ECLI:NL:RVS:2026:1527

ECLI:NL:RVS:2026:1527

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 202403793/1/R4
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 22 april 2024 heeft de raad van de gemeente Zutphen het bestemmingsplan "Breegraven 101-115" vastgesteld. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een complex met in totaal 24 appartementen, uit te voeren in drie gebouwdelen, aan de Breegraven 101-115 in Warnsveld. Aan de achterzijde van het gebouw is voorzien in een parkeerhof. Het plangebied aan de Breegraven ligt aan de rand van de oude kern van Warnsveld. [appellant sub 1], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub 3], [appellant sub 4] en [appellant sub 5] zijn omwonenden van het plangebied. Zij verzetten zich tegen de woningbouwontwikkeling door de gevolgen daarvan voor hun woon- en leefklimaat. Ons Huis is eigenaar van de gronden en initiatiefnemer van de ontwikkeling. [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] betogen dat de raad het bestemmingsplan ten onrechte op niet-ondergeschikte punten ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld.

Uitspraak

202403793/1/R4.

Datum uitspraak: 18 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend in Warnsveld, gemeente Zutphen,

2. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], beiden wonend in Warnsveld, gemeente Zutphen,

3. [appellant sub 3], wonend in Warnsveld, gemeente Zutphen,

4. [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B] (hierna tezamen in enkelvoud: [appellant sub 4]), beiden wonend in Warnsveld, gemeente Zutphen,

5. [appellant sub 5], wonend in Warnsveld, gemeente Zutphen,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Zutphen,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 april 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Breegraven 101-115" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub 3], [appellant sub 4] en [appellant sub 5] beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De raad heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 28 november 2025, waar [appellant sub 5], bijgestaan door mr. L.M.A. Schrieder, rechtsbijstandverlener in Tilburg, en de raad, vertegenwoordigd door mr. R. de Groote en ing. B. Hermsen, zijn verschenen. Verder is daar Woningstichting Ons Huis, vertegenwoordigd door [gemachtigde A] en [gemachtigde B], gehoord.

De Afdeling heeft het onderzoek ter zitting geschorst om de raad in de gelegenheid te stellen een nadere reactie in te dienen.

De raad heeft een reactie ingediend.

[appellant sub 5] heeft daarop gereageerd.

De raad heeft een reactie ingediend.

Daartoe in de gelegenheid gesteld heeft geen van de partijen verklaard gebruik te willen maken van het recht om op een nadere zitting te worden gehoord, waarna de Afdeling het onderzoek heeft gesloten.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 22 september 2022 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening en de Crisis- en herstelwet, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2. Het bestemmingsplan voorziet in de bouw van een complex met in totaal 24 appartementen, uit te voeren in drie gebouwdelen, aan de Breegraven 101-115 in Warnsveld. Aan de achterzijde van het gebouw is voorzien in een parkeerhof. Het plangebied aan de Breegraven ligt aan de rand van de oude kern van Warnsveld. [appellant sub 1], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub 3], [appellant sub 4] en [appellant sub 5] zijn omwonenden van het plangebied. Zij verzetten zich tegen de woningbouwontwikkeling door de gevolgen daarvan voor hun woon- en leefklimaat. Ons Huis is eigenaar van de gronden en initiatiefnemer van de ontwikkeling.

Hoe toetst de Afdeling?

3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Intrekking beroepsgrond

4. [appellant sub 5] heeft zijn beroepsgrond dat de behoefte aan de woningen niet is aangetoond omdat het plan niet regelt dat het gaat om appartementen in de sociale huursector, ingetrokken.

Vaststelling bestemmingsplan

5. [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] betogen dat de raad het bestemmingsplan ten onrechte op niet-ondergeschikte punten ten opzichte van het ontwerpbestemmingsplan gewijzigd heeft vastgesteld. Het vastgestelde plan is nadeliger voor hen dan het ontwerpplan. [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] betogen dat zij ten onrechte niet in de gelegenheid zijn gesteld te reageren op wat de raad heeft vastgesteld. Het bestemmingsplan wijkt af van wat eerder is gepresenteerd. Het bestemmingsplan is volgens hen ook in strijd vastgesteld met wat in de zienswijzenota staat. In die nota staat dat het complex dicht op de Breegraven moet worden gebouwd, maar bij de vaststelling van het plan is het bouwvlak 3 m naar achteren, in de richting van hun woningen aan de achtergelegen Hellenkamp, verplaatst.

