binnensteden en landstadjes, deze dan bijdragen aan behoud en versterking van de mix van functies, het historisch gegroeide patroon van wegen en openbare ruimten en de leefbaarheid. Grote bouwopgaven, zoals bij herstructurering, inbreiding of intensivering van woon-, werk-, en voorzieningen milieus worden ingepast met respect voor de historie, het individuele karakter van de bebouwing en de leefbaarheid, in relatie tot de problematiek van verkeer en parkeren. Onder inspiratie staat er in de Omgevingsvisie Overijssel dat nieuwe bebouwing individueel en afwisselend is; zich voegt in de structuur van de omgeving.

7.2. In paragraaf 4.2 van de plantoelichting is ingegaan op de Omgevingsvisie Overijssel. In het kader van de toetsing aan de gebiedskenmerken staat er in de plantoelichting het volgende. Het plan gaat uit van de sloop van een bestaand pand om vervolgens op een zichtlocatie twee appartementengebouwen terug te bouwen. Hierbij wordt het pand aangrenzend aan de Koestraat in een traditionele boerderij architectuur teruggebouwd. Tevens krijgen de twee appartementengebouwen een passende bouwhoogte (10 m), waarmee de bebouwing aansluit bij omliggende gebouwen, aldus de plantoelichting.

Op de zitting heeft de raad nader toegelicht dat het hier niet gaat om een beschermd stads- en dorpsgezicht. Er staan wel karakteristieke panden in de omgeving. In de Koestraat staan boerderijen met een lage goothoogte en een kap. Volgens de raad is er daarom in het bestemmingsplan een maximum goothoogte van 4,5 m en een maximum bouwhoogte van 9 m opgenomen aan de kant van de Koestraat. Verder richting de Halve Maansteeg en park de Geuren is een grotere hoogte toegestaan in het bestemmingsplan, namelijk een goothoogte van 6 m en een bouwhoogte van 10 m. De raad stelt dat hierdoor gelaagdheid wordt aangebracht in de bebouwing. Op dit moment staat er één bouwmassa. De raad stelt dat de vorm van het aan het perceel toegekende bouwvlak en de vastgestelde bouw- en goothoogtes in combinatie met de welstandscriteria voldoende waarborgen bieden om een plan te realiseren dat past in de omgeving. In de welstandscriteria is bijvoorbeeld opgenomen dat moet worden aangesloten bij de gebiedseigen kenmerken en dat er sprake moet zijn van een eenvoudige hoofdvorm met traditionele kapvorm aansluitend bij omliggende bebouwing. De aanzichten moeten een traditionele compositie hebben en er mogen geen glimmende materialen voor grote vlakken toegepast worden.

7.3. Uit het voorgaande volgt dat de raad rekening heeft gehouden met de Omgevingsvisie Overijssel. Gelet op de plantoelichting, de door de raad gegeven toelichting en de planregeling ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de raad niet heeft mogen stellen dat het bestemmingsplan in overeenstemming is met die Omgevingsvisie. Verder heeft de raad het stellen van nadere bouwregels of een beeldkwaliteitsplan, waarvan de uitvoering is geborgd in de planregels, vanuit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet noodzakelijk hoeven achten. Voor zover [appellant] en anderen op de zitting hebben aangevoerd dat van die noodzaak is gebleken, omdat er inmiddels een omgevingsvergunning is verleend voor onder andere het afwijken van de in het bestemmingsplan opgenomen maximum goothoogte, overweegt de Afdeling dat ook wanneer er wel een beeldkwaliteitsplan was opgesteld en de uitvoering daarvan in het bestemmingsplan was geborgd of nadere bouwregels waren opgenomen in het bestemmingsplan de bevoegdheid bestond om in afwijking daarvan een omgevingsvergunning te verlenen.

Het betoog slaagt niet.

Uitvoerbaarheid bestemmingsplan

8. [appellant] en anderen voeren aan dat de raad onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de uitvoerbaarheid van het bestemminsplan. Zij voeren in dit kader allereerst aan dat de raad zich bij het vaststellen van het bestemmingsplan in ieder geval een beeld had moeten vormen over de vraag of het bestemmingsplan bouwtechnisch uitvoerbaar is zonder schade aan cultuurhistorisch waardevolle bebouwing aan te brengen. En of daarvoor bouwmethoden moeten worden toegepast die zo kostbaar zijn dat het bestemmingsplan onuitvoerbaar wordt. Ter onderbouwing verwijzen zij naar de uitspraak van de Afdeling van 15 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1064, onder 6.1. Op de zitting hebben zij in dit verband gewezen op de bijzondere gevoeligheid van de woning aan de Koestraat 7 vanwege onder andere de beperkte fundering en de ouderdom van die woning.

8.1. Voor zover [appellant] en anderen schade vrezen aan hun woningen als gevolg van de bouwwerkzaamheden, overweegt de Afdeling dat deze beroepsgrond niet gaat over het plan zelf, maar over de uitvoering daarvan. Uitvoeringsaspecten kunnen in deze procedure niet aan de orde komen. Dat is alleen anders als de raad het bestemmingsplan niet heeft kunnen vaststellen omdat hij op voorhand redelijkerwijs had moeten inzien dat het plan vanwege de bouwwerkzaamheden en de daardoor te verwachten schade financieel niet uitvoerbaar zou zijn. Daarvan is niet gebleken. Op de zitting hebben de raad en initiatiefnemer verder naar voren gebracht dat er verschillende bouwmethoden kunnen worden toegepast om effecten te beperken, zoals bijvoorbeeld het duwen in plaats van intrillen van damwanden. Ook zal volgens de raad een bouw- en sloopveiligheidsplan worden verlangd. Initiatiefnemer heeft toegelicht nader onderzoek te doen naar de bouwmethoden en dat afhankelijk daarvan ook een nulmeting zal worden verricht.

8.2. Verder hebben [appellant] en anderen aangevoerd dat zij in het kader van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan twijfelen of voldoende ramen kunnen worden gerealiseerd in de appartementengebouwen om in voldoende daglichttoetreding te kunnen voorzien. De raad heeft daarover toegelicht dat binnen de geldende welstandscriteria en de regels over daglichttoetreding een aanvaardbaar bouwplan kan worden ontworpen. De Afdeling ziet geen aanknopingspunten om de raad op dit punt niet te volgen. De Afdeling laat daarbij in het midden of het hier wel gaat om normen die strekken tot de belangen van [appellant] en anderen.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie en proceskosten

9. Het beroep is ongegrond.

9.1. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. A. Blomberg, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M.G. Alderlieste, griffier.

w.g. Blomberg

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Alderlieste

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026

590

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M.G. Alderlieste

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?