ECLI:NL:RVS:2026:1520

ECLI:NL:RVS:2026:1520

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 202505526/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij beslissing van 16 juli 2025 heeft de teammanager, namens de domeindirecteur van Hogeschool Inholland, aan [appellante] een bindend negatief studieadvies (BNSA) gegeven voor de bacheloropleiding Tourism Management. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Tourism Management aan de Hogeschool Inholland. Bij brief van 4 maart 2025 heeft de domeindirecteur [appellante] erop gewezen dat zij tot op dat moment minder studiepunten had behaald dan zij kon behalen en dat zij aan het einde van het academisch jaar 45 van de 60 studiepunten moest hebben om een positief studieadvies te krijgen. Tot slot is in de brief toegelicht dat zij zo spoedig mogelijk contact moest opnemen met de studentendecaan als er persoonlijke omstandigheden waren die tot studievertraging leiden, om te bespreken hoe verdere vertraging kon worden voorkomen. Niet in geschil is dat [appellante] in het studiejaar 2024-2025 geen studiepunten heeft gehaald. De domeindirecteur heeft aan de beslissing ten grondslag gelegd dat [appellante] tot en met de vierde periode van het studiejaar onvoldoende studiepunten heeft gehaald voor een positief studieadvies en dat zij geen melding heeft gemaakt van persoonlijke omstandigheden.

Uitspraak

202505526/1/A2.

Datum uitspraak: 18 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellante], wonend in [woonplaats],

appellante,

en

het college van beroep voor de examens van Hogeschool Inholland (CBE),

verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 16 juli 2025 heeft de teammanager, namens de domeindirecteur van Hogeschool Inholland, aan [appellante] een bindend negatief studieadvies (BNSA) gegeven voor de bacheloropleiding Tourism Management.

Bij beslissing van 8 september 2025 heeft het CBE het hiertegen door [appellante] ingestelde administratief beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze beslissing heeft [appellante] beroep ingesteld.

Het CBE heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 9 december 2025, waar [appellante], bijgestaan door D. Hartevelt, rechtsbijstandverlener in Utrecht, en het CBE, vertegenwoordigd door mr. C.W. Elbers en E.M. Bracart, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van deze uitspraak.

Inleiding

2. [appellante] is in het studiejaar 2024-2025 begonnen met de bacheloropleiding Tourism Management aan de Hogeschool Inholland. Bij brief van 4 maart 2025 heeft de domeindirecteur [appellante] erop gewezen dat zij tot op dat moment minder studiepunten had behaald dan zij kon behalen en dat zij aan het einde van het academisch jaar 45 van de 60 studiepunten moest hebben om een positief studieadvies te krijgen. Tot slot is in de brief toegelicht dat zij zo spoedig mogelijk contact moest opnemen met de studentendecaan als er persoonlijke omstandigheden waren die tot studievertraging leiden, om te bespreken hoe verdere vertraging kon worden voorkomen. Niet in geschil is dat [appellante] in het studiejaar 2024-2025 geen studiepunten heeft gehaald.

Besluitvorming

3. De domeindirecteur heeft aan de beslissing ten grondslag gelegd dat [appellante] tot en met de vierde periode van het studiejaar onvoldoende studiepunten heeft gehaald voor een positief studieadvies en dat zij geen melding heeft gemaakt van persoonlijke omstandigheden.

4. In administratief beroep heeft [appellante] uiteengezet dat zij te kampen heeft gehad met persoonlijke omstandigheden. Zo is haar vader, haar langstlevende ouder, in april van 2024 overleden, waarna zij met haar zus bij een gastgezin terecht is gekomen. Daar was de situatie niet veilig en stabiel. Zij heeft zich genoodzaakt gevoeld om meldingen bij de politie, Veilig Thuis en de GGZ te doen. Ook heeft zij zittingen van de rechtbank moeten bijwonen. Het verdriet van het overlijden en de juridische procedures over onder meer de erfenis, die vaak onder schooltijd plaatsvonden, hebben diepe sporen bij haar achtergelaten. Daardoor heeft zij lessen moeten missen.