5.1. De raad kan bij de vaststelling van het plan daarin wijzigingen aanbrengen ten opzichte van het ontwerp. Alleen als de afwijkingen van het ontwerp naar aard en omvang zo groot zijn dat een wezenlijk ander plan is vastgesteld, moet de wettelijke procedure opnieuw worden doorlopen.

De raad heeft in dit geval het plan ten opzichte van het ontwerpplan gewijzigd vastgesteld. In artikel 4.1 van de planregels is de term ‘wonen’ gewijzigd in ‘woningen’. Verder is, na indiening van een amendement, in de planregels verwezen naar de regels van het op 30 januari 2023 vastgestelde bestemmingsplan "Thematische herziening Standplaatsen Terrassen Evenementen en Parkeren". Deze afwijkingen van het ontwerp zijn naar aard en omvang niet zo groot dat een wezenlijk ander plan voorligt. Niet is gebleken dat [appellant sub 1], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub 3] en [appellant sub 4] door deze wijzigingen in een nadeliger situatie zijn gebracht. Wat zij hierover tijdens de raadsvergadering nog naar voren hadden willen brengen, maar waartoe zij niet in de gelegenheid zijn gesteld, hebben zij niet duidelijk gemaakt. Daarbij is aan omwonenden tijdens de planprocedure overigens, zo volgt uit het verweerschrift, in ruime mate gelegenheid voor inbreng geboden.

Zoals de raad in het verweerschrift heeft uiteengezet, is de ligging van het bouwvlak ongewijzigd gebleven ten opzichte van het ontwerp. Dat de hoofdbebouwing van het appartementencomplex door de gewijzigde vaststelling 3 m dichter bij hun woningen aan de Hellenkamp kan worden gebouwd, is dan ook een misvatting. Voor zover het mogelijk is met de bebouwing binnen het bouwvlak te schuiven, is dit geen gevolg van een gewijzigde planvaststelling.

Het betoog slaagt niet.

Stedenbouwkundige situatie

6. [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] betogen dat het appartementencomplex niet passend is in de karakteristiek van de Breegraven. Deze straat is een oud historisch lint met kleine woningen. Appartementen komen hier niet voor. Ook [appellant sub 5] betoogt dat het appartementencomplex niet past in het straatbeeld en niet bij de karakteristiek van het oude dorp.

6.1. Het gemeentelijke beleid in de structuurvisie Warnsveld uit 2004 is vooral gericht op het beheer van het bestaande dorp en het behoud van de aanwezige ruimtelijke kwaliteit. Met het invullen van nog onbebouwde ruimtes moet volgens de structuurvisie terughoudend worden omgegaan. Op de planlocatie stonden acht verouderde twee-onder-een-kapwoningen met diepe achtertuinen. Het appartementencomplex wordt op de plek van deze woningen gebouwd en komt dus niet op een plek die volgens de structuurvisie open en groen moet blijven. Het plan is dus in zoverre in overeenstemming met gemeentelijk beleid.

Aan de Breegraven staan vooral kleinere eengezinswoningen. Het voorziene appartementencomplex komt in hoogte daarmee overeen, maar wijkt in mogelijke vormgeving daarvan af. Direct tegenover de planlocatie staat een filiaal van Lidl met een van de bestaande woningen afwijkende vormgeving. De raad heeft een appartementencomplex daarbij passend kunnen achten. Het is aan de raad om te bepalen hoe de dorpsvernieuwing vorm krijgt. De raad heeft in dit opzicht beleidsruimte. De raad heeft erop gewezen dat met het complex ‘Warnstaete’ aan de Oranjelaan op een afstand van ongeveer 180 m een vergelijkbaar appartementencomplex aanwezig is. Verder behoort het plangebied niet tot het gebied dat in 2015 als beschermd dorpsgezicht is aangewezen. Van een bijzondere, te beschermen karakteristiek van de Breegraven of omgeving is niet gebleken.

De betogen slagen niet.

Hoogte appartementencomplex

7. [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] betogen dat de bouwhoogte van het complex te hoog is. Daar komt bij dat het maaiveldniveau hoger ligt dan het straatniveau. De derde bouwlaag leidt tot een aantasting van hun privacy omdat die laag direct zicht op en in hun woningen en tuinen geeft. Verder is het complex nadelig voor hun woongenot. De verlichting van de galerijen kan hinder veroorzaken.

