202505994/1/A2.
Datum uitspraak: 11 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend in [woonplaats],
appellante,
en
het college van beroep voor de examens van Avans Hogeschool Breda (CBE),
verweerder.
Procesverloop
Bij beslissing van 30 juni 2025 hebben de examinatoren het tentamen voor de module Signaleren, profileren en projectmatig werken (de module) beoordeeld met een ‘Niet voldaan’ (NVD).
Bij beslissing van 3 november 2025 heeft het CBE het door [appellante] daartegen ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.
Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld.
Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 19 februari 2026, waar [appellante], bijgestaan door [persoon], en het CBE, vertegenwoordigd door mr. R.H.J. van Stokkom, H. Ketelaars en J.N.M. Alders MSc., zijn verschenen.
Overwegingen
1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.
Inleiding
2. [appellante] volgt in studiejaar 2024-2025 de bacheloropleiding Social Work Deeltijd aan de Avans Hogeschool in Breda. Dat studiejaar heeft zij deelgenomen aan de module.
3. De module bestaat uit het organiseren van een sociaal evenement. Van dat evenement maakt de student een digitale presentatie van maximaal 15 minuten, ondersteund met bijlagen. De digitale presentatie en bijlagen vormen samen het beroepsproduct. Daarnaast is er een online eindgesprek, waarin de student onder meer wordt gevraagd te reflecteren op het door de student georganiseerde sociaal evenement. Het beroepsproduct en het eindgesprek kunnen bij een onvoldoende beoordeling afzonderlijk worden herkanst.
4. Het beroepsproduct is op 29 mei 2025 beoordeeld met een onvoldoende (22,5 van de 50 punten). Ook de herkansing is op 18 juni 2025 beoordeeld met een onvoldoende (23,5 van de 50 punten).
5. Het eindgesprek is op 16 juni 2025 beoordeeld met een onvoldoende (25 van de 50 punten). Voor de herkansing heeft [appellante] op 30 juni 2025 een voldoende gehaald (32,5 van de 50 punten).
6. Het tentamen van de module is uiteindelijk beoordeeld met een NVD. [appellante] voldoet niet aan de voorwaarde dat voor beide toetsonderdelen een voldoende moet zijn behaald.
Beslissing van het CBE
7. Het CBE heeft zich, voor zover relevant, op het standpunt gesteld dat het tentamen van de module bestaat uit één toets met meerdere toetsonderdelen. Zo volgt uit de Onderwijs- en Examenregeling 2024-2025 van de opleiding Associate degree Social Work deeltijd (OER 2024-2025), in samenhang gezien met het Avans Study Path (ASP), dat de module bestaat uit "een mondelinge toets op basis van beroepsproduct bestaande uit een digitale presentatie en bijlagen (TOETS01)." Dit betekent dat het cijfer van het tentamen niet ingevolge artikel 6.2.1. van de OER 2024-2025 tot stand komt uit een gewogen gemiddelde van beide toetsonderdelen.
8. Het CBE heeft zich verder op het standpunt gesteld dat per toetsonderdeel minimumeisen kunnen worden gesteld. Zo zijn de wijze van beoordelen en de daaraan verbonden criteria tijdig en op meerdere plaatsen met de studenten gecommuniceerd, waaronder via ASP, Brightspace en presentaties.
9. Het CBE heeft over de gegeven feedback voorop gesteld dat hij niet bevoegd is daarover een inhoudelijk oordeel te geven. Over het proces heeft het CBE geconcludeerd dat niet kan worden verwacht dat enkel het verwerken van feedback altijd moet leiden tot een voldoende resultaat. Verder is niet gebleken dat de beoordeling niet heeft plaatsgevonden door twee bevoegde aangewezen examinatoren die beiden voldoen aan alle vereisten binnen de instelling en waarbij het 4-ogenprincipe in acht is genomen.
Beoordeling van het beroep
10. [appellante] betoogt dat het CBE ten onrechte het standpunt heeft ingenomen dat de toets voor het vak één toets is, bestaande uit twee toetsonderdelen. Uit de toetsmatrijs en de praktijk volgt dat de twee toetsonderdelen afzonderlijk herkansbaar zijn. Het zijn dus feitelijk twee toetsen, die samen leiden tot één tentamencijfer. Dit betekent dat het eindcijfer voor de module op grond van artikel 6.6.4 van de OER 2024-2025 het gewogen gemiddelde is van het cijfer van beide toetsen. In het geval van [appellante] is dit het cijfer 5,6.
