ECLI:NL:RVS:2026:1514

ECLI:NL:RVS:2026:1514

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 20-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer BRS.25.001044
Rechtsgebied Bestuursrecht; Vreemdelingenrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij brief van 20 maart 2025 heeft de minister van Asiel en Migratie betrokkene in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

Uitspraak

BRS.25.001044

ECLI:NL:RVS:2026:1514

Datum uitspraak: 20 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak met toepassing van artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht op het hoger beroep van:

de minister van Asiel en Migratie,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 5 augustus 2025 in zaak nr. NL25.14539 in het geding tussen:

[betrokkene]

en

de minister.

Procesverloop

Bij brief van 20 maart 2025 heeft de minister betrokkene in kennis gesteld van zijn besluit om de overdrachtstermijn met twaalf maanden te verlengen (het verlengingsbesluit).

Bij uitspraak van 5 augustus 2025 heeft de rechtbank het door betrokkene tegen het verlengingsbesluit ingestelde beroep gegrond verklaard en dat besluit vernietigd.

Tegen deze uitspraak heeft de minister hoger beroep ingesteld.

Betrokkene, vertegenwoordigd door mr. N.R.H. Boon, advocaat in Roermond, heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Overwegingen

1. De minister klaagt in zijn enige grief terecht over het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van onderduiken in de zin van artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. Dat de minister betrokkene niet kon overdragen wegens een verzoek om voorlopige voorziening in het beroep over het overdrachtsbesluit, betekent niet dat geen sprake kan zijn van onderduiken. Zie de uitspraak van de Afdeling van 10 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4498, onder 3.2.

1.1. De grief slaagt.

2. Het hoger beroep is gegrond. De Afdeling vernietigt de uitspraak van de rechtbank. Omdat er geen beroepsgronden zijn die de rechtbank niet heeft besproken, is het beroep alsnog ongegrond. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep gegrond;

II. vernietigt de uitspraak van de rechtbank Den Haag, zittingsplaats Roermond, van 5 augustus 2025 in zaak nr. NL25.14539;

III. verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. B. Meijer, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T.W.A. Weber, griffier.

w.g. Meijer

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Weber

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 20 maart 2026

846-1122

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T.W.A. Weber

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?

⚡ Powered by
Hostinger Hosting
Betrouwbare hosting vanaf €1.99/maand