Ook [appellant sub 5] voert aan dat de bouwhoogte te hoog is waarbij komt dat het terrein al verhoogd is en ook nog opgehoogd kan worden. Het gebouw zal leiden tot inkijk in zijn woning en tuin.

7.1. Voor zover [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub 3] en [appellant sub 5] verzoeken om het maaiveld van het plangebied, dat hoger ligt dan de weg, te verlagen, overweegt de Afdeling dat dit een uitvoeringskwestie is die niet in deze procedure aan de orde kan komen. Overigens blijkt uit het dossier dat de hoogte van het plangebied aansluit bij de omliggende kavels. Het verlagen van het maaiveld zou, gelet ook op de definitie van ‘peil’ in artikel 1.46 van de planregels, slechts een beperkt effect hebben. Verlaging zou bovendien kunnen leiden tot wateroverlast en wordt daarom door het gemeentebestuur niet overwogen. De beoordeling van deze beroepsgrond gaat daarom uit van de huidige maaiveldhoogte.

De Afdeling overweegt dat de maximale bouwhoogte van 10,5 m aansluit bij de voorheen geldende bouwhoogte ter plaatse van 10 m en de hoogte van de woningen in de straat. De hoogte van 10,5 m is nodig om het beoogde aantal woningen te kunnen realiseren. De afstand van het bouwvlak tot de achterzijde van de woningen van [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] aan de Hellenkamp is ongeveer 40 m of meer. Tot aan de in de achtertuinen gebouwde aanbouwen en vrijstaande bijgebouwen is dit wat minder. Hoewel vanuit het appartementengebouw zicht zal zijn op de percelen van [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3], heeft de raad zich, gelet op deze afstand en de beperkte bouwhoogte, op het standpunt kunnen stellen dat de gevolgen voor hen niet onevenredig zijn. Daarbij heeft de raad kunnen overwegen dat enig zicht op hun woningen en in hun tuinen in een bebouwde omgeving niet ongebruikelijk is. Overigens kan in de klankbordgroep over de verlichting van de galerijen worden gesproken en kunnen partijen proberen daarover een afspraak te maken die recht doet aan ieders belangen.

Voor zover het gaat om de situatie van [appellant sub 5], die woont aan de [locatie], overweegt de Afdeling dat inkijk vanuit het appartementengebouw in zijn woning en tuin beperkt zal zijn. Immers, het gaat bij zowel het appartementengebouw als bij zijn woning om de zijgevel. De afstand daartussen is ongeveer 12 m. Het appartementengebouw is voor het uitzicht niet in de richting van zijn perceel gepositioneerd. Daarmee heeft de raad zich op het standpunt kunnen stellen dat de gevolgen voor inkijk en privacy voor hem niet onevenredig zijn.

De betogen slagen niet.

Zonnepanelen

8. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] voeren aan dat het complex zal leiden tot een verminderde opbrengst van hun zonnepanelen, die in hun geval niet op de woning maar op een kapschuur achter in de tuin liggen. Hiermee heeft de raad volgens hen geen rekening gehouden.

8.1. Ons Huis heeft onderzoek laten uitvoeren naar het effect van de bouw van het complex op de zonnepanelen op de daken van de woningen aan de Hellenkamp. De resultaten daarvan zijn neergelegd in de bezonningsstudie van Architekten Groep Gelderland van 20 februari 2023. Bij het verweerschrift heeft de raad de tekeningen van de bezonningsstudie gevoegd waarop hij de kapschuur heeft ingetekend. Hieruit volgt dat op 21 februari (18.00 uur) gedeeltelijk op de kapschuur en op 21 oktober (18.00 uur) op uiterste hoek van het dakdeel (waar geen panelen liggen) sprake is van schaduwwerking. Op eerdere tijdstippen en andere data zal de schaduwwerking niet of in mindere mate het geval zijn. De raad heeft zich op het standpunt kunnen stellen dat hiermee sprake zal zijn van slechts een geringe rendementsdaling. [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] hebben hiertegen niets ingebracht. De raad heeft de gevolgen voor de bezonning aanvaardbaar kunnen achten.

Het betoog slaagt niet.

