ECLI:NL:RVS:2026:1109

ECLI:NL:RVS:2026:1109

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 20-02-2026
Datum publicatie 26-02-2026
Zaaknummer 202502681/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 24 juli 2024 heeft het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen [appellant] rijgeschikt verklaard voor de duur van een jaar onder de voorwaarden "alleen tijdens privégebruik" en "automatische keuze van versnelling". Het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar heeft het CBR bij besluit van 19 september 2024 ongegrond verklaard. Op 23 augustus 2023 heeft het CBR van [appellant] een gezondheidsverklaring ontvangen ter verkrijging van een verklaring van rijgeschiktheid. In deze verklaring staat vermeld dat [appellant] een vorm van dementie heeft en dat hij een beroerte, herseninfarct of hersenbloeding heeft gehad. Naar aanleiding daarvan heeft het CBR [appellant] verwezen voor een keuring. Zowel in een verslag van 11 mei 2023 van een klinisch geriater als in een keuringsrapport van 10 juli 2024 van een neuroloog staat dat bij [appellant] sprake is van (gemengde) dementie. Op 24 maart 2024 heeft [appellant] een rijtest afgelegd met voldoende resultaat. Het CBR heeft deze gegevens bij de besluitvorming betrokken.

Uitspraak

202502681/1/A2.

Datum uitspraak: 20 februari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak (artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)) op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

tegen de mondelinge uitspraak van de rechtbank Oost­Brabant van 10 maart 2025 in zaak nr. 24/3715 in het geding tussen:

[appellant]

en

het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (het CBR).

Openbare zitting gehouden op 20 februari 2026 om 11:30 uur.

Tegenwoordig:

Staatsraad mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer;

mr. M.M. Engele, griffier.

Verschenen:

[appellant] en het CBR, vertegenwoordigd door S.J.W. van de Vorstenbosch-Blom.

Bij besluit van 24 juli 2024 heeft het CBR [appellant] rijgeschikt verklaard voor de duur van een jaar onder de voorwaarden "alleen tijdens privégebruik" en "automatische keuze van versnelling". Het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar heeft het CBR bij besluit van 19 september 2024 ongegrond verklaard.

Het hoger beroep richt zich tegen de uitspraak van de rechtbank, waarin het beroep van [appellant] tegen het besluit van 19 september 2024 ongegrond is verklaard.

Beslissing

De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

Gronden

1. Op 23 augustus 2023 heeft het CBR van [appellant] een gezondheidsverklaring ontvangen ter verkrijging van een verklaring van rijgeschiktheid. In deze verklaring staat vermeld dat [appellant] een vorm van dementie heeft en dat hij een beroerte, herseninfarct of hersenbloeding heeft gehad. Naar aanleiding daarvan heeft het CBR [appellant] verwezen voor een keuring. Zowel in een verslag van 11 mei 2023 van een klinisch geriater als in een keuringsrapport van 10 juli 2024 van een neuroloog staat dat bij [appellant] sprake is van (gemengde) dementie. Op 24 maart 2024 heeft [appellant] een rijtest afgelegd met voldoende resultaat. Het CBR heeft deze gegevens bij de besluitvorming betrokken.

2. Het CBR heeft zich in hoger beroep op het standpunt gesteld dat [appellant] het hogerberoepschrift een dag te laat heeft ingediend. De Afdeling acht de termijnoverschrijding verschoonbaar gelet op de minimale termijnoverschrijding en de persoonlijke omstandigheden van [appellant].

3. [appellant] betoogt dat uit een medisch rapport van 21 augustus 2025 blijkt dat hij geen dementie heeft en dat daaruit volgt dat de eerdere diagnoses onjuist zijn. Het CBR heeft bezwaar gemaakt tegen het op de zitting van de Afdeling overleggen van dit rapport. De Afdeling overweegt dat [appellant] het medisch rapport van 21 augustus 2025 eerder had kunnen en moeten overleggen. De Afdeling zal het medisch rapport vanwege strijd met de goede procesorde dan ook niet betrekken bij de beoordeling van het hoger beroep

4. De Afdeling volgt het oordeel van de rechtbank dat het CBR zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat er geen concrete aanknopingspunten zijn om te twijfelen aan juistheid van de rapporten van de specialisten. [appellant] heeft zijn betoog dat de diagnose dementie niet juist is, niet onderbouwd met een tegenadvies van een medisch deskundige. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder rechtsoverweging 12 tot en met 12.2 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

5. Het hoger beroep is ongegrond.

6. Het CBR hoeft geen proceskosten te vergoeden.

w.g. Soffers

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Engele

griffier

1033

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand