ECLI:NL:RVS:2026:1382

ECLI:NL:RVS:2026:1382

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 202404416/1/R3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 3 januari 2017 heeft het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland een handhavingsverzoek van [appellanten] afgewezen (het afwijzingsbesluit). In 2011 is de woning aan de [locatie 1] in Maasland (de woning) intern verbouwd. De verbouwing is onder meer uitgevoerd in een ruimte die zich bevindt aan de zuidkant van de woning. Deze ruimte grenst aan de woning van [appellanten] aan de [locatie 2]. In deze ruimte is een dragende wand vervangen door balken. Eén balk loopt evenwijdig aan de zijmuur tussen de woningen op [locatie 2] en [locatie 1]. Deze balk bevindt zich op ongeveer een meter van deze zijmuur. Een andere balk loopt evenwijdig aan de achtergevel van [locatie 1] en was verankerd in de stenen zijmuur tussen [locatie 2] en [locatie 1]. Voor deze bouwwerkzaamheden was op dat moment geen omgevingsvergunning verleend.

Uitspraak

202404416/1/R3.

Datum uitspraak: 11 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], wonend in Maasland, gemeente Midden-Delfland,

appellanten,

tegen de uitspraken van de rechtbank Den Haag van 5 januari 2023 en 29 mei 2024 in zaak nr. 21/3173 in het geding tussen:

[appellanten]

en

het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland.

Procesverloop

Bij besluit van 3 januari 2017 heeft het college een handhavingsverzoek van [appellanten] afgewezen (het afwijzingsbesluit).

Bij besluit van 30 oktober 2017 heeft het college het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard (het besluit op bezwaar 2017).

Bij uitspraak van 26 juli 2018 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit op bezwaar 2017 vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit op het bezwaarschrift te nemen (de uitspraak 2018).

Bij besluit van 4 december 2019 heeft het college het bezwaar van [appellanten] opnieuw ongegrond verklaard (het besluit op bezwaar 2019).

Bij uitspraak van 25 januari 2021 heeft de rechtbank onder meer het door [appellanten] daartegen gerichte beroep gegrond verklaard, het besluit op bezwaar 2018 vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit op het bezwaarschrift te nemen (de uitspraak 2021).

Bij besluit van 16 maart 2021 heeft het college het bezwaar van [appellanten] opnieuw ongegrond verklaard (het besluit op bezwaar 2021).

[appellanten] hebben beroep ingesteld tegen het besluit op bezwaar 2021. Dit beroep is behandeld op een zitting van de rechtbank van 24 november 2022. Bij uitspraak van 5 januari 2023 (de uitspraak 2023) heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de Stichting Advisering Bestuursrechtspraak voor Milieu en Ruimtelijke Ordening (de STAB) gevraagd om een deskundigenbericht uit te brengen. Alle verdere beslissingen zijn door de rechtbank aangehouden.

Bij uitspraak van 29 mei 2024 heeft de rechtbank het door [appellanten] tegen het besluit op bezwaar 2021 ingestelde beroep gegrond verklaard, dit besluit vernietigd en de rechtsgevolgen van dit besluit in stand gelaten (de uitspraak 2024).

Tegen de uitspraken van 5 januari 2023 en 29 mei 2024 hebben [appellanten] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven. [partij A] en [partij B] hebben ook een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

[appellanten] hebben een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 29 oktober 2025. Daar zijn [appellanten] en het college verschenen. [appellanten] zijn bijgestaan door mr. D. Pool, rechtsbijstandverlener in Apeldoorn, en vergezeld door ir. A. de Gruyl. Het college is vertegenwoordigd door mr. S.H.G.W. Stigter, advocaat in Zoetermeer, en M. Schellingerhout. Ook [partij A] is op de zitting als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een verzoek om handhaving van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op dat verzoek onherroepelijk wordt.