Parkeersituatie

9. [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] voeren aan dat door de verplaatsing van het bouwvlak 3 m naar achteren, in de richting van de woningen aan de Hellenkamp, niet meer kan worden voldaan aan de parkeernorm. Zij zullen last hebben van de gewijzigde verkeerscirculatie. Over een groenbuffer en de aard van de erfafscheiding ter beperking van de gevolgen van het parkeren van auto’s is niets bepaald.

[appellant sub 5] betoogt dat hij last zal hebben van langs zijn woning rijdend verkeer en geluids- en stankoverlast door het parkeren van auto’s achter en naast het gebouw. Dit wordt versterkt door de overwegend zuidwestelijke windrichting. Ten onrechte is het parkeren niet aan de voorzijde van het gebouw voorzien.

9.1. Onder 5.1 heeft de Afdeling al overwogen dat de verbeelding van het bestemmingsplan niet gewijzigd is vastgesteld. Het bouwvlak is niet 3 m naar achteren verlegd.

Voor zover [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] betogen dat in te weinig parkeerplaatsen wordt voorzien, overweegt de Afdeling als volgt. In paragraaf 4.3 van de plantoelichting is de raad op het parkeren ingegaan. Achter het appartementencomplex is voorzien in een parkeerhof. Daar is ruimte voor en komen 31 parkeerplaatsen. Elke woning beschikt daarmee over een parkeerplaats en de overige zeven parkeerplaatsen zijn voor bezoekers. Daarmee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm van 1,3 per woning, zoals ook is vermeld in artikel 4.1, aanhef en onder e, van de planregels. De raad heeft zich daarmee op het standpunt kunnen stellen dat in voldoende parkeergelegenheid kan worden voorzien.

Voor zover [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] vrezen voor hinder door parkeerbewegingen overweegt de Afdeling dat de achter het bouwvlak voor het appartementencomplex gelegen gronden, waar het parkeren zal plaatsvinden, een diepte hebben van ongeveer 12 m. Dit betekent dat, uitgaande van de ligging van het bouwvlak op ongeveer 40 m of meer, het parkeren op ongeveer 28 m of meer van de achterzijde van de woningen van [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] zal plaatsvinden. Tot aan de in de achtertuinen gebouwde aanbouwen en vrijstaande bijgebouwen is dit wat minder. Tussen de gronden waar het parkeren zal plaatsvinden en de percelen van [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] liggen schooltuintjes die ongewijzigd zullen blijven. Het bestemmingsplan maakt met de bestemming "Wonen" de bouw van erf- en terreinafscheidingen met een maximale hoogte van 2 m mogelijk. Gelet op de hiervoor genoemde afstanden, de tussengelegen schooltuintjes en de mogelijkheid een erfafscheiding op te richten, heeft de raad zich naar het oordeel van de Afdeling op het standpunt kunnen stellen dat [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] geen ernstige hinder van de parkeerbewegingen zullen ondervinden. De raad heeft vanwege de beperkte hinder niet nodig hoeven achten om een dichte erfafscheiding voor te schrijven.

De betogen van [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] slagen niet.

9.2. Naast de woning van [appellant sub 5] zijn tegen de perceelgrens, op enkele meters van de zijgevel van zijn woning, parkeerplaatsen voorzien. Tussen die parkeerplaatsen en het appartementengebouw is de in- en uitrit van de parkeerhof voorzien. Voor [appellant sub 5] zullen de gevolgen van de nieuwe ontwikkeling dus groter zijn. Niettemin heeft de raad zich ook voor hem op het standpunt kunnen stellen dat de gevolgen van het in- en uitrijden en parkeren niet onevenredig zijn. De aantallen verkeersbewegingen zullen, gelet op het aantal woningen, niet groot zijn. Daar komt bij dat ook langs zijn perceelgrens een dichte erfafscheiding kan worden opgericht waarmee de gevolgen voor hem kunnen worden beperkt. In zijn nadere reactie heeft de raad meegedeeld van mening te zijn dat hiervoor alsnog een voorwaardelijke verplichting in de planregels moet worden opgenomen. Omdat de raad zich hiermee op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiervoor aanleiding hebben gegeven, is het bestreden besluit in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

Het betoog van [appellant sub 5] slaagt.

Onder 12.1 gaat de Afdeling in op het door [appellant sub 5] genoemde alternatief van parkeren aan de straatzijde, aan de voorzijde van het appartementengebouw.

