202307345/1/R1.
Datum uitspraak: 18 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak in het geding tussen:
[appellante], wonend in Nederhorst den Berg, gemeente Wijdemeren,
appellante,
en
de raad van de gemeente Wijdemeren,
verweerder.
Procesverloop
Bij besluit van 2 november 2023 heeft de raad het bestemmingsplan "Evenemententerreinen Nederhorst den Berg" vastgesteld (hierna: het plan).
Tegen dit besluit heeft [appellante] beroep ingesteld.
Bij besluit van 18 april 2024 heeft de raad een herstelbesluit vastgesteld (hierna: het herstelbesluit), waarbij de verbeelding van het plandeel ter plaatse van de Blijklaan is gewijzigd.
De raad heeft een verweerschrift ingediend.
[appellante] en de raad hebben nadere stukken ingediend.
IJsclub Nederhorst den Berg heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 21 oktober 2025, waar [appellante], bijgestaan door mr. W. Visser, rechtsbijstandsverlener te Tilburg, en de raad, vertegenwoordigd door mr. A. van Dekken, zijn verschenen. Verder zijn op de zitting als partij verschenen IJsclub Nederhorst den Berg, vertegenwoordigd door [gemachtigde A], en Stichting Nederhorst den Berg Actief, vertegenwoordigd door [gemachtigde B].
Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet
1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.
Het ontwerpplan is op 23 juli 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht, waaronder de Wet ruimtelijke ordening, zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.
Toetsingskader
2. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.
Inleiding
3. Het in deze zaak voorliggende plan is een partiële herziening van het bestemmingsplan Kern Nederhorst den Berg van 27 oktober 2011 (hierna: het moederplan). Het heeft betrekking op twee evenemententerreinen in Nederhorst den Berg. Deze zaak gaat over het evenemententerrein op het parkeerterrein aan de Blijklaan.
De raad wil met het plan voorzien in een juridisch-planologisch kader om bestaande evenementen voort te zetten. Het gaat met name om de volgende twee evenementen aan de Blijklaan. In de winter het door de IJsclub Nederhorst den Berg georganiseerde evenement ‘Nederhorst on Ice’. Daarbij zijn ruim zes weken een ijsbaan en een verwarmde horecaruimte genaamd ‘Bergstube’ aanwezig. En in de zomer het door stichting Nederhorst den Berg Actief georganiseerde kortere maar meerdaagse evenement ‘Zomerspektakel’.
[appellante] woont aan de [locatie] in Nederhorst aan den Berg. Haar woning ligt tegenover en op korte afstand van het voorziene evenemententerrein.
Beroep van rechtswege
4. Het herstelbesluit is op grond van artikel 6:19 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) mede onderwerp van het geding. Het beroep van [appellante] is van rechtswege mede gericht tegen dit besluit.
Samenvatting
5. In deze uitspraak komt de Afdeling tot het oordeel dat het plan in te ruime gebruiksmogelijkheden voor evenementen aan de Blijklaan voorziet. De gebruiksmogelijkheden uit de planregels zijn namelijk veel ruimer dan het beoogde gebruik zoals dat beschreven is in de plantoelichting en waarvan de gevolgen zijn onderzocht. Daarnaast ligt aan het beoogde gebruik zoals dat beschreven is in de plantoelichting en de onderzoeken geen toereikende belangenafweging ten grondslag. Naast deze gebreken, die betrekking hebben op de omvang van de gebruiksmogelijkheden in relatie tot hinder voor omwonenden in de vorm van geluid, verkeer en parkeren, bevat het plan ook enkele andere gebreken in de onderbouwing van de aspecten geluid, verkeer en parkeren en Natura 2000.
Dit leidt tot vernietiging van zowel het oorspronkelijke besluit als het herstelbesluit voor het plandeel dat betrekking heeft op de gronden aan de Blijklaan.
