ECLI:NL:RVS:2026:1565

ECLI:NL:RVS:2026:1565

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 202403259/1/R2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft het college van burgemeester en wethouders van Helmond aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor kamerbewoning door maximaal drie personen op het adres [locatie 1] in Helmond. [partij] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [locatie 1] in Helmond. Hij is voornemens om de bovenste verdieping van zijn woning gedeeltelijk te verhuren voor kamerbewoning van twee jongvolwassenen, die studeren of werken en geen relatiebetrekking tot elkaar hebben. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Helmond Noordwest" met de enkelbestemming "Wonen". De voor wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden. [partij] heeft op 18 november 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor handelen in strijd met het bestemmingsplan, waarna het college een tijdelijke vergunning voor tien jaar aan [partij] heeft verleend. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] in Helmond en heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning.

Uitspraak

202403259/1/R2.

Datum uitspraak: 18 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

[appellant], wonend in Helmond,

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Oost-­Brabant van 16 april 2024 in zaak nr. 23/1705 in het geding tussen:

[appellant]

en

het college van burgemeester en wethouders van Helmond.

Procesverloop

Bij besluit van 3 augustus 2022 heeft het college aan [partij] een omgevingsvergunning verleend voor kamerbewoning door maximaal drie personen op het adres [locatie 1] in Helmond.

Bij besluit van 23 mei 2023 heeft het college het besluit van 3 augustus 2022 ingetrokken, omdat een omgevingsvergunning van rechtswege is verleend op 4 april 2022 door het niet nemen van een besluit op de aanvraag. Het college heeft het bezwaar tegen de van rechtswege verleende omgevingsvergunning ongegrond verklaard en deze voorzien van een aanvullende motivering.

Bij uitspraak van 16 april 2024 heeft de rechtbank het door [appellant] ingestelde beroep tegen het besluit van 23 mei 2023 gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.

Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven.

Bij besluit van 31 mei 2024 heeft het college het door [appellant] gemaakte bezwaar tegen de van rechtswege verleende omgevingsvergunning opnieuw ongegrond verklaard.

[appellant] heeft gronden ingediend tegen het besluit van 31 mei 2024.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 16 februari 2026, waar [appellant] is verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Als een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet, dan blijft op grond van artikel 4.3, aanhef en onder a, van de Invoeringswet Omgevingswet het recht zoals gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het besluit op die aanvraag onherroepelijk wordt, met uitzondering van artikel 3.9, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo).

De aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend op 18 november 2021. Dat betekent dat in dit geval de Wabo, zoals die gold vóór 1 januari 2024, van toepassing blijft.

Wettelijk kader

2. De relevante wettelijke bepalingen en planregels zijn opgenomen in de bijlage die deel uitmaakt van deze uitspraak.

Inleiding

3. [partij] is eigenaar en bewoner van de woning aan de [locatie 1] in Helmond. Hij is voornemens om de bovenste verdieping van zijn woning gedeeltelijk te verhuren voor kamerbewoning van twee jongvolwassenen, die studeren of werken en geen relatiebetrekking tot elkaar hebben. Op het perceel geldt het bestemmingsplan "Helmond Noordwest" met de enkelbestemming "Wonen". De voor wonen aangewezen gronden zijn bestemd voor woningen voor de huisvesting van niet meer dan één huishouden.

[partij] heeft op 18 november 2021 een omgevingsvergunning aangevraagd voor handelen in strijd met het bestemmingsplan, waarna het college een tijdelijke vergunning voor tien jaar aan [partij] heeft verleend. [appellant] is eigenaar van de woning aan de [locatie 2] in Helmond en heeft bezwaar gemaakt tegen de verleende omgevingsvergunning. De bezwaarschriftencommissie heeft vastgesteld dat wegens termijnoverschrijding sprake is van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning. Het college heeft daarop het besluit van 3 augustus 2022 ingetrokken en het bezwaar tegen de van rechtswege verleende omgevingsvergunning ongegrond verklaard. [appellant] kan zich niet verenigen met het verloop van deze procedure, omdat het onduidelijk is waarvoor de omgevingsvergunning is aangevraagd en is verleend.