Verkeerssituatie

10. [appellant sub 5] betoogt dat de verkeerstellingen niet op de juiste plek zijn gedaan. Daarom kloppen de verkeersconclusies over de situatie in de Breegraven niet. Deze weg wordt in de toekomst door de uitbreiding van de Lidl-supermarkt alleen maar drukker en zal onoverzichtelijk zijn door een groot aantal in- en uitritten.

10.1. In 2018 is het aantal verkeersbewegingen op de Breegraven in beeld gebracht. Dit waren er toen ongeveer 500 per etmaal. Waarom niet van dit aantal kan worden uitgegaan heeft [appellant sub 5] niet uitgelegd. Het aantal zal door de jaarlijkse ophoging met 1,5% inmiddels wat hoger liggen maar niet wezenlijk afwijken van 500. De raad wijst erop dat de Breegraven dit aantal goed kan verwerken. Het plan leidt tot één in- en uitrit voor de appartementen naast de woning van [appellant sub 5]. Verder zijn er bij de Lidl-supermarkt bestaande in- en uitritten. [appellant sub 5] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de verkeerssituatie door de toevoeging van de in- en uitrit voor het appartementencomplex ernstig zal verslechteren. Verder is het aantal extra motorvoertuigen van 48 tot 60 per dag evenals het aantal motorvoertuigen op de Breegraven beperkt. Het complex leidt tot slechts enkele verkeersbewegingen extra per uur. [appellant sub 5] heeft niet aannemelijk gemaakt dat de Breegraven het toekomstige aantal motorvoertuigen niet goed kan verwerken.

Het betoog slaagt niet.

Geluidsonderzoek

11. [appellant sub 5] voert aan dat het geluid bij hem thuis niet is gemeten en dat het parkeren en het verkeer naast zijn woning tot te veel geluid in zijn slaapkamers zal leiden.

11.1. Bij de plantoelichting zijn rapporten gevoegd waaruit volgt dat de akoestische situatie is beoordeeld. Bijlage 5 betreft het akoestisch onderzoek wegverkeer voor de nieuwe woningen, bijlage 6 het akoestisch onderzoek parkeren appartementen en bijlage 7 een notitie akoestisch onderzoek geluidwering gevels woning [locatie], alle uit 2022. Voor een meting of berekening van de akoestische gevolgen van het wegverkeer op de Breegraven voor de woning van [appellant sub 5] bestond geen aanleiding omdat er in zoverre niets verandert. In bijlage 6 is ingegaan op de geluidsbelasting van het parkeren op onder meer de woning van [appellant sub 5]. Zoals gebruikelijk is dit een berekening en geen meting omdat het appartementencomplex nog niet is gerealiseerd.

Bijlage 7 is een onderzoek naar de geluidwering van de gevels van de woning van [appellant sub 5]. Hieruit volgt dat met verbetering van de geluidwering van de gevel aan de achterzijde van de woning aan de volgens het gemeentelijke beleid vereiste binnenwaarde kan worden voldaan. De raad is alsnog van mening dat hiervoor uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening een voorwaardelijke verplichting in de planregels had moeten worden opgenomen. Omdat de raad zich hiermee op een ander standpunt stelt dan hij in het bestreden besluit heeft gedaan en niet is gebleken dat gewijzigde omstandigheden hiervoor aanleiding hebben gegeven, is het bestreden besluit ook in zoverre niet met de vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

Het betoog slaagt.

Alternatieven

12. [appellant sub 5] voert aan dat de raad ten onrechte niet heeft gekozen voor een alternatieve invulling van het plangebied met duplexwoningen en parkeren aan de voorzijde. Er kunnen dan evenveel woningen komen met aanmerkelijk minder bezwaren. Ook had de raad volgens [appellant sub 5] ervoor kunnen kiezen om de in- en/of uitrit naar de parkeerplaatsen aan de andere kant van het bouwblok, naast het Dahliapad, te positioneren.

12.1. De raad moet bij de keuze van een bestemming een afweging maken van alle belangen die betrokken zijn bij de vaststelling van het plan. Daarbij heeft de raad beleidsruimte. De voor- en nadelen van alternatieven moeten in die afweging worden meegenomen.

