ECLI:NL:RVS:2026:1086

ECLI:NL:RVS:2026:1086

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 25-02-2026
Datum publicatie 25-02-2026
Zaaknummer 202401040/1/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 22 december 2020 heeft het college van burgemeester en wethouders van Den Haag aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een damwand op het perceel [locatie A] in Den Haag en daarbij af te wijken van het bestemmingsplan. Het college heeft op 22 december 2020 een omgevingsvergunning verleend aan [appellant] ter legalisatie van de al gebouwde damwand aan de [locatie A] in Den Haag. De omgevingsvergunning was aangevraagd voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. [partij A] en anderen hebben bezwaar gemaakt tegen deze omgevingsvergunning. Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college de bezwaren gegrond verklaard en de omgevingsvergunning alsnog geweigerd, omdat naar aanleiding van nieuwe informatie de welstandscommissie een negatief welstandsadvies heeft gegeven. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het negatieve welstandsadvies aan de weigering ten grondslag mocht leggen.

Uitspraak

202401040/1/R3.

Datum uitspraak: 25 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 14 december 2023 in zaak nr. 21/4900 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Den Haag.

Procesverloop

Bij besluit van 22 december 2020 heeft het college aan [appellant] een omgevingsvergunning verleend voor de bouw van een damwand op het perceel [locatie A] in Den Haag en daarbij af te wijken van het bestemmingsplan.

Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college het door [partij A] en anderen daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard, het besluit van 22 december 2020 herroepen en de omgevingsvergunning alsnog geweigerd.

Bij uitspraak van 14 december 2023 heeft de rechtbank het door [appellant] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 11 juni 2021 vernietigd en de rechtsgevolgen van dat besluit geheel in stand gelaten.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college en [partij A] en anderen hebben een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 8 december 2025, waar [appellant], vertegenwoordigd door mr. M.R. Plug, advocaat in Den Haag, en het college, vertegenwoordigd door mr. S.J.C. Hocks, zijn verschenen. Voorts zijn op de zitting [partij B], [partij A] en [partij C] als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (de Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 4 november 2020. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. Het college heeft op 22 december 2020 een omgevingsvergunning verleend aan [appellant] ter legalisatie van de al gebouwde damwand aan de [locatie A] in Den Haag. De omgevingsvergunning was aangevraagd voor de activiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo. [partij A] en anderen hebben bezwaar gemaakt tegen deze omgevingsvergunning. Bij besluit van 11 juni 2021 heeft het college de bezwaren gegrond verklaard en de omgevingsvergunning alsnog geweigerd, omdat naar aanleiding van nieuwe informatie de welstandscommissie een negatief welstandsadvies heeft gegeven.

3. De relevante wettelijke bepalingen zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Aangevallen uitspraak

4. De rechtbank heeft geoordeeld dat het besluit op bezwaar in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet deugdelijk is gemotiveerd. De rechtbank heeft hiertoe overwogen dat zij zich aansluit bij de mening van de bezwaarschriftencommissie, dat het op de weg van het college ligt om in het besluit op bezwaar te onderbouwen waarom het college het negatieve welstandsadvies, dat tegengesteld is aan het aanvankelijke uitgebrachte advies, ten grondslag legt aan het besluit. Omdat het college dit in het besluit op bezwaar niet heeft gedaan en slechts het advies van de bezwaarschriftencommissie overneemt, schiet het besluit tekort.

De rechtbank heeft geoordeeld dat uit het welstandsadvies van 31 maart 2021 volgt dat het bouwplan niet aan redelijke eisen van welstand voldoet, omdat de damwand voor wat betreft de hoogte, de aansluiting op de bestaande belending en qua uiterlijk/materiaalkeuze een ernstige aantasting is van de omgeving. De rechtbank volgt het college in de toelichting die in het verweerschrift en op de zitting is gegeven inhoudende dat de hoogte van de damwand moet worden gezien in relatie tot de aansluiting op de belendingen en niet op zichzelf als planologische toets. De rechtbank betrekt daarbij dat uit de door [appellant] overgelegde foto’s blijkt dat er een fors hoogteverschil zit tussen de belending van [appellant] en de belendingen in de omgeving. Daarom ziet de rechtbank geen aanleiding voor het oordeel dat de in het bestemmingsplan toegelaten maximum bouwhoogte bij de welstandstoets niet is gerespecteerd. Ook de materiaalkeuze, te weten staal, is volledig afwijkend van de overigens aanwezige houten beschoeiingen. De rechtbank komt tot de conclusie dat het college het overnemen van het welstandsadvies van 31 maart 2021 op de zitting heeft voorzien van een adequate motivering. De rechtbank heeft het besluit op bezwaar vernietigd, maar de rechtsgevolgen in stand gelaten met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder a, van de Awb. Het hoger beroep is gericht tegen de beslissing om de rechtsgevolgen in stand te laten.