De uitspraak van de rechtbank

Is de van rechtswege verleende vergunning in werking getreden?

4. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college zich terecht op het standpunt heeft gesteld dat sprake is van een van rechtswege verleende vergunning. De rechtbank heeft daarover overwogen dat het college binnen de beslistermijn als bedoeld in artikel 3.9, eerste en tweede lid, van de Wabo geen besluit op de aanvraag van 18 november 2021 heeft genomen. Verder heeft de rechtbank geoordeeld dat de van rechtswege verleende vergunning niet is bekendgemaakt, waardoor de vergunning op grond van artikel 6.1, eerste en vierde lid, van de Wabo niet in werking is getreden. Naar het oordeel van de rechtbank is het bestreden besluit van 23 mei 2023 in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voorbereid, omdat het college in dat besluit ten onrechte is uitgegaan van een van rechtswege verleende vergunning die in werking was getreden. De rechtbank heeft daarom het besluit van 23 mei 2023 vernietigd en het college opgedragen om een nieuw besluit op bezwaar te nemen. Omdat het college het besluit van 3 augustus 2022, strekkende tot verlening van de gevraagde omgevingsvergunning, heeft ingetrokken en de van rechtswege verleende omgevingsvergunning niet heeft bekendgemaakt, beschikt [partij] niet over een geldende omgevingsvergunning, aldus de rechtbank. De rechtbank heeft het college daarom opgedragen dit gebrek te herstellen door de van rechtswege verleende vergunning alsnog bekend te maken.

Beleidsregel kamerbewoning Helmond 2021

5. De rechtbank heeft verder, ondanks het geconstateerde gebrek en de vernietiging van het besluit van 23 mei 2023, in het kader van finale geschilbeslechting geoordeeld dat het college zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat de omgevingsvergunning niet in strijd met de Beleidsregel kamerbewoning Helmond 2021 (de Beleidsregel) is verleend. Anders dan [appellant] veronderstelt, is er volgens de rechtbank geen sprake van kleinschalige kamerbewoning en is het college bij het toetsen van de vergunningaanvraag aan de Beleidsregel daar ook terecht niet vanuit gegaan.

Hoger beroep

6. Het hoger beroep van [appellant] richt zich alleen tegen de overwegingen 6-6.2. van de uitspraak van de rechtbank over de vraag of de omgevingsvergunning in strijd met de Beleidsregel is en niet tegen het oordeel van de rechtbank over de van rechtswege verleende omgevingsvergunning, zie overwegingen 5-5.1.

Kleinschalige kamerbewoning?

7. [appellant] betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat het college ten onrechte een omgevingsvergunning heeft verleend voor de kamerbewoning door maximaal drie personen. Volgens [appellant] heeft [partij] een omgevingsvergunning aangevraagd voor kleinschalige kamerbewoning door maximaal één extra persoon naast de eigenaar van de woning, zoals bedoeld in artikel 1 van de Beleidsregel. [appellant] heeft tijdens de bezwaarprocedure vernomen dat [partij] zijn aanvraag telefonisch had aangevuld, maar vindt deze gang van zaken niet navolgbaar. Daarom had het college volgens [appellant] slechts een vergunning kunnen verlenen voor kamerbewoning door maximaal één extra persoon naast de eigenaar van de woning.

