202500524/1/A2.
Datum uitspraak: 25 maart 2026
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het hoger beroep van:
[appellant], wonend in Gorinchem,
appellant,
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 13 december 2024 in zaak nr. 23/5573 in het geding tussen:
[appellant]
en
het college van burgemeester en wethouders van Gorinchem.
Procesverloop
Bij besluit van 26 januari 2023 heeft het college besloten om in de Van Beethovenstraat in Gorinchem ter hoogte van de zijgevel van de woning aan de Hellendaelsingel 15 twee parkeerplaatsen te realiseren, waarbij het doel van parkeren is om elektrische voertuigen op te laden (verkeersbesluit).
Bij besluit van 5 juli 2023 heeft het college het door [appellant] daartegen gemaakte bezwaar gegrond verklaard en het verkeersbesluit, onder aanvulling van de motivering, gewijzigd door één plaats voor het opladen van elektrische voertuigen aan te wijzen in plaats van twee plaatsen.
Bij tussenuitspraak van 17 april 2024 heeft de rechtbank, voor zover hier van belang, het college in de gelegenheid gesteld het in deze uitspraak geconstateerde gebrek aan het besluit van 5 juli 2023 te herstellen.
Op 12 juni 2024 heeft het college een nadere onderbouwing gegeven van het besluit van 5 juli 2023.
Bij uitspraak van 13 december 2024 (einduitspraak) heeft de rechtbank het door [appellant] tegen het besluit van 5 juli 2023 ingestelde beroep gegrond verklaard, dat besluit vernietigd en bepaald dat de rechtsgevolgen van dat besluit in stand blijven.
Tegen de einduitspraak heeft [appellant] hoger beroep ingesteld.
Het college heeft een schriftelijke uiteenzetting gegeven en een nader stuk ingediend.
De Afdeling heeft de zaak op een zitting behandeld op 9 december 2025, waar [appellant] en het college, vertegenwoordigd door mr. D. van Zandvoort en H. Appeldooren, zijn verschenen.
Overwegingen
Inleiding
1. [appellant] woont aan de [locatie] in Gorinchem. De beoogde locatie van de laadpaal ligt dicht bij zijn woning.
Besluitvorming
2. Het college heeft aan het besluit van 5 juli 2023 ten grondslag gelegd dat het doen van extra feitelijk onderzoek om de parkeerdruk inzichtelijk te maken in deze situatie niet proportioneel en onvoldoende relevant is. De parkeerdruk zal licht toenemen, omdat geparkeerde auto’s aan de extra voorwaarde moeten voldoen dat zij aan het opladen zijn op de aangewezen plaats. Als zij opgeladen zijn, moeten zij een andere parkeerplaats zoeken. Omdat het parkeergedrag nagenoeg overeenkomt met het parkeergedrag bij een regulier parkeervak, is slechts sprake van een lichte verhoging van de parkeerdruk op deze locatie. Deze lichte verhoging van de parkeerdruk weegt niet op tegen het belang van laadpalen als bijdrage aan de doelstellingen van de samenleving om schoner en duurzamer te gaan verplaatsen. Het college heeft het verkeersbesluit wel gewijzigd van twee parkeerplaatsen naar één parkeerplaats voor het opladen van elektrische voertuigen, omdat het de plaats aanwijst op basis van één aanvraag. Daarmee wordt de parkeerdruk niet onnodig verhoogd.
Tussenuitspraak van de rechtbank
3. In de tussenuitspraak heeft de rechtbank geoordeeld dat het besluit van 5 juli 2023 een motiveringsgebrek bevat. Het college heeft volgens de rechtbank niet onderbouwd dat behoefte aan een laadpaal bestaat, omdat het niet inzichtelijk heeft gemaakt dat aan de in het beleid gestelde voorwaarde is voldaan dat de bestaande laadpalen de oplaadvraag niet aankunnen. Ook heeft het college de locatiekeuze onvoldoende gemotiveerd en is het niet ingegaan op de aangedragen alternatieven. Het college heeft naar het oordeel van de rechtbank wel voldoende inzichtelijk gemaakt dat de aanwijzing van één parkeerplaats slechts tot een geringe verhoging van de parkeerdruk kan leiden. Het college heeft zich daarom in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat deze parkeerdruk niet in de weg hoeft te staan aan de aanwijzing van de laadplaats.
De rechtbank heeft het college in de gelegenheid gesteld om het geconstateerde motiveringsgebrek te herstellen door een aanvullende motivering te geven dan wel een nieuw besluit op bezwaar te nemen.
Nadere motivering van het college
4. Op 12 juni 2024 heeft het college een nadere motivering gegeven. Ten aanzien van de behoefte aan een extra laadpaal heeft het college verwezen naar de op 7 mei 2024 vastgestelde ‘Laadagenda gemeente Gorinchem 2024’ (Laadagenda). In de Laadagenda is vermeld dat de laadcapaciteit wordt uitgebreid vanwege behoefte aan een extra laadpaal, als het verbruik van de bestaande laadpalen per laadpaal hoger is dan 2.500 kWh per kwartaal of 10.000 kWh per jaar. Uit door het college aangeleverde informatie blijkt dat het gebruik van de bestaande laadpalen dusdanig hoog is dat een extra laadpaal gewenst is.
