ECLI:NL:RVS:2026:1108

ECLI:NL:RVS:2026:1108

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 26-02-2026
Zaaknummer 202502550/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 30 april 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] een Educatieve Maatregel Drugs en Verkeer (EMD) opgelegd. Het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar heeft het CBR bij besluit van 18 juli 2024 ongegrond verklaard. De bestuurder van de auto met kenteken […] is op 11 april 2024 staande gehouden door de politie Eenheid Noord-Holland, omdat hij een mobiele telefoon vasthield tijdens het besturen van een personenauto. Na het uitschrijven van een bekeuring is er een speekseltest afgenomen. Deze test wees uit dat de bestuurder vermoedelijk onder invloed van cannabis heeft gereden. De verbalisant heeft de bestuurder daarop bevolen zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen. De bestuurder heeft vervolgens de speekseltest van de motorfiets van de verbalisant gepakt en is weggerend.

Uitspraak

202502550/1/A2.

Datum uitspraak: 20 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Midden­Nederland van 31 maart 2025 in zaak nr. 24/5602 in het geding tussen:

[appellant]

en

het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR).

Openbare zitting gehouden op 20 februari 2026 om 10:00 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer;

M.M. Engele, griffier.

Verschenen:

[appellant], vertegenwoordigd door mr. N.M. van Boekel, advocaat te Amsterdam, en het CBR, vertegenwoordigd door mr. J.J. Kwant.

Bij besluit van 30 april 2024 heeft het CBR [appellant] een Educatieve Maatregel Drugs en Verkeer (EMD) opgelegd. Het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar heeft het CBR bij besluit van 18 juli 2024 ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 18 juli 2024 ongegrond is verklaard.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden

1. De bestuurder van de auto met kenteken […] is op 11 april 2024 staande gehouden door de politie Eenheid Noord-Holland, omdat hij een mobiele telefoon vasthield tijdens het besturen van een personenauto. Na het uitschrijven van een bekeuring is er een speekseltest afgenomen. Deze test wees uit dat de bestuurder vermoedelijk onder invloed van cannabis heeft gereden. De verbalisant heeft de bestuurder daarop bevolen zich aan een bloedonderzoek te onderwerpen. De bestuurder heeft vervolgens de speekseltest van de motorfiets van de verbalisant gepakt en is weggerend.

2. Het CBR heeft [appellant] een EMD opgelegd naar aanleiding van een mededeling van de politie. In die mededeling staat dat [appellant] als bestuurder van een auto op 11 april 2024 heeft geweigerd medewerking te verlenen aan een bloedonderzoek als bedoeld in artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994 (Wvw 1994). Het CBR heeft [appellant] daarom bij besluit van 30 april 2024 op grond van artikel 131 van de Wvw 1994 en artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a, van de Regeling maatregelen rijvaardigheid en geschiktheid 2011 (de Regeling) verplicht om mee te werken aan een EMD.

3. [appellant] betwist dat hij op 11 april 2024 als bestuurder van de personenauto staande is gehouden.

4. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat de betwistingen van [appellant] onvoldoende zijn om te twijfelen aan de bevindingen die in het proces-verbaal zijn opgenomen. De verbalisant heeft de bestuurder voldoende duidelijk omschreven, zodat het CBR ervan uit mocht gaan dat [appellant] de bestuurder van de personenauto was. Dat de strafrechter [appellant] op 5 november 2024 heeft vrijgesproken, brengt in dit geval niet met zich mee dat de grondslag aan het vermoeden, bedoeld in artikel 130 van de Wvw 1994, is komen te ontvallen. Hierbij wordt in aanmerking genomen dat de aantekening mondeling vonnis niet is voorzien van de motivering waarop de vrijspraak is gebaseerd. Met de aantekening wordt de inhoud van het proces-verbaal dat ten grondslag is gelegd aan de EMD daarom niet onderuit gehaald. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 14 tot en met 18 en 20 tot en met 21 van de uitspraak opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

5. Het hoger beroep is ongegrond.

6. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Soffers

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Engele

griffier

1033

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand