ECLI:NL:RVS:2026:1228

ECLI:NL:RVS:2026:1228

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer 202403788/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het UWV het inzageverzoek van [appellante] deels afgewezen. Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het UWV het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 23 november 2023 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld. Naar aanleiding van een anonieme tip is het UWV een onderzoek gestart naar de uitkering van [appellante]. Volgens dit onderzoek heeft [appellante] niet voldaan aan haar informatieplicht en inkomsten over 2016 niet aan het UWV doorgegeven. Daarom is besloten tot terugvordering over te gaan en een boete op te leggen. Op 24 augustus 2021 heeft [appellante] verzocht om inzage in de stukken, waaronder de anonieme tip, op grond van de Regeling inzage- en correctierecht UWV 2018. Zij wil daarmee bewijs verzamelen om de tipgever in een civiele procedure aan te spreken. Het UWV heeft het verzoek van [appellante] gedeeltelijk afgewezen. Deze afwijzing heeft het UWV bij het besluit van 17 maart 2022 gehandhaafd.

Uitspraak

202403788/1/A3.

Datum uitspraak: 4 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 november 2023 in zaak nr. 22/2863 in het geding tussen:

[appellante]

en

de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV).

Procesverloop

Bij besluit van 25 oktober 2021 heeft het UWV het inzageverzoek van [appellante] deels afgewezen.

Bij besluit van 17 maart 2022 heeft het UWV het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 23 november 2023 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

Het UWV heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Het UWV heeft een nader stuk ingediend.

[appellante] heeft de Afdeling toestemming verleend kennis te nemen van het niet openbaar gemaakte stuk.

De Afdeling heeft de zaak op zitting behandeld op 15 september 2025, waar [appellante], bijgestaan door mr. S.V. Hendriksen, advocaat in Den Haag, en het UWV, vertegenwoordigd door mr. W. de Rooy-Bal, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. Naar aanleiding van een anonieme tip is het UWV een onderzoek gestart naar de uitkering van [appellante]. Volgens dit onderzoek heeft [appellante] niet voldaan aan haar informatieplicht en inkomsten over 2016 niet aan het UWV doorgegeven. Daarom is besloten tot terugvordering over te gaan en een boete op te leggen.

Op 24 augustus 2021 heeft [appellante] verzocht om inzage in de stukken, waaronder de anonieme tip, op grond van de Regeling inzage- en correctierecht UWV 2018 (hierna: de regeling). Zij wil daarmee bewijs verzamelen om de tipgever in een civiele procedure aan te spreken. Het UWV heeft het verzoek van [appellante] gedeeltelijk afgewezen. Deze afwijzing heeft het UWV bij het besluit van 17 maart 2022 gehandhaafd. [appellante] heeft inzage gekregen in alle gevraagde stukken, behalve in de anonieme tip. Het geschil ziet op de vraag of het UWV inzage in deze tip heeft mogen weigeren.

Uitspraak van de rechtbank

2. Naar het oordeel van de rechtbank mocht het UWV het privacybelang van de tipgever, en daarmee het belang van het UWV om tips te blijven ontvangen, zwaarder laten wegen dan het belang van [appellante] bij inzage. De afwijzing van het verzoek om de anonieme tip in te zien was daarom ook evenredig, aldus de rechtbank.

Hoger beroep

3. [appellante] is het niet eens met het oordeel van de rechtbank. Zij betoogt - kort gezegd - dat de rechtbank ten onrechte geen gevolgen heeft verbonden aan de beperkte belangenafweging van het UWV. Aan het belang van [appellante] om inzage in de tip is onvoldoende gewicht toegekend. Daarbij gaat het haar niet om de terugvordering, die is al ongedaan gemaakt, maar om inzage in de tip. De rechtbank heeft haar oordeelsvorming over de belangenafweging niet inzichtelijk gemaakt.

Beoordeling

4. Op grond van artikel 2, eerste lid, van de regeling heeft de betrokkene het recht een schriftelijk verzoek om inzage in zijn persoonsgegevens in te dienen.

In artikel 7, zesde lid, aanhef en onder i, staat dat een verzoek om inzage geheel of gedeeltelijk wordt geweigerd voor zover dit noodzakelijk en evenredig is in het belang van de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen.

In het achtste lid van dit artikel staat dat de beslissing tot gehele of gedeeltelijke afwijzing van het verzoek om inzage, vermeldt op welke gronden van het zesde lid een beperking van de inzage heeft plaatsgevonden.

5. Het UWV heeft zich in het besluit van 17 maart 2022 op het standpunt gesteld dat de tip op zichzelf niet voldoende is geweest tot terugvordering te besluiten en een boete op te leggen. Wat de aanleiding is geweest tot het instellen van een onderzoek is volgens het UWV niet van belang en schaadt het belang van [appellante] niet.