Systematiek en gebruiksmogelijkheden
6. [appellante] betoogt dat het plan ten onrechte voorziet in grootschalige en langdurige horeca in de Bergstube en evenementen dichtbij haar woning. Zij vreest voor hevige geluidsoverlast van versterkte muziek en verkeersbewegingen en hinder in de vorm van verkeersonveiligheid en parkeerdrukte. [appellante] stelt dat het beoogde gebruik, vergelijkbaar met wat voorheen op grond van een tijdelijke vergunning plaatsvond, te omvangrijk is. Dat leidt volgens haar tot een onaanvaardbare inbreuk op haar woon- en leefklimaat. Daarnaast stelt [appellante] dat het plan in een nog veel omvangrijker gebruik voorziet dan wat voorheen op grond van een tijdelijke vergunning plaatsvond. De raad heeft daarmee ten onrechte geen rekening gehouden met de maximale planologische mogelijkheden die de planregels bieden.
6.1. In het navolgende zal de Afdeling ingaan op het betoog in het licht van de systematiek van de planregels en de gebruiksmogelijkheden in het algemeen. Specifieke aspecten over geluid, verkeer en parkeren komen afzonderlijk aan bod onder het kopje ‘Specifieke hinderaspecten’.
Wat is geregeld in het plan?
6.2. In de bijlage bij deze uitspraak zijn de relevante planregels van het moederplan en het herstelbesluit opgenomen.
6.3. Het plan maakt evenementen mogelijk op de gronden met de aanduiding "overige zone - evenementen 2". Die aanduiding ligt op ongeveer 14 m afstand van de dichtstbijzijnde woningen, waaronder de woning van [appellante]. Voor evenementen zijn, samengevat, de volgende planregels van belang.
De artikelen 1.3 en 1.4 van de planregels bevatten de definities van ‘evenementen’ en ‘evenementendag’.
In artikel 4.2.1 worden evenementen toegestaan op de gronden met de aanduiding "overige zone - evenementen 2". In dat artikel, onder a, is het aantal evenementen begrensd aan de hand van een tabel waarin twee categorieën evenementen staan. Enerzijds ‘omvangrijke/luidruchtige evenementen’ en anderzijds ‘incidentele/kortdurende evenementen’. Voor beide categorieën zijn vijf aspecten genormeerd.
Voor omvangrijke/luidruchtige evenementen bevat de tabel onder meer de volgende informatie: maximaal 12 evenementendagen per evenement, maximaal 2 evenementen per jaar, maximaal 3.000 bezoekers per etmaal, maximaal 16 uur per etmaal en een geluidsniveau van 70 dB(A) als maximaal toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevel van geluidgevoelige objecten.
Voor incidentele/kortdurende evenementen staat in de tabel: maximaal 3 evenementendagen per evenement, maximaal 3 evenementen, maximaal 500 bezoekers per etmaal, maximaal 8 uur per etmaal en een geluidsniveau van 70 dB(A).
Het genoemde aantal dagen is exclusief op- en afbouwdagen en exclusief dagen zonder activiteiten.
In artikel 4.2.1, onder b, van de planregels is verder de maximale eindtijd van een evenement bepaald. De reguliere eindtijd is 23:00 uur, met uitzondering van de vrijdag en de zaterdag waarop de eindtijd 01:00 uur is. De eindtijd is ook 01:00 uur indien de volgende dag een officiële feestdag is of indien het evenement op Koningsdag plaatsvindt.
6.4. De planregels voorzien verder in de aanwezigheid van een seizoensgebonden bouwwerk (november-februari) voor een ijsbaan met koek en zopie (lees: de Bergstube). De betreffende aanduiding ligt op ongeveer 60 m afstand van de woning van [appellante].
Geeft het plan voldoende normering voor de beoogde evenementen?
