202500743/2/R1.
Datum uitspraak: 4 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellant] en anderen, allen wonend in Nederweert,
appellanten,
en
de raad van de gemeente Nederweert,
verweerder.
Procesverloop
Bij tussenuitspraak van 20 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3997, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen 18 weken na verzending van de tussenuitspraak het daarin geconstateerde gebrek in het besluit van 19 november 2024 (het oorspronkelijke besluit) tot vaststelling van het bestemmingsplan "Gutjesweg" te herstellen.
Bij besluit van 9 december 2025 (herstelbesluit) heeft de raad het bestemmingsplan opnieuw en gewijzigd vastgesteld.
[appellant] en anderen hebben geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze naar voren te brengen.
De Afdeling heeft bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft vervolgens het onderzoek gesloten.
Overwegingen
Inleiding
1. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat de planregeling voor woonwagenstandplaatsen gebrekkig was en dat het oorspronkelijke besluit op dit punt niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid was.
2. Naar aanleiding van de tussenuitspraak heeft de raad in het herstelbesluit de planregeling voor woonwagenstandplaatsen aangepast. In artikel 5.2.2, aanhef en onder a en 3, van de planregels is nu opgenomen dat ter plaatse van de aanduiding "woonwagenstandplaats" woonwagens en vaste chalets zijn toegestaan.
3. Het beroep van [appellant] en anderen is op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mede gericht tegen het herstelbesluit, omdat het niet geheel tegemoet komt aan het beroep van [appellant] en anderen.
Het beroep tegen het oorspronkelijke besluit
4. Gelet op de tussenuitspraak is het beroep tegen het oorspronkelijke besluit gegrond. Dat besluit moet worden vernietigd vanwege strijd met artikel 3:2 van de Awb.
Het beroep tegen het herstelbesluit
5. [appellant] en anderen hebben naar aanleiding van het herstelbesluit geen zienswijze ingediend en dus niet te kennen gegeven dat zij zich niet met het herstelbesluit kunnen verenigen. Dit betekent dat zij geen beroepsgronden tegen dit besluit hebben aangevoerd. Het van rechtswege ontstane beroep tegen het herstelbesluit is ongegrond.
Proceskosten
6. De raad moet de proceskosten van [appellant] en anderen vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart het beroep tegen het besluit van de raad van de gemeente Nederweert van 19 november 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Gutjesweg" gegrond;
II. vernietigt het besluit van 19 november 2024;
III. verklaart het beroep tegen het besluit van 9 december 2025 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "Gutjesweg" ongegrond;
IV. veroordeelt de raad van de gemeente Nederweert tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.868,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand, met dien verstande dat bij de betaling van genoemd bedrag aan één van hen, het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;
V. gelast dat de raad van de gemeente Nederweert aan [appellant] en anderen het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrag van €194,00 vergoedt, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan één van hen het bestuursorgaan aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.
Aldus vastgesteld door mr. J.J.W.P. van Gastel, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.
w.g. Van Gastel
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van Driel Kluit
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026
703