Voor zover wordt aangenomen dat het vak bestaat uit één toets, betoogt [appellante] dat het CBE ten onrechte heeft gesteld dat aan ieder toetsonderdeel minimumeisen mochten worden gesteld. De OER 2024-2025 bevat géén bepaling op grond waarvan de eis mag worden gesteld dat voor afzonderlijke toetsonderdelen een voldoende moet worden behaald om het tentamen af te ronden.
10.1. De Afdeling is van oordeel dat het CBE deugdelijk heeft onderbouwd dat het tentamen voor de module één toets is, die bestaat uit twee met elkaar samenhangende toetsonderdelen. Uit het beoordelingsformulier, dat vooraf aan de studenten beschikbaar is gesteld via Brightspace, volgt dat de toets bestaat uit twee toetsonderdelen. Het beroepsproduct (maximaal 50 punten) en eindgesprek (maximaal 50 punten) maken bij elkaar opgeteld de totaalscore van de toets. Het CBE heeft daarover op de zitting bij de Afdeling toegelicht dat beide toetsonderdelen inhoudelijk met elkaar samenhangen, namelijk op basis van het door de student georganiseerde sociaal evenement, maar dat ieder toetsonderdeel andere vaardigheden bij de student toetst. Zo toetst het beroepsproduct de onderzoeks- en analysevaardigheden, terwijl het eindgesprek de reflectie- en profileringsvaardigheden toetst. Het CBE heeft verder gemotiveerd gesteld dat, omdat twee verschillende vaardigheden bij de student worden getoetst, beide onderdelen met een voldoende moeten worden afgesloten om het tentamen voor de module te behalen. Niet is gebleken dat deze wijze van tentamineren en stellen van minimumeisen in strijd is met de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek of de OER 2024-2025. De Afdeling acht daarom de toetsvorm voor het tentamen een toelaatbare keuze. Dit betekent dat, anders dan [appellante] betoogt, het eindcijfer voor de module niet tot stand komt door een gewogen gemiddelde van beide toetsonderdelen en dat ook de gestelde eis van een voldoende voor beide onderdelen afzonderlijk toelaatbaar is.
11. [appellante] betoogt verder dat haar een onmogelijke opdracht is gegeven, nu zij op 24 punten feedback heeft gekregen op haar herkansing, terwijl er maar maximaal 15 minuten staan voor de digitale presentatie. Daarbij komt dat op haar herkansing feedback is gegeven die in de eerste ronde niet is genoemd. Het beoordelingsproces is daarom niet transparant en consistent.
11.1. De Afdeling stelt voorop dat zij, gelet op artikel 8:4, derde lid, aanhef en onder b, van de Algemene wet bestuursrecht, niet kan treden in de vaststelling van opgaven, beoordelingsnormen of nadere regels voor de toetsing. Over de totstandkoming van de beoordeling overweegt de Afdeling dat de examinatoren aan de hand van het vooraf bekend gemaakte beoordelingsformulier uitvoerig hebben gemotiveerd waarom ook de herkansing van de digitale presentatie een onvoldoende is. Niet is gebleken dat de feedback op de eerste kans tegenstrijdig is aan de feedback op de herkansing. Dit vloeit ook niet voort uit het feit dat de examinator in de beoordeling van de herkansing uitgebreider feedback heeft gegeven. Het CBE heeft op de zitting bij de Afdeling toegelicht dat uitgebreider feedback is gegeven met het oog op het eventueel opnieuw volgen van de module door de student. Er is daarom geen aanleiding voor het oordeel dat het beoordelingsproces niet transparant of consistent was. Wat [appellante] verder heeft aangevoerd leidt niet tot een ander oordeel.
12. Gelet op het voorgaande is het CBE terecht tot de conclusie gekomen dat de examinatoren het tentamen voor de module mochten beoordelen met een NVD.
Conclusie
13. Het beroep is ongegrond.
14. Het CBE hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
verklaart het beroep ongegrond.
Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. D.T.J. van de Voort, griffier.
w.g. Borman
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Van de Voort
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026
1062
BIJLAGE - WETTELIJK KADER
Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek
Artikel 7.12c. Examinatoren
1. Voor het afnemen van tentamens en het vaststellen van de uitslag daarvan wijst de examencommissie examinatoren aan.
[…].
Artikel 7.13. Onderwijs- en examenregeling
1. Het instellingsbestuur stelt voor elke door de instelling aangeboden opleiding of groep van opleidingen een onderwijs- en examenregeling vast. De onderwijs- en examenregeling bevat adequate en heldere informatie over de opleiding of groep van opleidingen.
2. In de onderwijs- en examenregeling worden, onverminderd het overigens in deze wet terzake bepaalde, per opleiding of groep van opleidingen de geldende procedures en rechten en plichten vastgelegd met betrekking tot het onderwijs en de examens. Daaronder worden ten minste begrepen:
[…].
l. of de tentamens mondeling, schriftelijk of op een andere wijze worden afgelegd, behoudens de bevoegdheid van de examencommissie in bijzondere gevallen anders te bepalen,
[…].
Onderwijs- en Examenregeling 2024-2025 van de opleiding Associate degree Social Work deeltijd
Artikel 6.1.2 Wat is een tentamen?
Iedere module of onderwijseenheid sluit je af met een tentamen. Een tentamen geeft dus het eindresultaat op de module of onderwijseenheid weer. Dit tentamen bestaat uit 1 of meer toetsen.
Artikel 6.1.3 Wat is een toets?
Een toets is een meetinstrument waarmee één of meerdere examinatoren jouw kennis, inzicht en/of vaardigheden toetsen en beoordelen. Avans Hogeschool gebruikt verschillende vormen van bewijslast, zoals beroepsopdrachten, portfolio's, assessments, schriftelijke toetsen of verslagen.
In ASP en/of Osiris zie je per module of onderwijseenheid uit hoeveel toetsen (ook wel leeruitkomsten genoemd) het tentamen bestaat. Per toets zie je welke vorm(en) van bewijslast gebruikt wordt (worden). Dit worden ook wel toetsonderdelen genoemd.
Artikel 6.2.1 Informatie over de toetsen van een module of onderwijseenheid
Een deel van de informatie over de toetsen van een module of onderwijseenheid ligt vast in ASP en/of Osiris.
Bij de start van de module of onderwijseenheid krijg je meer informatie. Met betrekking tot de toetsen informeren we je dan ten minste over:
1. Uit welke toets of toetsen het tentamen bestaat. Per toets is/zijn de vorm(en) van bewijslast beschreven.
2. Welke beoordelingscriteria en -normen we gebruiken bij de beoordeling van de toets(en).
3. Op welk moment je (de onderdelen van) de toets(en) kunt maken of moet inleveren.
4. Welke hulpmiddelen je bij een toets(onderdeel) mag gebruiken.
In hoofdstuk 3.4.2 lees je welke informatie je over het onderwijs krijgt bij de start van de module of
onderwijseenheid.
Artikel 6.3 Hoe vaak en wanneer mag je een toets doen?
Per studiejaar heb je 2 mogelijkheden om een toets te behalen. De eerste mogelijkheid is altijd in de periode waarin de module of onderwijseenheid waarvoor je bent ingeschreven wordt aangeboden. De tweede mogelijkheid noemen we de herkansing. In ASP of Osiris staat bij de module of
onderwijseenheid vermeld wanneer je de (onderdelen van) toetsen kunt maken of inleveren.
[…].
Artikel 6.6.1 Hoe wordt je toets beoordeeld?
Je toets wordt beoordeeld door een examinator. Hiervoor gelden de volgende regels:
• De examencommissie wijst jaarlijks examinatoren aan. Meestal is dat een docent. Een deskundige die niet bij Avans Hogeschool werkt, kan de examinator adviseren over jouw beoordeling. Deze deskundige kan jou alleen beoordelen als de examencommissie diegene als examinator heeft aangewezen.
• De examinator beoordeelt of je de leeruitkomst hebt behaald die bij de toets hoort. Hiervoor gebruikt de examinator beoordelingscriteria en een beoordelingsnorm. Deze zijn vooraf vastgesteld. De beoordelingscriteria geven aan waarop je wordt beoordeeld. De beoordelingsnorm geeft aan hoe de beoordeling van de toets wordt bepaald.
