ECLI:NL:RVS:2026:1373

ECLI:NL:RVS:2026:1373

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 202403599/1/R4
Rechtsgebied Bestuursrecht; Omgevingsrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet een omgevingsvergunning verleend aan Landgoed De Grote Bunte B.V. voor het realiseren van een woonzorgvoorziening met algemene ruimten op het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Landgoed De Grote Bunte B.V. is eigenaar van het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Het gaat om een landgoed met daarop een landhuis en andere gebouwen, dat op het moment van de aanvraag tijdelijk in gebruik was voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Landgoed De Grote Bunte B.V. heeft op 29 november 2021 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een woonzorgvoorziening voor ouderen in het landhuis dat daarvoor zal worden gerestaureerd, verbouwd en uitgebreid. Ook het koetshuis zal worden gerestaureerd en daarin zullen een beheerderswoning en een aantal kantoren worden gerealiseerd.

Uitspraak

202403599/1/R4.

Datum uitspraak: 11 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellante B] ([appellant A]), wonend in Nunspeet,

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 1 mei 2024 in zaak nr. 23/4239 in het geding tussen:

[appellant A]

en

het college van burgemeester en wethouders van Nunspeet.

Procesverloop

Bij besluit van 19 april 2022 heeft het college een omgevingsvergunning verleend aan Landgoed De Grote Bunte B.V. voor het realiseren van een woonzorgvoorziening met algemene ruimten op het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet.

Bij besluit van 1 juni 2023 heeft het college het door [appellant A] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 1 mei 2024 heeft de rechtbank het door [appellant A] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant A] hoger beroep ingesteld.

[appellant A] en Landgoed De Grote Bunte B.V. hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak gevoegd met de zaken nrs. 202204580/1/R4 en 202403875/1/R4 op een zitting behandeld op 31 oktober 2025, waar [appellant A], bijgestaan door mr. L.M.A. Schrieder, rechtsbijstandsverlener in Apeldoorn, en het college, vertegenwoordigd door mr. I.M.C. van Leeuwen, advocaat in Arnhem, en mr. E. Bouma, zijn verschenen. Verder is op zitting Landgoed De Grote Bunte B.V., vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], als partij gehoord. Na de zitting zijn de zaken gesplitst.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, eerste zin, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 29 november 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

2. Landgoed De Grote Bunte B.V. is eigenaar van het perceel aan de Grote-Bunteweg 11 in Nunspeet. Het gaat om een landgoed met daarop een landhuis en andere gebouwen, dat op het moment van de aanvraag tijdelijk in gebruik was voor de huisvesting van arbeidsmigranten.

Landgoed De Grote Bunte B.V. heeft op 29 november 2021 een aanvraag ingediend om een omgevingsvergunning voor het realiseren van een woonzorgvoorziening voor ouderen in het landhuis dat daarvoor zal worden gerestaureerd, verbouwd en uitgebreid. Ook het koetshuis zal worden gerestaureerd en daarin zullen een beheerderswoning en een aantal kantoren worden gerealiseerd.

Bij het besluit van 19 april 2022 is deze vergunning verleend voor het bouwen van een bouwwerk en het gebruiken van bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder a en c, van de Wabo, en het wijzigen van een monument, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo.

Ter plaatse geldt het bestemmingsplan "Molenbeek". De aanvraag heeft betrekking op het gedeelte van het perceel met de bestemming "Maatschappelijk". De aangevraagde verbouwing is in strijd met de bouwregels van het bestemmingsplan, omdat de goothoogte en bouwhoogte hoger zijn dan toegestaan. Daarnaast zijn de beheerderswoning en kantoren in het koetshuis niet in overeenstemming met de bestemming "Maatschappelijk".

Het college heeft de afwijkingen van het bestemmingsplan vergund met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, aanhef en onder a, onder 2˚ van de Wabo, in samenhang met artikel 4 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

[appellant A] woont naast het perceel, aan de [locatie] in Nunspeet. Hij verwacht dat de woonzorgvoorziening zal zorgen voor overlast en zijn privacy en uitzicht zal aantasten.

Draagvlak

3. [appellant A] voert aan dat de rechtbank heeft miskend dat draagvlak een belang is dat het college had moeten meewegen in zijn belangenafweging en dat het college dat ten onrechte niet heeft gedaan. Hij heeft dit niet eerder aangevoerd. In het omgevingsrecht kunnen beroepsgronden niet voor het eerst in hoger beroep worden aangevoerd. Een uitzondering wordt gemaakt als uitgesloten is dat andere belanghebbenden daardoor worden benadeeld. Die uitzondering doet zich bij deze beroepsgrond niet voor. De Afdeling zal deze beroepsgrond dus niet inhoudelijk bespreken.

Overige gronden

4. De gronden die [appellant A] in hoger beroep verder heeft aangevoerd zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De gronden gaan over de onvolledige heroverweging in bezwaar, over het nog niet onherroepelijk zijn van enkele andere besluiten, over de huisvesting van arbeidsmigranten op het landgoed, over de aanpassing van de plannen door de initiatiefnemer nadat de omgevingsdialoog had plaatsgevonden en het principeverzoek was goedgekeurd, over het opknippen van het project, over de schijn van belangenverstrengeling, over de strijd met verschillende omgevingsvisies, over zijn woon- en leefklimaat en over de redelijke eisen van welstand. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de onder 6 tot en met 9 en onder 12 en 13 opgenomen overwegingen, waarop dat oordeel is gebaseerd.

Conclusie

5. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

6. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. L.S. Kors, griffier.

w.g. Gundelach

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Kors

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026

687-1069

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. L.S. Kors

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?