6.5. Met het plan wordt beoogd een ijsbaan met verkoop van voedsel en drank mogelijk te maken die zes weken plus een weekend aanwezig is (hierna: de ijsbaan-periode). De ijsbaan is zeven dagen per week open. Dat zijn bij elkaar meer dagen dan het maximum aantal evenementendagen van 12 per evenement. De raad heeft hierover op de zitting toegelicht dat de ijsbaan-periode moet worden aangemerkt als één evenement, in die zin dat de dagen dat de ijsbaan open is ook onderdeel zijn van dat evenement als er die dag geen activiteiten zijn die tot een evenementendag behoren. Gelet op de definitie van evenementendag in artikel 1.4 van de planregels kan de Afdeling deze toelichting niet volgen. In de plantoelichting staat nog toegelicht dat de ijsbaan van maandag tot en met donderdag niet als evenement beschouwd wordt, maar dat de evenementendagen in die periode gezamenlijk als één langdurig evenement worden beschouwd. Ook die uitleg kan de Afdeling niet rijmen met de definities van evenement en evenementendag in de planregels. Dat betekent dat de raad het gebruik van de betrokken gronden voor de ijsbaan niet juist in het plan heeft geregeld
Uit de artikelen 4.2.1 en 4.2.2.1 van de planregels is voorts op te maken dat ter plaatse evenementen zijn toegestaan, waarbij alleen omvangrijke/luidruchtige evenementen en incidentele/kortdurende evenementen nader worden genormeerd. Het plan beperkt evenementen en/of evenementendagen echter niet specifiek tot die twee beschreven evenementen. Het is dus niet uitgesloten dat andere activiteiten worden ontplooit die als een evenement in de zin van de planregels kunnen worden gekwalificeerd, maar die niet zijn genormeerd.
6.6. Het is dus onduidelijk op hoeveel dagen en onder welke voorwaarden bepaalde onder een evenement vallende activiteiten zijn toegestaan. Gelet hierop is het plan onvoldoende zorgvuldig vastgesteld en rechtsonzeker.
Is onderzocht wat het plan mogelijk maakt?
6.7. In de plantoelichting staat in hoofdstuk 4 ‘Planbeschrijving’ dat met het plan wordt geregeld dat op drie evenementendagen per kalenderjaar het Zomerspektakel mogelijk is en dat bij de ijsbaan maximaal 12 evenementendagen per jaar worden toegelaten onder de naam ‘Nederhorst on Ice’. Tijdens de resterende vijf dagen per kalenderjaar zijn kleinschaligere evenementen toegestaan. Opgeteld brengt dit het totale aantal beoogde evenementendagen op 20.
Over het aantal bezoekers vermeldt de plantoelichting dat gedurende de drie evenementendagen van het Zomerspektakel op de drukst bezochte dag een bezoekersaantal van 2.000 tot 3.000 mensen wordt verwacht, terwijl het maximum aantal personen dat tegelijkertijd aanwezig zal zijn ongeveer 200 tot 400 bedraagt. Op de 12 evenementendagen bij de ijsbaan worden ongeveer 300 tot 400 mensen per dag verwacht, met een maximum van 800 mensen op enkele dagen.
De onderzoeken naar de aspecten geluid, verkeer en parkeren en de motivering over Natura 2000 gaan uit van vergelijkbare aantallen.
6.8. Hiervoor is al geconstateerd dat het plan alleen omvangrijke/luidruchtige en incidentele/kortdurende evenementen normeert. In die normering in artikel 4.2.1, onder a, van de planregels zijn in de daar opgenomen tabel veel hogere maxima voor bezoekers neergelegd dan in de plantoelichting worden genoemd en waarvan bij de onderzoeken die aan het plan ten grondslag liggen is uitgegaan.
De daar genoemde aantallen bezoekers gelden bovendien zonder nadere differentiatie voor alle evenementendagen. Voor omvangrijke/luidruchtige evenementen en incidentele/kortdurende evenementen gaat het daarbij niet om maximaal 20 evenementendagen, zoals waarvan in de plantoelichting en de onderzoeken is uitgegaan, maar opgeteld om een toegestaan maximum van 31 evenementendagen. Uit de tabel in artikel 4.2.1, onder, a volgt dat per jaar twee omvangrijke/luidruchtige evenementen met per evenement maximaal 12 evenementendagen zijn toegestaan, plus drie incidentele/kortdurende evenementen met per evenement maximaal drie evenementendagen. Op 24 dagen zijn gedurende 16 uur 3.000 bezoekers toegestaan en op 9 dagen gedurende 8 uur 500 bezoekers. Weliswaar gelden de maximum aantallen bezoekers per etmaal, maar het plan staat er niet aan in de weg dat deze aantallen gelijktijdig aanwezig zijn. Op alle 31 dagen geldt voor alle uren een maximaal toegestaan geluidniveau van 70 dB(A) als langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevel van geluidgevoelige objecten, met daarbij eindtijden van 23:00 tot 01:00 uur in de nacht.
Het plan maakt dus op veel meer dagen omvangrijke/luidruchtige en incidentele/kortdurende evenementen met hoge bezoekersaantallen mogelijk dan in de planbeschrijving staat en waarvan is uitgegaan bij de onderzoeken naar de gevolgen van het plan. Hetzelfde geldt voor het aantal uur per dag dat een evenement mag duren, het toegestane geluidniveau en de eindtijden.
6.9. Gelet op het vorenstaande zijn de planregels wat betreft de aantallen ten hoogste toegestane bezoekers, de duur van de evenementen, het maximaal toegestane geluidsniveau en de maximale eindtijden voor omvangrijke/luidruchtige en incidentele/kortdurende onvoldoende zorgvuldig vastgesteld.
Duur en hinder van de ijsbaan-periode
6.10. De raad heeft beoogd dat de ijsbaan met koek en zopie zes weken plus een weekend mag worden gebruikt. Deze duur is niet in het plan vastgelegd. In plaats daarvan is in artikel 4.2.2.1 bepaald dat de locatie in de periode van november - februari is bestemd voor een seizoensgebonden bouwwerk voor een ijsbaan met koek en zopie. Deze periode beslaat ongeveer 17 weken. Daarmee is de duur van het gebruik van de ijsbaan niet gemaximeerd tot zes weken plus een weekend zoals de raad heeft beoogd.
Het plan is ook op dit punt onvoldoende zorgvuldig en rechtsonzeker vastgesteld.
Locatie van de ijsbaan
6.11. Ten slotte ziet de Afdeling in het aangevoerde aanleiding om stil te staan bij de beoogde locatie van de ijsbaan. Vast staat dat de raad heeft beoogd de ijsbaan alleen mogelijk te maken op het noordelijk deel van het plandeel aan de Blijklaan, waar de ijsbaan de afgelopen jaren ook heeft gestaan. Het is echter niet uitgesloten dat het plan ook een ijsbaan op het zuidelijke deel van het plandeel aan de Blijklaan mogelijk maakt. Daar geldt weliswaar de aanduiding "specifieke vorm van recreatie - 1" niet, maar artikel 4.2.2.1 wijst die zuidelijke gronden, met de aanduiding "overige zone - evenementen 2", wel aan voor gebruik voor een ijsbaan met koek en zopie. Daarbij komt dat artikel 4.2.2.2 alleen beperkingen stelt aan het bouwen op het noordelijke deel van het plandeel.
In artikel 4.2.2.2, onder a, staat "op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1' mag uitsluitend een seizoensgebonden bouwwerk worden gebouwd". Mogelijk heeft de raad bedoeld om uitsluitend op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1' een seizoensgebonden bouwwerk toe te staan, maar dat volgt niet uit deze planregel.
Het plan is op dit punt onvoldoende zorgvuldig en rechtsonzeker vastgesteld.
Tussenconclusie
6.12. In het vorenstaande heeft de Afdeling het betoog van [appellante] dat het plan ten onrechte voorziet in grootschalige en langdurige horeca en evenementen besproken in het licht van de planregels en de gebruiksmogelijkheden in het algemeen. De Afdeling komt tot de conclusie dat de definities en normering in het algemeen niet toereikend zijn en dat de raad zich onvoldoende bewust is geweest van wat de planregels maximaal mogelijk maken.
Als gevolg daarvan komen de onderzoeken en de motivering bij het plan niet overeen met die maximale planologische mogelijkheden. Alleen al hierom kan het plan niet in stand blijven.
Specifieke hinderaspecten
Geluid
7. [appellante] betoogt dat de voorziene evenementen leiden tot een enorme en langdurige overlast in de vorm van geluidsoverlast van versterkte muziek en verkeersbewegingen. Die overlast is groot gelet op de harde muziek, het aantal en de duur van de evenementen en de late eindtijden, aldus [appellante]. Ook voert zij aan dat ten onrechte de geluidsbelasting vanwege verkeersbewegingen niet is meegenomen. Zij voert ook andere gebreken in het geluidsonderzoek aan.