Procesbelang

5. Het college heeft zich op de zitting op het standpunt gesteld dat [appellant] geen procesbelang meer heeft, omdat hij het perceel [locatie A] inmiddels heeft verkocht.

5.1. Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.

5.2. De Afdeling ziet geen aanleiding om het college te volgen in zijn standpunt dat [appellant] geen procesbelang meer heeft. Op de zitting is gebleken dat [appellant] geen eigenaar meer is van het perceel. Het perceel is op dit moment in eigendom van de zoon van [appellant] die hier samen met zijn partner woont. [appellant] heeft op de zitting toegelicht dat, mocht de weigering van een omgevingsvergunning voor de damwand onherroepelijk worden en de damwand moet worden verwijderd, zijn zoon te veel voor het perceel heeft betaald en hij dat moet terugbetalen. [appellant] heeft er dus belang bij dat er alsnog een omgevingsvergunning voor de damwand wordt verleend. Gelet hierop bestaat geen aanleiding voor het oordeel dat [appellant] geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van het door hem ingestelde hoger beroep.

Hoger beroepsgronden

Welstand

6. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college het negatieve welstandsadvies aan de weigering ten grondslag mocht leggen. De welstandscommissie heeft ten onrechte geadviseerd dat het bouwplan niet voldoet aan redelijke eisen van welstand vanwege nieuwe informatie. In de vergunningaanvraag is namelijk al aangegeven dat het om een stalen damwand gaat, zodat dus geen sprake is van nieuwe informatie. Ook was al op de bij de aanvraag ingediende tekeningen te zien dat de damwand over de volledige lengte van het perceel loopt. Verder vindt [appellant] dat de rustige uitstraling die een gelijke hoogte van de damwand over de gehele lengte van het perceel biedt, belangrijker moet worden geacht dan het laten aansluiten van de damwand op de belendingen. Daarnaast heeft de rechtbank ten onrechte overwogen dat er een hoogteverschil bestaat tussen de belending van [appellant] en de belendingen in de omgeving. Het is [appellant] niet duidelijk wat de rechtbank daarmee bedoelt. Uit door [appellant] overgelegde foto’s blijkt dat er in de omgeving, in de woonwijk "De Bras", meerdere beschoeiingen aanwezig zijn die hoger zijn. Deze beschoeiingen geven bovendien een rommelig beeld, terwijl de damwand van [appellant] juist een verzorgde uitstraling heeft, die goed in de omgeving past. Ten slotte is de damwand inmiddels bedekt met hedera om omwonenden tegemoet te komen. Het college had deze hedera-bedekking kunnen voorschrijven in de omgevingsvergunning.

6.1. Hoewel het college niet aan een welstandsadvies is gebonden en de verantwoordelijkheid voor welstandstoetsing bij het college zelf ligt, mag het op dat advies afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Awb voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Het overnemen van een welstandsadvies behoeft in beginsel geen nadere toelichting. Dit is anders als de aanvrager of een derde-belanghebbende een advies van een andere deskundig te achten persoon of instantie heeft overgelegd of concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht.

6.2. De welstandscommissie heeft op 25 november 2020 een positief welstandsadvies gegeven, dat aan het primaire besluit ten grondslag heeft gelegen. Op 31 maart 2021 heeft de welstandscommissie, na het indienen van nieuwe foto’s door omwonenden, hangende de bezwaarprocedure een nieuw welstandsadvies gegeven. In dit advies komt de welstandscommissie tot de conclusie dat de aanvraag toch niet aan redelijke eisen van welstand voldoet. In het advies staat dat deze waterrijke woonwijk zich kenmerkt door natuurlijke oevers en naar een lage houten beschoeiing aflopende taluds. De illegaal gebouwde damwand vormt zowel in hoogte als in aansluiting op de belending en in uiterlijk een ernstige aantasting van de omgeving, aldus de welstandscommissie in het nieuwe welstandsadvies. In het verweerschrift en op de zitting bij de rechtbank heeft het college toegelicht dat de hoogte van de damwand niet op zichzelf is getoetst als planologische toets, maar moet worden gezien in relatie tot de aansluiting op de belendingen.

