ECLI:NL:RVS:2026:1540

ECLI:NL:RVS:2026:1540

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 202402548/1/R2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de raad van de gemeente Woensdrecht het bestemmingsplan "Woningbouw Koppelstraat, Putte" vastgesteld. [partij] wil op het zuidelijke deel van het onbebouwde perceel aan de Koppelstraat naast nummer 2 in Putte, kadastraal bekend als gemeente Woensdrecht, sectie B, nummer 1853, twee vrijstaande woningen realiseren. Op het gehele perceel staat momenteel een productiebos. In het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied, geconsolideerde versie 2019" had het perceel de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden". Er was geen bouwvlak opgenomen op het perceel. [partij] heeft de raad gevraagd om dit bestemmingsplan te herzien.

Uitspraak

202402548/1/R2.

Datum uitspraak: 18 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant] en anderen, allen wonend in Putte, gemeente Woensdrecht,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Woensdrecht,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Woningbouw Koppelstraat, Putte" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant] en anderen beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 13 januari 2026, waar [appellant] en anderen, vertegenwoordigd door [appellant], en de raad, vertegenwoordigd door Y. Navarro Garcia, zijn verschenen. Verder is op de zitting [partij] als partij gehoord.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 19 oktober 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Toetsingskader

2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Inleiding

3. [partij] wil op het zuidelijke deel van het onbebouwde perceel aan de Koppelstraat naast nummer 2 in Putte, kadastraal bekend als gemeente Woensdrecht, sectie B, nummer 1853, twee vrijstaande woningen realiseren. Op het gehele perceel staat momenteel een productiebos. In het voorheen geldende bestemmingsplan "Buitengebied, geconsolideerde versie 2019" had het perceel de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden". Er was geen bouwvlak opgenomen op het perceel. [partij] heeft de raad gevraagd om dit bestemmingsplan te herzien.

Bij besluit van 22 februari 2024 heeft de raad het bestemmingsplan vastgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de bouw van twee vrijstaande woningen op het zuidelijke deel van het perceel mogelijk, waarvoor aan het perceel de bestemming "Wonen" is toegekend en een bouwvlak is opgenomen.

[appellant] en anderen wonen aan de Koppelstraat en de Antwerpsestraat nabij het plangebied. Zij zijn het niet eens met het bestemmingsplan. Volgens [appellant] en anderen mogen er geen woningen op het perceel worden gebouwd, omdat zij vrezen voor de aantasting van hun woon- en leefklimaat.

Beroepsgronden

Objectiviteit rapporten

4. [appellant] en anderen betogen dat het bestemmingsplan niet op een objectieve wijze is vastgesteld. Daartoe voeren zij aan dat de rapporten behorend bij het bestemmingsplan zijn opgesteld in opdracht van de initiatiefnemer van het plan.

4.1. De raad heeft gesteld dat het gebruikelijk is dat de initiatiefnemer voor de onderbouwing van het plan opdracht geeft tot het maken van de benodigde rapporten. Dat gegeven betekent volgens de Afdeling op zichzelf niet dat het plan niet objectief of onzorgvuldig is vastgesteld door de raad.

De raad heeft gesteld dat alle documenten worden meegelezen en beoordeeld zijn door de raad. Ook heeft de raad aangegeven dat de rapporten zijn beoordeeld door de Omgevingsdienst. De Afdeling ziet geen aanleiding om deze toelichting van de raad niet te volgen. De raad heeft zich ervan vergewist dat de aangeleverde onderzoeken zorgvuldig tot stand zijn gekomen. Er bestaat gelet hierop geen grond voor het oordeel dat het plan niet objectief is vastgesteld.

Het betoog slaagt niet.

Inhoud van het plan

5. [appellant] en anderen betogen, zoals zij op de zitting nader hebben toegelicht, dat het plan onvoldoende duidelijk maakt wat er op het perceel mag worden gebouwd. Zo wordt er in het voorontwerp van het bestemmingsplan gesproken over een ‘groene wal’ langs de weg, maar in het programma van eisen wordt daar niets over vermeld. Ook de toegestane oppervlakte aan bebouwing en de nokhoogte van de nieuwbouwwoningen op het perceel zijn volgens [appellant] en anderen anders.

5.1. Dat er volgens [appellant] en anderen verschillen zijn tussen het voorontwerp en het programma van eisen en dat de hoogte van de woningen in het bestemmingsplan anders is, betekent niet dat het vastgestelde bestemmingsplan onrechtmatig is. Het voorontwerp en het programma van eisen maken geen deel uit van het vastgestelde bestemmingsplan.