7.1. Gelet op wat hiervoor onder "Tussenconclusie" is overwogen, kan het akoestisch onderzoek niet dienen als onderbouwing van het plan. Het plan maakt namelijk veel meer mogelijk dan waarvan in het akoestisch onderzoek wordt uitgegaan. De beroepsgronden tegen dit onderzoek behoeven daarom geen bespreking meer. Met het oog op eventuele vervolgbesluitvorming zal de Afdeling wel kort ingaan op de geluidsbelasting vanwege verkeersbewegingen.
7.2. De raad heeft op de zitting bevestigd dat de geluidseffecten van verkeersbewegingen niet bij het akoestisch onderzoek zijn betrokken. Op voorhand valt evenwel niet uit te sluiten dat de verkeersbewegingen als gevolg van wat het plan mogelijk maakt leiden tot een relevante geluidsbelasting. Zo is, zoals [appellante] heeft toegelicht, de Blijklaan een beklinkerde weg waarbij ter hoogte van haar woning een verkeersheuvel aanwezig is.
Daarom had het op de weg van de raad gelegen om de geluidsbelasting vanwege verkeersbewegingen bij het akoestisch onderzoek te betrekken.
Verkeer en parkeren
8. [appellante] betoogt dat het plan leidt tot hinder in de vorm van verkeersonveilige situaties, verkeershinder en parkeeroverlast. Zij heeft dit onderbouwd met foto’s van de parkeersituatie tijdens evenementen in het verleden. De inrichting van de Blijklaan laat niet toe dat tegenliggende auto’s elkaar passeren. Verder lopen er bezoekers over de parkeerplaatsen en de weg. Ook zijn de bochten in de T-splitsing (naar alle kanten doodlopend) knelpunten. Daarnaast betoogt [appellante] dat tijdens de evenementen de route voor hulpdiensten is versperd. Deze doodlopende weg is de enige aanrijroute van de brandweer.
[appellante] betoogt verder dat het plan leidt tot parkeeroverlast. Omwonenden kunnen, met name ’s avonds en in het weekend, zelf niet parkeren. Ook voert zij aan dat op een onjuist moment tellingen zijn gedaan. Namelijk niet tijdens het evenement, maar op een willekeurige zaterdag op 25 september 2021.
8.1. Gelet op wat hiervoor onder "Tussenconclusie" is overwogen, kan het Onderzoek verkeer en parkeren niet dienen als onderbouwing van het plan. Het plan maakt namelijk veel meer mogelijk dan waarvan in dit onderzoek wordt uitgegaan. De beroepsgronden tegen dit onderzoek behoeven daarom geen bespreking meer.
Met het oog op eventuele vervolgbesluitvorming zal de Afdeling niettemin kort ingaan op het parkeren en de verkeerskundige beperkingen van de Blijklaan.
8.2. Om te beginnen is het Onderzoek verkeer en parkeren niet gebaseerd op het daadwerkelijke aantal bezoekers dat naar verwachting per auto komt, maar op het aantal bezoekers dat per auto kan komen totdat de parkeerplaatsen rondom de Blijklaan vol zijn.
In de plantoelichting staat hierover onder 5.4 dat de organisator bij een hoger aantal bezoekers met een vervoersplan dient aan te tonen op welke wijze bezoekers op afstand kunnen parkeren en met collectief vervoer naar het evenement worden gebracht. Het organiseren van collectief vervoer is in een dergelijk geval noodzakelijk, omdat de kwaliteit van het openbaar vervoer beperkt is. In het kader van de evenementenvergunning zal beoordeeld worden of een vervoersplan nodig is en welke eisen hieraan gesteld worden, aldus de plantoelichting.
Naar het oordeel van de Afdeling dienen de gevolgen van een bestemmingsplan voor verkeer en parkeren echter te worden onderzocht aan de hand van een (representatieve) maximale invulling van het plan. Het plan geeft geen waarborg dat het aantal bezoekers dat per auto komt beperkt wordt door het aantal aanwezige parkeerplaatsen.