Het verzoek om handhaving ziet mede op overtreding van de Wabo en is gedaan op 16 november 2016. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Inleiding

De verbouwing

2. In 2011 is de woning aan de [locatie 1] in Maasland (de woning) intern verbouwd. De verbouwing is onder meer uitgevoerd in een ruimte die zich bevindt aan de zuidkant van de woning. Deze ruimte grenst aan de woning van [appellanten] aan de [locatie 2]. In deze ruimte is een dragende wand vervangen door balken. Eén balk loopt evenwijdig aan de zijmuur tussen de woningen op [locatie 2] en [locatie 1]. Deze balk bevindt zich op ongeveer een meter van deze zijmuur. Een andere balk loopt evenwijdig aan de achtergevel van [locatie 1] en was verankerd in de stenen zijmuur tussen [locatie 2] en [locatie 1]. Voor deze bouwwerkzaamheden was op dat moment geen omgevingsvergunning verleend.

De omgevingsvergunning uit 2012

3. Om de situatie te legaliseren heeft [partij A] een omgevingsvergunning aangevraagd voor het verbouwen/restaureren van de woning. Op 14 augustus 2012 heeft het college aan [partij A] de omgevingsvergunning verleend, die onherroepelijk is geworden na de uitspraak in hoger beroep van de Afdeling van 18 juni 2014, ECLI:NL:RVS:2014:2206 (de omgevingsvergunning 2012). Onderdeel van deze omgevingsvergunning is het rapport "woonhuis [locatie 1] te Maasland Controleberekening constructie" van 9 juli 2012 van Goudstikker - de Vries (het constructierapport A). In dat rapport staan voorzieningen die uitgevoerd moeten worden om ervoor te zorgen dat aan de eisen voor de constructieve veiligheid wordt voldaan. Deze voorzieningen zijn verder uitgewerkt in het rapport "woonhuis [locatie 1] te Maasland Controleberekening nadere uitwerkingen voorzieningen" van 8 oktober 2012 van Goudstikker - de Vries (het constructierapport B).

Uit de constructierapporten blijkt dat verschillende aanpassingen gedaan moeten worden. Eén van de aanpassingen was dat de balk die evenwijdig aan de achtergevel loopt losgezaagd moest worden van de zijmuur van de woning op [locatie 2]. In 2012 zijn werkzaamheden uitgevoerd ter uitvoering van de omgevingsvergunning 2012.

Het verzoek tot handhaving, het besluit en het besluit op bezwaar 2017

4. In het verzoek tot handhaving stellen [appellanten] dat de werkzaamheden aan de woning niet zijn uitgevoerd in overeenstemming met de constructiewijzigingen die zijn voorgeschreven in de constructierapporten. [appellanten] hebben verzocht om onderzoek in te stellen naar de constructieve veiligheid van de woning en zo nodig handhavend op te treden.

Het college zag geen aanleiding om te twijfelen aan de uitvoering van de bouwwerkzaamheden in overeenstemming met de omgevingsvergunning 2012. Het college heeft daarom besloten niet handhavend op te treden en dit besluit in stand gelaten in het besluit op bezwaar 2017.

De uitspraak 2018, het besluit op bezwaar 2019 en de uitspraak 2021

5. In de uitspraak 2018 vernietigt de rechtbank het besluit op bezwaar 2017. De rechtbank oordeelt dat het college niet aan zijn onderzoeksverplichting heeft voldaan, omdat niet zonder meer kon worden vastgesteld dat het college tijdens de bouwwerkzaamheden of op enig moment daarna heeft beoordeeld of er in overeenstemming met de omgevingsvergunning is verbouwd. Vervolgens heeft het college het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard in het besluit op bezwaar 2019. Volgens het college volgde uit een verklaring van de aannemer die de werkzaamheden in 2011 en 2012 heeft uitgevoerd dat de situatie in overeenstemming was met de omgevingsvergunning 2012. De rechtbank heeft in de uitspraak 2021 dit besluit op bezwaar 2019 vernietigd omdat het college niet het door haar gewenste gewicht aan de verklaring van de aannemer kon toekennen.

