ECLI:NL:RVS:2026:1552

ECLI:NL:RVS:2026:1552

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 202405415/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat een tegemoetkoming van € 15.222,- toegekend aan [appellanten] voor zelf aangebrachte voorzieningen. [appellanten] huurden (ruim 30 jaar) de woning aan de [locatie] in Appingedam. Deze huurwoning is gesloopt in het kader van de versterkingsoperatie in Groningen. [appellanten] wonen tijdelijk in een wisselwoning in afwachting van de voltooiing van de bouw en sleuteloverdracht van een nieuwe woning op hetzelfde adres. Op 23 augustus 2022 heeft Smeets Bouwmanagement en Advies (Smeets) in opdracht van de NCG de woning onderzocht. Smeets heeft op 12 oktober 2022 een advies uitgebracht. Na het eerste besluit van 24 oktober 2022 heeft Smeets op 7 februari 2023 en vervolgens - na een tweede onderzoek op 6 april 2023 - op 17 mei 2023 en 3 augustus 2023 herziene adviezen gegeven. Het besluit van 30 augustus 2023 berust op dit laatste advies. In totaal heeft de minister [appellanten] een tegemoetkoming van € 31.109,27 voor zelf aangebrachte voorzieningen toegekend. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellanten] van de verhuurder een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:220 lid 5 BW hebben ontvangen van € 7.500,-.

Uitspraak

202405415/1/A2.

Datum uitspraak: 18 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant A] en [appellant B], wonend in [woonplaats],

appellanten,

tegen de uitspraak van de rechtbank Noord­-Nederland van 17 juli 2024 in zaak nr. 23/3785 in het geding tussen:

[appellanten]

en

de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (voorheen de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat).

Procesverloop

Bij besluit van 24 oktober 2022 heeft de staatssecretaris een tegemoetkoming van € 15.222,- toegekend aan [appellanten] voor zelf aangebrachte voorzieningen.

Bij besluit van 30 augustus 2023 heeft de staatssecretaris het door [appellanten] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en een aanvullende tegemoetkoming van € 31.109,27 toegekend.

Bij uitspraak van 17 juli 2024 heeft de rechtbank het door [appellanten] daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak hebben [appellanten] hoger beroep ingesteld.

[appellanten] hebben nadere stukken overgelegd.

De staatssecretaris heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 5 maart 2026, waar [appellanten], vertegenwoordigd door N.E. van Uitert, advocaat in Drachten, en hun dochters [dochter A] en [dochter B], via een videoverbinding, en de minister, vertegenwoordigd door mr. R.M. Don en mr. G.H. Poort-van Drempt, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Onder de minister worden ook zijn rechtsvoorgangers verstaan.

2. [appellanten] huurden (ruim 30 jaar) de woning aan de [locatie] in Appingedam. Deze huurwoning is gesloopt in het kader van de versterkingsoperatie in Groningen. [appellanten] wonen tijdelijk in een wisselwoning in afwachting van de voltooiing van de bouw en sleuteloverdracht van een nieuwe woning op hetzelfde adres.

3. Op 1 oktober 2020 is een akkoord gesloten tussen de minister, de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) en acht woningcorporaties om verschillen in vergoedingen tussen particuliere eigenaren en huurders in de versterkingsopgave gelijk te trekken, waaronder de vergoeding voor het verlies van zelf aangebrachte voorzieningen. Dit laatste onderdeel van de afspraken is uitgewerkt in de Beleidsregel tegemoetkoming zelf aangebrachte voorzieningen huurders Groningen van de staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 11 mei 2022 (de beleidsregel) (Stcrt. 2022, nr. 12219). Deze beleidsregel is op 1 juli 2023 vervallen.

4. Op 30 juni 2022 hebben [appellanten] een aanvraag ingediend op grond van de beleidsregel.

5. Op 23 augustus 2022 heeft Smeets Bouwmanagement en Advies (Smeets) in opdracht van de NCG de woning onderzocht. Smeets heeft op 12 oktober 2022 een advies uitgebracht. Na het eerste besluit van 24 oktober 2022 heeft Smeets op 7 februari 2023 en vervolgens - na een tweede onderzoek op 6 april 2023 - op 17 mei 2023 en 3 augustus 2023 herziene adviezen gegeven. Het besluit van 30 augustus 2023 berust op dit laatste advies. In totaal heeft de minister [appellanten] een tegemoetkoming van € 31.109,27 voor zelf aangebrachte voorzieningen toegekend.

6. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellanten] van de verhuurder een vergoeding voor verhuis- en inrichtingskostenvergoeding als bedoeld in artikel 7:220 lid 5 BW hebben ontvangen van € 7.500,-.

Aangevallen uitspraak

7. De rechtbank volgt niet het betoog van [appellanten] dat de staatssecretaris een aanvullende vergoeding moet toekennen voor het allergeenvrij opleveren van de woning, omdat de door de verhuurder toegekende forfaitaire vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten niet volstaat. Daarvoor bestaat geen juridische grondslag. Daarbij komt dat [appellanten] niet hebben onderbouwd waarom de door de verhuurder toegekende vergoeding van € 7.500,- niet toereikend is.

