ECLI:NL:RVS:2026:1372

ECLI:NL:RVS:2026:1372

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 202407713/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen. [appellante] woont in een huurwoning van Futuris Zorg en Werk Eindhoven B.V. (Futuris) op basis van een woonbegeleidingsovereenkomst met Futuris. Aan haar is eerder een Wmo-voorziening voor beschermd wonen met huisvestingscomponent toegekend. [appellante] heeft psychische problemen waarvoor zij onder behandeling staat bij GGZ-praktijk TCP.e. Zij heeft bij het college een aanvraag voor een medische urgentieverklaring ingediend omdat zij geluidsoverlast ervaart en haar medische problemen daardoor verergeren. De overlast wordt veroorzaakt door haar onderburen, die volgens [appellante] regelmatig feestjes geven en zowel in het weekend als doordeweeks tot in de nacht meerdere mensen in hun woning ontvangen.

Uitspraak

202407713/1/A2.

Datum uitspraak: 11 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], wonend in Eindhoven,

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost­Brabant van 20 november 2024 in zaak nr. 24/3293 in het geding tussen:

[appellante]

en

het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven.

Procesverloop

Bij besluit van 15 januari 2024 heeft het college een aanvraag van [appellante] om een urgentieverklaring afgewezen.

Bij besluit van 7 augustus 2024 heeft het college het door [appellante] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 20 november 2024 heeft de rechtbank het door [appellante] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 7 augustus 2024 vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft [appellante] hoger beroep ingesteld.

[appellante] heeft een nader stuk ingediend.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 6 oktober 2025, waar [appellante], vertegenwoordigd door mr. E. Şahin, advocaat in Eindhoven, is verschenen.

Overwegingen

1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

2. [appellante] woont in een huurwoning van Futuris Zorg en Werk Eindhoven B.V. (Futuris) op basis van een woonbegeleidingsovereenkomst met Futuris. Aan haar is eerder een Wmo-voorziening voor beschermd wonen met huisvestingscomponent toegekend. [appellante] heeft psychische problemen waarvoor zij onder behandeling staat bij GGZ-praktijk TCP.e. Zij heeft bij het college een aanvraag voor een medische urgentieverklaring ingediend omdat zij geluidsoverlast ervaart en haar medische problemen daardoor verergeren. De overlast wordt veroorzaakt door haar onderburen, die volgens [appellante] regelmatig feestjes geven en zowel in het weekend als doordeweeks tot in de nacht meerdere mensen in hun woning ontvangen.

3. Het college heeft de aanvraag afgewezen, omdat de situatie van [appellante] niet voldoet aan de algemene voorwaarden en criteria van artikel 4 en 5 van de Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2020 (HVV). Daarbij heeft het college zich op het standpunt gesteld dat in het geval van [appellante] niet kan worden vastgesteld dat ten tijde van het nemen van het besluit op bezwaar een bijzondere (nood)situatie bestond van een in de HVV aangewezen categorie. De HVV biedt geen mogelijkheid om een medische urgentie toe te kennen vanwege ervaren overlast van buren. Ook overigens zijn er voor een urgentie op medische gronden onvoldoende met feiten onderbouwde medische stukken overgelegd waaruit blijkt dat een verhuizing op grond van ernstige duurzame medische gronden noodzakelijk is. Tot slot heeft het college geen aanleiding gezien om de hardheidsclausule toe te passen, omdat het niet kan vaststellen dat sprake is van een uiterst bijzonder geval van schrijnende sociaal-maatschappelijke problematiek.

4. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zijn standpunt dat de aanvraag van [appellante] niet voldoet aan alle gestelde algemene voorwaarden en criteria als bedoeld in de artikelen 4 en 5 van de HVV niet inzichtelijk en begrijpelijk heeft gemotiveerd. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het college weliswaar in algemene zin heeft gewezen op de voornoemde bepalingen van de HVV en zich op het standpunt heeft gesteld dat niet aan de daarin genoemde voorwaarden wordt voldaan, maar niet concreet heeft gemaakt aan welke voorwaarde(n) niet wordt voldaan. Om die reden heeft de rechtbank het beroep gegrond verklaard.

