ECLI:NL:RVS:2026:1575

ECLI:NL:RVS:2026:1575

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 202405221/1/R1
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de raad van de gemeente Amsterdam het bestemmingsplan "Oud West 2018, 3e herziening" vastgesteld. Het bestemmingsplan "Oud West 2018, 3e herziening" is vastgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling op 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:479. In deze uitspraak heeft de Afdeling geoordeeld dat onvoldoende was gemotiveerd dat voldoende locatie-specifieke omstandigheden een beperking van de mogelijkheid tot vergunningsvrij bouwen in achtertuinen rechtvaardigde. De Afdeling heeft daarbij de dubbelbestemming "Waarde-Landschap" vernietigd, voor zover deze op het moment van uitspraak was toegekend aan de percelen in het plangebied in eigendom van Woningcorporatie Rochdale. Met het besluit van 26 juni 2024 heeft de raad beoogd om de geconstateerde gebreken te herstellen. Dit besluit is voorbereid met de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

Uitspraak

202405221/1/R1.

Datum uitspraak: 18 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

1. [appellant sub 1], wonend in Amsterdam,

2. Leisure Fund West III B.V., gevestigd in Hoofddorp, gemeente Haarlemmermeer,

appellanten,

en

de raad van de gemeente Amsterdam,

verweerder.

Procesverloop

Bij besluit van 26 juni 2024 heeft de raad het bestemmingsplan "Oud West 2018, 3e herziening" vastgesteld.

Tegen dit besluit hebben [appellant sub 1] en Leisure Fund West beroep ingesteld.

De raad heeft een verweerschrift ingediend.

De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 25 februari 2026, waar [appellant sub 1], bijgestaan door [gemachtigde], en de raad, vertegenwoordigd door mr. W.C.M. Niekus, zijn verschenen.

Overwegingen

Overgangsrecht inwerkingtreding Omgevingswet

1. Op 1 januari 2024 zijn de Omgevingswet en de Invoeringswet Omgevingswet in werking getreden. Op grond van artikel 4.6, derde lid, van de Invoeringswet Omgevingswet blijft op een beroep tegen een besluit tot vaststelling van een bestemmingsplan waarvan het ontwerp vóór het tijdstip van inwerkingtreding van de Omgevingswet ter inzage is gelegd het recht zoals dat gold onmiddellijk vóór dat tijdstip van toepassing tot het bestemmingsplan onherroepelijk is.

Het ontwerpplan is op 21 december 2023 ter inzage gelegd. Dat betekent dat op deze beroepsprocedure het recht zoals dat gold vóór 1 januari 2024 van toepassing blijft.

Inleiding

2. Het bestemmingsplan "Oud West 2018, 3e herziening" is vastgesteld naar aanleiding van de uitspraak van de Afdeling op 7 februari 2024, ECLI:NL:RVS:2024:479. In deze uitspraak heeft de Afdeling, voor zover hier van belang, geoordeeld dat onvoldoende was gemotiveerd dat voldoende locatie-specifieke omstandigheden een beperking van de mogelijkheid tot vergunningsvrij bouwen in achtertuinen rechtvaardigde. De Afdeling heeft daarbij de dubbelbestemming "Waarde-Landschap" vernietigd, voor zover deze op het moment van uitspraak was toegekend aan de percelen in het plangebied in eigendom van Woningcorporatie Rochdale. Met het besluit van 26 juni 2024 heeft de raad beoogd om de geconstateerde gebreken te herstellen. Dit besluit is voorbereid met de procedure als bedoeld in afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht.

[appellant sub 1] woont op het perceel Derde Helmersstraat 27 hs in Amsterdam en vindt dat de Uitvoeringsrichtlijn Kruimelgevallen Stadsdeel West in strijd is met het bestemmingsplan. Leisure Fund West is eigenaar van een pand op het perceel Zandpad 7 in Amsterdam en wenst dat de volgens haar afgesproken bouwmogelijkheid op het perceel in het bestemmingsplan wordt opgenomen.

Toetsingskader

3. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet de raad bestemmingen aanwijzen en regels geven die de raad uit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening nodig acht. De raad heeft daarbij beleidsruimte en moet de betrokken belangen afwegen. De Afdeling oordeelt niet zelf of het plan in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening. De Afdeling beoordeelt aan de hand van de beroepsgronden of het besluit tot vaststelling van het bestemmingsplan in overeenstemming is met het recht. Daarbij kan aan de orde komen of de nadelige gevolgen van het plan onevenredig zijn in verhouding tot de met het plan te dienen doelen.

Het beroep van [appellant sub 1]

Uitvoeringsrichtlijn Kruimelgevallen Stadsdeel West

4. [appellant sub 1] betoogt dat de Uitvoeringsrichtlijn Kruimelgevallen Stadsdeel West in strijd is met het vastgestelde bestemmingsplan. Hiertoe voert hij aan dat met de dubbelbestemming "Waarde-Landschap" uit het bestemmingsplan is beoogd om beperkingen te stellen aan de mogelijkheden voor vergunningsvrij bouwen. Volgens [appellant sub 1] moet de Uitvoeringsrichtlijn buiten werking worden gesteld, omdat het bestemmingsplan leidend moet zijn.

4.1. De Afdeling overweegt dat de beroepsgrond van [appellant sub 1] zich richt tegen de Uitvoeringsrichtlijn. De Uitvoeringsrichtlijn is een op zichzelf staand beleidsstuk dat een beoordelingskader vormt voor vergunningaanvragen om af te wijken van het bestemmingsplan. De Uitvoeringsrichtlijn maakt dus geen deel uit van het bestemmingsplan en staat in deze procedure niet ter beoordeling. Alleen het bestemmingsplan staat ter beoordeling.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

5. Het beroep van [appellant sub 1] is ongegrond. Dit betekent dat het beroep van [appellant sub 1] niet leidt tot een vernietiging van het besluit.