Betoog in hoger beroep

8. [appellanten] betogen dat de minister op grond van de beleidsregel een hogere tegemoetkoming moet toekennen, omdat de door de verhuurder toegekende vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten niet volstaat om de huurwoning weer allergeenvrij te maken door de juiste raam- en vloerbekleding aan te brengen. Zij hebben op de zitting onder verwijzing naar offertes toegelicht dat met name de door de verhuurder toegekende vergoeding van € 7.500,- niet volstaat voor het aanbrengen van raambekleding en keramische tegels in de tuin.

9. [appellanten] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat uit de beleidsregel volgt dat voor zelf aangebrachte voorzieningen alleen een vergoeding wordt toegekend als het gaat om voorzieningen genoemd in bijlage 1 bij de beleidsregel. Uit de toelichting op de beleidsregel blijkt dat de opsomming in bijlage 1 niet limitatief is. De beleidsregel biedt daarom mogelijkheden om ook voor andere zelf aangebrachte voorzieningen een vergoeding toe te kennen.

Beoordelingskader

10. Artikel 1 (Begripsbepalingen):

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

(…)

h. zelf aangebrachte voorziening: in bijlage 1 bij deze regeling vermelde voorziening die door de huurder zelf is aangebracht, of waarvan de huurder kan aantonen dat hij deze tegen een financiële vergoeding van de vorige huurder heeft overgenomen of die de huurder heeft laten aanbrengen en die aard- en nagelvast aan de woning, of bij de woning bijbehorende buitenruimte is verbonden.

Bijlage 1:

De zelf aangebrachte voorzieningen die voor vergoeding in aanmerking komen, zijn:

- tuinhuizen met fundering;

- schuttingen, pergola's;

- serres, veranda's;

- uitbouwen;

- sierbeplanting, sierbestrating;

- vijvers;

- garages;

- uitbreidingen of vervangen van keukens (inbouwapparatuur), badkamers (ligbad, wandmeubel);

- aanvullende (technische) installaties, zoals zonneschermen en zonnepanelen; of

- andere voorzieningen die met toestemming van de verhuurder zijn aangebracht.

Artikel 2 (Tegemoetkoming):

1. De NCG verstrekt op aanvraag een tegemoetkoming voor een zelf aangebrachte voorziening aan een aanvrager die een huurovereenkomst heeft of had voor een gebouw dat is gesloopt of versterkt of waarvan de eigenaar heeft aangekondigd dat het gebouw zal worden gesloopt of versterkt, en waarvoor:

a. een versterkingsbesluit is genomen;

(…)

2. De NCG verstrekt geen tegemoetkoming als de aanvrager reeds uit anderen hoofde een vergoeding heeft ontvangen voor een zelf aangebrachte voorziening.

Artikel 3 (Hoogte tegemoetkoming):

1. De tegemoetkoming, bedoeld in artikel 2, eerste lid, bestaat uit een forfaitair bedrag ter hoogte van € 3.000,-.

2. De aanvrager kan om een opname verzoeken.

3. De uitkomst van de opname, bedoeld in het tweede lid, bepaalt de hoogte van de tegemoetkoming.

(…)

Beoordeling door de Afdeling

Anders dan [appellanten] stellen, valt raambekleding niet onder artikel 1 onder h van de beleidsregel. Raambekleding is niet genoemd in bijlage 1. Hoewel de opsomming in bijlage 1 niet uitputtend is bedoeld, zoals [appellanten] terecht betogen, moet het wel gaan om zelf aangebrachte voorzieningen die aard- en nagelvast zijn aan de woning. Dat is bij raambekleding niet het geval. Ook gaat het niet om de in bijlage 1 genoemde andere voorzieningen die met toestemming van de verhuurder zijn aangebracht. Omdat de raambekleding niet onder een zelf aangebrachte voorziening valt als bedoeld in de beleidsregel, biedt de beleidsregel geen grond voor een aanvullende tegemoetkoming, bovenop de door de verhuurder verstrekte vergoeding voor inrichtingskosten. [appellanten] hebben niettemin een door de minister toegekende tegemoetkoming voor raambekleding van € 6.520,16 en dus juist een te hoge tegemoetkoming gekregen. Deze toekenning brengt niet mee dat [appellanten], zoals zij op de zitting hebben betoogd, aanspraak kunnen maken op een hogere tegemoetkoming dan reeds toegekend.

11. Het betoog van [appellanten] dat de staatssecretaris op grond van de beleidsregel gehouden is een hogere vergoeding toe te kennen voor de keramische tegels in de voortuin, treft geen doel.

