ECLI:NL:RVS:2026:1558

ECLI:NL:RVS:2026:1558

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 202404220/1/A3
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 20 juni 2022 heeft de burgemeester van Aalten geweigerd de maatschap een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet te verlenen. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet is het verboden zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Ingevolge artikel 35, eerste lid, kan de burgemeester, voor zover hier van belang, ten aanzien van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank op aanvraag ontheffing verlenen van het in artikel 3 voor de uitoefening van het horecabedrijf gestelde verbod, bij een in de beschikking aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard.

Uitspraak

202404220/1/A3.

Datum uitspraak: 18 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellante], gevestigd in Aalten, waarvan de maten zijn [maat A], [maat B] en [maat C], (hierna: de maatschap),

appellante,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 7 juni 2024 in zaak nr. 23/2091 in het geding tussen:

de maatschap

en

de burgemeester van Aalten.

Procesverloop

Bij besluit van 20 juni 2022 heeft de burgemeester geweigerd de maatschap een ontheffing op grond van artikel 35 van de Alcoholwet te verlenen.

Bij besluit van 27 februari 2023 heeft de burgemeester het door de maatschap daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 7 juni 2024 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het door de maatschap daartegen ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Tegen deze uitspraak heeft de maatschap hoger beroep ingesteld.

De burgemeester heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

De maatschap heeft nadere stukken ingediend.

De burgemeester heeft nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 28 januari 2026, waar de maatschap, vertegenwoordigd door mr. F.J.M. Kobossen, advocaat in Twello, en de burgemeester, vertegenwoordigd door D. Tuinte, zijn verschenen.

Overwegingen

1. Ingevolge artikel 3, eerste lid, van de Alcoholwet is het verboden zonder daartoe strekkende vergunning van de burgemeester het horecabedrijf of slijtersbedrijf uit te oefenen. Ingevolge artikel 35, eerste lid, kan de burgemeester, voor zover hier van belang, ten aanzien van het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank op aanvraag ontheffing verlenen van het in artikel 3 voor de uitoefening van het horecabedrijf gestelde verbod, bij een in de beschikking aangewezen bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard.

De maatschap heeft de ontheffing aangevraagd ten behoeve van een op 26 juni 2022 aan de [locatie] in Aalten te houden blues-concert. De burgemeester heeft de ontheffing geweigerd, omdat het op grond van de aan de maatschap verleende exploitatievergunning en Alcoholwetvergunning ter plaatse niet is toegestaan concerten te houden. De rechtbank heeft geoordeeld dat de burgemeester de ontheffing mocht weigeren.

2. De maatschap betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de vereniging Koninklijke Horeca Nederland, afdeling Aalten-Dinxperloo, (lees: de vereniging Afdeling Aalten van het Koninklijk Verbond van Ondernemers in het Horeca- en Aanverwante Bedrijf Horeca Nederland; hierna: KHN) belanghebbende is en zij de KHN daarom ten onrechte als partij, bedoeld in artikel 8:26, eerste lid, van de Awb heeft aangemerkt. Zij voert hiertoe aan dat KHN geen leden in de buurt heeft die concurrentie zouden kunnen ondervinden van de activiteiten die de maatschap verricht.

2.1. Naar het oordeel van de Afdeling is de rechtbank er terecht vanuit gegaan dat er horecaondernemers in de omgeving zijn die lid zijn van de KHN en door het houden van het concert in hun concurrentiepositie zouden worden geraakt. De maatschap heeft niet geconcretiseerd waarom de aanname van de rechtbank onjuist is.

Het betoog slaagt niet.

3. Wat de maatschap verder in hoger beroep aanvoert, is voornamelijk een herhaling van wat zij eerder in de procedure heeft aangevoerd en de rechtbank bij haar uitspraak heeft betrokken. De maatschap heeft niet geconcretiseerd waarom die motivering onjuist of onvolledig is.

4. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

5. De burgemeester hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

bevestigt de uitspraak van de rechtbank, voor zover aangevallen.

Aldus vastgesteld door mr. W. den Ouden, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. T. Hartsuiker, griffier.

w.g. Den Ouden

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Hartsuiker

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026

620-1158

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. T. Hartsuiker

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?