ECLI:NL:RVS:2026:1680

ECLI:NL:RVS:2026:1680

Instantie Raad van State
Datum uitspraak 25-03-2026
Datum publicatie 25-03-2026
Zaaknummer 202600017/1/A2
Rechtsgebied Bestuursrecht
Procedure Eerste aanleg - enkelvoudig

Samenvatting

Bij beslissing van 15 november 2024 heeft de studentendecaan, namens het College van Bestuur (CvB) van de Universiteit van Amsterdam, de aanvraag van [appellant] om een bestuursbeurs afgewezen. [appellant] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de masteropleiding Information Studies aan de UvA. Hij heeft een bestuursbeurs aangevraagd vanwege zijn functie als algemeen lid van de Facultaire Studentenraad Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatie. De studentendecaan heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet als voltijdstudent, maar als deeltijdstudent voor de masteropleiding ingeschreven staat en daarmee niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning. Het CvB heeft, onder verwijzing van het advies van de Geschillenadviescommissie Studentenbezwaren van 29 augustus 2025, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Uitspraak

202600017/1/A2.

Datum uitspraak: 25 maart 2026

AFDELING

BESTUURSRECHTSPRAAK

Uitspraak in het geding tussen:

[appellant], wonend in [woonplaats],

appellant,

en

het College van Bestuur (CvB) van de Universiteit van Amsterdam (UvA),

verweerder.

Procesverloop

Bij beslissing van 15 november 2024 heeft de studentendecaan, namens het CvB, de aanvraag van [appellant] om een bestuursbeurs afgewezen.

Bij beslissing van 26 november 2025 heeft het CvB het daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft [appellant] beroep ingesteld.

Het CvB heeft een verweerschrift ingediend.

[appellant] heeft een nader stuk ingediend.

De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 24 februari 2026, waar [appellant], bijgestaan door mr. M.R.P. Bakker, advocaat in Amsterdam, en het CvB, vertegenwoordigd door mr. M.J. Wijnen, zijn verschenen.

Overwegingen

Inleiding

1. [appellant] is in het studiejaar 2024-2025 gestart met de masteropleiding Information Studies aan de UvA. Hij heeft een bestuursbeurs aangevraagd vanwege zijn functie als algemeen lid van de Facultaire Studentenraad Natuurwetenschappen, Wiskunde en Informatie. De studentendecaan heeft de aanvraag afgewezen, omdat [appellant] niet als voltijdstudent, maar als deeltijdstudent voor de masteropleiding ingeschreven staat en daarmee niet voldoet aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor financiële ondersteuning. Het CvB heeft, onder verwijzing van het advies van de Geschillenadviescommissie Studentenbezwaren van 29 augustus 2025, het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Beoordeling van het beroep

2. [appellant] betoogt dat het CvB heeft miskend dat hij voldoet aan de in artikel 7.51c, onder b, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW) gestelde voorwaarde voor een aanspraak op financiële ondersteuning. In het studiejaar 2023-2024 was hij namelijk voltijdstudent aan de UvA en heeft daardoor aanspraak gehad op een prestatiebeurs. Verder is het onduidelijk waar het CvB uit afleidt dat de wetgever de groep studenten die niet voltijds studeert, heeft willen uitsluiten van financiële ondersteuning. Bovendien wordt in de WHW niet verwezen naar artikel 2.8 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf).

2.1. Artikel 7.51c, aanhef en onder b, van de WHW luidt:

"Een student komt voor de financiële ondersteuning, bedoeld in de artikelen 7.51 tot en met 7.51b, uitsluitend in aanmerking, indien: […]

b. de student voor die opleiding aanspraak heeft of aanspraak heeft gehad op de prestatiebeurs hoger onderwijs als bedoeld in de Wet studiefinanciering 2000."

2.2. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van artikel 7.51c van de WHW (Kamerstukken II 2013/14, 33 840, nr. 3, p. 6-7) volgt dat de onder b genoemde voorwaarde, is gesteld omdat de financiële ondersteuning is bedoeld om een student ervoor te compenseren dat hij als gevolg van bijzondere omstandigheden is benadeeld in zijn aanspraak op een prestatiebeurs. De wetgever heeft dus bewust het recht op financiële ondersteuning gekoppeld aan een benadeling in de aanspraak op een prestatiebeurs. Hieruit vloeit voort dat de wetgever niet heeft beoogd om financiële ondersteuning te bieden in gevallen waarin hiervan geen sprake is, zoals in het geval waarin een student geen aanspraak heeft op een prestatiebeurs omdat de student zich voor een deeltijd opleiding heeft ingeschreven.

