202500933/2/R2.
Datum uitspraak: 7 januari 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
PROCES-VERBAAL van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 7 januari 2026 op het verzoek om het treffen van een voorlopige voorziening (artikel 8:81 van de Algemene wet bestuursrecht) van
De vereniging Kontakt Milieubeheer Zaanstreek (hierna: KMZ), gevestigd in Zaandam, gemeente Zaanstad,
verzoekster,
hangende het hoger beroep van:
het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland (hierna: het college)
tegen de uitspraak van de rechtbank NoordÂHolland van 6 januari 2025 in zaak nr. 23/1809 in het geding tussen:
KMZ
en
het college.
Openbare zitting gehouden op 7 januari 2026 om 11:00 uur.
Tegenwoordig:
Staatsraad: mr. E.A. Minderhoud, voorzieningenrechter
Griffier: mr. M.C. van Engelen
Verschenen:
KMZ, vertegenwoordigd door [gemachtigde], vergezeld door [personen].
Het college, vertegenwoordigd door C. van Duijvenbode-Cornelissen, vergezeld door B. de Boer;
De gemeente Zaanstad, vertegenwoordigd door mr. G.M. Pierik, advocaat te Hoofddorp, vergezeld door P. Wiersma;
De vereniging Zaanse Hockeyclub De Kraaien, vertegenwoordigd door [gemachtigde].
Bij besluit van 8 mei 2018 heeft het college aan de gemeente Zaanstad een natuurvergunning op grond van artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (hierna: de Wnb) verleend voor de realisatie van 3 hockeyvelden en een clubgebouw aan de Fortuinweg in Zaandijk.
KMZ heeft het college bij brief van 25 juni 2022 verzocht de natuurvergunning in te trekken.
Het college heeft het verzoek bij besluit van 16 januari 2023 afgewezen. KMZ heeft tegen dat besluit beroep ingesteld bij de rechtbank.
De rechtbank heeft het beroep bij uitspraak van 6 januari 2025 gegrond verklaard, het besluit van 16 januari 2023 vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.
Het college heeft hoger beroep ingesteld tegen deze uitspraak.
Op 25 november 2025 heeft het college ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank een nieuw besluit genomen en het verzoek van KMZ opnieuw afgewezen.
KMZ heeft de voorzieningenrechter verzocht de werking van de natuurvergunning, te schorsen totdat uitspraak is gedaan in de bodemzaak.
De voorzieningenrechter
wijst het verzoek af.
Daartoe overweegt de voorzieningenrechter het volgende.
De voorzieningenrechter acht het spoedeisend belang aan de zijde van KMZ aanwezig. De gemeente heeft ter zitting toegelicht dat sinds 2022 gebruik wordt gemaakt van de natuurvergunning en dat binnen afzienbare tijd zal worden begonnen met de aanleg van het sportcomplex, waartoe momenteel een aanbestedingsprocedure wordt opgestart.
De voorzieningenrechter stelt vervolgens voorop dat de natuurvergunning die bij het besluit van 8 mei 2018 door het college aan de gemeente Zaanstad is verleend, in rechte onaantastbaar is. In de zaak die nu aan de orde is, gaat het over de mogelijke intrekking van deze vergunning. Bij het besluit van 25 november 2025 heeft het college ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank van 6 januari 2025 een nieuw besluit genomen op de aanvraag van KMZ om de natuurvergunning in te trekken, en deze opnieuw afgewezen. Of dit besluit in rechte standhoudt zal in de bodemprocedure aan de orde komen. De voorzieningenrechter acht het te verstrekkend om een bestaand recht van de gemeente Zaanstad voor de realisatie en het in gebruik nemen van het sportcomplex aan de Fortuinweg in Zaandijk te beperken door het gebruik van de natuurvergunning in afwachting van de uitspraak in de bodemprocedure niet toe te staan. De voorzieningenrechter wijst in dit verband op de uitspraken van de Afdeling van 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2969, r.o. 28.1 en van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5090, r.o. 18.
Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
w.g. Minderhoud
voorzieningenrechter
w.g. Van Engelen
griffier
842