ECLI:NL:RVS:2026:1577

ECLI:NL:RVS:2026:1577

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 18-03-2026
Datum publicatie 18-03-2026
Zaaknummer 202305648/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Hoger beroep

Samenvatting

Bij besluit van 23 december 2020 heeft het bestuur van de stichting Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven de aanvraag van de coöperatie om als leerbedrijf erkend te worden afgewezen. De coöperatie is een samenwerkingsverband zonder winstoogmerk, opgericht door zelfstandige kraamzorgondernemers. Zij bestaat uit een bestuur, een raad van toezicht en leden, bestaande uit kleine kraamzorgorganisaties, maatschappen en eenmanszaken. Volgens de statuten van de coöperatie heeft zij onder meer tot doel het optreden als een organisatie voor zelfstandige kraamzorgverleners en partus assistenten alsmede voor hun praktijk, het doen leveren van kraamzorg door middel van het verstrekken van opdrachten aan haar leden en hun zelfstandige praktijken, en het zelf leveren van kraamzorg. De coöperatie heeft bij SBB een aanvraag ingediend om erkend te worden als leerbedrijf, kwalificatie Verzorgende IG. Die erkenning maakt haar bevoegd beroepspraktijkvorming aan te bieden voor studenten die worden opgeleid tot kraamverzorgende.

Uitspraak

202305648/1/A2.

Datum uitspraak: 18 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak op het hoger beroep van:

het bestuur van de stichting Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB),

appellant,

tegen de uitspraak van de rechtbank Gelderland van 25 juli 2023 in zaak nr. 21/3017 in het geding tussen:

de Coöperatie Kraamzorggroep U.A. (de coöperatie)

en

SBB.

Procesverloop

Bij besluit van 23 december 2020 heeft SBB de aanvraag van de coöperatie om als leerbedrijf erkend te worden afgewezen.

Bij besluit van 7 mei 2021 heeft SBB het door de coöperatie daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Bij uitspraak van 25 juli 2023 heeft de rechtbank het door de coöperatie daartegen ingestelde beroep gegrond verklaard, het besluit van 7 mei 2021 vernietigd en SBB opgedragen om binnen zes weken na verzending van de uitspraak een nieuw besluit op bezwaar te nemen.

Tegen deze uitspraak heeft SBB hoger beroep ingesteld.

Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft SBB, ter uitvoering van de uitspraak van de rechtbank, het door de coöperatie gemaakte bezwaar tegen het besluit van 23 december 2020 gegrond verklaard, het besluit van 7 mei 2021 herroepen en de coöperatie erkend als leerbedrijf voor de kwalificatie Verzorgende IG.

De coöperatie heeft een schriftelijke uiteenzetting ingediend.

SBB en de coöperatie hebben nadere stukken ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 18 september 2025, waar SBB, vertegenwoordigd door mr. L.J. Wildeboer, advocaat in Amsterdam, mr. J.H. Goudriaan en C.M. Hommen-Boere, en de coöperatie, vertegenwoordigd door mr. M. Breur, advocaat in Den Haag, [gemachtigden], zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het wettelijk kader is opgenomen in de bijlage. De bijlage maakt deel uit van de uitspraak.

Inleiding

2. De coöperatie is een samenwerkingsverband zonder winstoogmerk, opgericht door zelfstandige kraamzorgondernemers. Zij bestaat uit een bestuur, een raad van toezicht en leden, bestaande uit kleine kraamzorgorganisaties, maatschappen en eenmanszaken. Volgens de statuten van de coöperatie heeft zij onder meer tot doel het optreden als een organisatie voor zelfstandige kraamzorgverleners en partus assistenten alsmede voor hun praktijk, het doen leveren van kraamzorg door middel van het verstrekken van opdrachten aan haar leden en hun zelfstandige praktijken, en het zelf leveren van kraamzorg.

3. De coöperatie heeft bij SBB een aanvraag ingediend om erkend te worden als leerbedrijf, kwalificatie Verzorgende IG. Die erkenning maakt haar bevoegd beroepspraktijkvorming aan te bieden voor studenten die worden opgeleid tot kraamverzorgende.