Verder heeft [appellante] uiteengezet dat zij veel technische problemen heeft ervaren met Gradework. Hierdoor konden docenten haar documenten niet openen en kreeg zij onvoldoendes. Ondanks dat zij dit meerdere keren heeft aangekaart, is tot op heden nog geen oplossing gevonden.

5. Het CBE heeft aan zijn beslissing ten grondslag gelegd dat [appellante] niet het benodigde aantal studiepunten heeft behaald, waardoor zij niet heeft voldaan aan de gestelde studievereisten. Verder heeft het CBE aan de beslissing ten grondslag gelegd dat, hoewel vast is komen te staan dat [appellante] persoonlijke omstandigheden kende, onvoldoende is gebleken dat deze omstandigheden (mede) de oorzaak zijn van de opgelopen studieachterstand. Gebleken is dat het achterblijvende studieresultaat voor een groot deel, zo niet geheel, is te wijten aan de nalatige houding van [appellante] om (tijdig) op verzoeken en suggesties van haar docenten en de studentendecaan te reageren. Zo heeft [appellante] steeds, ondanks eerdere feedback, opdrachten in een verkeerd format ingeleverd bij haar docenten, waardoor deze de opdrachten niet konden beoordelen. Dat deze nalatige houding voortkomt uit de persoonlijke omstandigheden waarmee zij kampte, blijkt niet uit de verklaring van de studentendecaan en ligt ook niet voor de hand, aangezien is gebleken dat [appellante], ook nadat deze persoonlijke omstandigheden niet meer speelden, niet heeft gereageerd op e-mails die haar docenten haar hebben gestuurd met betrekking tot de door haar in te leveren opdrachten.

Beroep en de beoordeling daarvan

6. [appellante] betoogt dat het CBE onvoldoende rekening heeft gehouden met technische problemen en met haar persoonlijke omstandigheden, waaronder een lopend Veilig Thuis-dossier, een politieaangifte en psychische overbelasting door huiselijke problemen. Ook heeft het CBE geen zorgvuldig onderzoek gedaan naar de invloed van die omstandigheden op haar studieprestaties. Verder heeft het CBE onvoldoende gemotiveerd waarom haar persoonlijke omstandigheden er niet toe hebben geleid dat een BNSA achterwege is gelaten. Ook voert zij aan dat het CBE niet heeft onderkend dat haar studieresultaten als gevolg van continue, onopgeloste technische problemen, niet representatief zijn voor haar inzet en capaciteiten.

6.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (uitspraak van 26 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:1303), wordt een studieadvies op grond van artikel 7.8b, derde lid, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (hierna: de Whw) gegeven met inachtneming van de persoonlijke omstandigheden van de student. In artikel 2.1, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Whw 2008, is (onder a tot en met g) een niet-limitatieve opsomming van die omstandigheden gegeven en is bovendien (onder i) voorzien in een hardheidsclausule. De student moet de invloed van de aangevoerde omstandigheden aannemelijk maken.

Op grond van vaste jurisprudentie is het niet aan de student om het causaal verband tussen de aangevoerde omstandigheden en de studievertraging aan te tonen. Voldoende is de gestelde persoonlijke omstandigheden aan te tonen en aannemelijk te maken dat die omstandigheden de studieresultaten nadelig hebben beïnvloed. Het is vervolgens aan de examencommissie om, indien persoonlijke omstandigheden worden aangenomen, te motiveren waarom desondanks een causaal verband tussen de aangevoerde omstandigheden en het niet hebben behaald van de benodigde studiepunten ontbreekt.

6.2. Gelet hierop is het, nu de studentendecaan in het herziene advies van 8 september 2025 heeft vermeld dat bij [appellante] sprake is van persoonlijke omstandigheden, niet aan [appellante] om het causaal verband tussen die omstandigheden en haar studievertraging aan te tonen. De Afdeling acht een causaal verband aannemelijk, gelet op de ernst van de door haar aangedragen en onder 3 weergegeven omstandigheden.