De raad heeft naar het oordeel van de Afdeling van belang kunnen achten dat de nieuwbouw dicht op de bestaande voorgevelrooilijn wordt gebouwd. De ontwikkeling is volgens de raad alleen op die wijze stedenbouwkundig aanvaardbaar. Aan de voorzijde van het appartementengebouw is met de bestemming "Tuin" voorzien in een ruim 3 m brede groene invulling van de plint, zoals de voortuinen bij de woningen aan de Breegraven. Uit ruimtelijk oogpunt heeft de raad het naar achteren verplaatsen van het appartementencomplex en het parkeren (schuin) voor het complex onwenselijk kunnen achten. Dit zou niet anders zijn als zou zijn gekozen voor duplexwoningen. Grondgebonden woningen acht de raad tegenover de drukke supermarkt minder geschikt. Dat met de bouw van duplexwoningen evenveel woningen mogelijk gemaakt kunnen worden als nu met het bestemmingsplan, acht de Afdeling, gelet op het grotere grondbeslag van dergelijke woningen, bovendien niet aannemelijk. Voorheen stonden hier acht woningen. Gelet op het volkshuisvestingsbelang, heeft de raad voor een hoger aantal woningen kunnen kiezen.

Het aanleggen van een in- en/of uitrit aan de noordwestkant van het appartementengebouw zou tot gevolg hebben dat het gebouw dichter bij de woning van [appellant sub 5] komt. Dat is in zoverre geen voordeel voor [appellant sub 5]. De raad heeft die verschuiving stedenbouwkundig ook niet wenselijk geacht omdat de afstanden tot de bestaande bebouwing aan beide zijden van het appartementengebouw dan uiteen zullen lopen. Verder acht de raad het verkeerskundig niet gewenst de in- en/of uitrit bij het Dahliapad aan te leggen. Dat is een langzaamverkeersroute waarnaast een in- en/of uitrit niet passend is. De Afdeling is van oordeel dat de raad met deze argumenten deugdelijk heeft gemotiveerd waarom hij niet heeft gekozen voor het opschuiven van het appartementengebouw in de richting van de woning van [appellant sub 5].

Gelet op het voorgaande, heeft de raad de door [appellant sub 5] voorgestelde alternatieven afgewogen bij de vaststelling van het plan en toereikend gemotiveerd waarom niet voor die alternatieven is gekozen.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

13. De beroepen van [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] zijn ongegrond.

14. Gelet op wat [appellant sub 5] heeft aangevoerd, ziet de Afdeling, gelet op wat zij onder 9.2 en 11.1 heeft overwogen, aanleiding voor het oordeel dat het bestreden besluit, voor zover niet is voorzien in voorwaardelijke verplichtingen ten behoeve van het perceel [locatie], is genomen in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Het beroep van [appellant sub 5] is gegrond, zodat het bestreden besluit in zoverre moet worden vernietigd.

14.1. De raad heeft een tekstvoorstel ingediend om twee voorwaardelijke verplichtingen aan de planregels toe te voegen. [appellant sub 5] is het hier op zich mee eens, maar heeft wel om aanvullingen verzocht. De raad acht die aanvullingen uit een oogpunt van een goede ruimtelijke ordening niet nodig. De Afdeling overweegt dat [appellant sub 5] niet aannemelijk heeft gemaakt dat geluidsisolatie voor de zij- en voorgevel van zijn woning uit ruimtelijk oogpunt ook nodig is en verplicht moet worden gesteld. Voor het verplicht stellen van extra of andere ventilatievoorzieningen in verband met stankoverlast van parkerend en langsrijdend verkeer ziet de Afdeling, mede gelet op de al verplicht voor te schrijven muur, geen aanleiding. Wel zal de Afdeling die voorwaardelijke verplichting koppelen aan het gebruik voor "Wonen", wat dus ruimer is dan alleen het gebruik van de haakse parkeervakken. Voor de noodzaak van een deur in die muur heeft de raad uit ruimtelijk oogpunt naar het oordeel van de Afdeling geen aanleiding hoeven zien.

14.2. Gelet op het voorgaande en omdat niet aannemelijk is dat derdebelanghebbenden in hun belangen zouden kunnen worden geschaad, ziet de Afdeling aanleiding om met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb, zelf in de zaak te voorzien, namelijk door twee voorwaardelijke verplichtingen aan de planregels toe te voegen. De Afdeling zal de door de raad voorgestelde teksten enigszins aanpassen om eventuele misverstanden over de inhoud daarvan weg te nemen.