8.3. In de tweede plaats is in het Onderzoek verkeer en parkeren geen of onvoldoende rekening gehouden met de door [appellante] genoemde verkeerskundige beperkingen van de Blijklaan. Zo kunnen auto’s elkaar ter hoogte van de verkeersdrempel niet passeren en zijn de Blijklaan en haar zijwegen doodlopend. Ook is niet gebleken dat de raad voldoende oog heeft gehad voor de menging van voetgangers met het autoverkeer, voor de toegankelijkheid voor hulpdiensten en de (on)mogelijkheid voor omwonenden om gedurende een langer durend evenement zelf in de directe nabijheid van hun woningen te parkeren.
Natura 2000
9. [appellante] betoogt dat het plan leidt tot nadelige gevolgen voor stikstofgevoelige vegetatie op nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Volgens haar kan de raad alleen op grond van een ecologische beoordeling stellen dat er geen stikstofgevoelige vegetatie is. Verder bestrijdt zij dat een evenement geen negatieve gevolgen kan hebben reeds omdat een evenement van tijdelijke aard zou zijn. Hierbij voert zij aan dat het plan mogelijk maakt dat de evenementen iedere winter en zomer structureel zal plaatsvinden, waarbij inclusief laden en lossen met zwaar materieel, dit minimaal 13 weken per jaar impact zal hebben op de omgeving. Verder genereert het plan verkeer van een groot aantal bezoekers voor een langere periode.
9.1. Het plangebied ligt in de directe omgeving van het Natura 2000-gebied "Oostelijke Vechtplassen".
In de plantoelichting staat onder 5.3: "Wel bevindt het plangebied zich op een korte afstand van een Natura 2000-gebied. Een evenement is echter tijdelijk van aard. Gezien beperkte grootte van de evenementen, de lokale schaal en het ontbreken van stikstofgevoelige habitattypen in de omgeving, worden significante effecten op Natura 2000-gebieden niet verwacht en wordt het uitvoeren van een stikstofberekening in het kader van het voorliggende bestemmingsplan niet nodig geacht."
9.2. Bij brief van 25 september 2025 heeft de Afdeling de raad in de gelegenheid gesteld om aan de hand van stukken, zoals het beheerplan of de gebiedsanalyse, haar stelling te onderbouwen dat in het Natura 2000-gebied geen stikstofgevoelige habitattypen voorkomen.
In reactie hierop heeft de raad, zonder kaarten en bijlagen, verwezen naar het Natura 2000 beheerplan Oostelijke Vechtplassen en bovenstaande gebiedsanalyse. Daarbij stelt de raad onder meer dat ter plaatse van de Spiegelplas geen habitats voorkomen die stikstofgevoelig zijn en dat er geen stikstofoverschrijdingen plaatsvinden die gevolgen kunnen hebben.
9.3. De Afdeling acht een enkele verwijzing naar een gedeelte van het beheerplan, met een toelichting die specifiek gericht is op de Spiegelplas, die maar een klein deel van het Natura 2000-gebied vormt, een onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat het plan niet leidt tot stikstofdepositie op habitattypen die daarvoor gevoelig zijn. Zo is in figuur 18A van de Gebiedsanalyse op ongeveer 1 km afstand van het plangebied een hexagoon ingetekend met een sterke overbelasting van de kritische depositiewaarde (KDW) voor stikstof.
Verder zijn jaarlijks terugkerende evenementen met maximaal 3.000 bezoekers per dag en een duur van meerdere weken niet van dusdanig beperkte omvang dat stikstofdepositie op voorhand valt uit te sluiten.
Gelet op het vorenstaande is niet op grond van objectieve gegevens uitgesloten dat de ruimtelijke ontwikkeling significante gevolgen in de vorm van stikstofdepositie heeft als bedoeld in artikel 2.7 van de Wet natuurbescherming.
Het betoog slaagt.
Alternatieve locaties
10. [appellante] betoogt dat de raad, mede gelet op de mate van overlast op de huidige locatie, onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar alternatieve locaties voor de evenementen. Gelet op de beperkte parkeerruimte, de beperkte mogelijkheden voor verkeer in de smalle straat en de mate van geluidsoverlast voor omwonenden heeft het locatieprofiel van de Blijklaan zeer grote nadelen ten opzichte van andere locatieprofielen, zoals de weilanden aan de rand van het dorp waarop in afgelopen jaren bijvoorbeeld de Autocross werd georganiseerd. Op deze weilanden kan men tevens voldoende parkeergelegenheid creëren, aldus [appellante].
