ECLI:NL:RVS:2026:1190

ECLI:NL:RVS:2026:1190

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer 202505957/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft het college aan [appellant] medegedeeld dat zijn uMail-account voor alumni wordt afgesloten. Bij de beslissing van 9 september 2025 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar, onder overneming van het advies van de commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van 29 juli 2025, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Aan de beslissing is ten grondslag gelegd dat [appellant] als alumnus bij of krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) geen recht heeft op het gebruik van het uMail-netwerk van de universiteit. Met het e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft het college aan hem medegedeeld dat zijn uMail-account wordt afgesloten. Bij de beslissing van 9 september 2025 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar, onder overneming van het advies van de commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van 29 juli 2025, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Aan de beslissing is ten grondslag gelegd dat [appellant] als alumnus bij of krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) geen recht heeft op het gebruik van het uMail-netwerk van de universiteit.

Uitspraak

202505957/1/A2.

Datum uitspraak: 4 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in Leiden,

appellant,

en

het college van bestuur van de Universiteit Leiden,

verweerder.

Procesverloop

Bij e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft het college aan [appellant] medegedeeld dat zijn uMail-account voor alumni wordt afgesloten.

Bij beslissing van 9 september 2025 heeft het college het door [appellant] hiertegen gemaakte bezwaar kennelijk niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen deze beslissing heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het college heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 februari 2026, waar het college, vertegenwoordigd door mr. E.M.A. van der Linden, is verschenen. [appellant] heeft via een digitale videoverbinding aan de zitting deelgenomen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] heeft in 2009 zijn doctoraalstudie Geschiedenis aan de universiteit behaald. Bij de afronding van zijn studie mocht hij als alumnus gebruik blijven maken van het uMail-netwerk en had hij een uMail-account.

Met het e-mailbericht van 23 mei 2025 heeft het college aan hem medegedeeld dat zijn uMail-account wordt afgesloten.

Besluitvorming

2. Bij de beslissing van 9 september 2025 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar, onder overneming van het advies van de commissie voor de beroep- en bezwaarschriften van 29 juli 2025, kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. Aan de beslissing is ten grondslag gelegd dat [appellant] als alumnus bij of krachtens de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (Whw) geen recht heeft op het gebruik van het uMail-netwerk van de universiteit. Dat het college hem heeft toegestaan om na zijn afstuderen gebruik te blijven maken van het uMail-netwerk is geen recht, maar een gunst aan [appellant] en andere alumni. Het afsluiten van zijn account heeft geen rechtsgevolgen en is daarom geen besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), maar een feitelijke handeling. Daartegen kan op grond van artikel 7:1, eerste lid, van de Awb in samenhang gelezen met artikel 8:1 van de Awb, geen bezwaar worden gemaakt, aldus het college.

Beroep en de beoordeling daarvan

3. De door [appellant] aangevoerde betogen slagen niet. Het e-mailbericht van 23 mei 2025 is geen schriftelijke beslissing jegens een betrokkene in de zin van artikel 7.64 van de Whw, omdat de beslissing niet is genomen op grond van de Whw en daarop gebaseerde regelingen. Ook is het e-mailbericht geen besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb, omdat deze mededeling een feitelijke handeling aankondigt en niet op rechtsgevolg is gericht. Hetgeen [appellant] op de zitting heeft toegelicht, leidt niet tot een ander oordeel.

Het betoog faalt.

4. Het beroep is ongegrond.

5. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.

w.g. Borman

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026

705

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Rijsdijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?