12. [appellanten] hebben niet gekozen voor een forfaitaire tegemoetkoming, maar voor een opname. In dat geval volgt uit artikel 3, derde lid, van de beleidsregel dat de uitkomst van de opname de hoogte van de tegemoetkoming bepaalt. Uit de toelichting op de beleidsregel volgt dat bij de waardebepaling van de zelf aangebrachte voorzieningen door de bouwkostendeskundige wordt uitgegaan van de vervangingswaarde. De minister heeft op de zitting toegelicht dat bij de taxatie van de vervangingswaarde rekening wordt gehouden met een eventueel hoogwaardig afwerkingsniveau.

13. Smeets heeft voor 13 m2 ‘gebakken sierbestrating’ een vergoeding van € 1.002,05 begroot als vervangingswaarde van de tegels in de tuin. Het ligt op de weg van [appellanten] om aannemelijk te maken dat Smeets van een onjuist bedrag is uitgegaan. [appellanten] stellen onder verwijzing naar een offerte van [hoveniersbedrijf] dat de door Smeets begrote vergoeding te laag is, omdat [hoveniersbedrijf] tot een bedrag komt van € 1.558,59 voor de keramische tegels. Op de zitting hebben zij toegelicht dat Smeets is uitgegaan van een verkeerde totale oppervlakte, van verkeerde afmetingen van de tegels en van een te lage kwaliteit tegels.

14. De Afdeling volgt dit betoog niet. Smeets heeft op 6 april 2023 tijdens een nieuwe opname nogmaals de maatvoering en het type bestrating gecontroleerd en heeft geen aanleiding gezien voor aanpassing van het bedrag van € 1.002,05. Zowel [hoveniersbedrijf] als Smeets gaat uit van een totale oppervlakte van 13 m2 aan tegels. Dit volgt uit de offerte van [hoveniersbedrijf] en, anders dan [appellanten] stellen, ook uit de bij het eerste opnamerapport van Smeets van 12 oktober 2022 de offerte gevoegde plattegrond met handgeschreven aantekeningen, waarin is uitgegaan van een oppervlakte van 3,6 m bij 3,6 m (= 12,96 m2). De enkele stelling dat Smeets is uitgegaan van een verkeerd formaat tegels, is niet voldoende voor het oordeel dat de vervangingswaarde te laag is vastgesteld. In het advies van Smeets is het formaat van de tegels niet vermeld en [appellanten] hebben niet inzichtelijk gemaakt dat het formaat van de de maat tegels van invloed is op de prijs.

Ook het gestelde kwaliteitsverschil in het type tegels is onvoldoende onderbouwd. Smeets heeft op 6 april 2023 het type tegels nogmaals gecontroleerd. Bij de waardebepaling wordt rekening gehouden met een (eventuele) hoogwaardige afwerking en niet is gebleken dat het toegekende bedrag onvoldoende is om 13 m2 aan bestrating met hoogwaardige keramische tegels van de door [appellanten] gewenste afmeting te realiseren. Daarbij merkt de Afdeling op dat ook als [appellanten] terecht zouden stellen dat van een onvoldoende hoogwaardige kwaliteit is uitgegaan, dit niet leidt tot het oordeel dat zij recht hebben op een hogere tegemoetkoming. Het verschil tussen het door Smeets en [hoveniersbedrijf] begrote bedrag voor 13 m2 bedraagt € 556,54. Dat betekent dat [appellanten] niet aannemelijk hebben gemaakt dat de toegekende tegemoetkoming van € 31.109,27 onder de streep niet juist is, nu daarbij moet worden betrokken dat zij € 6.520,16 voor inrichtingskosten hebben ontvangen, die niet onder de zelf aangebrachte voorzieningen als bedoeld in de beleidsregel vallen.

15. In wat [appellanten] hebben aangevoerd over de allergie van [persoon] en het bijzondere karakter van de versterkingsoperatie bestaat geen aanleiding om tot de conclusie te komen dat de staatssecretaris met toepassing van artikel 4:84 van de Awb van de beleidsregeling had behoren af te wijken, waardoor zij recht zouden hebben gehad op een hogere tegemoetkoming. Dat geldt ook voor het betoog dat zij zich ongelijk behandeld voelen ten opzichte van de buren die als eigenaren van hun woning hogere vergoeding voor inrichtingskosten hebben ontvangen. Het doel van de beleidsregel is de positie van huurders en eigenaren gelijk te trekken wat betreft het verlies van zelf aangebrachte voorzieningen, zoals gedefinieerd in de beleidsregel. Dat doel is hier niet in het geding.

Conclusie

16. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.

17. De staatssecretaris hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de aangevallen uitspraak.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, voorzitter, en mr. N. Verheij en mr. A.B. Blomberg, leden, in tegenwoordigheid van mr. M.A.E. Planken, griffier.

w.g. Den Ouden

voorzitter

w.g. Planken

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026

299

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. W. den Ouden
  • mr. N. Verheij
  • mr. A.B. Blomberg

Griffier

  • mr. M.A.E. Planken

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?