10.1. De raad heeft toegelicht dat er niet specifiek naar alternatieve locaties is gekeken, omdat vast stond dat het terrein aan de Blijklaan de enige wenselijke locatie is. Een van de redenen is dat de locatie grenst aan het clubgebouw van IJsclub Nederhorst den Berg. Dat clubgebouw beschikt voor de ijsbaan over de benodigde technische faciliteiten, zoals een zware stroomaansluiting. Gelet hierop heeft de raad kunnen afzien van een onderzoek naar alternatieven.
Het betoog slaagt niet.
Conclusie
11. Gelet op wat [appellante] heeft aangevoerd ziet de Afdeling aanleiding voor het oordeel dat het besluit van 2 november 2023 en het herstelbesluit van 18 april 2024 voor wat betreft het plandeel dat betrekking heeft op de Blijklaan zijn vastgesteld in strijd met de bij het voorbereiden van deze besluiten te betrachten zorgvuldigheid als bedoeld in artikel 3:2 van de Awb, rechtsonzeker is en dat deze ook niet berusten op een deugdelijke motivering als bedoeld in artikel 3:46 van de Awb.
Het beroep is gegrond. De Afdeling zal beide besluiten in zoverre vernietigen.
12. De Afdeling ziet aanleiding de raad op te dragen het hierna in de beslissing nader aangeduide onderdeel van deze uitspraak binnen vier weken na verzending van de uitspraak te verwerken in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening.
13. De raad moet de proceskosten vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
I. verklaart de beroepen gegrond;
II. vernietigt het besluit van de raad van Wijdemeren van 2 november 2023 en het besluit van de raad van de gemeente Wijdemeren van 18 april 2024, beide tot vaststelling van het bestemmingsplan "Evenemententerreinen Nederhorst den Berg", beide voor zover het betreft de plandelen aan de Blijklaan;
III. draagt de raad van de gemeente Wijdemeren op om binnen vier weken na verzending van deze uitspraak ervoor zorg te dragen dat het hiervoor vermelde onderdeel II. wordt verwerkt in het elektronisch vastgestelde plan dat te raadplegen is op de landelijke voorziening;
IV. veroordeelt de raad van de gemeente Wijdemeren tot vergoeding van bij [appellante] in verband met de behandeling van het beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.905,61, waarvan € 1.868,00 is toe te rekenen aan door een derde beroepsmatige verleende rechtsbijstand;
V. gelast dat de raad van de gemeente Wijdemeren aan [appellante] het door haar voor de behandeling van het beroep betaalde griffierecht ten bedrag van € 184,00 vergoedt.
Aldus vastgesteld door mr. E.A. Minderhoud, voorzitter, en mr. J.J.W.P. van Gastel en mr. A.B. Blomberg, leden, in tegenwoordigheid van mr. J.S.S. Hupkes, griffier.
w.g. Minderhoud
voorzitter
w.g. Hupkes
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026
635
BIJLAGE
De relevante planregels van het bestaande bestemmingsplan "Kern Nederhorst den Berg" van 27 oktober 2011 (het moederplan)
Artikel 1 Begrippen
1.52 muziektent: een bouwwerk, geen gebouw zijnde, dat bestemd is voor het musiceren, geen feesttent zijnde.
1.64 seizoensgebonden: een bouwwerk dat ten hoogste 6 maanden per jaar opgericht mag worden.
Artikel 7 Groen
7.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. groen;
b. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals speel- en recreatieve voorzieningen, tuinen, voet- en fietspaden, voetgangersbruggen, nutsvoorzieningen, bergbezinkbassins, parkeervoorzieningen en water.
Artikel 16 Verkeer – Verblijfsgebied
16.1 Bestemmingsomschrijving
De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor:
a. verblijfsgebied met een functie voor verblijf, verplaatsing en gebruik ten dienste van de aangrenzende bestemmingen;
b. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van cultuur en ontspanning - 1': een muziektent;
c. ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1': een seizoensgebonden bouwwerk (november - februari) voor een ijsbaan;
d. voorzieningen ten behoeve van afvalinzameling;
e. fietsenstaling;
f. wachtruimten;
g. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals speel- en recreatieve voorzieningen, reclame-uitingen, groen, parkeervoorzieningen, bergbezinkbassins, nutsvoorzieningen en water.