Het UWV heeft in de schriftelijke uiteenzetting nader toegelicht dat het belang van [appellante] niet zo zwaarwegend is dat dit tot schending van de privacy van de anonieme tipgever mag leiden. Aan de bescherming van een tipgever tegen mogelijke schadelijke reacties wordt grote waarde gehecht. De weigering is volgens het UWV noodzakelijk en evenredig. In het nadere stuk van 5 augustus 2025 heeft het UWV hieraan nog toegevoegd dat het sociale zekerheidsstelsel gebaat is bij anonieme tipgevers zodat fraude kan worden tegengegaan.

6. De Afdeling stelt voorop dat het hier gaat om inzage in de eigen persoonsgegevens, dus om een [appellante] betreffend persoonsgegeven.

De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat het UWV het belang van [appellante] ook expliciet in zijn besluitvorming had moeten meenemen. In de schriftelijke uiteenzetting en het nadere stuk van 5 augustus 2025 heeft het UWV dit alsnog gedaan. Echter, in de stukken noch op de zitting bij de Afdeling heeft het UWV deugdelijk gemotiveerd waarom een integrale weigering de tip in te zien noodzakelijk en evenredig is. De Afdeling zal dit oordeel hieronder toelichten.

7. Op grond van artikel 7, zesde lid, aanhef en onder i, van de regeling wordt een verzoek om inzage geheel of gedeeltelijk geweigerd voor zover dit noodzakelijk en evenredig is in het belang van de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen. Het verzoek om inzage in de tip kan dus ook gedeeltelijk worden geweigerd als dit noodzakelijk en evenredig is. Op grond van artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft de Afdeling kennisgenomen van de tip. Het UWV heeft niet duidelijk gemaakt waarom inzage van de tip integraal geweigerd moet worden en het niet mogelijk is over te gaan tot gedeeltelijke weigering, bijvoorbeeld door privacy-gevoelige informatie niet tot een persoon herleidbare vorm of een gelakte versie van de tip ter inzage te geven. Het UWV heeft de noodzaak en evenredigheid van de integrale weigering dus niet deugdelijk onderbouwd. De rechtbank heeft dit niet onderkend.

Slotsom

8. Het hoger beroep is gegrond. De uitspraak van de rechtbank moet worden vernietigd. Doende hetgeen de rechtbank zou moeten doen, zal de Afdeling het beroep tegen het besluit van 17 maart 2022 gegrond verklaren. Dat besluit moet wegens strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb worden vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen. Daartoe zal de Afdeling een termijn stellen. Met het oog op een efficiënte afdoening van het geschil ziet de Afdeling ook aanleiding om met toepassing van artikel 8:113, tweede lid, van de Awb te bepalen dat tegen het nieuwe besluit alleen bij haar beroep kan worden ingesteld.

9. Het UWV moet de proceskosten vergoeden.

Overschrijding redelijke termijn

10. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit een bezwaarprocedure en twee rechterlijke instanties bestaat, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste vier jaar redelijk. Hierbij wordt een half jaar gerekend voor de behandeling van het bezwaar, anderhalf jaar voor de behandeling van het beroep en twee jaar voor de behandeling van het hoger beroep. De termijn begint op het moment van ontvangst van het bezwaarschrift door het bestuursorgaan.

11. De procedure is begonnen met de ontvangst van het bezwaarschrift op 8 december 2021 en geëindigd met de uitspraak van de Afdeling van vandaag. De procedure heeft dus in totaal vier jaar en twaalf weken geduurd. Dit betekent dat de redelijke termijn met twaalf weken is overschreden. Deze overschrijding moet aan de rechtbank en aan de Afdeling worden toegerekend.

12. De Afdeling hanteert een forfaitaire vergoeding van € 500,00 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. De Afdeling zal de Staat der Nederlanden veroordelen tot betaling van € 500,00 aan [appellante] als vergoeding van de door haar geleden immateriële schade (naar evenredigheid te voldoen door de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties).

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 november 2023 in zaak nr. 22/2863;

III. verklaart het bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;

IV. vernietigt het besluit van de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen van 17 maart 2022, kenmerk A17052289-01ThJ;

V. draagt de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen op om binnen tien weken na verzending van deze uitspraak met inachtneming van wat daarin is overwogen een nieuw besluit te nemen en dit op de wettelijk voorgeschreven wijze bekend te maken;

VI. bepaalt dat tegen het te nemen nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld;

VII. veroordeelt de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep en het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 3.736,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII. gelast dat de raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen het door haar voor de behandeling van het beroep en hoger beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 463,00 vergoedt;

IX. veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) om aan [appellante] een schadevergoeding van € 500,00 te betalen (€ 125,00 te voldoen door de minister van Justitie en Veiligheid en € 375,00 te voldoen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties);

X. veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Justitie en Veiligheid en de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het verzoek om schadevergoeding opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 467,00 (€ 233,50 te voldoen door de minister van Justitie en Veiligheid en € 233,50 te voldoen door de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

Aldus vastgesteld door mr. M. Soffers, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.F.J. Bindels, griffier.

w.g. Soffers

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bindels

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026

85-1158

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.F.J. Bindels

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?