6.3. Het CBE heeft, gelet op het voorgaande, dan ook onvoldoende gemotiveerd dat een causaal verband tussen de persoonlijke omstandigheden van [appellante] en de studievertraging ontbreekt. Het CBE heeft ten onrechte het advies van de studentendecaan van 8 september 2025 ten grondslag gelegd aan de overweging dat dit causaal verband ontbreekt. De studentendecaan heeft in dit advies immers vermeld dat hij niet kan bepalen in hoeverre de studievertraging het gevolg is van persoonlijke omstandigheden. Uit dit advies valt daarom niet af te leiden dat een causaal verband ontbreekt. Door te overwegen dat de studievertraging voor een groot deel, zo niet geheel, te wijten is aan de nalatige houding van [appellante] om tijdig op verzoeken en suggesties van haar docenten en de studentendecaan te reageren, heeft het CBE niet onderkend dat niet valt uit te sluiten dat ook het uitblijven van reacties van de zijde van [appellante] het gevolg is van haar ingrijpende persoonlijke omstandigheden.

7. Het betoog slaagt. Gelet hierop wordt niet toegekomen aan wat [appellante] voor het overige aanvoert.

7.1. Vanwege het geconstateerde motiveringsgebrek zal de Afdeling de beslissing van het CBE van 8 september 2025 vernietigen. Het CBE moet opnieuw op het administratief beroep van [appellante] beslissen.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het beroep gegrond;

II. vernietigt de beslissing van het college van beroep voor de examens van Hogeschool Inholland van 8 september 2025, kenmerk 28159;

III. draagt het college van beroep voor de examens van Hogeschool Inholland op om binnen 6 weken na verzending van deze uitspraak een nieuwe beslissing op het administratief beroep van [appellante] te nemen;

IV. gelast dat het college van beroep voor de examens van Hogeschool Inholland aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht van € 53,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.

w.g. Jurgens

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026

705-1175

Bijlage

WETTELIJK KADER

Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek

Artikel 7.8b

(…)

3. Aan een advies als bedoeld in het eerste of tweede lid kan het instellingsbestuur ten aanzien van opleidingen die daartoe door het instellingsbestuur zijn aangewezen, binnen het in het tweede lid bedoelde tijdvak, doch niet eerder dan tegen het einde van het eerste jaar van inschrijving, een afwijzing verbinden. Deze afwijzing kan slechts worden gegeven, indien de student naar het oordeel van het instellingsbestuur, met inachtneming van zijn persoonlijke omstandigheden, niet geschikt moet worden geacht voor de opleiding, doordat zijn studieresultaten niet voldoen aan de vereisten die het bestuur daaromtrent heeft vastgesteld. Het instellingsbestuur kan aan de afwijzing een termijn verbinden. Het instellingsbestuur kan de afwijzing uitstrekken tot opleidingen die met de desbetreffende opleiding het propedeutisch examen gemeen hebben. Het instellingsbestuur kan van de bevoegdheid krachtens dit lid slechts gebruikmaken, indien het in de propedeutische fase van de desbetreffende opleiding zorgt voor zodanige voorzieningen dat de mogelijkheden voor goede studievoortgang zijn gewaarborgd.

(…)

Uitvoeringsbesluit Whw 2008

Artikel 2.1

1. De persoonlijke omstandigheden bedoeld in de artikelen 7.8b, derde lid, en 7.9, derde lid, van de wet, zijn:

(…)

d. bijzondere familie-omstandigheden,

(…)

i. andere in de onderwijs- en examenregeling, bedoeld in artikel 7.13 van de wet, op grond van artikel 7.13, tweede lid, onderdeel f, van de wet, vast te leggen persoonlijke omstandigheden,

(…)

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. M. Rijsdijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?