Ook zal zij bepalen dat deze uitspraak wat dit betreft in de plaats treedt van het bestreden besluit voor zover dit is vernietigd.

15. De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.

16. De raad moet de proceskosten van [appellant sub 5] vergoeden. De raad hoeft de proceskosten van [appellant sub 1], [appellant sub 4], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] en [appellant sub 3] niet te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart de beroepen [appellant sub 1], [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B], [appellant sub 3] en [appellant sub 4A] en [appellant sub 4B] ongegrond;

II. verklaart het beroep van [appellant sub 5] gegrond;

III. vernietigt het besluit van de raad van de gemeente Zutphen van 22 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Breegraven 101-115" voor zover niet is voorzien in voorwaardelijke verplichtingen ten behoeve van het perceel [locatie];

IV. bepaalt dat aan de planregels twee artikelen worden toegevoegd, luidend als volgt:

a. ‘Artikel 4.4 — Voorwaardelijke verplichting geluidswerende gevelmaatregelen

1. Gebruik van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming ‘Wonen’ is slechts toegestaan indien de in het akoestisch onderzoek "Appartementen Breegraven te Wansveld" van 8 februari 2022 (bijlage 6 bij het bestemmingsplan) en in de notitie "Geluidwering achtergevels woning [locatie] Warnsveld" van 3 mei 2022 (bijlage 7 bij het bestemmingsplan) beschreven geluidswerende maatregelen voor twee slaapkamers aan de achterzijde van de woning [locatie] in Warnsveld zijn gerealiseerd, welke geluidwering als gevolg van de maximale geluidniveaus op de gevel van de verdieping in de nachtperiode ten minste 28 dB(A) dient te bedragen. De binnenwaarde van de geluidbelasting mag ten hoogste 45 dB(A) bedragen als gevolg van piekgeluiden in de nachtperiode.

2. De in lid 1 genoemde geluidswerende maatregelen, die in de notitie "Geluidwering achtergevels woning [loactie] Warnsveld" zijn opgenomen, hebben ten minste betrekking op:

a. toepassing van geluidwerend glas (klasse HR ++ (4-15-6) of dubbel glas (6-20-10));

b. kierdichte kunststof of houten kozijnen met dubbele keerdichting (Deventer buisprofiel);

c. geluiddempende ventilatievoorzieningen met een mechanische of traditionele suskast (Innosource A+ of Ducomax Medio 10); of andere maatregelen, waarbij voldaan wordt aan het maximale geluidniveau van lid 1 en een akoestisch onderzoek is uitgevoerd, waaruit dat blijkt.

3. De geluidswerende voorzieningen moeten in stand worden gehouden gedurende de periode waarin de gronden en bouwwerken voor ‘Wonen’ worden gebruikt.

4. Indien de maatregelen als bedoeld in dit artikel niet zijn gerealiseerd of in stand worden gehouden, is sprake van strijdig gebruik als bedoeld in artikel 7 van deze regels.’;

b. ‘Artikel 4.5 —Voorwaardelijke verplichting realiseren dichte muur

1. Gebruik van de gronden en bouwwerken overeenkomstig de bestemming ‘Wonen’ is slechts toegestaan, indien bij de haaks aan te leggen parkeerplaatsen bij het aanliggende perceel [locatie] een dichte muur conform artikel 4.2.3, onder b, is gerealiseerd.

2. Indien de maatregel als bedoeld in dit artikel niet is gerealiseerd of in stand wordt gehouden, is sprake van strijdig gebruik, als bedoeld in artikel 7 van deze regels.’;

V. bepaalt dat deze uitspraak wat betreft onderdeel IV in de plaats treedt van het besluit van de raad van de gemeente Zutphen van 22 april 2024 tot vaststelling van het bestemmingsplan "Breegraven 101-115", voor zover dit onder III is vernietigd;

VI. draagt de raad van de gemeente Zutphen op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel IV wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;

VII. veroordeelt de raad van de gemeente Zutphen tot vergoeding van bij [appellant sub 5] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 2.335,00, geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand;

VIII. gelast dat de raad van de gemeente Zutphen aan [appellant sub 5] het door hem voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrage van € 187,00 vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. P.H.A. Knol, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. S. Bechinka, griffier.

w.g. Knol

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Bechinka

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026

371

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. S. Bechinka

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?