Het besluit op bezwaar 2021

6. Op 11 maart 2021 heeft Moerman bouwen B.V. (Moerman) in opdracht van het college de "Rapportage [locatie 1] te Maasland" opgesteld. Daarin concludeert Moerman dat de uitgevoerde werkzaamheden in overeenstemming met de omgevingsvergunning 2012 zijn uitgevoerd. Vervolgens heeft een toezichthouder van het college een opnamerapportage opgesteld, waarin hetzelfde is geconcludeerd. In het besluit op bezwaar 2021 heeft het college daarom het bezwaar opnieuw ongegrond verklaard en de afwijzing van het handhavingsverzoek in stand gelaten.

De uitspaak 2023

7. De rechtbank heeft het onderzoek heropend en de STAB verzocht om een deskundigenbericht uit te brengen over de volgende twee vragen:

1. Zijn de in het rapport van Goudstikker-de Vries van 9 juli 2012 en het aanvullende rapport van 8 oktober 2012 omschreven benodigde aanpassingen daadwerkelijk uitgevoerd en wordt voldaan aan de constructie- en draagkrachtberekeningen zoals geformuleerd in die rapporten?

2. Voor zover de in de rapporten van Goudstikker-de Vries genoemde aanpassingen niet dan wel op andere wijze zijn uitgevoerd, voldoet de huidige draagconstructie aan de constructie- en draagkrachtberekeningen uit de rapporten van Goudstikker-de Vries?

8. De STAB heeft op 13 juni 2023 een deskundigenbericht uitgebracht. Daarin concludeert de STAB dat de door Goudstikker-de Vries omschreven benodigde aanpassingen op verschillende onderdelen niet zijn uitgevoerd. De STAB concludeert op grond van eigen berekeningen echter dat de draagconstructie aan de bepalingen in het Bouwbesluit 2012 voldoet en daarmee voldoende weerstand biedt tegen de erop werkende krachten.

De uitspraak 2024

9. In de uitspraak 2024 oordeelt de rechtbank eerst dat de beroepsgrond niet slaagt dat het handhavingsverzoek meer omvatte dan de constructieve veiligheid van de woning. Gelet op de reikwijdte van het handhavingsverzoek heeft de rechtbank de STAB uitsluitend om advies gevraagd over de aanpassingen van de hoofddraagconstructie van de woning op [locatie 1]. De rechtbank oordeelt dat de STAB zich dan ook terecht heeft beperkt tot het beantwoorden van de door de rechtbank geformuleerde onderzoeksvragen. De rechtbank ziet ook geen aanleiding voor het oordeel dat de STAB geen kennis heeft kunnen nemen van het procesdossier en de door partijen beschikbaar gestelde informatie.

In wat [appellanten] hebben aangevoerd, ziet de rechtbank geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het onderzoek door de STAB over de evenwijdig aan de gevel liggende balk. De rechtbank ziet geen aanleiding het STAB-advies in zoverre niet te volgen. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een nader onderzoek door de STAB.

De rechtbank stelt vast dat de STAB heeft geconcludeerd dat de uitgevoerde aanpassingen op een aantal punten van de rapporten van Goudstikker — de Vries afwijken. Dat betekent dat [appellant B] de interne aanpassingen van de hoofddraagconstructie niet heeft uitgevoerd overeenkomstig de omgevingsvergunning 2012 en dat dus niet overeenkomstig die vergunning is gebouwd. Hieruit volgt dat het beroep gegrond is en dat het besluit op bezwaar 2021 voor vernietiging in aanmerking komt.