6. De raad hoeft geen proceskosten van [appellant sub 1] te vergoeden.

Het beroep van Leisure Fund West

Ontvankelijkheid

7. De raad stelt zich op het standpunt dat Leisure Fund West geen belanghebbende is. Volgens de raad gaat het bestemmingsplan niet over het perceel van Leisure Fund West en is het perceel ook niet in directe nabijheid van het plangebied gelegen. Daarnaast richt het beroep zich volgens de raad niet tegen regels die hier ter discussie staan, waardoor Leisure Fund West geen belang heeft bij de uitkomst van de procedure.

7.1. In artikel 1:2, eerste lid, van de Awb staat dat onder belanghebbende wordt verstaan: "degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken".

In artikel 8:1 van de Awb is bepaald dat een belanghebbende tegen een besluit beroep kan instellen bij de bestuursrechter. Alleen wie een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat rechtstreeks betrokken is bij het bestreden besluit, is belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, van de Awb.

Procesbelang is het belang dat een appellant heeft bij de uitkomst van een procedure. Dit betekent dat het doel dat de appellant voor ogen staat met het rechtsmiddel kan worden bereikt en voor de appellant van feitelijke betekenis is. Degene die opkomt tegen een besluit heeft belang bij een beoordeling van diens rechtsmiddel, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is vervallen. Als er geen procesbelang (meer) bestaat, is het rechtsmiddel niet-ontvankelijk. De vraag of er procesbelang is, wordt beantwoord naar de stand van zaken op het moment van de uitspraak.

7.2. Leisure Fund West heeft geen zienswijze ingediend over het ontwerpbestemmingsplan. Onder verwijzing naar het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 14 januari 2021, Stichting Varkens in Nood, ECLI:EU:C:2021:7 (het arrest Varkens in Nood), overweegt de Afdeling dat een belanghebbende niet kan worden tegengeworpen dat zij geen zienswijze heeft ingediend over het ontwerpbestemmingsplan. Gelet hierop beoordeelt de Afdeling of Leisure Fund West belanghebbende is.

De Afdeling is van oordeel dat Leisure Fund West een rechtstreeks betrokken belang heeft bij het bestemmingsplan en dus belanghebbende is. Het beroep van Leisure Fund West richt zich tegen de regels van de dubbelbestemming "Waarde-Landschap". Het bestemmingsplan bestaat uit de verbeelding en de regels, vergezeld door de plantoelichting. Op de verbeelding is te zien dat aan het perceel van Leisure Fund West opnieuw de dubbelbestemming "Waarde-Landschap" is toegekend. Hierdoor is het bestemmingsplan van toepassing op haar perceel en is het belang van Leisure Fund West dus rechtstreeks betrokken bij het bestemmingsplan.

Daarnaast is de Afdeling van oordeel dat Leisure Fund West belang heeft bij de uitkomst van de procedure en dus bij beoordeling van haar beroep. Het beroep is gericht tegen het bestemmingsplan. Leisure Fund West zou met deze procedure kunnen bereiken dat in het bestemmingsplan een bouwmogelijkheid op haar perceel wordt opgenomen, waardoor haar rechtspositie wijzigt. Hiermee zou het doel dat Leisure Fund West beoogt, kunnen worden bereikt.

Gelet hierop is het beroep van Leisure Fund West ontvankelijk.

Vertrouwensbeginsel

8. Leisure Fund West betoogt dat het bestemmingsplan in strijd is met de afspraken die zij met het gemeentebestuur van Amsterdam heeft gemaakt over de bouwmogelijkheden op haar perceel. Leisure Fund West voert hiertoe aan dat er afspraken zijn gemaakt over het slopen van bijgebouwen in de tuin, met de mogelijkheid om terug te bouwen. Leisure Fund West verwijst hierbij naar een opgelegde bouwstop op het perceel.

8.1. De Afdeling vat het betoog van Leisure Fund West op als een beroep op het vertrouwensbeginsel. Wie zich beroept op het vertrouwensbeginsel moet aannemelijk maken dat van de kant van de overheid toezeggingen of andere uitlatingen zijn gedaan of gedragingen zijn verricht waaruit hij/zij in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs kon en mocht afleiden of het bestuursorgaan een bepaalde bevoegdheid zou uitoefenen en zo ja hoe.

8.2. De Afdeling overweegt dat Leisure Fund West er niet in is geslaagd om haar beroep op het vertrouwensbeginsel voldoende te onderbouwen. Leisure Fund West verwijst naar gemaakte afspraken met het gemeentebestuur van Amsterdam over bouwmogelijkheden op haar perceel, maar het is onduidelijk om wat voor afspraken dit gaat. Zij heeft niet onderbouwd dat zij op dit punt afspraken heeft gemaakt met het gemeentebestuur. Haar beroep op het vertrouwensbeginsel slaagt dan ook niet.

Voor zover Leisure Fund West wijst op de opgelegde bouwstop, overweegt de Afdeling dat die in deze procedure niet ter beoordeling staat.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

9. Het beroep van Leisure Fund West is ongegrond. Dit betekent dat het beroep van Leisure Fund West niet leidt tot een vernietiging van het besluit.

10. De raad hoeft geen proceskosten van Leisure Fund West te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart de beroepen ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. C.J. Borman, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. A.L. van Driel Kluit, griffier.

w.g. Borman

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Driel Kluit

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026

703-1185

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. A.L. van Driel Kluit

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?