Besluitvorming

4. Bij besluit van 23 december 2020, zoals gehandhaafd bij besluit op bezwaar van 7 mei 2021, heeft SBB de aanvraag van de coöperatie om erkend te worden als leerbedrijf afgewezen. De coöperatie voldoet niet aan de voorwaarde in artikel 7.2.8, derde lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs (de Web), in samenhang gelezen met artikel 5, aanhef en onder één, van het Reglement erkenning leerbedrijven SBB (het Reglement). De werkzaamheden die behoren tot de werkprocessen van het beroep waarvoor de student wordt opgeleid - het bieden van kraamzorg - vinden niet zoals vereist binnen de eigen arbeidsorganisatie plaats. Zo wordt de zorgovereenkomst afgesloten bij een lidbedrijf van de coöperatie, die ook eindverantwoordelijk is voor de organisatie, de werkzaamheden en de begeleiding van de beroepspraktijkvorming. Daarbij komt dat de student ook de beroepspraktijkvorming uitvoert bij het lidbedrijf en dus niet bij de coöperatie zelf. Doordat de studenten blijkens het stage- en opleidingsplan bij de leden van de coöperatie worden ondergebracht voor hun beroepspraktijkvorming en de feitelijke begeleiding in de praktijk van de kraamzorg aldaar plaatsvindt, vindt de beroepspraktijkvorming niet plaats binnen de arbeidsorganisatie van de coöperatie zelf. Dat de statuten de mogelijkheid vermelden dat de beroepspraktijkvorming bij de coöperatie plaatsvindt en de praktijkopleider in dienst is van de coöperatie, maakt niet dat zij de beroepspraktijkvorming verzorgt als bedoeld in de Web. De rol van de praktijkopleider is blijkens het stage- en opleidingsplan beperkt en functioneert op afstand van de student. Daarnaast zijn de bestuurders van de coöperatie, die zelf kraamzorg aanbieden en de beroepspraktijkvorming kunnen uitvoeren, in beginsel niet in dienst van de coöperatie, maar vervullen zij louter de rol van bestuurder, zodat zij geen deel uitmaken van de arbeidsorganisatie van de coöperatie. Er zijn geen aanwijzingen dat de coöperatie zelf over voldoende kraamverzorgenden beschikt.

Uitspraak van de rechtbank

5. De rechtbank heeft geoordeeld dat SBB een te strikte uitleg van het begrip ‘bedrijf’ als bedoeld in de Web heeft gehanteerd. Uit de wetsgeschiedenis van de Web kan worden opgemaakt dat de wetgever met de beroepspraktijkvorming een wisselwerking tussen het bedrijfsleven en het onderwijs voor ogen heeft gehad. Tegen die achtergrond moet ook de voorwaarde worden gelezen dat de beroepspraktijkvorming binnen de eigen arbeidsorganisatie van het leerbedrijf wordt uitgeoefend. De manier waarop het bedrijfsleven vorm geeft aan de beroepspraktijkvorming kan variëren, zolang de dagelijkse begeleiding en het onderricht worden verzorgd door én in de desbetreffende bedrijven uit het bedrijfsleven. Dat kan naar het oordeel van de rechtbank ook via een collectief leerbedrijf.

De coöperatie kan een collectief leerbedrijf zijn als bedoeld in het Reglement, waarbij wordt voldaan aan de voorwaarde dat de beroepspraktijkvorming moet plaatsvinden binnen de eigen arbeidsorganisatie. Een coöperatie is er naar haar aard voor de daarbij aangesloten leden. Zij voorziet in (bedrijfsmatige) activiteiten die haar leden niet zelf, niet renderend genoeg of niet goedkoop genoeg kunnen uitvoeren, zoals in dit geval het faciliteren dat studenten die de beroepspraktijkvorming volgen bij een lidbedrijf het benodigd aantal stage-uren kunnen maken en alle facetten van het vak kraamzorg kunnen leren. In dit kader is de coöperatie weliswaar een zelfstandig rechtspersoon, maar tegelijkertijd een collectief bedrijf dat is ontstaan uit een samenwerking in het kader van het opleiden van individuele leerbedrijven. Een student die in dienst komt bij de coöperatie en via de coöperatie wordt opgeleid bij een lidbedrijf, blijft binnen één en dezelfde arbeidsorganisatie. Via de coöperatie wordt verder de mogelijkheid geboden om bepaalde werkzaamheden te verrichten die bij een individueel lid niet altijd mogelijk zijn, aldus de rechtbank.

Nader besluit van 3 oktober 2023

6. Bij besluit van 3 oktober 2023 heeft SBB, ter voldoening aan de uitspraak van de rechtbank, het besluit van 7 mei 2021 vervangen en de coöperatie als leerbedrijf erkend. De Afdeling heeft de coöperatie bij brief van 14 november 2023 in de gelegenheid gesteld om schriftelijk te laten weten of zij het eens is met het besluit van 3 oktober 2023. Daarop heeft de Afdeling geen reactie ontvangen. Gelet op artikel 6:24 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), gelezen in samenhang met artikel 6:19, eerste lid, van de Awb, is het besluit van 3 oktober 2023 geen onderwerp van dit geding, omdat de coöperatie daarbij geen belang heeft.

Beoordeling van het hoger beroep

7. SBB betoogt dat de rechtbank niet heeft onderkend dat de beroepspraktijkvorming niet plaatsvindt binnen de coöperatie. De kraamzorg, waarvoor studenten worden opgeleid, wordt niet feitelijk door de coöperatie zelf uitgeoefend. De studenten worden bij de uitvoering van hun praktijkwerkzaamheden ook niet onder verantwoordelijkheid van de coöperatie begeleid. De rechtbank heeft het begrip ‘bedrijf’ in artikel 7.2.8, derde lid, van de Web dan ook te ruim uitgelegd. Onduidelijk is op welke wijze de uitleg door de rechtbank van het begrip ‘bedrijf’ volgt uit de wetsgeschiedenis. Bovendien vindt de uitleg van SBB van het begrip ‘bedrijf’ steun in de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:959. SBB stelt zich dan ook op het standpunt dat de wijze waarop de coöperatie de beroepspraktijkvorming heeft georganiseerd niet past binnen de kaders van de Web, nu vaststaat dat de beroepspraktijkvorming niet door de coöperatie wordt verzorgd maar door haar leden, die een zelfstandige onderneming vormen en bovendien in veel gevallen ook zelf als leerbedrijf zijn erkend.

7.1. Artikel 7.2.8 van de Web bepaalt onder meer dat het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, zorgdraagt voor de begeleiding van de studenten binnen het bedrijf. Artikel 5 van het Reglement bepaalt dat het bedrijf of de organisatie een goede leerplaats dient te zijn en werkzaamheden moet bieden die behoren tot de werkprocessen van het beroep waarvoor de onderwijsdeelnemer wordt opgeleid.

7.2. In haar uitspraak van 27 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:959, heeft de Afdeling geoordeeld dat uit voornoemde bepalingen volgt dat voor erkenning is vereist dat de beroepspraktijkvorming plaatsvindt binnen de arbeidsorganisatie en onder volledige verantwoordelijkheid van het erkende leerbedrijf. Niet is uitgesloten dat beroepspraktijkvorming op een andere dan de eigen bedrijfslocatie wordt verzorgd. Deze laatste overweging brengt echter niet mee dat praktijkvorming bij beroepen die niet aan een bepaalde locatie zijn gebonden reeds om die reden onder de Web vallen. Ook dan geldt de eis dat beroepspraktijkvorming plaatsvindt binnen de arbeidsorganisatie en onder volledige verantwoordelijkheid van het erkende leerbedrijf. Uit de geschiedenis van de totstandkoming van de regeling van de beroepspraktijkvorming in de Web komt naar voren dat de wetgever de situatie voor ogen heeft gehad dat de beroepspraktijkvorming wordt verzorgd door een bedrijf dat het beroep, waarvoor de student wordt opgeleid, ook zelf uitoefent (Kamerstukken II 1993/94, 23 778, nr. 3, p. 103-105 en 139-140). De beroepspraktijkvorming, dat wil zeggen het in de praktijk opleiden van de student, is daarbij een nevenactiviteit van het bedrijf en niet de hoofdactiviteit.

7.3. De coöperatie heeft in het opleidingsplan uiteengezet hoe uitvoering wordt gegeven aan de beroepspraktijkvorming van de student. Daarin staat dat de coöperatie haar leden - de lidbedrijven - stimuleert en faciliteert bij het opleiden van nieuwe kraamverzorgenden. Daarvoor stelt het bestuur van de coöperatie partijkopleiders aan die, in dienst van de coöperatie, de coördinatie van de stagewerkplekken verzorgen en erop toezien dat de kwaliteit van de beroepspraktijkvorming wordt gewaarborgd. Verder wordt een leer-arbeidsovereenkomst afgesloten tussen de coöperatie en de student. Ook wordt een praktijkovereenkomst afgesloten tussen de student, de Geboortezorg Academie - een opleidingsinstituut tot kraamzorgverlener - en de coöperatie, waarbij ook de praktijkopleider van de student wordt vermeld.