Maar de rechtbank ziet aanleiding om de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar 2021 in stand te laten, omdat uit de controleberekeningen van de STAB blijkt dat de huidige hoofddraagconstructie in het pand van belanghebbende (de woning aan de [locatie 1] ) voldoende veilig is volgens het Bouwbesluit 2012. Naar het oordeel van de rechtbank is handhavend optreden daarmee onevenredig tot de daarmee te dienen belangen. In deze concrete situatie kan de afwijzing van het verzoek om handhaving daarom in stand blijven.

10. [appellanten] kunnen zich niet vinden in deze uitspraak, onder meer omdat de rechtbank het geschil volgens hen ten onrechte heeft beperkt tot de discussie over de hoofddraagconstructie en ook niet vaststaat dat de hoofddraagconstructie constructief veilig is.

De hogerberoepsgronden

De omvang van het geding

11. [appellanten] betogen dat de rechtbank de omvang van het geding ten onrechte beperkt heeft tot de constructieve veiligheid. Zij voeren daarvoor aan dat uit het handhavingsverzoek en het bezwaarschrift blijkt dat ook verzocht is om handhavend op te treden tegen de overkapping van een voormalige steeg tussen de [locatie 2] en [locatie 1], waarbij illegaal over de erfgrens heen is gebouwd en is aangesloten op hun woning. Daarom stellen zij dat wat zij over de overkapping naar voren hebben gebracht niet is aan te merken als nieuwe beroepsgrond. Zij voeren verder aan dat het vanuit het oogpunt van finale geschilbeslechting ook onwenselijk is als een nieuwe procedure moet worden opgestart over de overkapping.

[appellanten] betogen verder dat de rechtbank in de uitspraak van 5 januari 2023 daarom te beperkte onderzoeksvragen aan de STAB heeft gesteld. Daarnaast had de rechtbank volgens hen ook zonder deskundigenbericht van de STAB op dit punt tot het oordeel moeten komen dat de bouwwerkzaamheden ten behoeve van de overkapping niet in overeenstemming zijn met de omgevingsvergunning 2012.

11.1. In de rechtspraak van de Afdeling is de mogelijkheid begrensd om nieuwe gronden aan te dragen in een beroep tegen een nieuw besluit dat genomen wordt nadat een eerder besluit is vernietigd. Die begrenzing houdt in dat geen gronden kunnen worden aangevoerd tegen het nieuwe besluit als die al tegen het oorspronkelijke besluit aangevoerd hadden kunnen worden. Gronden hadden niet eerder kunnen worden aangevoerd als bijvoorbeeld het nieuwe besluit de partij in een nadeligere positie brengt ten opzichte van het oorspronkelijke besluit en die gronden daarover gaan. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 17 juli 2024, ECLI:NL:RVS:2024:2853, onder 12.

11.2. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank terecht geen aanleiding gezien om inhoudelijk in te gaan op de beroepsgrond over de omvang van het handhavingsverzoek. Deze beroepsgrond had namelijk al tegen het besluit op bezwaar 2017 aangevoerd kunnen worden. In het afwijzingsbesluit staat dat verzocht is om handhavend op te treden tegen het pand aan [locatie 1] in Maasland omdat het niet aan de constructieve eisen van het Bouwbesluit 2012 zou voldoen. Dit verzoek is afgewezen, omdat het college geen aanleiding zag om te twijfelen aan de uitvoering van de bouwwerkzaamheden in overeenstemming met de omgevingsvergunning 2012. Met het besluit op bezwaar 2017 is het afwijzingsbesluit in stand gelaten. Daarmee heeft het college in het handhavingsverzoek alleen een verzoek gezien tot handhaving vanwege de constructieve veiligheid van de woning op [locatie 1]. Voor zover [appellanten] van mening waren dat het college hiermee een te beperkte uitleg heeft gegeven aan het handhavingsverzoek kon hierover een beroepsgrond aangevoerd worden tegen het besluit op bezwaar 2017. Maar [appellanten] hebben dat niet gedaan. Daarmee valt deze beroepsgrond over de omvang van het handhavingsverzoek buiten de omvang van dit geding. De rechtbank heeft dan ook terecht geen aanleiding gezien om inhoudelijk te oordelen over deze beroepsgrond en de STAB hierover aanvullende vragen te stellen. Omdat deze beroepsgrond buiten de omvang van het geding valt, kan ook uit oogpunt van finale geschilbeslechting niet worden toegekomen aan deze beroepsgrond.

