ECLI:NL:RVS:2026:1295

ECLI:NL:RVS:2026:1295

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 09-03-2026
Datum publicatie 06-03-2026
Zaaknummer 202503480/1/V3
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Uitspraak

202503480/1/V3.

Datum uitspraak: 9 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[de appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Haarlem, van 17 juni 2025 in zaak nr. NL25.13352 in het geding tussen:

appellant

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 20 maart 2025 heeft de minister een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd te verlenen, niet in behandeling genomen.

Bij uitspraak van 17 juni 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. M.R. van der Pol, advocaat in Leeuwarden, hoger beroep ingesteld.

De minister en appellant hebben nadere stukken ingediend.

Overwegingen

1. Het hoger beroep leidt niet tot vernietiging van de uitspraak van de rechtbank. De rechtbank heeft namelijk terecht geoordeeld dat de medische stukken van 7 mei 2025 die appellant heeft overgelegd, geen concrete aanwijzingen bevatten dat de overdracht aan Litouwen aanzienlijke en onomkeerbare gevolgen voor appellant zal hebben.

Naar aanleiding van het medische stuk van 18 juni 2025 dat appellant heeft overgelegd, heeft de minister in hoger beroep om een BMA-advies verzocht. Uit dit BMA-advies volgt dat appellant niet kan reizen, tenzij er voorafgaand aan de reis een fysieke overdracht is geregeld. Ook heeft het BMA een aantal reisvoorwaarden gesteld. In reactie op dit advies heeft de minister benadrukt dat appellant alleen zal worden overgedragen als aan deze voorwaarden is voldaan. De medische stukken die appellant na dit advies heeft overgelegd, bevatten geen nieuwe informatie ten opzichte van de informatie die aan het BMA-advies ten grondslag is gelegd.

1.1. Dit oordeel hoeft niet verder te worden gemotiveerd. De reden daarvoor is dat het hogerberoepschrift geen vragen bevat die in het belang van de rechtseenheid, de rechtsontwikkeling of de rechtsbescherming in algemene zin beantwoord moeten worden (artikel 91, tweede lid, van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.H. van Breda, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.I. Schipper, griffier.

w.g. Van Breda

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Schipper

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 9 maart 2026

347-1161

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. D.I. Schipper

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand