ECLI:NL:RVS:2026:1185

ECLI:NL:RVS:2026:1185

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer 202406655/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij brief van 23 oktober 2023 heeft [appellante] een verzoekschrift gericht aan de minister Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur. In het verzoekschrift verzoekt [appellante] de minister om te voldoen aan de in het verdrag van Aarhus opgenomen positieve verplichtingen en geeft hij de minister 30 dagen de tijd om met terugwerkende kracht de geconstateerde gebreken te herstellen. Ook verzoekt [appellante] de minister de verloren gegane rechtsorde te herstellen en hersteld te houden.

Uitspraak

202406655/1/A3.

Datum uitspraak: 4 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd in [plaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Overijssel van 20 september 2024 in zaak nr. 24/1237 in het geding tussen:

[appellante]

en

de minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur.

Procesverloop

Bij brief van 23 oktober 2023 heeft [appellante] een verzoekschrift gericht aan de minister.

Bij brief van 6 december 2023 heeft [appellante] de minister in gebreke gesteld wegens het niet tijdig beslissen op het verzoek.

Bij brief van 7 januari 2024 heeft [appellante] beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op het verzoek.

Bij uitspraak van 20 september 2024 heeft de rechtbank dit beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

De minister heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 8 oktober 2025, waar [appellante], vertegenwoordigd door [gemachtigde], en de minister, vertegenwoordigd door A.H. Spriensma-Heringa, zijn verschenen.

Overwegingen

1. In het verzoekschrift verzoekt [appellante] de minister om te voldoen aan de in het verdrag van Aarhus opgenomen positieve verplichtingen en geeft hij de minister 30 dagen de tijd om met terugwerkende kracht de geconstateerde gebreken te herstellen. Ook verzoekt [appellante] de minister de verloren gegane rechtsorde te herstellen en hersteld te houden.

2. De rechtbank heeft geoordeeld dat het verzoek van [appellante] te weinig concreet is om te kunnen worden aangemerkt als een ontvankelijke aanvraag in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Het uitblijven van een beslissing op het verzoek kan daarom niet worden aangemerkt als het niet tijdig nemen van een besluit waartegen beroep bij de bestuursrechter openstaat.

3. [appellante] betoogt in hoger beroep dat is voldaan aan alle vereisten om een verzoek in te dienen en dat de minister daarom verplicht was om op zijn minst het verzoek ongegrond te verklaren. [appellante] kon niet voorzien dat zijn verzoek niet zou kwalificeren als een aanvraag. Volgens [appellante] is het verzoek een op rechtsgevolg gerichte aanvraag waarop hoe dan ook door de minister moet worden beslist.

4. De Afdeling oordeelt hierover dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat het verzoek van [appellante] te weinig concreet was om dit te kunnen aanmerken als aanvraag om een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3 van de Algemene wet bestuursrecht. Het verzoek is algemeen geformuleerd en vraagt niet om een bepaald in het verzoek omschreven besluit dat een grondslag zou vinden in een wettelijke regeling. Ter zitting heeft [appellante] toegelicht dat het een verzoek op grond van de Wet open overheid is, maar het verzoek geeft hiervoor geen enkel aanknopingspunt. Omdat niet is nagelaten een bepaald gevraagd besluit te nemen, kon tegen het uitblijven daarvan geen beroep worden ingesteld. De rechtbank is terecht tot hetzelfde oordeel gekomen.

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Langeveld, griffier.

w.g. Borman

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Langeveld

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026

317-1158

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Langeveld

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?