7.4. Op de zitting bij de Afdeling heeft de coöperatie toegelicht dat er twee vormen zijn waarop kraamzorg bij de coöperatie wordt afgenomen. Ten eerste kan de kraamzorgafnemer de dienst rechtstreeks afnemen bij de coöperatie. In dat geval wordt de student door (een bestuurslid van) de coöperatie zelf begeleid. Ten tweede kan de begeleiding van de student door een lidbedrijf van de coöperatie worden uitgevoerd. De kraamzorgafnemer sluit dan een overeenkomst af met zowel de coöperatie als het lidbedrijf. Aanvullend wordt een overeenkomst van opdracht afgesloten tussen de coöperatie en het lidbedrijf. In beide situaties vindt de kraamzorgverlening door de student plaats onder (eind)verantwoordelijkheid van de coöperatie en wordt de kraamzorg op de locatie van de kraamzorgafnemer uitgevoerd.

7.5. Uit het voorgaande volgt dat de coöperatie in beide vormen van kraamzorgverlening ofwel direct de kraamzorgverlener is, ofwel via de overeenkomst van opdracht verantwoordelijk is voor de begeleiding van de student bij de kraamzorgverlening. De Afdeling is van oordeel dat onder deze omstandigheden in dit geval de beroepspraktijkvorming plaatsvindt binnen de arbeidsorganisatie en onder volledige verantwoordelijkheid van de coöperatie. De vergelijking met de zaak die leidde tot de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:959, kan dan ook niet worden gemaakt. De rechtbank is terecht tot het oordeel gekomen dat de coöperatie voldoet aan de voorwaarden, bepaald in artikel 7.2.8 van de Web, in samenhang gelezen met artikel 5 van het Reglement.

Het betoog slaagt niet.

Conclusie

8. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de uitspraak van de rechtbank.

9. Het SBB moet de proceskosten vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

I. bevestigt de aangevallen uitspraak;

II. veroordeelt het bestuur van de stichting Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven tot vergoeding van bij de Coöperatie Kraamzorggroep U.A. in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 1.941,01;

III. bepaalt dat van het bestuur van de stichting Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven een griffierecht van € 548,00 wordt geheven.

Aldus vastgesteld door mr. J.M. Willems, voorzitter, en mr. B.P. Vermeulen en mr. J.C.A. de Poorter, leden, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.

w.g. Willems

voorzitter

w.g. Rijsdijk

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 18 maart 2026

705-1062

BIJLAGE

WETTELIJK KADER

Wet educatie en beroepsonderwijs

Artikel 7.2.8. De beroepspraktijkvorming

[…].

3. Het bedrijf dat of de organisatie die de beroepspraktijkvorming verzorgt, draagt zorg voor de begeleiding van de studenten binnen het bedrijf. Het bevoegd gezag beoordeelt of de student de beroepspraktijkvorming met een positieve beoordeling heeft voltooid. Het bevoegd gezag betrekt bij die beoordeling het oordeel van het bedrijf onderscheidenlijk de organisatie, met inachtneming van de desbetreffende in de onderwijs- en examenregeling op te nemen regels.

4. De beroepspraktijkvorming vindt plaats bij een bedrijf of organisatie met een erkenning op grond van artikel 1.5.3.

Reglement erkenning leerbedrijven SBB

Artikel 5. Voorwaarden voor erkenning

Het bedrijf of de organisatie wordt geacht:

1. een goede leerplaats en werkzaamheden te bieden die behoren tot de werkprocessen van het beroep waarvoor de onderwijsdeelnemer wordt opgeleid. Voor iedere onderwijsdeelnemer is een relevante leerplaats in sociaal veilige omstandigheden beschikbaar;

[…].

Zittende Magistratuur

Rechters

  • mr. J.M. Willems
  • mr. B.P. Vermeulen
  • mr. J.C.A. de Poorter

Griffier

  • mr. M. Rijsdijk

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?