6.3. De Afdeling kan zich vinden in overweging 12.1 van de uitspraak van de rechtbank waarin is overwogen dat bij het besluit op bezwaar naar aanleiding van de bezwaren een volledige heroverweging plaatsvindt op grond van artikel 7:11 van de Awb. Deze heroverweging kan ertoe leiden dat een college verandert van inzicht en terugkomt van het primaire besluit. Het college moest de nieuwe informatie ten aanzien van de welstandstoets in de heroverweging naar aanleiding van de bezwaren betrekken. Volgens de uitspraak van de rechtbank heeft het college op de zitting toegelicht dat het eerste welstandsadvies gebaseerd was op onjuiste en onvolledige informatie. Het college heeft dit hersteld in het besluit op bezwaar en heeft terecht niet vastgehouden aan een eerder gebrekkig welstandsadvies. In wat [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding om hier anders over te oordelen. De Afdeling stelt vast dat in de bezwaarfase foto’s zijn overgelegd die bij het nieuwe welstandsadvies zijn betrokken. Dat geen sprake is geweest van nieuwe informatie heeft [appellant] niet aannemelijk gemaakt.

6.4. Waar het gaat om de betekenis van de foto’s die zijn overgelegd door [appellant] en de hedera als mogelijke vergunningvoorwaarde onderschrijft de Afdeling overweging 11.4 van de uitspraak van de rechtbank. Wat in hoger beroep door [appellant] is aangevoerd, bijvoorbeeld over de rustige uitstraling van de damwand in vergelijking met sommige andere beschoeiingen, werpt hierop geen ander licht. Bovendien is gebleken dat het hoogteverschil van de damwand ten opzichte van de belending een belangrijke reden voor het negatieve welstandsadvies en de weigering van de omgevingsvergunning is. Dat hoogteverschil wordt niet weggenomen door de damwand te bedekken met hedera of door te stellen dat het een rustig beeld geeft. In wat [appellant] verder heeft aangevoerd ziet de Afdeling geen aanleiding voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat het college het welstandsadvies aan het besluit van 11 juni 2021 ten grondslag heeft kunnen leggen.

Het betoog slaagt niet.

Evenredigheid

7. Verder betoogt [appellant] dat de keuze van het college om de omgevingsvergunning in bezwaar te herroepen onevenredig is. De damwand is op zichzelf namelijk niet in strijd met het bestemmingsplan. De gevolgen van het eerst verlenen van de vergunning en het vervolgens weer herroepen zijn onevenredig, omdat dit niet noodzakelijk, niet geschikt en ook niet evenwichtig is. De rechtbank heeft dat niet onderkend.

7.1. Deze beroepsgrond die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd is zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op deze grond ingegaan. [appellant] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van deze grond in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 12.1 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan nog toe dat de strijdigheid van een aanvraag met redelijke eisen van welstand een zelfstandige weigeringsgrond is op grond van artikel 2.10, eerste lid, aanhef en onder d, van de Wabo. Dat de aanvraag niet in strijd is met het bestemmingsplan betekent daarom nog niet dat de omgevingsvergunning had moeten worden verleend.

Conclusie

8. Het hoger beroep is ongegrond. De uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen, dient te worden bevestigd.

9. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. N.H. van den Biggelaar, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J.M.A. Wolvers-Poppelaars, griffier.

w.g. Van den Biggelaar

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Wolvers-Poppelaars

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 februari 2026

780-1176

BIJLAGE

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht

Artikel 2.10

1. Voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, wordt de omgevingsvergunning geweigerd indien:

[…]

d. het uiterlijk of de plaatsing van het bouwwerk waarop de aanvraag betrekking heeft, met uitzondering van een tijdelijk bouwwerk dat geen seizoensgebonden bouwwerk is, zowel op zichzelf beschouwd als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 12a, eerste lid, onder a, van de Woningwet, tenzij het bevoegd gezag van oordeel is dat de omgevingsvergunning niettemin moet worden verleend;

[…]

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.J.M.A. Wolvers-Poppelaars

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?