16.2 Bouwregels
Op deze gronden mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
a. op deze gronden mogen uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, worden gebouwd;
b. in afwijking van lid a mogen wachtruimten, fietsenstallingen en een muziektent worden gebouwd;
c. de bouwhoogte van een muziektent bedraagt ten hoogste 4 m;
d. de bouwhoogte van bouwwerken ten behoeve van een ijsbaan ter plaatse van de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1' bedraagt ten hoogste 7 m;
e. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen en geen overkappingen zijnde, anders dan ten behoeve van de verkeersregeling, de verkeers- of wegaanduiding of de verlichting bedraagt ten hoogste 4 m.
De relevante planregels van de bestemmingsplannen "Evenemententerreinen Nederhorst den Berg" bij besluit van 2 november 2023 en bij het herstelbesluit van 18 april 2024
De planregels van beide bestemmingsplannen zijn identiek.
1 Inleidende regels
Artikel 1 Begrippen
In deze regels wordt verstaan onder:
1.3 evenementen: een georganiseerde, publieke en bijzondere gebeurtenis, in het algemeen bedoeld ter ontspanning en/of vermaak;
1.4 evenementendag: periode van maximaal 24 uren waarin specifiek aan een evenement gerelateerde activiteiten plaatsvinden die binnen de afgegeven evenementenvergunning georganiseerd worden;
1.5 ijsbaan: een berijdbaar gemaakte ijsoppervlakte in een seizoensgebonden bouwwerk (tent) met koek en zopie voor de verkoop van voedsel en drank.
2 Bestemmingsregels
Artikel 2 Administratieve bepaling
Ter plaatse van de aanduiding 'overige zone - administratieve bepaling' zijn het bestemmingsplan ‘Kern Nederhorst den Berg', vastgesteld op 27 oktober 2011 door de raad van de gemeente Wijdemeren, en het bestemmingsplan 'Parapluplan Parkeren Wijdemeren 2019', vastgesteld op 4 februari 2021 door de raad van de gemeente Wijdemeren, onverminderd van toepassing, aangevuld met de regels zoals die opgenomen zijn in artikel 4 van dit plan.
3 Algemene regels
(…)
Artikel 4 Algemene aanduidingsregels
4.1 Overige zone - evenementen 1
(…)
4.2 Overige zone - evenementen 2
4.2.1 Toegelaten functies
Ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - evenementen 2' zijn, naast hetgeen in de overige regels is bepaald, evenementen toegestaan, waarbij voldaan dient te worden aan de volgende voorwaarden:
a. het totaal aantal evenementen mag niet meer bedragen dan:
* Het maximaal toegestane langtijdgemiddelde beoordelingsniveau op de gevel van geluidgevoelige objecten
b. in aanvulling op het bepaalde onder a is de maximale eindtijd bij een evenement als volgt:
c. tussen de afzonderlijk te houden evenementen dient een tijdsbestek van minimaal 14 dagen te zitten; de op- en afbouwdagen worden bij het bepalen van dit aantal dagen niet meegeteld;
d. het op- of afbouwen mag niet eerder starten dan 07.00 uur en niet later eindigen dan 23.00 uur; op zondag is het tot 13.00 uur niet toegestaan om op- of af te bouwen.
4.2.2 Aanvullende bestemmingsregels en bouwregels
4.2.2.1 Bestemmingsregels
De gronden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - evenementen 2’ zijn voorts bestemd voor een seizoensgebonden bouwwerk (november - februari) voor een ijsbaan met koek en zopie.
4.2.2.2 Bouwregels
Op gronden ter plaatse van de aanduiding ‘overige zone - evenementen 2’ mag worden gebouwd en gelden de volgende regels:
a. op de gronden met de aanduiding 'specifieke vorm van recreatie - 1' mag uitsluitend een seizoensgebonden bouwwerk worden gebouwd;
de bouwhoogte van het seizoensgebonden bouwwerk als bedoeld onder a bedraagt ten hoogste 7 m.