7.1. De Afdeling stelt vast dat de omgevingsvergunning is aangevraagd voor kamerbewoning door maximaal drie personen inclusief de eigenaar van de woning. Daarbij neemt de Afdeling in acht dat het college op 11 januari 2022 heeft verzocht om aanvullende gegevens, die [partij] op 17 februari 2022 heeft verstrekt. Daarin is bevestigd dat [partij] de woning wil verhuren aan twee personen naast zichzelf en is uiteengezet waarom hij vindt dat hij voldoet aan de regels voor kamerbewoning. De omgevingsvergunning is vervolgens op 4 april 2022 van rechtswege verleend op basis van de aanvraag en de daarbij behorende aanvullende stukken. Gelet hierop komt de Afdeling tot het oordeel dat de rechtbank terecht heeft overwogen dat de vergunning van rechtswege is verleend voor kamerbewoning door maximaal drie personen inclusief de eigenaar van de woning. Weliswaar is in de aanvraag opgenomen dat het beoogde gebruik van de gronden op het perceel zal zien op kleinschalig wonen, maar anders dan [appellant] veronderstelt, is hiermee geen vergunning aangevraagd voor kleinschalige kamerbewoning zoals bedoeld in artikel 1 van de Beleidsregel. Van kleinschalige kamerbewoning in de zin van artikel 1 van de Beleidsregel is sprake in geval van bewoning van een woning door maximaal twee personen. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat de gang van zaken niet navolgbaar is.

Het betoog slaagt niet.

Herhalen en inlassen beroepschrift

8. Waar [appellant] in het hoger beroepschrift voor het overige verzoekt om de in de beroepsprocedure aangevoerde gronden als herhaald en ingelast te beschouwen, overweegt de Afdeling dat uit het in algemene zin herhalen en inlassen van beroepsgronden niet is af te leiden waarom [appellant] van oordeel is dat de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig is. Daarom ziet de Afdeling hierin geen aanleiding om deze uitspraak te vernietigen.

Conclusie hoger beroep

9. Het hoger beroep is ongegrond.

Het beroep tegen het besluit van 31 mei 2024

10. Het college heeft naar aanleiding van de uitspraak van de rechtbank in het besluit van 31 mei 2024 opnieuw het bezwaar ongegrond verklaard, omdat de van rechtswege verleende vergunning inmiddels bekendgemaakt is.

11. Het besluit van 31 mei 2024 wordt, gelet op artikel 6:19, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:24 van de Awb, van rechtswege geacht onderwerp te zijn van dit geding.

12. [appellant] betoogt dat het college niet heeft voldaan aan de opdracht van de rechtbank om binnen acht weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen en de van rechtswege verleende omgevingsvergunning bekend te maken. Volgens [appellant] is bij de bekendmaking van de van rechtswege verleende omgevingsvergunning het verkeerde adres vermeld en kon de correctie daarvan niet meer binnen de 8 weken-termijn worden gepubliceerd. Er is daarom volgens [appellant] geen sprake van een van rechtswege verleende omgevingsvergunning.

Daarnaast betoogt [appellant] opnieuw dat de omgevingsvergunning is aangevraagd voor kleinschalige kamerbewoning, zoals bedoeld in artikel 1 van de Beleidsregel, terwijl kamerbewoning door drie personen is vergund.

12.1. De Afdeling stelt vast dat de van rechtswege verleende vergunning niet binnen de door de rechtbank gestelde termijn bekend is gemaakt. Anders dan [appellant] stelt, betekent een te late bekendmaking echter niet dat de vergunning van rechtswege niet is verleend. Dit heeft alleen gevolgen voor het tijdstip van inwerkingtreding van de vergunning. Na de ingebrekestelling van [appellant] op 10 juni 2024 heeft het college de van rechtswege verleende vergunning alsnog op juiste wijze bekendgemaakt, waardoor de vergunning in werking is getreden. Het betoog slaagt niet.

Het betoog van [appellant] over de kleinschalige kamerbewoning, zoals bedoeld in de Beleidsregel, is een herhaling van wat [appellant] in zijn hoger beroepschrift heeft aangevoerd. De Afdeling verwijst daarom naar hetgeen daarover is overwogen onder 6.1. van deze uitspraak.

12.2. De Afdeling begrijpt het betoog van [appellant] verder zo dat hij ook heeft aangevoerd dat niet is voldaan aan de opdracht van de rechtbank, omdat niet is beslist op bezwaar tegen het besluit van 3 augustus 2022, overweegt de Afdeling het volgende.