Het betoog slaagt niet.

Constructieve veiligheid

12. [appellanten] betogen dat de rechtbank had moeten oordelen dat de hoofddraagconstructie in de woning op [locatie 1] niet constructief veilig is. Daarbij kon de rechtbank niet afgaan op de berekeningen van de STAB omdat deze uitgaan van verkeerde uitgangspunten, zo betogen zij.

Zij voeren daarvoor eerst aan dat de STAB en de rechtbank er ten onrechte van uitgaan dat de balk die in hun zijmuur verankerd is, is doorgezaagd. Zij stellen dat de doorgezaagde balk op de foto’s in het deskundigenbericht van de STAB kleiner is dan de balk die oorspronkelijk in de muur was verankerd. Daarom moet er volgens hen nog een andere balk aanwezig zijn dan de balk die op de foto’s zichtbaar is. De rechtbank en de STAB gaan er daarom ten onrechte van uit dat de draagbalk die in hun draagmuur is bevestigd volledig is doorgezaagd.

[appellanten] betogen verder dat de omgevingsvergunning 2012 ervan uitgaat dat de woning op [locatie 1] een eigen zijmuur heeft. Zij stellen dat er geen eigen zijmuur is, maar dat er is gebouwd tegen de zijmuur van de woning van [appellanten] op [locatie 2]. Deze zijmuur is niet gebouwd als scheidingsmuur tussen woningen. Daardoor voldoet deze niet aan de regels voor een dergelijke scheidingsmuur. [appellanten] betogen dat dit naast onveiligheid ook zorgt voor warmtelekken en geuroverlast en dat de wand niet voldoet aan de eisen voor geluidsisolatie.

12.1. Als de bestuursrechter twijfelt over de juistheid van de advisering die het bestuursorgaan aan zijn besluit ten grondslag heeft gelegd, heeft hij de mogelijkheid om een deskundige te benoemen (artikel 8:47 van de Awb). De bestuursrechter mag in beginsel afgaan op de inhoud van het advies van de door hem benoemde deskundige. Dat is anders als dat advies niet zorgvuldig tot stand is gekomen of andere gebreken bevat.

12.2. De Afdeling zal hieronder eerst ingaan op de balk en daarna op de zijmuur.

- de balk

12.3. In het deskundigenbericht van de STAB staat over de balk in de zijmuur het volgende:

"De koof boven het raam is 370 mm hoog. Het bovenste deel van 220 mm is door Moerman tijdens de inspectie van 10 maart 2021 weggehaald. Het onderste deel van 150 mm is blijven zitten. Op basis van de foto van de bevestiging (figuur 4-5) concludeert de STAB dat de balk niet helemaal tot onder in de koof doorloopt. Dit betekent dat de balk naar schatting, afgeschaald op de foto's, 200 à 225 mm hoog is. Een dergelijke afmeting is, in tegenstelling tot een balk van 150*300 mm, goed verkrijgbaar.

Op de in Figuur 4-10 overgenomen foto's is duidelijk te zien dat er geen andere balk achter deze balk aanwezig is. Er is kalkzandsteen metselwerk te zien. Het is onwaarschijnlijk en onlogisch dat achter het metselwerk, in de spouw, nog een balk aanwezig is. Het aanbrengen van een balk in de spouw is vanuit oogpunt van duurzaamheid zeer ongewenst. Bovendien zou een balk met de aangegeven afmeting niet in de spouw passen en zou deze overmatig zwaar zijn voor de op te vangen belasting. De koof is weliswaar hoger dan de balk, maar dit komt omdat de zijkant van de koof tot aan het plafond is doorgetrokken, wat de STAB niet onlogisch voorkomt. De STAB is ervan overtuigd dat de doorgezaagde balk de balk is die volgens de berekeningen van Goudstikker-de Vries doorgezaagd zou moeten worden en concludeert dan ook dat dit onderdeel conform de vergunning is uitgevoerd. De STAB vindt verder onderzoek op dit punt daarom niet noodzakelijk."

