ECLI:NL:RVS:2026:15

ECLI:NL:RVS:2026:15, Raad van State, 07-01-2026, BRS.25.001014

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 07-01-2026
Datum publicatie 14-01-2026
Zaaknummer BRS.25.001014
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 7 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Uitspraak

BRS.25.001014

ECLI:NL:RVS:2026:15

Datum uitspraak: 7 januari 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

[appellant],

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Rotterdam, van 9 juli 2025 in zaak nr. NL24.317 in het geding tussen:

[[appellant]

en

de minister van Asiel en Migratie.

Procesverloop

Bij besluit van 7 december 2020 heeft de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid een aanvraag van appellant om hem een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd te verlenen, afgewezen.

Bij besluit van 21 december 2023 heeft de staatssecretaris het daartegen door appellant gemaakte bezwaar opnieuw ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 9 juli 2025 heeft de rechtbank het daartegen door appellant ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen daarvan in stand blijven.

Tegen deze uitspraak heeft appellant, vertegenwoordigd door mr. B.J. Manspeaker, advocaat in Dordrecht, hoger beroep ingesteld.

Overwegingen

1. Het hoger beroep richt zich niet tegen de uitspraak van de rechtbank. Appellant legt namelijk niet uit waarom de uitspraak van de rechtbank volgens hem niet juist is. Daarom kan de Afdeling geen inhoudelijk oordeel geven over het hoger beroep (artikel 85 van de Vw 2000).

2. Het hoger beroep is niet-ontvankelijk. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.

Aldus vastgesteld door mr. H.G. Sevenster, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.W. Prins, griffier.

w.g. Sevenster

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Prins

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 7 januari 2026

1108-363

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. J.W. Prins

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?