De rechtbank heeft het besluit van 23 mei 2023 vernietigd waardoor ook de herroeping van het besluit van 3 augustus 2022 is vernietigd. Dit betekent dat het college in het besluit op bezwaar van 31 mei 2024, naast het beslissen op het bezwaar voor zover gericht tegen de van rechtswege verleende omgevingsvergunning, ook opnieuw had moeten beslissen op het bezwaar tegen het besluit van 3 augustus 2022. Het betreft het besluit tot verlening van de omgevingsvergunning die echter al van rechtswege was verleend.

Het betoog slaagt. De Afdeling vernietigt het besluit van 31 mei 2024, voor zover daarbij niet het besluit van 3 augustus 2022 is herroepen. De Afdeling zal op grond van artikel 8:72, derde lid, van de Awb zelf voorzien in de zaak en het besluit van 3 augustus 2022 herroepen. Daarmee is deze procedure ten einde en mag [partij] zijn woning gedeeltelijk verhuren conform de van rechtswege verleende vergunning.

Conclusie beroep

13. Het beroep tegen het besluit van 31 mei 2024 is gegrond.

14. Van voor vergoeding in aanmerking komende proceskosten is niet gebleken.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. verklaart het hoger beroep ongegrond;

II. verklaart het beroep tegen het besluit van 31 mei 2024 gegrond;

III. vernietigt het besluit van 31 mei 2024, voor zover daarbij niet het besluit van 3 augustus 2022 is herroepen;

IV. herroept het besluit van 3 augustus 2022;

V. bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 31 mei 2024, voor zover vernietigd.

Aldus vastgesteld door mr. M.M. Kaajan, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. J.J. Pistoor, griffier.

w.g. Kaajan

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Pistoor

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026

932-1186

BIJLAGE

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)

Artikel 3.9

1. Het bevoegd gezag beslist op de aanvraag om een omgevingsvergunning binnen acht weken na de datum van ontvangst van de aanvraag. Tegelijkertijd met of zo spoedig mogelijk na de bekendmaking:

a. doet het mededeling van die beschikking op de wijze waarop het overeenkomstig artikel 3.8 kennis heeft gegeven van de aanvraag, en

b. zendt het in bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorieën gevallen de daarbij aangewezen bestuursorganen een afschrift van die beschikking.

2. Het bevoegd gezag kan de in het eerste lid bedoelde termijn eenmaal met ten hoogste zes weken verlengen. Het maakt zijn besluit daartoe bekend binnen de eerstbedoelde termijn. Het doet daarvan tevens zo spoedig mogelijk mededeling op de wijze waarop het overeenkomstig artikel 3.8 kennis heeft gegeven van de aanvraag.

(…)

Artikel 6.1

1. Een beschikking krachtens deze wet treedt in werking met ingang van de dag na haar bekendmaking.

(…)

4. In afwijking van het eerste lid wordt de werking van een overeenkomstig artikel 3.9, derde lid, van rechtswege verleende vergunning opgeschort totdat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift, bedoeld in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht, is verstreken of, indien bezwaar is gemaakt, op dit bezwaar is beslist. De vergunninghouder kan de voorzieningenrechter van de rechtbank verzoeken de opschorting op te heffen. Titel 8.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

Beleidsregels kamerbewoning Helmond 2021

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze beleidsregel wordt verstaan onder:

Kleinschalige kamerbewoning

Specifieke vorm van kamerbewoning, waarbij sprake is van het al dan niet op verhuurbasis bewonen van een woning door (enkel) het huishouden van de hoofdbewoner in diens hoedanigheid van eigenaar of hoofdhuurder met maximaal één persoon extra die niet tot dat huishouden behoort (kinderen in de leeftijd tot 18 jaar niet meegerekend), of - in geval van begeleid wonen - bewoning van een woning door maximaal twee éénpersoonshuishoudens. Een pand waar kleinschalige kamerbewoning plaatsvindt heeft geen spreidingscirkel.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?