12.4. De STAB heeft aan de hand van het aanwezige fotomateriaal inzichtelijk gemaakt dat er geen tweede balk te zien is achter de aanwezige balk. Daar is namelijk metselwerk te zien. De STAB heeft verder onderbouwd waarom het onwaarschijnlijk en onlogisch is dat er achter het metselwerk nog een tweede balk aanwezig zou zijn, zoals [appellanten] veronderstellen. De STAB is ervan overtuigd dat de doorgezaagde balk de balk is die volgens de berekeningen van Goudstikker - de Vries doorgezaagd zou moeten worden. De Afdeling ziet in de door [appellanten] gegeven toelichting, tekeningen en foto’s geen aanleiding om te twijfelen aan deze conclusies van de STAB. Naar het oordeel van de Afdeling heeft de rechtbank dan ook terecht geen concrete aanknopingspunten gezien voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het onderzoek door de STAB ten aanzien van de evenwijdig aan de gevel liggende balk. Daarom mocht de rechtbank uitgaan van het deskundigenbericht van de STAB op dit punt.

Het betoog slaagt in zoverre niet.

- de zijmuur

12.5. De STAB heeft in haar deskundigenbericht in figuren 3-3 en 3-4 tekeningen weergegeven die behoren bij de omgevingsvergunning 2012. Daarop zijn de plattegrond van de begane grond, het gevelaanzicht en een doorsnede van de woning in de nieuwe toestand weergegeven. Daarop is één muur te zien tussen de woningen op [locatie 2] en [locatie 1]. Dit is de muur op as 4. Uit de doorsnede van de nieuwe toestand blijkt dat de muur op as 4 de zijmuur is van de woning op [locatie 2]. De rechtbank heeft daarom terecht geen grond gezien voor het oordeel dat de feitelijke situatie op dit punt in strijd was met de omgevingsvergunning 2012.

De STAB heeft de berekeningen waaruit zij concludeert dat de draagconstructie voldoet aan de eisen in het Bouwbesluit 2012 ook niet gebaseerd op een ander uitgangspunt. Zoals de rechtbank onder 9.1 heeft overwogen zijn deze berekeningen neergelegd in Appendix 1 bij het STAB-advies, waarin ook de uitgangspunten voor de berekeningen zijn opgenomen. De STAB heeft verder toegelicht dat zij op basis van haar onderzoek en eigen metingen heeft geconcludeerd dat de plattegrond behorend bij de vergunning van 2012 en de nokhoogte behorend bij de vergunning uit 1993 voldoende stroken met de feitelijke situatie om daarmee representatieve controleberekeningen te kunnen maken. Dit volgt uit een notitie van de STAB van 3 november 2023. Nu de STAB voor haar berekeningen is uitgegaan van de plattegrond bij de omgevingsvergunning 2012 en de feitelijke situatie, ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de STAB is uitgegaan van een verkeerd uitgangspunt met betrekking tot de zijmuur.

De rechtbank heeft daarom terecht geoordeeld dat niet aannemelijk is gemaakt dat de controleberekeningen van de STAB niet kloppen, voor zover het om de hoofddraagconstructie in de woning gaat.

Het betoog slaagt ook in zoverre niet.

12.6. De Afdeling komt niet toe aan een inhoudelijke bespreking van het betoog voor zover dat ziet op warmtelekken, geuroverlast en geluidsisolatie omdat dit buiten de reikwijdte van het handhavingsverzoek valt. Daarvoor verwijst de Afdeling naar wat onder 11.1 en 11.2 is overwogen.