2.3. Tussen partijen is niet in geschil dat [appellant] voor de masteropleiding Information Studies die hij op dit moment in deeltijd volgt geen aanspraak heeft op een prestatiebeurs. [appellant] had voor een eerder door hem gevolgde bacheloropleiding Future Planet Studies wel aanspraak op een prestatiebeurs, maar deze opleiding heeft hij in het studiejaar 2023-2024 afgerond. Dat betekent dat [appellant] voor die opleiding geen recht meer heeft op een prestatiebeurs, waardoor ook geen sprake kan zijn van een benadeling in de aanspraak op een prestatiebeurs. Het CvB is daarom terecht tot de conclusie gekomen dat [appellant] niet voldoet aan de in artikel 7.51c, onder b, van de WHW gestelde voorwaarde voor financiële ondersteuning.

2.4. Hoewel in artikel 7.51c, aanhef en onder b, van de WHW niet naar een specifiek artikel in de Wsf wordt verwezen, volgt uit de begripsbepaling in artikel 1.1 van de Wsf dat onder een prestatiebeurs hoger onderwijs een prestatiebeurs als bedoeld in artikel 5.1 van de Wsf moet worden verstaan. Uit artikel 5.1 van de Wsf volgt dat een prestatiebeurs een vorm van studiefinanciering is voor studenten binnen het hoger onderwijs. Op grond van artikel 2.8 van de Wsf komt alleen een student die voltijds studeert in aanmerking komt voor studiefinanciering en dus voor een prestatiebeurs. Het CvB heeft daarom terecht naar dit artikel verwezen.

3. [appellant] betoogt verder dat artikel 2 van het Algemeen deel van de Regeling Profileringsfonds 2021 van de UvA (de regeling), waarin is bepaald dat financiële ondersteuning alleen wordt verstrekt aan voltijdstudenten, hem niet kan worden tegengeworpen, omdat dit artikel in strijd is met de artikelen 7.51c en 7.51h van de WHW en daarom buiten toepassing moet worden gelaten.

3.1. Nog daargelaten of artikel 2 van het algemeen deel van de regeling al dan niet in strijd is met artikelen 7.51c en 7.51h van de WHW, volgt uit wat de Afdeling hiervoor heeft overwogen dat [appellant] op grond van het volgens hem ruimhartigere artikel 7.51c van de WHW al niet voor financiële ondersteuning in aanmerking komt, waardoor dit betoog hem niet kan baten.

4. [appellant] betoogt verder dat het CvB ten onrechte geen toepassing heeft gegeven aan de hardheidsclausule. Door zijn functiebeperking heeft hij zich ingeschreven als deeltijdstudent. Het categorisch uitsluiten van deeltijdstudenten van financiële ondersteuning is discriminatoir.

4.1. Hoewel de Afdeling zich kan voorstellen dat [appellant] ervoor heeft gekozen om zich voor de deeltijd masteropleiding Information Sciences in te schrijven, heeft hij onvoldoende onderbouwd dat hij door zijn functiebeperking erop is aangewezen om in deeltijd te studeren. Het CvB heeft daarom geen aanleiding hoeven te zien om de hardheidsclausule toe te passen.

Conclusie

5. Het beroep is ongegrond.

6. Het CvB hoeft geen proceskosten te vergoeden.

Beslissing

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. E.J. Daalder, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. O. van Loon, griffier.

w.g. Daalder

lid van de enkelvoudige kamer

w.g. Van Loon

griffier

Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026

284-1160

Zittende Magistratuur

Griffier

  • mr. O. van Loon

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl
Bekijk op rechtspraak.nl Download XML
Rechtspraak.nl XML
+ Alert

♥ Steun Jurisprudentie.online

Gratis service, geen ads, geen tracking.
Klik op de zoekopdracht - dat helpt kleine ondernemers.

🔍 opent nieuw tabblad

Advocaat of Jurist?

Organisch Google verkeer voor een fractie van Google Ads.

✓ 6-26x goedkoper
✓ 100% echte bezoekers
✓ Geen click fraud
Meer info

Eigen website?

Word partner en krijg gerichte bezoekers die juridische info zoeken.

Nu actief:
Word Partner

Klik opent een nieuw tabblad. Je hoeft niks te kopen - alleen de klik helpt.

Alert aanmaken

Keyword:

Je email:

Hoe vaak?