ECLI:NL:RVS:2026:1415

ECLI:NL:RVS:2026:1415

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 11-03-2026
Datum publicatie 11-03-2026
Zaaknummer 202305536/2/R2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij uitspraak van 24 december 2025, ECLI:NLRVS:2025:6334, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het beroep van onder meer [appellant A] en [appellant B]. In die zaak hebben [appellant A] en [appellant B] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit één rechterlijke instantie bestaat zonder voorafgaande bezwaarprocedure, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste twee jaar redelijk. De termijn begint op het moment van ontvangst van het beroepschrift door de Afdeling.

Uitspraak

202305536/2/R2.

Datum uitspraak: 11 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak als bedoeld in artikel 8:57 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) op een verzoek om schadevergoeding van:

[appellant A] en [appellant B], beiden wonend in Vlijmen, gemeente Heusden.

Procesverloop

Bij uitspraak van 24 december 2025, ECLI:NL:RVS:2025:6334, heeft de Afdeling uitspraak gedaan op het beroep van onder meer [appellant A] en [appellant B].

In die zaak hebben [appellant A] en [appellant B] verzocht om toekenning van een schadevergoeding vanwege overschrijding van de redelijke termijn.

Geen van de partijen heeft binnen de gestelde termijn verklaard gebruik te willen maken van het recht op een zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek met toepassing van artikel 8:57, derde lid, van de Awb heeft gesloten.

Overwegingen

Overschrijding redelijke termijn

1. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de procedure niet binnen een redelijke termijn is afgerond. Om die reden hebben zij verzocht om schadevergoeding.

2. De redelijke termijn is overschreden als de duur van de totale procedure te lang is. Voor een procedure als deze die uit één rechterlijke instantie bestaat zonder voorafgaande bezwaarprocedure, is in beginsel een totale lengte van ten hoogste twee jaar redelijk. De termijn begint op het moment van ontvangst van het beroepschrift door de Afdeling.

3. De Afdeling heeft het beroepschrift van [appellant A] en [appellant B] ontvangen op 25 augustus 2023. De redelijke termijn is in deze procedure dus met vier maanden overschreden.

4. De Afdeling hanteert een forfaitaire vergoeding van € 500,00 per half jaar waarmee de redelijke termijn is overschreden. Daarmee wordt de schadevergoeding vastgesteld op € 500,00. Dat betekent dat [appellant A] en [appellant B] in beginsel ieder recht hebben op een schadevergoeding van € 500,00. Daarbij wordt opgemerkt dat [appellant A] en [appellant B] samen procederen, waarin de Afdeling in dit geval aanleiding ziet om het bedrag te matigen, in die zin dat zij ieder de helft van dat bedrag krijgen toegekend. Deze matiging acht de Afdeling redelijk vanwege de matigende invloed die het instellen van gezamenlijk beroep in het voorliggende geval heeft gehad op de mate van stress, ongemak en onzekerheid die [appellant A] en [appellant B] hebben ondervonden vanwege de te lang durende procedure. Door gezamenlijk beroep in te stellen hebben zij de voor- en nadelen van het voeren van deze procedure kunnen delen. Vergelijk ook de uitspraak van de Afdeling van 30 januari 2019 (ECLI:NL:RVS:2019:245).

Conclusie

5. De Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) moet [appellant A] en [appellant B] een schadevergoeding betalen wegens overschrijding van de redelijke termijn.

6. De Staat der Nederlanden hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. wijst het verzoek om schadevergoeding toe;

II. veroordeelt de Staat der Nederlanden (de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties) om aan [appellant A] en [appellant B] een schadevergoeding van € 500,00 te betalen, met dien verstande dat bij betaling van genoemd bedrag aan een van hen de Staat aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan.

Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier.

w.g. Minderhoud

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Boermans

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 11 maart 2026

429-1186

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.P.F. Boermans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?