Ten aanzien van de locatiekeuze heeft het college zich op het standpunt gesteld dat voor een laadpaal ter hoogte van de Hellendaelsingel is gekozen, omdat hier de benodigde stroomkabel in de buurt ligt. Bij de door [appellant] voorgestelde alternatieve locatie aan de Van Beethovenstraat moet de kabel vanaf een grotere afstand komen. Ook staan er diverse grote bomen in de directe omgeving. Dit maakt de aansluiting op het stroomnet duurder en technisch complexer. Voor het behoud van de bomen plaatst het college geen laadpalen in de kroonprojectie van bomen en worden hier bij voorkeur geen kabels of leidingen aangelegd. Om deze reden heeft de locatie bij de Hellendaelsingel de voorkeur van het college gekregen.
Einduitspraak van de rechtbank
5. De rechtbank heeft geoordeeld dat het college met de nadere onderbouwing het gebrek in de motivering van het besluit heeft hersteld. De rechtbank heeft geen aanleiding gezien om aan de door het college aangeleverde informatie over het verbruik van drie nabijgelegen laadpalen te twijfelen. Uit deze informatie volgt dat het verbruik van die laadpalen boven de 10.000 kWh per jaar komt. Verder heeft het college toereikend gemotiveerd dat de door [appellant] aangedragen alternatieve locatie niet zodanig geschikter is dan de aangewezen locatie dat geoordeeld moet worden dat het college niet heeft mogen vasthouden aan de keuze voor de aangewezen locatie.
Hoger beroep
6. De gronden die [appellant] in hoger beroep heeft aangevoerd, zijn zo goed als een herhaling van wat hij in beroep heeft aangevoerd. De rechtbank is gemotiveerd op die gronden ingegaan. De Afdeling ziet in wat [appellant] heeft aangevoerd geen redenen waarom de gemotiveerde beoordeling van die gronden in de aangevallen uitspraak onjuist of onvolledig zou zijn. De Afdeling kan zich vinden in het oordeel van de rechtbank en in de overwegingen waarop dat oordeel is gebaseerd. Zij voegt daaraan nog toe dat het college, zoals de rechtbank terecht heeft overwogen, beoordelingsruimte heeft bij het bepalen van de behoefte aan een laadpaal. Het college heeft zich redelijkerwijs op het standpunt kunnen stellen dat de bezetting van laadpalen geen geschikte methode is om de behoefte aan een laadpaal te beoordelen. In dit verband heeft het college afdoende toegelicht dat het opladen van elektrische voertuigen plaatsvindt op zogenoemde piekmomenten, namelijk vooral in de avond- en ochtenduren. Overdag worden veel voertuigen gebruikt en staan de laadpalen leeg. Zou de bezettingsgraad als maatstaf worden gebruikt voor het bijplaatsen van nieuwe laadpalen, zoals [appellant] betoogt, dan zou minder snel een laadpaal worden bijgeplaatst en zou op piekmomenten een tekort aan laadpalen ontstaan. Gelet hierop heeft het college kunnen kiezen voor het verbruik bij bestaande laadpalen als maatstaf bij het bepalen van de behoefte aan een nieuwe laadpaal.
Naar aanleiding van het betoog van [appellant] dat het college heeft moeten kiezen voor de locatie aan de Van Beethovenstraat, omdat daar al elektriciteitskabels aanwezig zijn voor een ondergrondse restafvalcontainer en een lantaarnpaal, heeft het college toegelicht dat de capaciteit en het vermogen van deze stroomvoorziening niet toereikend zijn voor een laadpaal. Naar het oordeel van de Afdeling heeft het college kunnen kiezen voor de locatie bij de Hellendaelsingel, omdat de kosten voor een laadpaal op die locatie geringer zijn dan op de door [appellant] voorgestelde locatie aan de Van Beethovenstraat. Het college heeft daarover op de zitting toegelicht dat voor de locatie aan de Van Beethovenstraat een kabel onder de weg getrokken moet worden, wat hogere kosten met zich brengt. De hogere kosten die de alternatieve locatie met zich zou brengen hebben negatieve gevolgen voor de concessieverlening in de hele gemeente, omdat de exploitatie van een laadpaal financieel minder of niet haalbaar wordt.
7. Het hoger beroep is ongegrond. De Afdeling bevestigt de aangevallen uitspraak.
8. Het college hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
bevestigt de aangevallen uitspraak.
Aldus vastgesteld door mr. G.T.J.M. Jurgens, lid van de enkelvoudige kamer, in tegenwoordigheid van mr. M. Rijsdijk, griffier.
w.g. Jurgens
lid van de enkelvoudige kamer
w.g. Rijsdijk
griffier
Uitgesproken in het openbaar op 25 maart 2026
705-1175