ECLI:NL:RVS:2026:1242

ECLI:NL:RVS:2026:1242

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 04-03-2026
Datum publicatie 04-03-2026
Zaaknummer 202403472/5/R1
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - meervoudig

Samenvatting

Bij tussenuitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5075, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 4 juni 2025 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "BORgronden, Naarden" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen. Deze beroepsprocedure gaat over de zogeheten BORgronden in het oosten van het stedelijk gebied van Naarden, waar Naarden Borgronden en anderen ongeveer 440 woningen willen bouwen. Voor het ontwikkelen van de BORgronden tot woongebied heeft de raad op 17 april 2024 het bestreden bestemmingsplan vastgesteld, dat met het besluit van 4 juni 2025 gewijzigd is vastgesteld. De beroepen tegen die besluiten heeft de Afdeling in de tussenuitspraak behandeld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling naar aanleiding van het beroep van [appellant] en anderen geoordeeld dat het besluit van 4 juni 2025 in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. Daartoe overwoog de Afdeling dat de raad, vanwege de specifieke omstandigheden van het geval, een afstand van 10 m tot de erfgrens en 22 m tot de woning van [appellant] aan de [locatie] in Naarden vanaf de voorziene gestapelde woningen niet aanvaardbaar heeft mogen achten.

Uitspraak

202403472/5/R1.

Datum uitspraak: 4 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend in Naarden, gemeente Gooise Meren,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Gooise Meren,

verweerder.

Procesverloop

Bij tussenuitspraak van 22 oktober 2025, ECLI:NL:RVS:2025:5075, heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na verzending van de tussenuitspraak de daarin omschreven gebreken in het besluit van 4 juni 2025 tot gewijzigde vaststelling van het bestemmingsplan "BORgronden, Naarden" te herstellen, met inachtneming van wat over die gebreken in de tussenuitspraak is overwogen.

Bij besluit van 26 november 2025 (het herstelbesluit) heeft de raad het bestemmingsplan "Herstelbesluit bestemmingsplan BORgronden, Naarden" gewijzigd vastgesteld.

[appellant] en anderen en Naarden Borgronden VOF en anderen zijn in de gelegenheid gesteld om hun zienswijze naar voren te brengen over de wijze waarop volgens de raad de gebreken zijn hersteld. Naarden Borgronden en anderen hebben van deze gelegenheid gebruik gemaakt.

De Afdeling heeft met toepassing van artikel 8:57, tweede lid, aanhef en onder c, en derde lid van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaald dat een nadere zitting achterwege blijft en heeft het onderzoek gesloten.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Zoals in de tussenuitspraak is overwogen, blijft op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing.

Het besluit van 4 juni 2025 en de tussenuitspraak

2. Deze beroepsprocedure gaat over de zogeheten BORgronden in het oosten van het stedelijk gebied van Naarden, waar Naarden Borgronden en anderen ongeveer 440 woningen willen bouwen. Voor het ontwikkelen van de BORgronden tot woongebied heeft de raad op 17 april 2024 het bestreden bestemmingsplan vastgesteld, dat met het besluit van 4 juni 2025 gewijzigd is vastgesteld. De beroepen tegen die besluiten heeft de Afdeling in de tussenuitspraak behandeld. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling naar aanleiding van het beroep van [appellant] en anderen geoordeeld dat het besluit van 4 juni 2025 in strijd met een goede ruimtelijke ordening is vastgesteld. Daartoe overwoog de Afdeling dat de raad, vanwege de specifieke omstandigheden van het geval, een afstand van 10 m tot de erfgrens en 22 m tot de woning van [appellant] aan de [locatie] in Naarden vanaf de voorziene gestapelde woningen niet aanvaardbaar heeft mogen achten. Het is ook niet de bedoeling dat de gestapelde woningen op die afstanden worden gebouwd, omdat de raad op de zitting heeft toegelicht dat de afstand van die woningen tot de achtergevel van de woning van [appellant] minstens 34 m zal zijn. Vanwege de korte afstand tussen de nieuwe woningen en het perceel van [appellant] heeft de raad ook niet deugdelijk gemotiveerd dat het plan niet leidt tot een aanzienlijke waardevermindering van de woning van [appellant] en niet inzichtelijk gemaakt hoe dit aspect is meegewogen in de belangenafweging bij de vaststelling van het plan.