In stand laten rechtsgevolgen

13. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte de rechtsgevolgen van het besluit op bezwaar 2021 in stand heeft gelaten. [appellanten] voeren daarvoor aan dat de rechtbank oordeelt dat handhavend optreden onevenredig is tot de daarmee te dienen belangen, zonder daadwerkelijk een belangenafweging te maken. Zij stellen daarbij dat het juist belangrijk is dat de daadwerkelijke draagconstructie vastgelegd wordt in een omgevingsvergunning, zodat bij opvolgende aanvragen van deze tekeningen kan worden uitgegaan. [appellanten] wijzen er daarbij op dat er in 2020 alweer een nieuwe omgevingsvergunning is verleend. De rechtbank had het college daarom moeten opdragen om, voor zover handhavend optreden niet nodig is, te onderzoeken of de illegale situatie gelegaliseerd kon worden.

13.1. Als een besluit wordt vernietigd, moet de rechtbank de mogelijkheden van finale beslechting van het geschil te onderzoeken. Daarbij moet zij onder meer beoordelen of er grond is om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, van de Awb de rechtsgevolgen van het besluit in stand te laten. Voor het in stand laten van de rechtsgevolgen is niet vereist dat nog slechts één beslissing mogelijk is. Uit een oogpunt van proceseconomie kan het aangewezen zijn de rechtsgevolgen in stand te laten, als het bestuursorgaan vasthoudt aan zijn besluit, het besluit alsnog voldoende motiveert en de andere partij zich daarover in voldoende mate heeft kunnen uitlaten. Daarbij is beslissend of de inhoud van het vernietigde besluit na de kenbaar gemaakte motivering de rechterlijke toets kan doorstaan. De Afdeling verwijst hiervoor naar haar uitspraak van 24 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5402, onder 6.1.

13.2. Het college heeft op de zitting van de Afdeling toegelicht dat het op de zitting bij de rechtbank het standpunt heeft ingenomen dat handhavend optreden onevenredig is. Het college heeft in de schriftelijke uiteenzetting verder toegelicht dat handhavend optreden onevenredig is omdat er sprake is van een overtreding van geringe aard en ernst die ook geen hinder voor [appellanten] of anderen oplevert. Daarbij is van belang dat uit het deskundigenbericht van de STAB volgt dat de hoofddraagconstructie van de woning voldoet aan de normen van het Bouwbesluit 2012 en daarom constructief veilig is. Het zou volgens het college daarnaast aanzienlijke kosten met zich brengen als alsnog uitvoering gegeven moet worden aan de omgevingsvergunning 2012. De Afdeling ziet in het enkele gegeven dat de feitelijke situatie niet overeenkomt met de in 2012 vergunde situatie geen grond voor het oordeel dat deze motivering van het college de rechterlijke toets niet zou kunnen doorstaan. De Afdeling ziet in wat [appellanten] hebben aangevoerd daarom geen grond voor het oordeel dat de rechtbank de rechtsgevolgen niet in stand heeft kunnen laten.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

14. Het hoger beroep is ongegrond. De aangevallen uitspraak van 5 januari 2023 moet worden bevestigd voor zover aangevallen. De uitspraak van 29 mei 2024 moet worden bevestigd voor zover aangevallen.

15. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraken van 5 januari 2023 en 29 mei 2024, voor zover aangevallen;

Aldus vastgesteld door mr. B.P.M. van Ravels, voorzitter, en mr. C.C.W. Lange en mr. N.H. van den Biggelaar, leden, in tegenwoordigheid van mr. L. Brouwers, griffier.

w.g. Van Ravels

voorzitter

w.g. Brouwers

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026

1080

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. B.P.M. van Ravels
  • mr. C.C.W. Lange
  • mr. N.H. van den Biggelaar

Griffier

  • mr. L. Brouwers

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?