De rechtbank heeft evenwel aanleiding gezien om de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit van 7 augustus 2024 in stand te laten. Daartoe heeft de rechtbank overwogen dat het college op de zitting van de rechtbank heeft toegelicht dat [appellante] niet voldoet aan de voorwaarde als genoemd in artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, van de HVV. Zij is voor het oplossen van de noodsituatie namelijk uitdrukkelijk niet aangewezen op zelfstandige woonruimte, omdat als gevolg van haar Wmo-indicatie geen sprake is van zelfstandig wonen door [appellante]. Er was geen sprake van uitstromen vanuit begeleid wonen naar zelfstandig wonen. Voor de belemmeringen die [appellante] in haar woonsituatie ervaart, moet zij op grond van de woonbegeleidingsovereenkomst bij Futuris zijn. In deze overeenkomst zijn ook bepalingen opgenomen over het tegengaan van overlast. Het college heeft zich daarom niet ten onrechte op het standpunt gesteld dat het woonprobleem niet onder het bereik van de HVV valt, aldus de rechtbank. Om die reden hoefde het college naar het oordeel van de rechtbank niet meer te beoordelen of in het geval van [appellante] sprake is van een medische urgentie als bedoeld in artikel 5 van de HVV. Tot slot heeft de rechtbank geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft mogen stellen dat niet kan worden vastgesteld dat sprake is van een uiterst bijzonder geval van schrijnende sociaal-maatschappelijke problematiek. [appellante] heeft een woonruimte, en uit de overgelegde stukken is volgens de rechtbank onvoldoende gebleken van een acuut onhoudbare situatie die slechts door middel van het toepassen van de hardheidsclausule opgelost zou kunnen worden.

5. De gronden die [appellante] in hoger beroep heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat zij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. [appellante] heeft geen redenen aangevoerd waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 9, 10.1, 10.2, 11, 12.1 en 12.2 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd. De Afdeling voegt daaraan nog toe dat de problematiek van [appellante], zoals ook uit de brief van [appellante] aan de Afdeling en op de zitting is gebleken, te maken heeft met een vertrouwensbreuk in de zorg- en begeleidingsrelatie met Futuris. De stelling van [appellante] dat zij is aangewezen op zelfstandige woonruimte en dus wel voldoet aan artikel 4, eerste lid, aanhef en onder c, van de HVV, kan niet worden gevolgd. De Wmo-indicatie die zij heeft, is - zoals op de zitting toegelicht - onlangs weer verlengd en ook uit de door haar overgelegde stukken valt af te leiden dat zij, mede gelet op haar medische problematiek, op beschermd wonen en begeleiding is aangewezen. [appellante] heeft, in het licht van het voorgaande, onvoldoende onderbouwd dat zij vanwege medische problemen expliciet is aangewezen op een zelfstandige woonruimte. Hoewel aannemelijk is dat zij stress ervaart van de woonsituatie en dat dit invloed heeft op haar gezondheid, is geen sprake van een uiterst bijzonder geval van schrijnende sociaal-maatschappelijke problematiek. Zoals in de schriftelijke uiteenzetting en op de zitting is toegelicht, kan voor het uitstromen naar een zelfstandige woonruimte een sociale urgentie worden aangevraagd. Op de zitting is gebleken dat zij deze inmiddels heeft aangevraagd.

6. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

7. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk.

w.g. Willems

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026

284/705-1175

Bijlage - WETTELIJK KADER

Huisvestingsverordening gemeente Eindhoven 2020

Artikel 4

1. Beschikkingen tot indeling in een of meerdere urgentiecategorieën als bedoeld in artikel 6 (de "urgentiebeschikking") worden uitsluitend afgegeven indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:

a. er is sprake van een bijzondere (nood)situatie die is ontstaan buiten verwijtbare schuld van de woningzoekende, […]

b. de woningzoekende is voor het oplossen van de noodsituatie expliciet aangewezen op zelfstandige woonruimte, en;

[…]

Artikel 5

[…]

3. In de navolgende gevallen is sprake van een medische urgentie:

a. een woningzoekende waarbij sprake is van ernstige fysiek-, psychiatrische of psychische problemen die het functioneren in de huidige woonsituatie ernstig en duurzaam belemmeren in het geval dat:

1. de aard en ernst van de problematiek door onafhankelijk medisch, psychiatrisch of psychologisch onderzoek wordt aangetoond, en;

2. andere huisvesting noodzakelijk is voor de oplossing of het draaglijk maken van het medisch probleem.

[…]

Artikel 14

In uiterst bijzondere gevallen van schrijnende sociaal-maatschappelijke problematiek kan het college van burgemeester en wethouders in beginsel op basis van daartoe strekkend advies van de urgentiecommissie, dan wel - indien en voor zover dit plaatsvindt binnen een lopende bezwaarschriftenprocedure - op basis van een daartoe strekkend advies van de bezwaarschriftencommissie, in individuele gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar hun oordeel leidt tot een bijzondere hardheid ten gunste van de woningzoekende afwijken van het bepaalde in deze verordening.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?