• Nadat de examinator een toets beoordeeld heeft, analyseert diegene de toets en de resultaten. Concludeert de examinator achteraf dat de beoordelingsnorm niet klopt? Dan vraagt de examinator de examencommissie toestemming om de beoordelingsnorm te veranderen.
• Je krijgt je beoordeling binnen 15 werkdagen nadat je hebt deelgenomen aan de toets. De examinator die je toets beoordeelt, registreert je toetsresultaat in Osiris. Je docent registreert jouw resultaat dan in concept. Als in een uitzonderlijk geval deze deadline niet kan worden gehaald, zal de opleiding je hierover informeren.
• Maximaal 5 werkdagen na de inzage (zie hiervoor 6.7) registreert de opleiding jouw resultaat definitief in Osiris. Daarmee is uiterlijk 40 werkdagen na de toets het resultaat definitief. De examinator die je toets beoordeelt, registreert je toetsresultaat in Osiris en maakt het
definitief.
• Alleen definitieve toetsresultaten worden opgenomen in je studievoortgangsoverzicht. Je kunt geen rechten ontlenen aan voorlopige en conceptresultaten die in Osiris of daarbuiten worden gepubliceerd. Definitieve toetsresultaten kunnen alleen worden aangepast na een besluit van de examencommissie.
Artikel 6.6.2 Welke beoordeling krijg je voor een toets?
Je examinator kan jouw toets als volgt beoordelen:
• Met een cijferbeoordeling van 1 tot en met 10. We ronden cijfers voor toetsen af met 1 cijfer achter de komma.
• Met een woordbeoordeling uitmuntend, zeer goed, goed, ruim voldoende, voldoende, bijna voldoende, onvoldoende, zeer onvoldoende, slecht of zeer slecht.
• Met een excellent, voldaan of niet voldaan.
• Met een voldaan of niet voldaan.
[…].
In het opleidingsdeel van de OER lees je per toets welke beoordelingsschaal gebruikt wordt. Naast bovenstaande beoordelingen kunnen de volgende resultaten worden geregistreerd:
• Niet aanwezig (NA), indien je wel was ingeschreven voor een toets, maar niet hebt
deelgenomen. De inschrijving telt wel als een gebruikte toetsmogelijkheid.
• Niet beoordeelbaar (NB), indien je toets niet beoordeelbaar was, omdat je niet aan de voorwaarden hebt voldaan (bijvoorbeeld vormvereisten of deelnameplicht). Ook dit telt als een gebruikte toetsmogelijkheid.
• Fraude (FR), wanneer de examencommissie fraude heeft geconstateerd en een maatregel heeft opgelegd (zie paragraaf 6.9).
• Vrijstelling (VR), indien de examencommissie je vrijstelling heeft gegeven voor een toets (zie paragraaf 7.1.1).
Je krijgt de studiepunten voor de toets indien je een voldoende resultaat voor de toets hebt behaald of een vrijstelling voor de toets hebt gekregen. Een voldoende resultaat voor de toets betekent:
• bij een cijferbeoordeling een 5,5 of hoger;
• bij een woordbeoordeling een voldoende of hoger hebt behaald;
• een voldaan of excellent hebt behaald.
Let op: eventuele verbeterde vormen van bewijslast of toetsonderdelen komen te vervallen als je de gehele toets of leeruitkomst na de herkansing in één studiejaar niet hebt behaald. Je moet dan de leeruitkomst of toets in zijn geheel opnieuw doen.
Artikel 6.6.4 Wanneer behaal je een tentamen?
Een tentamen geeft het eindresultaat op de module of onderwijseenheid weer en bestaat uit 1 of meer toetsen.
Voor tentamens die uit meer dan 1 toets bestaan, berekenen we het gewogen gemiddelde. Hierbij tellen alleen cijfers en woordbeoordelingen mee. Woordbeoordelingen tellen mee als cijfer op basis van de tabel hierboven. In ASP of in het examenprogramma van jouw opleiding lees je in de kolom ‘Weging' hoe zwaar de toetsen meetellen. We ronden cijfers voor tentamens af met 1 cijfer achter de komma.