Er bestaat geen grond voor het oordeel dat het bestemmingsplan onvoldoende duidelijk is over de landschappelijke inpassing en de oppervlakte en nokhoogte van de toegestane bebouwing. De Afdeling overweegt daarover dat het bestemmingsplan de bouw van twee vrijstaande woningen op het zuidelijke deel van het perceel mogelijk maakt. Dat het gaat om twee vrijstaande woningen, zoals is geregeld in artikel 4.1, onder a, en artikel 4.2.2 onder a en b van de planregels in samenhang met de aanduiding ‘specifieke bouwaanduiding - nieuwbouw toegestaan’ op de planverbeelding. De goot- en de bouwhoogte van de woningen mogen volgens artikel 4.2.2 onder g van de planregels niet meer bedragen dan 6 respectievelijk 9 m. Daarnaast overweegt de Afdeling dat in het landschappelijk inpassingsplan, waarvan de realisering in artikel 4.4.2 van de planregels is gewaarborgd, onder meer is opgenomen dat het perceel wordt omringd door een struweelhaag. De Afdeling acht de inhoud van het plan gelet hierop voldoende duidelijk.

Het betoog slaagt niet.

Aantasting natuur

6. [appellant] en anderen betogen dat het bos ter plaatse de enige groene buffer is tussen de woningen aan de Koppelstraat en de nieuwbouwwijk ten zuiden van het plangebied. Het gaat om bos dat behoort tot de Brabantse Wal. De halvering van het bos door de realisering van de twee woningen leidt tot een totale afbraak van het terrein, dat daardoor geen enkele natuurwaarde meer zal hebben.

6.1. De Afdeling overweegt dat in het algemeen aan een geldend bestemmingsplan geen blijvende rechten kunnen worden ontleend. De raad kan op grond van gewijzigde planologische inzichten en na afweging van alle betrokken belangen andere bestemmingen en regels voor gronden vaststellen.

De Afdeling kan het standpunt van de raad volgen dat met het plan alleen een deel van het bos, dat geen bijzondere natuurwaarde heeft, verdwijnt. Verder blijft met de bestemming "Agrarisch met waarden - Natuur- en landschapswaarden" en het landschappelijk inpassingsplan tussen het noordelijk en het zuidelijk deel van het perceel de natuurlijke uitstraling behouden. Ook blijft een groene buffer behouden. Daarbij neemt de Afdeling in aanmerking dat het plangebied, zoals op de zitting is vastgesteld, al wordt omgeven door woningen en het oorspronkelijke plan op verzoek van de raad is aangepast van vier naar twee woningen.

Het betoog slaagt niet.

Belangen van omwonenden

7. [appellant] en anderen betogen dat hun belangen bij de vaststelling van het plan onvoldoende zijn meegenomen door de raad. Daartoe voeren zij aan dat hun zienswijzen in de Nota beantwoording zienswijzen onvoldoende gemotiveerd zijn beantwoord.

7.1. De Afdeling overweegt dat [appellant] en anderen in de gelegenheid zijn gesteld om zienswijzen in te dienen tegen het ontwerpbestemmingsplan. De raad heeft in de Nota beantwoording zienswijzen de zienswijzen gemotiveerd beantwoord en het plan een aantal keren aangepast, steeds in het voordeel van de omwonenden. [appellant] en anderen hebben niet nader onderbouwd welke bezwaren of argumenten niet of onvoldoende in de overwegingen zijn betrokken. Daarom ziet de Afdeling geen grond voor het oordeel dat de raad met de belangen van [appellant] en anderen onvoldoende rekening heeft gehouden bij de vaststelling van het plan.

Het betoog slaagt niet.

Herhalen zienswijze

8. [appellant] en anderen hebben zich in het beroepschrift voor het overige beperkt tot het verwijzen naar de inhoud van de zienswijze van [appellant]. In de overwegingen van het bestreden besluit (in dit geval de Nota beantwoording zienswijzen) is ingegaan op deze zienswijze. [appellant] en anderen hebben in het beroepschrift of op de zitting geen redenen aangevoerd waarom de weerlegging van die zienswijze in het bestreden besluit onjuist zou zijn.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

9. Het beroep is ongegrond.

10. De raad hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. J. Gundelach, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. R.P.F. Boermans, griffier.

w.g. Gundelach

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Boermans

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026

429-1186

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. R.P.F. Boermans

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?