Verder heeft de Afdeling in overweging 42 van de tussenuitspraak overwogen in de einduitspraak terug te komen op het beroep van [appellant] en anderen, voor zover gericht tegen het besluit van 17 april 2024. Dat doet zij hierna onder 9.

3. Gelet op wat de Afdeling in overweging 35.6 en 35.7 van de tussenuitspraak heeft overwogen, is het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van 4 juni 2025 gegrond. Dat besluit moet worden vernietigd, voor zover het plan de bouw van gestapelde woningen op een afstand van 10 m tot de erfgrens en 22 m tot de woning van [appellant] mogelijk maakt.

4. In de tussenuitspraak heeft de Afdeling de raad opgedragen om binnen zestien weken na verzending van deze uitspraak het besluit van 4 juni 2025 te herstellen, met inachtneming van de in de tussenuitspraak omschreven gebreken.

Het herstelbesluit

5. De raad heeft ter uitvoering van de tussenuitspraak bij besluit van 26 november 2025 het plan gewijzigd vastgesteld. Uit het besluit en het daarbij behorende raadsvoorstel blijkt dat met het gewijzigde plan de afstand van de voorziene gestapelde woningen tot de achtergevel van de woning van [appellant] minimaal 34 m bedraagt. Ook is een aanvullende motivering gegeven met het oog op de door [appellant] gestelde waardevermindering van zijn woning. Volgens de raad is een eventuele waardevermindering aanvaardbaar gelet op de belangen die gemoeid zijn met de bouw van 440 woningen.

De beroepen tegen het herstelbesluit

6. Het herstelbesluit van 26 november 2025 is onderdeel van dit geding. Dat volgt uit artikel 6:19, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb.

7. [appellant] en anderen hebben naar aanleiding van het besluit van 26 november 2025 geen zienswijze ingediend. Dit betekent dat zij geen beroepsgronden tegen dit besluit hebben aangevoerd. De van rechtswege ontstane beroepen van [appellant] en anderen zijn ongegrond.

8. Naarden Borgronden en anderen hebben in hun zienswijze te kennen gegeven dat zij zich met het besluit van 26 november 2025 kunnen verenigen. Gelet hierop is voor hen geen beroep van rechtswege als bedoeld in artikel 6:19, eerste lid, van de Awb ontstaan waarop nog moet worden beslist.

Het beroep tegen het besluit van 17 april 2024

9. Het voorgaande betekent dat het herstelbesluit van 26 november 2025 in stand blijft. Dat besluit vervangt het besluit van 17 april 2024, waarmee initieel het plan voor de woningbouwontwikkeling is vastgesteld. Niet gebleken is dat [appellant] en anderen nog enig belang hebben bij een beoordeling van hun beroep, voor zover gericht tegen het inmiddels vervangen besluit van 17 april 2024. Het beroep is in zoverre niet-ontvankelijk.

Proceskosten

10. De raad moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Gooise Meren van 17 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "BORgronden, Naarden" niet-ontvankelijk;

II. verklaart het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Gooise Meren van 4 juni 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "BORgronden, Naarden" gegrond;

III. vernietigt het onder II. genoemde besluit, voor zover het plan de bouw van gestapelde woningen op een afstand van 10 m tot de erfgrens en 22 m tot de woning van [appellant] aan de [locatie] in Naarden mogelijk maakt;

IV. verklaart het beroep van [appellant] en anderen tegen het besluit van de raad van de gemeente Gooise Meren van 26 november 2025 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Herstelbesluit bestemmingsplan BORgronden, Naarden" ongegrond;

V. veroordeelt de raad van de gemeente Gooise Meren tot vergoeding van bij [appellant] en anderen in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand, waarbij geldt dat de raad bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan;

VI. gelast dat de raad van de gemeente Gooise Meren aan [appellant] en anderen het door hen voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 187,00 vergoedt, waarbij geldt dat de raad bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, voorzitter, en mr. H.J.M. Besselink en mr. J.F. de Groot, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.I. Heijkoop, griffier.

w.g. Knol

voorzitter

w.g. Heijkoop

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 4 maart 2026

971

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. P.H.A. Knol
  • mr. H.J.M. Besselink
  • mr. J.F. de Groot

Griffier

  • mr. C.I. Heijkoop

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?